Thema: Anticonceptiepil
Anticonceptiepillen

De pil slikken is een zeer betrouwbare methode om zwangerschap te voorkomen. De pil is dan ook het meest gebruikte voorbehoedmiddel in Nederland. Maar ook al is hij al jaren ingeburgerd, u kunt toch nog vragen hebben. Als u hier het antwoord niet vindt, raadpleeg dan uw huisarts of apotheek.

Werking

De werkzame stoffen in de pil zijn hormonen. Ze lijken op de hormonen die in de eierstokken van een vrouw worden aangemaakt, oestrogeen en progestageen. Die regelen de maandelijkse cyclus. Ze zorgen dat er elke maand een eicel vrijkomt (de eisprong of ovulatie), dat het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd en later weer wordt afgestoten als de eicel niet bevrucht is (de menstruatie).

De hormonen in de pil zorgen dat er juist géén eicel vrijkomt. Ze beïnvloeden ook de baarmoederwand, zodat een bevrucht eitje zich daar niet kan nestelen. Bovendien wordt het slijm in de baarmoederhals dikker, waardoor de zaadcellen minder goed in de baarmoeder kunnen doordringen. Deze drie effecten zorgen er samen voor dat de pil zeer betrouwbaar is voor het voorkomen van een zwangerschap.

Soorten

Er zijn verschillende soorten pillen. Het verschil zit in de hoeveelheid hormonen die erin zit en de onderlinge verhouding tussen de hormonen.

  • De éénfasepil bevat een vaste dosis oestrogeen en progestageen. Alle pillen in een strip zijn hetzelfde.
  • De twee- en driefasenpil bevatten ook oestrogeen en progestageen, maar de verhouding verschilt per fase. In een strip zitten verschillend gekleurde pillen die in de juiste volgorde gebruikt moeten worden.
  • De minipil bevat alleen een kleine dosis progestageen.

Meestal zitten er 21 pillen in een strip. Daarna volgt de pauzeweek. Sommige merken hebben strips met 22 pillen en een pauzeweek van zes dagen. Ook zijn er strips met 28 pillen. De laatste vier pillen bevatten dan geen hormonen.

Betrouwbaarheid

Als u de pil zorgvuldig volgens de gebruiksaanwijzing slikt, is hij zeer betrouwbaar, ook in de pauzeweek.

  • De éénfasepil is bijna honderd procent betrouwbaar.
  • De twee- en driefasenpillen zijn even betrouwbaar, maar alleen als ze in de goede volgorde worden ingenomen.
  • De minipil is iets minder betrouwbaar dan de andere soorten.

Alternatieven

Andere anticonceptiemethoden zijn bijvoorbeeld het gebruik van condooms, het spiraaltje, het implantatiestaafje, de prikpil, de anticonceptiepleister en de vaginale ring.

  • Condooms zijn redelijk veilig, maar ze kunnen afglijden, of kapotgaan. Daardoor is de veiligheid minder dan die van de pil. Voordeel is, dat condooms ook beschermen tegen geslachtsziekten.
  • Er zijn verschillende soorten spiraaltjes. In het algemeen zijn ze minder betrouwbaar dan de eenfasepil, behalve het spiraaltje dat levonogestrel bevat. Dat is één van de hormonen die ook in de anticonceptiepil zitten. Dat spiraaltje is zelfs nog iets betrouwbaarder dan de eenfasepil. Het wordt eens in de vijf jaar aangebracht in de baarmoeder en geeft gedurende deze tijd langzaam de werkzame stof af.
  • Het implantatiestaafje wordt eens per drie jaar aan de binnenzijde van de bovenarm ingebracht. Wanneer het goed wordt ingebracht is het ten minste even betrouwbaar als de eenfasepil.
  • De prikpil wordt eens per twaalf weken toegediend en is als hij goed en op tijd wordt toegediend even betrouwbaar als de eenfasepil.
  • De anticonceptiepleister bevat dezelfde soorten hormonen als de anticonceptiepil. De pleister wordt gedurende drie weken eenmaal per week aangebracht. De hormonen worden gedurende die week langzaam afgegeven. Hierna volgt een stopweek.
  • De vaginale anticonceptiering bevat dezelfde soorten hormonen als de anticonceptiepil. De ring wordt een keer per maand vaginaal ingebracht. Hij blijft dan drie weken zitten en geeft langzaam de hormonen af. Hierna wordt de ring verwijderd en begint de pauzeweek.
Beginnen

Als u de pil wilt gaan gebruiken, neem dan contact op met uw huisarts. Hij of zij zal u een aantal vragen stellen en bepalen welke soort pil voor u het meest geschikt is. Met het recept van de huisarts kunt u de pil bij de apotheek halen.

Gebruikstips

  • Lees de bijsluiter goed door.
  • Neem de pil altijd op een vast tijdstip in, en combineer het innemen met andere vaste routines. Dan vergeet u hem minder snel. Neem hem bijvoorbeeld na het tandenpoetsen in.
  • Houd bij een meerfasenpil altijd de volgorde aan die op de pilstrip is aangegeven.
  • Slik de pil altijd in z`n geheel door.
  • Zitten er 21 (of 22) pillen in een strip, dan wacht u 7 (of 6) dagen als de strip leeg is. In die week (de pauzeweek) krijgt u een bloeding die lijkt op de menstruatie. Na 7 (of 6) dagen begint u aan de volgende strip. U neemt de eerste pil van een strip dus altijd op dezelfde dag van de week.
  • Zitten er 28 pillen op een strip, dan begint u als de strip leeg is meteen met de volgende. De laatste vier pillen bevatten namelijk geen hormonen. Sommige mensen vinden het makkelijker om iedere dag een pil te slikken en geen pauzeweek te hebben. Ook bij deze pillen krijgt u een bloeding tussen de 24ste en de 28ste dag.
  • Begint u de pil te slikken op de eerste dag van de menstruatie dan bent u meteen tegen zwangerschap beschermd. Als u op een andere dag begint, werkt de pil nog niet meteen; u moet nog 7 dagen een extra voorbehoedmiddel gebruiken, zoals een condoom.

Controle

U kunt na een paar maanden met uw huisarts bespreken of de pil u bevalt en of u last hebt van bijwerkingen. Inwendig onderzoek is niet nodig.

Na de bevalling

  • Geeft u flesvoeding, begin dan 3 weken na de bevalling met de pil of een ander voorbehoedmiddel. Begin bij de minipil al 2 weken na de bevalling.
  • Geeft u volledige borstvoeding en hebt u geen vaginaal bloedverlies, dan is de kans dat u zwanger wordt in de eerste vier maanden na de bevalling heel klein. Wilt u niet zwanger raken, gebruik dan voor de zekerheid condooms.
  • Eventueel kunt u vanaf 6 weken na de geboorte van uw kind met de pil beginnen. Daardoor kan de borstvoeding echter teruglopen. Alleen de minipil heeft geen invloed op borstvoeding. Maar die is wel iets minder veilig.
  • Gebruik in ieder geval een voorbehoedmiddel als u bijvoeding gaat geven of als u weer ongesteld wordt.

Overleg met uw huisarts als u twijfelt wanneer u het beste de pil kunt gaan slikken.

Na een abortus of miskraam

Na een abortus of een miskraam kunt u dezelfde dag of de volgende dag beginnen met de pil. U bent dan meteen beschermd tegen zwangerschap.

Twijfels

Soms is het onzeker of de pil wel voldoende bescherming biedt, namelijk als u bent vergeten een pil in te nemen of als u moet overgeven of waterdunne diarree hebt.

Vergeten

Een pil wordt als echt vergeten beschouwd als deze meer dan 12 uur te laat wordt ingenomen. Als u 1 pil vergeet (meer dan 12 uur te laat inneemt), kunt u de vergeten pil toch nog gewoon innemen en is de pil nog steeds betrouwbaar. Met uitzondering van de eerste maand dat u de pil gebruikt. Als u meer dan 1 pil vergeet, kan de betrouwbaarheid afnemen. Het maakt verschil in welke periode u de pillen vergeten bent. Ook hangt het advies af van welke anticonceptiepil u gebruikt. Zie hiervoor de adviezen die beschreven staan bij de teksten van de verschillende anticonceptiepillen op deze site (bij Medicijnen, of zoek op deze site op de merknaam van uw pil). 

Braken of diarree

Als u binnen drie uur na het innemen van de pil moet overgeven of waterdunne diarree krijgt, is het niet zeker of de pil werkt. Het kan zijn dat de pil nog niet (helemaal) in het lichaam is opgenomen en u de rest kwijt bent geraakt via braken of diarree. Neem enkele uren later een nieuwe pil in uit een reservestrip. Wacht daar liefst mee tot de misselijkheid wat is afgenomen. Hebt u een meerfasenpil met verschillend gekleurde pillen in een strip, neem dan dezelfde kleur uit een reservestrip. Als u de pil al langere tijd (langer dan 1 maand) gebruikt, is het ook mogelijk één pil over te slaan en de volgende dag verder te gaan met de pilstrip.

Als u 36 uur na de vorige pil nog moet braken of nog dunne diarree hebt, of als het de eerste maand is dat u de pil gebruikt, kan dan voor meer informatie bij de tekst over uw eigen anticonceptiepil elders op deze site. Daar staat bij elk anticonceptiemiddel het advies wat u moet doen bij het kopje 'Hoe' en het kopje 'Dosis vergeten'. 

Bijwerkingen

Sommige vrouwen hebben last van bijwerkingen van de pil, zoals:

  • gevoelige of gespannen borsten
  • hoofdpijn
  • stemmingsveranderingen
  • misselijkheid
  • gewichtstoename
  • doorbraakbloedingen

Deze bijwerkingen komen vooral voor als u met de pil begint. Ze gaan doorgaans binnen enkele dagen tot maanden over. Houdt u er last van, overleg dan met uw huisarts

Kans op kanker
In het algemeen heeft de pil weinig of geen invloed op het ontstaan van kanker. Zeker niet nu de meeste pillen slechts een geringe dosis oestrogeen bevatten.

Kans op trombose
Het pilgebruik vergroot de kans op veneuze trombose. Dat is een bloedstolsel in een ader, meestal in het been. Het is te herkennen aan een pijnlijke plek op het been die ook dik, hard en rood is. In zeldzame gevallen treedt kortademigheid op, soms met pijn of het ophoesten van bloed. Neem in dat geval meteen contact op met uw huisarts.

De kans op trombose is klein: gemiddeld 1 op de 5000 pilgebruiksters krijgt veneuze trombose. Ter vergelijking: van de vrouwen die de pil niet gebruiken krijgen er 1 à 2 per 20.000 trombose. Door de pil is het risico dus twee tot vier keer hoger. Als iemand ook een erfelijke stollingsafwijking heeft, wordt het risico wel veel hoger. De kans op trombose is het grootst in het eerste jaar van het pilgebruik.

Sommige soorten pillen geven meer risico op trombose dan andere: het risico is het hoogst bij pillen die desogestrel en gestodeen bevatten, maar is dan nog steeds laag. Bij vrouwen die voor het eerst de pil gaan gebruiken, wordt aanbevolen een pil zonder desogestrel of gestodeen te kiezen.

Wisselwerkingen
Sommige medicijnen maken de pil minder betrouwbaar; de voornaamste zijn:

  • middelen tegen epilepsie
  • sommige middelen tegen tuberculose
  • middelen tegen schimmelinfecties (antimycotica)

Informatie daarover staat altijd in de bijsluiter van die medicijnen. Bovendien houdt de apotheek bij welke medicijnen u gebruikt en wordt u gewaarschuwd als een middel niet goed samengaat met de pil.

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

  • Gerelateerde thema's
  • Gerelateerde klachten & ziektes
  • Vragen over anticonceptiepil
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten