Medicijn

Medicijn: Haldol

print
Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt?

Haldol
De werkzame stof in Haldol is haloperidol.



Haloperidol behoort tot de klassieke antipsychotica. Het remt in de hersenen de effecten van de natuurlijk voorkomende stof dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, dementie, tics, dwangstoornissen, misselijkheid en braken en hik.



Psychose

Verschijnselen
Bij een psychose ervaart men zichzelf en de wereld om zich heen anders dan de werkelijkheid. Men spreekt dan van wanen en hallucinaties. Psychotische mensen wantrouwen hun omgeving vaak en zijn verward. Een psychose kan voor zowel de patiënt als de omgeving zeer beangstigend zijn.

Oorzaken
Psychosen kunnen in verschillende situaties optreden, bijvoorbeeld bij schizofrenie, depressiviteit, tijdens een manie bij manische depressiviteit, bij dementie, alcoholontwenning, extreme angst of bij vergiftigingen zoals van alcohol, drugs en sommige medicijnen. Het wordt in de laatste gevallen ook vaak een delirium genoemd. Een delirium duurt veel minder lang dan een psychose.

Werking
Haloperidol vermindert het effect van natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen, zoals dopamine. Hierdoor onderdrukt het de verschijnselen van een psychose of delirium.

De druppels en tabletten werken na enkele uren en hebben ongeveer een halve dag lang effect.

Er zijn injecties die na 20 minuten werken en ongeveer een halve dag lang effect hebben. Er zijn ook injecties die na 3-9 dagen beginnen te werken en die 4 weken lang effect hebben.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij psychose.

Schizofrenie

Verschijnselen
Schizofrenie is een psychische aandoening met stoornissen in het denken, het waarnemen en het gevoelsleven. De belangrijkste verschijnselen bij schizofrenie zijn de psychoses en verwardheid.

Bij een psychose ervaart men zichzelf en de wereld om zich heen anders dan de werkelijkheid. Men spreekt dan van wanen en hallucinaties.

Mensen met schizofrenie voelen zich vaak ook depressief, angstig, schuldig of gespannen, waardoor zij zichzelf kunnen verwaarlozen, moeilijk sociale contacten leggen en zich afsluiten van de buitenwereld. Men noemt dit de 'negatieve verschijnselen' van schizofrenie.

Werking
Haloperidol onderdrukt de verschijnselen van een psychose, maar werkt nauwelijks tegen de 'negatieve verschijnselen'. Hierboven leest u hoe haloperidol werkt bij psychosen.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij schizofrenie.

Manie

Verschijnselen
Een manie is een periode van overdreven opgewektheid, met veel onrealistische plannen en acties. Mensen steken zich in deze periode vaak in de schulden en ondernemen activiteiten waar ze later spijt van hebben. Soms heeft men ook last van wanen en hallucinaties.

Meestal treedt een manie op bij iemand die lijdt aan manische depressiviteit. Bij deze ziekte wisselen ernstig depressieve periodes zich af met manische periodes.
Soms komen ze min of meer gelijktijdig voor en heeft men tijdens de manische periode ook depressieve gevoelens.

Behandeling
Bij een manie schrijven artsen lithium of valproïnezuur voor, of een antipsychoticum, zoals zuclopentixol. Soms worden beide gecombineerd.

Werking
De druppels en tabletten werken na enkele uren en hebben ongeveer een halve dag lang effect.

Er zijn injecties die na 20 minuten werken en ongeveer een halve dag lang effect hebben. Er zijn ook injecties die na 3-9 dagen beginnen te werken en die 4 weken lang effect hebben.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij manie.

Onrust

Door psychiatrische aandoeningen, zoals autisme, en bij hersenbeschadigingen kunnen kinderen of volwassenen soms zeer onrustig, agressief of angstig zijn.

Behandeling
Als dit niet op een andere manier goed onder controle is te krijgen, schrijven artsen rustgevende medicijnen voor. Meestal is dat een antipsychoticum, zoals risperidon of haloperidol.

Werking
Haloperidol vermindert de verschijnselen.

De druppels en tabletten werken na enkele uren en hebben ongeveer een halve dag lang effect.

Er zijn injecties die na 20 minuten werken en ongeveer een halve dag lang effect hebben. Er zijn ook injecties die na 3-9 dagen beginnen te werken en die 4 weken lang effect hebben.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij onrust.

Dementie

Mensen met dementie hebben niet alleen last van ernstige geheugenstoornissen, maar zijn vaak ook zeer onrustig, angstig, agressief en hebben wanen. Wanen zijn vreemde gedachten over de buitenwereld die niet kloppen met de werkelijkheid, zoals achtervolgingswaan.

Behandeling
Tegen onrust, agressiviteit en wanen schrijven artsen soms een antipsychoticum voor, zoals haloperidol.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij dementie.

Tics

Verschijnselen
Bij het syndroom van Gilles de la Tourette heeft men last van zich telkens herhalende bewegingen of spiertrekkingen van het gezicht, schouders of armen en van het maken van geluiden, zoals snuiven, grommen of dwangmatig vloeken.

Behandeling
Haloperidol vermindert soms de tics, maar ook angstgevoelens en de dwanghandelingen van het syndroom van Gilles de la Tourette.

De druppels en tabletten werken na enkele uren en hebben ongeveer een halve dag lang effect.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij tics.

Dwangstoornis

Verschijnselen
Een dwangstoornis, zoals smetvrees, is een angststoornis waarbij mensen de drang voelen om voortdurend bepaalde handelingen uit te voeren, zoals overdreven vaak schoonmaken en wassen. Een medische term voor een dwangstoornis is een 'obsessief-compulsieve stoornis'.

Behandeling
Gesprekken met een psychiater of psycholoog (gedragstherapie) vormen de basis van de behandeling. Deze behandeling werkt bij 3 op de 4 mensen. Wanneer u ook last heeft van depressieve klachten of angstgevoelens kan uw arts u een antidepressivum adviseren. Als dit onvoldoende werkt, helpt het vaak om ook nog een antipsychoticum zoals haloperidol, te gebruiken.

Effect
Bij ongeveer de helft van de mensen vermindert de dwangstoornis na enkele weken.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij dwangstoornis.

Misselijkheid en braken

Oorzaak
Misselijkheid en braken ontstaan doordat het braakcentrum in de hersenen wordt geprikkeld. De prikkels kunnen afkomstig zijn uit het evenwichtsorgaan, ergens vanuit de hersenen, of van de maag en darmen.

Behandeling
Haloperidol wordt gebruikt als andere medicijnen tegen misselijkheid onvoldoende effect hebben. Bijvoorbeeld bij ernstige misselijkheid na een operatie, bij chemotherapie of bij mensen die op sterven liggen, als andere middelen niet voldoende helpen.

Werking
Haloperidol blokkeert de prikkeling van het braakcentrum. Hierdoor neemt misselijkheid en braakneiging af.

De druppels en tabletten werken na enkele uren en hebben ongeveer een halve dag lang effect.

Een injectie werkt na 20 minuten en heeft ongeveer een halve dag lang effect.


Klik voor meer informatie over medicijnen bij misselijkheid en braken.

Voortdurende hik

Oorzaak
Bij hik trekt het middenrif (een spier tussen buik en longen) vanzelf samen. Het kan ontstaan door te snel eten of drinken, niet goed kauwen of door koolzuurhoudende dranken. Ook alcohol kan hik veroorzaken. De zenuwen in de keel en het middenrif worden hierdoor geprikkeld en het middenrif trekt samen (krampen).

Soms hebben mensen met een aandoening van de longvliezen of de maag vaak de hik.

Meestal is de hik onschuldig, het gaat in het algemeen na korte tijd weer over. Een enkele keer houdt de hik echter verschillende dagen of langer aan. Dit kan leiden tot pijn in de borst en tot uitputting.

Behandeling
Rustig eten en drinken is de beste manier om hikaanvallen te voorkomen. Mocht dit niet voldoende helpen dan is haloperidol een mogelijkheid.

Hoe haloperidol bij de hik werkt is niet bekend.

Behandeling
Rustig eten en drinken is de beste manier om hikaanvallen te voorkomen. Bij lang aanhoudende hik helpt haloperidol soms. Hoe dit middel werkt bij hik, is niet bekend.

Meestal geeft de arts u eerst een injectie met haloperidol, waarna u de volgende dagen tabletten gebruikt.
Klik voor meer informatie over medicijnen bij voortdurende hik.

Op welke bijwerkingen moet ik letten?vraagteken.gif
Uitleg frequenties:

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Venster sluiten

Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig

  • Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen.  

Soms

  • Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte. Ook kan een depressie ontstaan of een bestaande depressie verergeren.
  • Bewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid (akathisie), plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht (dystonie) en spierstijfheid (parkinsonisme).
    Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken.
    Door deze bijwerkingen kunt u ook spier- of gewrichtspijn krijgen.
    Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen.
    Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
    Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts de dosering verlagen of u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.
    Zelden ontstaan ’late bewegingsstoornissen’ (tardieve dyskinesie) U merkt ze in eerste instantie aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht.Of aan buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
    Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na langdurig gebruik (meerdere maanden). Soms komen ze pas aan het licht als u met dit medicijn bent gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af, maar bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over.
  • Sufheid, slaperigheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u `s nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
  • Hoofdpijn. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

Zelden

  • Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.
  • Gewichtsafname en minder eetlust hebben. Als de eetlust niet vanzelf terugkomt en u veel last heeft van gewichtsafname, raadpleeg dan uw arts.
  • Bij vrouwen kan de menstruatie stoppen. Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het medicijn komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, raadpleeg dan uw arts.
  • Maagklachten. Dit kunt u voorkomen of verminderen door de tabletten tijdens het eten in te nemen.
  • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel.
  • Pijn en irritatie op de injectieplaats. Als u haloperidol als injectie in de spier krijgt, kan dit pijnlijk zijn. Ook kunt u last krijgen van een onderhuidse knobbel op de injectieplaats. Dit verdwijnt vanzelf na een paar dagen.
  • Kwijlen, vooral tijdens de slaap. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

Zeer zelden

  • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken.
    Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.
  • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.
  • Huiduitslag, roodheid, jeuk, overmatig zweten of overgevoeligheid voor zonlicht. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van blijft houden. Als u overgevoelig bent voor zonlicht, blijf dan uit de directe zon of smeer u in met zonnebrandcrème met een hoge factor.
  • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste 2 weken van het gebruik of binnen 2 weken na een verhoging van de dosering.
  • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.
  • Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.
  • Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
  • Ontsteking van de lever. Bij geelzucht moet u direct een arts waarschuwen.
  • Droge mond, droge ogen en wazig zien. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.
  • Dit medicijn kan bij mensen met epilepsie een aanval uitlokken. Ook andere antipsychotica hebben deze bijwerking. Artsen kiezen bij mensen met epilepsie vaak voor haloperidol omdat het minder kans op een aanval geeft dan de meeste andere antipsychotica.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingspatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum voor u geschikter.


Hoe moet ik dit medicijn gebruiken?

Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

Hoe?

  • Tabletten: innemen met een half glas water of met een andere drank.
  • Druppels: druppel deze in een half glas water of in een andere drank (geen alcoholische drank). Drink dit dan op. Eventueel kunt u de druppels ook innemen zonder water of andere drank.
  • Injecties: deze zal de arts of verpleegkundige toedienen. Meestal is dat elke 4 weken.

Hoe lang?

Schizofrenie
Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose (terugval) groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.

  • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken, voor u kunt proberen te stoppen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
  • Heeft u al eerder een psychose gehad, dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.

Manie
Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van haloperidol langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met haloperidol, om een nieuwe manie te voorkomen.

Onrust
Haloperidol wordt meestal gedurende meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, agressiviteit of angst. De dosering wordt meestal wel verlaagd als de verschijnselen afnemen.

Tics en dwangstoornissen
Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal meerdere jaren blijven gebruiken.

Ernstige misselijkheid of hik
Zolang u hier last van heeft.


Wat moet ik doen als ik een dosis ben vergeten?

Het is belangrijk dit medicijn consequent te gebruiken. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

Tabletten en druppels

  • Als u dit medicijn 1 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 8 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 8 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
  • Als u dit medicijn 2 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 4 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 4 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
  • Als u dit medicijn 3 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 2 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 2 uur? Sla de vergeten dosis dan over.

Injectie
Als u de afspraak voor een injectie vergeten bent, maak dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.


Als ik dit medicijn gebruik, mag ik dan...

autorijden?
Dit medicijn vermindert de rijvaardigheid door de bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, wazig zien en duizeligheid. Hierdoor heeft u een grotere kans op een verkeersongeval.

Het is strafbaar aan het verkeer deel te nemen als uw rijvaardigheid is verminderd. Als u bij een ongeval betrokken raakt, kunt u aansprakelijk zijn.
Of en wanneer u weer mag autorijden, hangt af van uw aandoening, de duur van het gebruik en hoe lang u last blijft houden van bijwerkingen.

Bij gebruik voor psychiatrische aandoeningen: mensen met deze aandoeningen mogen vaak niet autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is.
Als u ondanks uw aandoening toch mag autorijden, kunt u hieronder het advies voor dit medicijn vinden.

Rijd geen auto totdat u gedurende 4 dagen dezelfde dosering gebruikt. Beoordeel daarna hoeveel last u van de bijwerkingen heeft.
Iedereen reageert echter anders. Rijd nog niet als u wel last heeft van de hierboven genoemde bijwerkingen.

Bent u door dit medicijn wel suf of slaperig en gebruikt u het één keer per dag? Neem het dan voor u gaat slapen in, zodat u er overdag minder last van heeft.

Tips voor als u weer gaat autorijden

  • Rijd niet als u onscherp ziet.
  • Rijd niet als u suf voelt. Bijvoorbeeld als u zich moeilijk kunt concentreren, traag reageert of met moeite wakker kunt blijven. Een aanwijzing dat u niet alert was, ia sl u zich niet herinnert langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
  • Drink geen alcohol als u moet rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn.
  • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
  • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
  • Bedenk dat het voor uzelf moeilijk te merken is als u minder goed rijdt. Een medepassagier kan dat vaak beter inschatten. Bijvoorbeeld omdat u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.

alcohol drinken?
Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan dit medicijn, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

roken?
Roken versnelt de afbraak van dit medicijn. Als u stopt met roken, kan de hoeveelheid van dit medicijn in het bloed toenemen. Hierdoor kan het sterker werken of bijwerkingen geven. Overleg met uw arts voordat u gaat stoppen met roken. Het kan nodig zijn dat uw arts de dosering dan verlaagt.
Overleg ook met uw arts als u lange tijd niet heeft gerookt en (weer) bent begonnen. Dan is het misschien nodig dat uw arts de dosering van dit medicijn juist verhoogt.

alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.


Heeft dit medicijn een wisselwerking met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u meer van dergelijke medicijnen gebruikt.
  • Veel medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, en haloperidol verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
    Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.
  • Bij combinatie van haloperidol met een van de volgende medicijnen heeft u een verhoogd risico op hartritmestoornissen. U kunt last krijgen van plotselinge duizelingen of kortdurend buiten bewustzijn raken. Gebruik de volgende medicijnen NIET samen met haloperidol: amiodaron, arseentrioxide, azitromycine, chloorpromazine, chloroquine, citalopram, claritromycine, disopyramide, domperidon, droperidol, erytromycine, escitalopram, flecaïnide, ibutilide, kinidine, methadon, moxifloxacine, pentamidine, pimozide, sevofluraan, sotalol en vandetanib. Overleg met uw arts. Mogelijk kan hij een ander medicijn voorschrijven.
  • De medicijnen tegen hiv-infectie efavirenz, etravrine en nevirapine. Deze medicijnen verminderen de effectiviteit van haloperidol. Overleg met uw arts als u één of meer van deze medicijnen gebruikt.
  • Ritonavir, een ander medicijn tegen hiv-infectie. De hoeveelheid haloperidol in het bloed kan door dit medicijn stijgen. Hierdoor zijn de werking en de bijwerkingen sterker. Uw arts zal de hoeveelheid in het bloed in de gaten houden. Meld het aan uw arts als u sterkere bijwerkingen ervaart. 

Door de volgende medicijnen kan haloperidol sneller uit het lichaam verdwijnen. Het is dan slechter werkzaam. Neem contact op met uw arts als u één van de volgende medicijnen gebruikt:

  • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon.
  • De medicijnen tegen tuberculose rifabutine en rifampicine.
  • Bosentan, een medicijn tegen pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige vorm van hoge bloeddruk in de longen.

Uw arts kan dan als dat nodig is de dosering van haloperidol aanpassen. Let u wel op dat als u met één van bovenstaande medicijnen stopt, het effect van haloperidol juist kan toenemen. Overleg daarom altijd eerst met uw arts als u met één van deze medicijnen wilt stoppen.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.


Kan ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?
Zwangerschap
Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen.

Als u dit medicijn gebruikt en u denkt erover zwanger te worden, overleg dan met uw arts. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

Borstvoeding
Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn gebruikt. Het komt in de moedermelk en kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Wilt u wel borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
Kan ik zomaar met dit medicijn stoppen?
  • Stop niet zomaar met dit medicijn: veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
  • Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van meerdere weken tot maanden. Als u geleidelijk afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Bovendien voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen, zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels. Zorg er ook voor dat u de voortekenen voor een nieuwe psychose kunt herkennen, zodat u onmiddellijk aan de bel kunt trekken als het toch mis dreigt te gaan.
  • De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas 1 tot 4 dagen na plotseling stoppen op en zijn na 2 weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwennings-verschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
  • Ook nadat u bent gestopt kunnen de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht, buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen nemen in de loop van de maanden af en zijn na een aantal jaar meestal verdwenen.

Recept nodig en welke toedieningsvormen?
Haloperidol is sinds 1959 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Haldol en als het merkloze Haloperidol in tabletten, druppels en injecties.
Wilt u meer weten over de prijs en vergoeding van uw medicijn, lees dan verder in het thema prijzen en vergoedingen van medicijnen.

Klik hier voor meer informatie over : Haldol, Haloperidol

Persoonlijk advies
Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Breng dan een bezoek aan uw eigen apotheek. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik.
Zoek een apotheek bij u in de buurt:
Heeft u niet gevonden wat u zocht?
Stel een vraag aan de apotheker:
Laatst gewijzigd:16-5-2013

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. De officieel geregistreerde gegevens van dit medicijn bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen vindt u op: www.cbg-meb.nl . Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

Ervaringen van andere gebruikers (U verlaat apotheek.nl)

Meldingen over Haloperidol

14 maart 2014

Ik heb geen last meer van druk en stemmen in mijn hoofd, dat is heel fijn.

12 februari 2014

Bijwerking scheve mond, ben nu gestopt, maar het trekt niet weg... bezint eer ge begint met dit medicijn.

5 januari 2014

Slechte bijwerking : Mijn zoon heeft een eerste inspuiting gekregen van 100 ml en enkele dagen later zijn we naar de spoed moeten gaan omdat hij last ha...

  • Gerelateerde klachten & ziektes
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten