Thema: Depressie
Depressie

Iedereen heeft wel eens een slechte dag, een dipje, een sombere bui. Dat is vervelend, maar niet erg. Goed gezelschap, een leuke gebeurtenis, of gewoon lekker bezig zijn zorgen ervoor dat die bui weer overdrijft. Bij een depressie is er meer aan de hand: depressie is een ziekte.

Depressie

Als de somberheid lang aanhoudt en ervoor zorgt dat u het dagelijks leven niet goed aankunt, dan is er mogelijk sprake van een depressie.

Wat is depressie?
Depressie is een stemmingsstoornis. De belangrijkste kenmerken zijn somberheid en het verlies van belangstelling en plezier in de dingen die u anders altijd wel interesseren. Meestal zijn er ook andere klachten, zoals slecht of juist veel slapen, veel of juist weinig eten, moeheid en concentratieproblemen.

Men spreekt pas van een depressie als een combinatie van die verschijnselen langer dan 2 weken aanhoudt. Een depressie kan enkele maanden duren.

Hoe ontstaat depressie?

  • Erfelijkheid kan een rol spelen bij het ontstaan van depressies. Dan komen depressies in de familie vaker voor.
  • Een depressie kan volgen op ingrijpende gebeurtenissen, zoals het verlies van een dierbaar persoon, ontslag, verhuizing of het verlies van uw gezondheid. Vaak is er een direct verband, maar soms komt de depressie pas later en is het verband met een eerdere gebeurtenis niet meer zo duidelijk.
  • Het overmatig gebruik van alcohol of drugs kan het ontstaan van een depressie in de hand werken. Er zijn mensen die hun somberheid juist met drank of drugs proberen te verlichten. Dat geeft dan een extra probleem.
  • Bepaalde ziekten kunnen depressies bevorderen, bijvoorbeeld schildklier- en bijnierschorsafwijkingen, diabetes en hart- en vaatziekten.
  • Persoonlijke eigenschappen kunnen invloed hebben op het ontstaan van depressies. Mensen die veel van zichzelf eisen, weinig zelfvertrouwen hebben en bang zijn om fouten te maken, hebben meer kans op een depressie dan mensen die wat makkelijker leven. Ook mensen die moeite hebben met het oplossen van problemen en het omgaan met emoties, of niet makkelijk steun vragen, zijn gevoeliger voor depressies.

Soorten depressies
Elke depressie is anders. Iemand met een lichte depressie heeft last van enkele kenmerken van een depressie. Terwijl iemand met een ernstige depressie last heeft van bijna alle kenmerken van een depressie. Een depressie kan het dagelijks leven flink verstoren.

Verder zijn er verschillende soorten depressies.

  • Mensen met een seizoensgebonden depressie worden somber als de dagen korter worden. Ze zijn 's winters depressief en knappen in het voorjaar weer op. Sommige mensen zijn juist in het voorjaar of de zomer depressief. De seizoensgebonden depressie wordt ook wel winterdepressie, herfstdepressie en voorjaarsmoeheid genoemd.
  • Een postpartum-depressie ontstaat na een bevalling. Soms beginnen de klachten pas na enkele weken of als de jonge moeder stopt met borstvoeding geven of weer gaat werken. Een kind krijgen brengt grote veranderingen met zich mee op hormonaal, emotioneel en sociaal gebied. Daardoor kan een jonge moeder in een depressie raken. Een postpartum-depressie wordt ook wel postnatale depressie genoemd.
  • Er is ook een lichte, maar min of meer chronische vorm van depressie. Wie daaraan lijdt, is soms jarenlang neerslachtig, maar heeft behalve dat vaak weinig andere verschijnselen. Deze vorm van depressie wordt dysthymie genoemd.
  • Bij een bipolaire stoornis (manische depressiviteit) kan iemand afwisselend depressief en manisch zijn. De manische fase is het tegenovergestelde van de depressie. Dan is iemand overactief, vrolijk en vol zelfvertrouwen. De volgorde van de depressie en de manische fase en hoe lang de klachten duren, verschilt per persoon.
Verschijnselen

Bij een depressie kunnen behalve neerslachtigheid allerlei verschijnselen optreden, zoals nare gevoelens, negatieve gedachten en lichamelijke klachten. Bijvoorbeeld:

Stemming en gevoelens

  • lusteloosheid; nergens belangstelling voor hebben
  • prikkelbaarheid
  • een gevoel van leegte
  • gevoelens van machteloosheid, wanhoop en angst
  • huilen zonder dat dit oplucht of willen huilen maar het niet kunnen

Gedachten en gedrag

  • vergeetachtigheid en besluiteloosheid
  • moeite zich te concentreren
  • schuldgevoelens, zelfverwijten
  • zichzelf niets waard vinden
  • piekeren
  • traagheid in praten, denken en bewegen
  • denken aan de dood; niet meer willen leven

Lichamelijke klachten

  • vermoeidheid
  • gebrek aan eetlust of juist overdreven veel willen eten
  • moeite met inslapen, doorslapen of juist heel veel slapen. 
  • lichamelijke onrust
  • weinig zin in vrijen
  • diverse vage klachten, bijvoorbeeld hoofdpijn, duizeligheid, hartkloppingen of trillende handen.

Sommige mensen voelen zich 's ochtends het vervelendst en knappen in de loop van de dag iets op. Anderen voelen zich 's avonds juist slechter.

Zelfzorg

Een depressie gaat niet zo maar weer over. Meestal duurt dat enkele maanden. Maar wie depressief is, kan zelf een aantal dingen doen om zich beter te voelen.

Acceptatie
In de eerste plaats is het belangrijk te erkennen dat het om een depressie gaat. Misschien zijn er dingen gebeurd die de depressie hebben veroorzaakt, zoals een grote verandering of een verlies. Geef uw gevoelens daarover de ruimte. Het is normaal om over zulke dingen verdrietig of boos te zijn.

Contact
Praat met de mensen in uw naaste omgeving over uw gevoelens. Probeer ook andere contacten te onderhouden, ook als u er niet veel zin in hebt. Zoek het niet in cafébezoek of feestjes waar iedereen vrolijk en gezellig 'moet' zijn, maar ga iets prettigs doen met iemand die u goed kent, bijvoorbeeld wandelen, sporten, winkelen of klussen.

Beweging
Zorg dat u elke dag in beweging bent. Ga fietsen of wandelen, sporten of tuinieren. Lichamelijke inspanning helpt tegen de depressieve gevoelens. Bovendien slaapt u er waarschijnlijk beter door.

Eten, drinken, slapen
Probeer een vaste dagindeling aan te houden. Sta steeds op dezelfde tijd op, of u nu goed geslapen hebt of niet. Eet 3 maaltijden per dag en houd daar ook vaste tijden voor aan. Ga ook weer op een vaste tijd naar bed. Beperk het gebruik van alcohol en drugs.

Verwachtingen
Stel niet te hoge eisen aan uzelf. Een depressie maakt dat u niet veel kunt presteren. Verwacht u te veel van uzelf, dan leidt dat tot teleurstelling, zelfverwijt of schuldgevoel. Daarvan wordt de depressie alleen maar erger.

Begeleiding

Een luisterend oor en erkenning voor uw problemen zijn belangrijk. Het kan voor de mensen in uw omgeving echter soms moeilijk zijn uw klachten op te vangen. Dan is het beter professionele hulp te zoeken, zeker als de klachten lang aanhouden.

Huisarts
Uw huisarts kan u begeleiden als u depressief bent. Hij of zij zal met u bespreken hoe u het beste met uw klachten om kunt gaan en u vragen regelmatig op het spreekuur te komen. De huisarts kan u ook medicijnen voorschrijven, maar dat is lang niet altijd nodig.

Psychologische hulp
Als het nodig is dieper in te gaan op de onderliggende problemen, kan de huisarts u – als u dat zelf wilt – verwijzen naar een psycholoog, psychotherapeut of psychiater. De hulp kan bijvoorbeeld bestaan uit individuele gesprekken of groepstherapie.

Maatschappelijk werk
Er kunnen allerlei praktische en maatschappelijke problemen aan de depressie ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld slechte huisvesting, problemen op het werk of in het gezin, of ruzie met de buren. In zulke gevallen kan een maatschappelijk werker u helpen vat te krijgen op de oorzaken van de depressie.

Medicijnen

Er zijn verschillende medicijnen die kunnen helpen tegen depressie. De meeste middelen gaan pas na een paar weken werken.

Alle geneesmiddelen tegen depressie kunnen bijwerkingen geven. De een heeft daar meer last van dan de ander. Bijwerkingen kunnen bijvoorbeeld zijn maagdarmklachten, slapeloosheid, hoofdpijn, zweten, trillen, seksuele stoornissen, droge mond, sufheid, wazig zien, bloedingen, gewichtsveranderingen, overgevoeligheidsreacties en rusteloosheid. Sommige bijwerkingen kunnen al in de eerste weken van het gebruik optreden. Meestal gaan de bijwerkingen na een paar weken over.

Welk middel bij u het beste werkt en de minste bijwerkingen geeft, is een kwestie van proberen. Enkele middelen zijn niet geschikt voor mensen met hartklachten of andere aandoeningen, of niet te combineren met sommige geneesmiddelen.

U kunt met geneesmiddelen tegen depressie beter niet abrupt stoppen: dat geeft klachten. Verminder de dosis langzaam, in overleg met uw arts.

Hieronder volgen de voornaamste groepen geneesmiddelen.

Serotonineheropnameremmers
Serotonineheropnameremmers (SSRI's) regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine, een stof die van nature in de hersenen voorkomt en die invloed heeft op stemming en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming. Voorbeelden zijn citalopram, fluoxetine, paroxetine en sertraline. 

Tricyclische antidepressiva
Tricyclische antidepressiva (TCA's) regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en norepinefrine (noradrenaline). Dat zijn stoffen die van nature in de hersenen voorkomen. Ze hebben invloed op stemming en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming. Voorbeelden zijn amitriptyline, imipramine en nortriptyline.

Venlafaxine
Venlafaxine is een middel met een antidepressieve werking. Het regelt de hoeveelheid serotonine in de hersenen. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming.

Tetracyclische antidepressiva
Tetracyclische antidepressiva regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en norepinefrine (noradrenaline). Dat zijn stoffen die van nature in de hersenen voorkomen. Ze hebben invloed op stemming en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming. Voorbeelden zijn mirtazapine en mianserine.

MAO-remmers
MAO-remmers regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en noradrenaline (norepinefrine), twee stoffen die van nature in de hersenen voorkomen. Hierdoor worden de verschijnselen van de depressie minder. Voorbeelden zijn fenelzine, moclobemide en tranylcypromine.

Lithium
Lithium is een middel dat wordt gebruikt bij een bipolaire stoornis (manische depressiviteit). Lithium kan een manische bui stoppen en voorkomt sterke stemmingsschommelingen. Lithium wordt soms ook gegeven bij ernstige depressiviteit zonder manieën als antidepressiva alleen niet voldoende helpen. Hoe de werking van lithium precies tot stand komt, is niet bekend. Waarschijnlijk heeft het invloed op de overdracht van prikkels in de hersenen.

Antipsychotica
Antipsychotica worden gebruikt bij een zeer ernstige depressie waarbij verschijnselen van een psychose optreden, zoals wanen en hallucinaties. Antipsychotische middelen onderdrukken deze verschijnselen. Soms worden deze middelen in combinatie met andere antidepressieve middelen gebruikt.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen klassieke en atypische antipsychotica.

  • Atypische antipsychotica regelen in de hersenen de hoeveelheid van twee van nature voorkomende stoffen: dopamine en serotonine. Voorbeelden zijn clozapine, olanzapine, quetiapine en risperidon.
  • Klassieke antipsychotica verminderen in de hersenen het effect van de van nature voorkomende stof dopamine. Vanwege de rustgevende werking worden de klassieke antipsychotica ook gebruikt bij manische depressiviteit. Voorbeelden zijn broomperidol, chloorprotixeen, flufenazine, flupentixol, haloperidol, perfenazine, periciazine, pimozide en zuclopentixol.

Bupropion
Bupropion regelt in de hersenen de hoeveelheid noradrenaline (norepinefrine) en dopamine, twee natuurlijk voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming.

Lamotrigine
Lamotrigine wordt soms gegeven als antidepressiva en lithium niet voldoende helpen. Lamotrigine voorkomt sterke stemmingsschommelingen. Het werkt in het algemeen beter tegen de depressies dan tegen de manie.

Sint-janskruid
Sint-janskruid (hypericum) is een middel met een antidepressieve werking. Er zijn vele verschillende middelen op de markt met sint-janskruid. Sommige medicijnen met sint-janskruid zijn bij de overheid geregistreerd als officieel geneesmiddel. Deze zijn alleen in de apotheek verkrijgbaar zonder recept.

Andere middelen met sint-janskruid zijn kruidenmiddelen en hoeven geen constante hoeveelheid werkzame stof te bevatten en de werkzaamheid is niet onderzocht. Overleg met uw arts als u dit middel wilt gaan gebruiken. Het gaat niet altijd samen met andere medicijnen.

Hoe sint-janskruid precies werkt, is nog niet helemaal bekend. Sint-janskruid vermindert de depressie en verbetert de stemming.

Links

www.depressiecentrum.nl
Het Depressie Centrum zet zich in voor mensen met een depressie en hun naasten. Het centrum wil iedereen die met depressies te maken heeft zo goed mogelijk informeren over preventie, diagnostiek en behandeling van depressies.  

Trimbos
Trimbos-instituut is het landelijk kennisinstituut voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg. Hier vindt u uitgebreide informatie over depressie, een chronisch depressieve stemming (dysthymie) en bipolaire (manisch depressieve) stoornissen. 

NPCF
Op de site van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) vindt u een handreikingen met tips voor het praten met uw arts of apotheker over medicijnen bij depressie.

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

  • Gerelateerde thema's
  • Gerelateerde klachten & ziektes
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten