Aandoening
Klacht en ziekte : Infecties met bacteriën
Wat is infecties met bacteriën

Bacteriën zijn hele kleine 'beestjes', niet zichtbaar voor het blote oog. Bacteriën zitten eigenlijk overal. Op en in ons lichaam leven miljoenen bacteriën. Ze zitten op onze huid en in onze mond, keel en darmen. Bacteriën hebben een functie in onze afweer tegen virussen, schimmels, en andere bacteriën.

Als een voor het lichaam onbekende bacterie binnendringt, kan dit een infectie veroorzaken. Infecties door bacteriën kunnen ernstiger verlopen dan infecties door virussen, maar de meeste infecties door bacteriën gaan vanzelf over.

Bacteriën kunnen vele soorten infecties veroorzaken: blaasontsteking, keelpijn, longontsteking, hersenvliesontsteking en middenoorontsteking zijn enkele voorbeelden.

Hoe kunt u infecties met bacteriën herkennen?

Iedereen kan wel een infectie herkennen. Vaak zijn er algemene klachten als koorts, slap voelen en misselijkheid. Een infectie met bacteriën is echter niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van infecties door virussen.

Wat kunt u zelf doen aan infecties met bacteriën

Zorg ervoor dat u voldoende drinkt. Meestal is het niet nodig in bed te blijven, doe wel rustig aan. Als u zich heel erg ziek voelt of als de koorts langer aanhoudt dan vijf dagen, neem dan contact op met uw huisarts.

Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap.
Laatst bijgewerkt: 29 augustus 2006.





 

Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij infecties met bacteriën?

Antibacteriële middelen
Antibacteriële middelen worden ook wel antibiotica genoemd en hebben een groeiremmende of dodende werking op bacteriën.

Er zijn verschillende soorten antibiotica. De keuze van een geneesmiddel bij een infectie met bacteriën is afhankelijk van verschillende factoren.

Ten eerste is van belang of men weet om welke bacterie het gaat en voor welke antibiotica deze bacterie gevoelig is. Ten tweede moet het geneesmiddel de plaats van de infectie voldoende bereiken om zijn werking uit te kunnen voeren.

Ook de ernst van de infectie, de manier van toedienen en de mogelijke resistentie (ongevoeligheid) van de bacterie voor bepaalde antibiotica zijn van belang.

Antibacteriële middelen worden als volgt onderverdeeld.

Chinolon-antibiotica
Chinolon-antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze blokkeren een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bacteriegroei. Hierdoor kan de bacterie zich niet meer vermenigvuldigen en sterft af. Voorbeelden zijn ciprofloxacine, levofloxacine, norfloxacine, ofloxacine en pipemidinezuur.

Macrolide-antibiotica
Macrolide-antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze grijpen in op de eiwitaanmaak binnen de bacterie. Een bacterie kan zonder eiwitten niet verder groeien. Hierdoor sterft de bacterie.

Macrolide-antibiotica worden vooral gebruikt tegen bacteriën die ongevoelig zijn voor andere antibiotica of tegen infecties op plaatsen waar andere antibiotica niet goed doordringen en bij mensen die overgevoelig zijn voor penicillines. Voorbeelden zijn azitromycine, claritromycine, erytromycine en roxitromycine.

Penicilline-antibiotica
Penicilline-antibiotica doden vele soorten bacteriën en hebben een goede opname in het lichaam. Ze blokkeren een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bacteriegroei waardoor de bacterie afsterft. Een aantal penicilline-antibiotica heeft een specifieke werking tegen bepaalde soorten ziekteverwekkers. Voorbeelden zijn amoxicilline, feneticilline, fenoxymethylpenicilline en flucloxacilline.

Bij sommige patiënten wordt amoxicilline door bacteriën afgebroken zodat het zijn werking niet meer kan doen. Clavulaanzuur gaat dit tegen en verbetert zo het effect van amoxicilline. Voorbeeld is amoxicilline in combinatie met clavulaanzuur.

Tetracycline-antibiotica
Tetracycline-antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze remmen de eiwitaanmaak van de bacterie. Een bacterie die geen eiwit kan aanmaken, kan zich niet meer vermenigvuldigen en sterft af. Voorbeelden zijn doxycycline, minocycline en tetracycline.

Antibiotica van het sulfonamide-type
Antibiotica van het sulfonamide-type zijn middelen die vele soorten bacteriën doden. Ze dringen door in de bacterie en verhinderen de aanmaak van een stof die essentieel is voor de bacterie. Hierdoor sterft de bacterie. Voorbeeld is sulfamethoxazol in combinatie met trimethoprim.

Cefalosporine-antibiotica

Cefalosporine-antibiotica werken tegen bacteriële infecties. Ze remmen de groei van bacteriën en doden vele soorten bacteriën. Voorbeelden zijn cefalotine, cefaclor, cafazoline en ceftazidim.

Tuberculose-antibiotica

Tuberculose-antibiotica doden vele soorten bacteriën. Een nadeel is dat bacteriën snel ongevoelig kunnen worden voor tuberculose-antibiotica. Dit is de reden dat artsen tuberculose-antibiotica vaak combineren met andere antibiotica. Bij de combinatie komt ongevoeligheid minder vaak voor. Voorbeelden zijn rifabutine en rifampicine.

Trimethoprim
Trimethoprim doodt vele soorten bacteriën. Het dringt door in de bacterie en verhindert de aanmaak van een voor de bacterie essentiële stof.

Fusidinezuur
Fusidinezuur remt de groei van vele soorten bacteriën. Het belemmert bij de bacteriën de aanmaak van eiwitten. Zonder eiwitten kunnen bacteriën niet verder groeien. Het lichaam krijgt hierdoor de tijd de bacteriën op te ruimen. Sommige bacteriesoorten sterven zelfs af.

Clindamycine
Clindamycine is een antibioticum dat de groei van vele soorten bacteriën remt. Het grijpt in op de eiwitaanmaak binnen de bacterie. Een bacterie kan zonder eiwitten niet verder groeien. Hierdoor sterft de bacterie. Clindamycine wordt vooral gebruikt tegen bacteriën die ongevoelig zijn voor andere antibiotica en bij mensen die overgevoelig zijn voor penicillines.

Vancomycine
Vancomycine doodt verschillende soorten bacteriën door de bouw van de bacteriewand te belemmeren. Hierdoor geneest de infectie.

Linezolid
Linezolid verhindert dat de bacterie eiwitten aanmaakt. Een bacterie kan zonder eiwitten niet verder groeien en sterft af. 

Metronidazol
Metronidazol doodt bepaalde bacteriën. Vanwege de werking tegen deze ziekteverwekkers wordt metronidazol gebruikt bij infecties van bijvoorbeeld de geslachtsorganen, darmen, huid en kaakholte.

Fidaxomicine
Fidaxomicine doodt de bacterie Clostridium difficile, die ernstige diarree veroorzaakt.

Preventieve medicijnen
Er zijn ook medicijnen die worden gebruikt ter preventie van infecties:

Filgrastim en pegfilgrastim
Filgrastim en pegfilgrastim worden gebruikt bij mensen met een tekort aan witte bloedcellen. Witte bloedcellen zijn nodig om het lichaam te verdedigen tegen ziekteverwekkers, zoals bacteriën. Bij een tekort aan witte bloedcellen heeft u veel meer kans op ernstige infecties. Filgrastim en pegfilgrastim stimuleren het lichaam om nieuwe witte bloedcellen te maken.

Vaccins
Vaccineren beschermt tegen infectieziekten. Het lichaam reageert op de vaccinatie met het maken van antistoffen. Hierdoor kan het lichaam snel reageren als het in aanraking komt met de ziekteverwekker en kan de ziekte worden voorkomen.


De informatie over bovenstaande aandoening is geschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Het onderdeel over de medicijnen die bij de aandoening kunnen worden gebruikt, is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, zijn het NHG en de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

  • Medicijnen bij
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten