|
|
Efexor
De werkzame stof in Efexor is venlafaxine.
Venlafaxine lijkt op een groep medicijnen, de serotonineheropnameremmers, ofwel SSRI's. Het regelt in de hersenen de hoeveelheid serotonine. Deze lichaamseigen stof speelt een rol bij emoties en stemmingen. Venlafaxine verbetert de stemming en vermindert angsten.
Venlafaxine heeft ook een lichte invloed op norepinefrine (noradrenaline) en dopamine, twee andere natuurlijke stoffen met effect op de stemming.
Artsen schrijven het voor bij depressie en bij angststoornissen, zoals een sociale fobie, paniekstoornis en posttraumatische stressstoornis.
Het wordt ook gebruikt bij opvliegers tijdens de overgang.
Depressie
Verschijnselen
Bij depressiviteit is er sprake van een sombere stemming, geen interesse en plezier meer in de dingen van het leven. Iemand die depressief is, voelt zich vaak waardeloos en heeft schuldgevoelens. Ook kunnen depressieve mensen snel geïrriteerd zijn en moeite hebben met inslapen of doorslapen.
Behandeling
Depressieve klachten kunnen behandeld worden met psychotherapie (gesprekken), met medicijnen, of met een combinatie van beide. Uw arts zal samen met u bepalen welke behandeling voor u het beste is. Het hangt vervolgens van uw persoonlijke situatie af en van het soort depressie, met welk medicijn de arts zal starten.
Effect
Venlafaxine vermindert de depressieve klachten bij ongeveer de helft van de mensen. U voelt zich energieker en uw stemming verbetert. Het is belangrijk om het medicijn dan nog ongeveer een halfjaar te blijven gebruiken. U voorkomt hiermee dat de depressie terugkomt.
Werking
Het kan twee tot vier weken duren voordat u het effect van venlafaxine merkt. De eerste weken kunt u wel last krijgen van de bijwerkingen en angstgevoelens. Stop dan niet met het gebruik, meestal verminderen de bijwerkingen als u gewend bent geraakt aan het medicijn. Vaak verdwijnen ze zelfs.
Klik voor meer informatie over medicijnen bij depressie.
Angstgevoelens en gespannenheid
Verschijnselen
Iedereen is wel eens angstig. Angst is een normale reactie bij dreigend gevaar. Het leidt tot voorzichtigheid of tot vluchten, en is dus een nuttige vorm van zelfbescherming.
Soms is iemand angstig terwijl daar weinig aanleiding voor is, bijvoorbeeld als u niet naar buiten durft, of geen boodschappen durft te doen in een drukke winkel. We spreken dan van een angststoornis.
Angst geeft vaak klachten als hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen en prikkelbaarheid. Hevige angst kan leiden tot hartkloppingen, benauwdheid, zweten, pijn op de borst, trillen, het gevoel flauw te vallen of tintelingen in de armen en benen.
Behandeling
Angstgevoelens en gespannenheid worden meestal behandeld met psychotherapie (gesprekken), met medicijnen, zoals venlafaxine of met een combinatie van beide. Uw arts zal samen met u afwegen welke aanpak het beste is in uw situatie.
Effect
Venlafaxine vermindert vooral de angstgevoelens zoals piekeren, slaapproblemen, prikkelbaarheid en trillen.
Venlafaxine werkt bij ongeveer zeven op de tien mensen. Het is belangrijk het medicijn minstens een half jaar tot een jaar te blijven gebruiken. U voorkomt hiermee dat de klachten terugkomen.
WerkingHet kan twee tot zes weken duren voordat u het effect van venlafaxine merkt. De eerste twee weken van de behandeling kunnen de angstklachten zelfs toenemen. Ook kunt u de eerste tijd last krijgen van de bijwerkingen. Stop dan niet met het gebruik, meestal verminderen de bijwerkingen als u gewend bent geraakt aan het medicijn. Vaak verdwijnen ze zelfs.
Klik voor meer informatie over medicijnen bij angstgevoelens en gespannenheid.
Sociale fobie
Verschijnselen
Bij een sociale fobie hebben mensen een extreme en ongegronde angst voor kritiek van anderen. Men heeft daarbij last van lichamelijke verschijnselen, zoals trillen, zweten, blozen en hartkloppingen. Hiervan heeft iedereen wel eens in geringe mate last.
Behandeling
Als de klachten extreem vaak voorkomen en zeer heftig zijn, kunnen ze uw welzijn sterk verminderen.
Gesprekken met een psychiater of psycholoog (gedragstherapie) vormen de basis van de behandeling. Deze behandeling werkt bij drie op de vier mensen. Wanneer u ook last heeft van depressieve klachten of angstgevoelens kan uw arts adviseren om ook venlafaxine te gebruiken.
Effect
U merkt het effect van venlafaxine niet meteen. Dit kan drie tot vier maanden duren. Ondanks dat kunt u wel meteen na het begin van de behandeling last krijgen van bijwerkingen. Stop dan niet met het gebruik, want meestal verminderen de bijwerkingen als u gewend bent geraakt aan het medicijn. Vaak verdwijnen ze zelfs.
Het is belangrijk het medicijn minimaal een half jaar tot een jaar te blijven gebruiken. U voorkomt hiermee dat de klachten terugkomen.
Klik voor meer informatie over medicijnen bij sociale fobie.
Paniekstoornis
Verschijnselen
Bij een paniekstoornis heeft u ongewoon sterke aanvallen van paniek. U krijgt dan allerlei lichamelijke verschijnselen, zoals zweten, trillen, duizeligheid, misselijkheid slappe benen en hartkloppingen. U kunt tijdens een aanval het gevoel hebben dat u doodgaat of gek wordt.
Hiervan heeft iedereen wel eens in geringe mate last, maar bij een paniekstoornis heeft u ongewoon sterke aanvallen van paniek. De aanvallen beheersen dan uw leven. Ook kunt u een voortdurende angst hebben om opnieuw een paniekaanval te krijgen. Sommige mensen proberen ook de situatie waarin een paniekaanval ontstaat te vermijden. Soms lukt het niet meer te gaan werken of naar buiten te gaan (straatvrees) uit angst voor een nieuwe aanval.
Behandeling
Iedereen heeft wel eens een lichte mate van paniek ervaren, maar als de klachten extreem vaak voorkomen en zeer heftig zijn, dan kunnen ze uw welzijn en dat van de mensen in uw omgeving sterk verminderen.
De behandeling van een paniekstoornis bestaat uit gesprekken met een arts of psycholoog (gesprekstherapie). Vaak wordt deze gesprekstherapie gecombineerd met een antidepressivum, zoals venlafaxine.
Effect
Venlafaxine vermindert de kans op en de ernst van een paniekaanval. Ook zorgt venlafaxine ervoor dat de paniek tijdens een aanval minder heftig is. Het werkt bij zes op de tien mensen. Het is belangrijk het medicijn minimaal een jaar te blijven gebruiken. U voorkomt hiermee dat de klachten terugkomen.
Bij stoppen met het medicijn keren de paniekaanvallen meestal terug, als er verder niets is veranderd door bijvoorbeeld gedragstherapie.
Werking
Het kan twee tot zes weken duren voordat u het effect van venlafaxine merkt. De eerste twee weken van de behandeling kunnen de paniekklachten zelfs toenemen. Ook kunt u de eerste tijd last krijgen van de bijwerkingen. Stop dan niet met het gebruik, meestal verminderen de bijwerkingen als u gewend bent geraakt aan het medicijn. Vaak verdwijnen ze zelfs.
Klik voor meer informatie over medicijnen bij paniekstoornis.
Posttraumatische stressstoornis
Verschijnselen
Een posttraumatische stressstoornis kan ontstaan na een traumatische gebeurtenis. Bijvoorbeeld een bedreiging, een verkrachting, een ramp of een ongeluk.
Als het niet lukt dit te verwerken, kan iemand een posttraumatische stressstoornis krijgen. Dit kan direct na de traumatische gebeurtenis beginnen, of pas veel later.
Men krijgt dan verschijnselen van toegenomen angst of spanning die er voor de traumatische gebeurtenis niet waren, bijvoorbeeld slecht slapen, concentratieproblemen of heftige schrikreacties. Ook beleeft men details van de gebeurtenis vaak opnieuw in de vorm van nachtmerries of herinneringen die men niet uit het hoofd kan zetten.
Behandeling
Om de traumatische gebeurtenis te verwerken, kunnen gesprekken met een psychiater of psycholoog (psychotherapie) helpen. Soms schrijft uw arts u een medicijn voor dat kan helpen tegen de verschijnselen van een posttraumatische stressstoornis, zoals angst.
Meestal wordt eerst voor een ander antidepressivum gekozen, zoals paroxetine. Als andere antidepressiva niet werken, kan uw arts venlafaxine voorschrijven.
Effect
Het effect van venlafaxine merkt u niet meteen, maar pas na twee tot vier weken. De eerste twee weken van de behandeling kunt u zelfs meer last van angst krijgen. Ook heeft u de eerste weken meer kans op bijwerkingen. Stop dan niet met het gebruik, meestal verminderen de bijwerkingen als u gewend bent geraakt aan het medicijn. Vaak verdwijnen ze zelfs.
Het is belangrijk het medicijn minimaal een half jaar tot een jaar te blijven gebruiken. U voorkomt hiermee dat de klachten terugkomen.
Klik voor meer informatie over medicijnen bij posttraumatische stressstoornis.
Overgangsklachten
Verschijnselen
Tussen het 40e en 55e levensjaar neemt de activiteit van de eierstokken geleidelijk af, waarna vrouwen in de overgang komen. De laatste menstruatie heet de menopauze.
Na de menopauze maakt het lichaam minder oestrogenen aan dan tijdens de vruchtbare levensfase. Dit kan soms overgangsklachten geven, zoals opvliegers, zweetaanvallen, slaapproblemen, prikkelbaarheid en stemmingswisselingen.
Ook kunnen overgangsklachten ontstaan na een operatieve verwijdering van de eierstokken. De menopauze begint dan eerder.
Behandeling
Als opvliegers heel hinderlijk worden, kan de arts een medicijn voorschrijven. Artsen schrijven venlafaxine voor aan vrouwen die opvliegers hebben en geen vrouwelijke hormonen (oestrogenen) mogen gebruiken, zoals bij borstkanker. Het wordt oorspronkelijk gebruikt bij depressiviteit, maar blijkt ook opvliegers te kunnen voorkomen.
Effect
Venlafaxine werkt alleen tegen de opvliegers en zweetaanvallen en niet tegen andere overgangsklachten. Het vermindert de ernst en de frequentie van de opvliegers.
Klik voor meer informatie over medicijnen bij overgangsklachten.

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen
Venster sluiten
Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Bijwerkingen treden niet bij iedereen op, maar alleen bij personen die daar gevoelig voor zijn.
De meeste bijwerkingen zijn in de eerste week het meest uitgesproken en nemen daarna af of verdwijnen zelfs. Ze gaan weer over als u met het medicijn stopt.
De meest voorkomende bijwerkingen zijn maagdarmklachten, hoofdpijn, seksuele stoornissen, sufheid, slapeloosheid, vreemde dromen, nervositeit, droge mond, wazig zien, gewichtsverandering, duizeligheid, flauwvallen, trillen, gapen, bibberen en hart-vaatklachten.
Soms- Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, verstopping, verminderde eetlust, diarree en braken. Dit gaat meestal binnen enkele dagen over als u gewend bent geraakt aan het medicijn. U heeft minder last van deze bijwerkingen als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Ook kunt u de arts vragen een dosering voor te schrijven waarmee u langzamer opbouwt.
Heeft u ooit een maag- of darmzweer gehad of een andere ernstige maag- of darmaandoening, zoals een maag- of darmbloeding? U heeft dan meer kans op bijwerkingen op maag en darmen. Overleg met uw arts. Mogelijk schrijft uw arts behalve dit medicijn ook een maagbeschermend medicijn voor. - Hoofdpijn en zweten. Dit treedt vooral op aan het begin van de behandeling en wordt vanzelf minder. Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.
- Tijdelijke seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen, moeilijke erectie en een vertraagde zaadlozing. Deze bijwerkingen gaan over als u met het medicijn stopt. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.
Zelden
- Sufheid, slaperigheid en een verminderd reactievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw oplettendheid erg nodig is, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of het bewaken van een proces op het werk. Onderneem geen risicovolle activiteiten als u last heeft van deze bijwerkingen.
- Slapeloosheid, vreemde dromen en nervositeit. Heeft u hier last van, en gebruikt u het een keer per dag? Neem het dan altijd 's ochtends in.
- Droge mond. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in uw gebit ontwikkelen. Poets en flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker controleren.
- Wazig zien. Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.
- Gewichtsverandering. Vraag uw huisarts om een verwijzing naar een diëtist als de gewichtsverandering te groot en ongewenst is.
- Duizeligheid en flauwvallen, door een lagere bloeddruk. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt het beste even gaan liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Raadpleeg uw arts als u hier last van blijft houden.
- Trillen of gapen.
- Hartklachten, zoals een hoge bloeddruk of een verlaagde bloeddruk, hartkloppingen en een versnelde hartslag. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft. Zeer zelden hartritmestoornissen. Dit merkt u aan plotselinge duizeligheid of kortdurend buiten bewustzijn raken. Dit komt vooral voor bij mensen met een bepaalde hartritmestoornis, namelijk het aangeboren verlengde QT-interval. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft. Overleg met uw arts. Mogelijk kan uw arts u een ander medicijn voorschrijven.
Zeer zelden
- Moeilijk kunnen stilzitten en rusteloosheid. Vooral mensen met de ziekte van Parkinson kunnen hier meer last van krijgen. Raapleeg uw arts als dit gebeurt, mogelijk moet de dosering van venlafaxine verlaagd worden.
- Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.
- Haaruitval. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
- Hallucinaties (dingen zien en horen die er niet werkelijk zijn). Raadpleeg dan uw arts.
- Sneller en langer bloeden bij een verwonding. Dit merkt u ook aan blauwe plekken en bloedneuzen. Raadpleeg uw arts als u daar veel last van heeft. Dit medicijn kan problemen geven bij bloedingen. Meld daarom uw arts dat u dit medicijn gebruikt wanneer u een operatie moet ondergaan.
- Mensen met epilepsie hebben kans op een toename van het aantal aanvallen. Overleg hierover met uw arts.
- Leveraandoeningen. U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw bij deze klachten uw arts.
- Stemmingsverandering, toename van depressieve gedachten, vijandige gevoelens naar zichzelf of anderen. Dit kan zich uiten in agressie, zelfverwonding of gedachten aan zelfmoord. Neem contact met uw arts op als depressieve gevoelens juist toenemen of verergeren. Jongeren onder de 18 jaar hebben meer kans op deze bijwerkingen. Artsen schrijven dit medicijn daarom meestal niet aan hen voor.
- Huiduitslag, jeuk en galbulten. Raadpleeg in dat geval uw arts. Mogelijk is er sprake van een allergische reactie op het medicijn en moet u met het medicijn stoppen. In zeldzame gevallen ontstaat er bij allergie koorts, opgezwollen lippen, tong of gezicht of overgevoeligheid voor zonlicht. Stop dan meteen het gebruik en raadpleeg uw arts. Bij allergie mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor venlafaxine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.
Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van een van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.
3 Hoe, wanneer en hoe lang?
Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.
Hoe?
- Slik de capsules in hun geheel door. De capsules niet kauwen of fijnmaken, omdat ze dan al de venlafaxine gelijk afgeven. Ze zijn namelijk zo gemaakt dat de werkzame stof langzaam vrij komt, zodat ze langer werken.
- Ook tabletten waar 'retard' op staat (op de tablet zelf of op het doosje) niet kauwen of fijnmaken, want ook deze geven de werkzame stof langzaam vrij. Gewone tabletten kunt u eventueel wel kapotmaken.
Wanneer?
Verdeel uw doses zo goed mogelijk over de dag. Het beste kunt u het innemen bij het eten. Dan heeft u de minste kans op bijwerkingen op de maag. Als u dit medicijn één keer per dag inneemt kunt u dat het beste 's avonds doen, omdat u dan het minst last van de sufheid heeft.
Hoe lang?
- Depressiviteit. Als het medicijn na zes weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal zes maanden blijven gebruiken. Anders heeft u kans dat de depressiviteit terugkomt.
- Angstgevoelens en gespannenheid. Als het medicijn na zes weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal een half jaar tot een jaar blijven gebruiken.
- Sociale fobie. Als het medicijn na vier maanden nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog een half jaar tot een jaar blijven gebruiken.
- Paniekstoornis. Als het medicijn na zes weken nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog een jaar blijven gebruiken.
- Posttraumatische stressstoornis. Als het medicijn na drie maanden nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog minstens een jaar blijven gebruiken.
- Overgangsklachten. Als het medicijn na acht weken geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts.
Bespreek gedurende de hele behandeling alle veranderingen in uw gedrag of stemming steeds met uw arts. Het kan zijn dat u niet goed of onvoldoende op dit medicijn reageert, en misschien meer baat zult vinden bij een ander medicijn.
4 Dosis vergeten?
Het is belangrijk dat u dit medicijn consequent blijft slikken. Mocht u toch een dosis vergeten:
- als u dit medicijn één keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan acht uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan acht uur? Sla de vergeten dosis dan over.
- Als u dit medicijn twee keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan vier uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan vier uur? Sla de vergeten dosis dan over.
- Als u dit medicijn drie keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan twee uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan twee uur? Sla de vergeten dosis dan over.
5 Autorijden, alcohol, voeding
autorijden?
Sommige medicijnen hebben invloed op het reactievermogen. Het is dan strafbaar om aan het verkeer deel te nemen. Als u bij een ongeval betrokken raakt terwijl uw rijvaardigheid is beïnvloed, bent u wettelijk aansprakelijk voor de gevolgen. Of dit medicijn de rijvaardigheid beïnvloedt, leest u hieronder.
Of u mag autorijden, hangt af van uw aandoening en de dosering. Bij bepaalde aandoeningen mag u niet autorijden. Overleg met uw arts of u met uw medicijn en/of aandoening mag autorijden.
Bij gebruik van een lage dosering (tot en met 75 mg tweemaal per dag)
Bij gebruik van een lage dosering (tot en met 75 mg twee maal per dag) kan dit medicijn bepaalde bijwerkingen veroorzaken en deze kunnen uw rijvaardigheid verminderen. Daarom wordt autorijden afgeraden als deze bijwerkingen optreden. Deze bijwerkingen zijn wazig zien, sufheid, vermoeidheid, slaperigheid, en duizeligheid. Beoordeel zelf of u last van deze bijwerkingen heeft en rijd in dat geval geen auto. Neem, zover dit mogelijk is, het medicijn voor het slapengaan in, dan heeft u minder last van deze bijwerkingen.
Tips voor als u besluit te gaan autorijden
- Meent u dat u kunt autorijden, vraag dan iemand om de eerste keren naast u te zitten en uw rijvaardigheid te beoordelen. Voor uzelf is het vaak moeilijk te zien of u minder goed rijdt. Deze persoon kan dan zien of u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
- Rijd niet als u onscherp ziet.
- Rijd niet als u suf, slaperig, vermoeid, of duizelig bent, moeite heeft u te concentreren of wakker te blijven of als u niet weet langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
- Rijd niet als u alcohol heeft gebruikt. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn in belangrijke mate.
- Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
- Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
Rijd geen auto als u dit medicijn gebruikt in combinatie met andere medicijnen die uw rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
Bij gebruik van een hoge dosering (meer dan 75 mg tweemaal per dag)
Bij gebruik van een hoge dosering (meer dan 75 mg twee maal per dag) kan dit medicijn bepaalde bijwerkingen veroorzaken en deze kunnen uw rijvaardigheid verminderen. Deze bijwerkingen zijn wazig zien, sufheid, vermoeidheid, slaperigheid en duizeligheid. Door deze bijwerkingen is de invloed van dit medicijn op uw rijvaardigheid in de eerste week van gebruik groter dan na het drinken van twee standaardglazen alcoholische drank. Het drinken van meer dan twee glazen alcoholische drank veroorzaakt een hoeveelheid alcohol in het bloed groter dan 0.5 promille (‰). Bij meer dan 0.5‰ mag u volgens de wet niet meer autorijden. Na gebruik gedurende een week, raken de meeste mensen gewend aan deze bijwerkingen en kunnen ze wel weer autorijden. Rijd daarom geen auto gedurende de eerste week dat u dit medicijn gebruikt. Beoordeel na een week hoeveel last u van de bijwerkingen heeft. Rijd geen auto als u last van deze bijwerkingen heeft. Neem, zover dit mogelijk is, het medicijn voor het slapengaan in, dan heeft u minder last van deze bijwerkingen.
Tips voor als u na een week wilt autorijden
- Meent u dat u kunt autorijden, vraag dan iemand om de eerste keren naast u te zitten en uw rijvaardigheid te beoordelen. Voor uzelf is het vaak moeilijk te zien of u minder goed rijdt. Deze persoon kan dan zien of u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
- Rijd niet als u onscherp ziet.
- Rijd niet als u suf, slaperig, vermoeid of duizelig bent, moeite heeft u te concentreren of wakker te blijven of als u niet weet langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
- Rijd niet als u alcohol heeft gebruikt. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn in belangrijke mate.
- Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
- Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
Rijd geen auto als u dit medicijn gebruikt in combinatie met andere medicijnen die uw rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
alcohol?Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan venlafaxine, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.
alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.
6 Wisselwerking
Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.
De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.
- Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnenis vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld reactievermogen en coördinatievermogen versterken elkaar. Rijd geen auto als u naast paroxetine een ander medicijn gebruikt dat het reactievermogen beïnvloedt.
- De plastabletten chloortalidon, chloorthiazide, hydrochloorthiazide, epitizide en indapamide. Als u een van deze medicijnen samen met venlafaxine gebruikt, heeft u de eerste weken een verhoogde kans op een tekort aan natrium in het bloed. Dat kan vooral ontstaan door vochtverlies, zoals bij braken, diarree, koorts en hitte. U merkt dat aan plotselinge ernstige vermoeidheid, sufheid, slecht aanspreekbaar zijn, verminderde eetlust, braken en diarree. Waarschuw dan meteen uw arts.
- Atazanavir, darunavir, efavirenz, fosamprenavir, indinavir, lopinavir, nelfinavir, ritonavir, saquinavir, tipranavir, medicijnen tegen hiv en aids. Deze medicijnen remmen de afbraak van venlafaxine, waardoor u meer last kunt krijgen van de bijwerkingen van venlafaxine. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.
Bij combinatie met de volgende medicijnen is er een kleine kans op een ernstige bijwerking, het serotoninesyndroom.
- De pijnstillers pethidine en tramadol, en het antibioticum linezolid. Overleg bij deze medicijnen met uw arts. Misschien kan uw arts u een ander medicijn voorschrijven die dit risico niet heeft. Moet u de combinatie wel gebruiken, let dan op de verschijnselen, zoals trillen, beven, bewegingsdrang, spiertrekkingen, opgewondenheid, verwardheid, angst, koorts, zweten, versnelde hartslag en een verminderd bewustzijn. Er is bij deze verschijnselen niet altijd sprake van het serotoninesyndroom. Sommige van deze bijwerkingen kunnen ook bij uw ziekte horen of vanzelf weer weg gaan. Raadpleeg bij twijfel wel uw arts, omdat het een ernstige bijwerking is. Vertel ook aan mensen uit uw naaste omgeving over deze bijwerkingen, omdat u ze door de verwardheid en het verminderde bewustzijn mogelijk niet altijd merkt. Zij kunnen dan contact opnemen met de huisarts.
Bij de volgende medicijnen is de kans op deze bijwerking relatief groot. Deze mag u niet samen met venlafaxin gebruiken. Overleg met uw arts.
- Selegiline
- en rasagiline, medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, en
fenelzine, tranylcypromine en moclobemide, medicijnen tegen depressie. Ook als u al bent gestopt met venlafaxine, duurt het een week voor u deze medicijnen veilig kunt gebruiken. Andersom duurt het twee weken voor u, na stoppen met deze medicijnen, met venlafaxine mag beginnen. Bij moclobemide kunt u wel direct na het stoppen met venlafaxine beginnen.
7 Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Gebruik dit medicijn NIET tijdens de zwangerschap. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Meld het in elk geval aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Zo mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een ander medicijn.
Borstvoeding
Gebruik dit medicijn NIET als u borstvoeding geeft of stop de borstvoeding. Dit medicijn komt in de moedermelk. Het kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan de arts u tijdelijk een ander medicijn voorschrijven, waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.
8 Stoppen
Bouw bij voorkeur langzaam af over een periode van minstens twee weken. Na plotseling stoppen krijgen sommige mensen last van angst, slapeloosheid, onrust, duizeligheid, hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid, vermindering van eetlust en zweten. Deze verschijnselen treden vaak pas één tot vier dagen na plotseling stoppen op en zijn na twee weken meestal over.
Niet iedereen heeft evenveel last van ontwenningsverschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert. Als u er geen last van heeft kunt u misschien sneller afbouwen. Vraag uw arts of apotheker hierbij om advies.
Als u dit medicijn gebruikt tegen een depressiviteit: wees erop bedacht dat het effect van venlafaxine pas na een aantal weken maximaal is en dat het medicijn daarna nog minstens zes maanden moet blijven gebruiken. Als u eerder stopt, heeft u kans dat de depressie terugkomt.
9 Hoe te verkrijgen
Venlafaxine is sinds 1993 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Efexor en als het merkloze Venlafaxine in capsules en tabletten.
Klik hier voor meer informatie over : Efexor, Venlafaxine
Laatst gewijzigd: 20-7-2010
Deze tekst is opgesteld door het Wetenschappelijk Instituut van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. De officieel geregistreerde gegevens van dit medicijn bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen vindt u op: www.cbg-meb.nl . Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.
- Instructie video's
- Gerelateerde klachten & ziektes

Efexor (venlafaxine)





