Thema: Diabetes en de apotheek
Bloedsuiker

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een van de meest voorkomende chronische ziekten in Nederland. Meer dan 800.000 mensen hebben het. Ten minste 200.000 mensen weten het nog niet.

Heeft u diabetes? In dit thema vindt u informatie over de behandelingen. Ook kunt u lezen wat de apotheek voor u kan betekenen.

Wat is diabetes?

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een stofwisselingsziekte. Bij mensen met diabetes zit er te veel glucose in het bloed. Om glucose te kunnen opnemen, hebben de cellen het hormoon insuline nodig. 

Er zijn twee typen diabetes: type 1-diabetes en type 2-diabetes. 9 op de 10 mensen hebben type 2-diabetes. 

  • Type 2-diabetes. Deze vorm komt vooral voor bij ouderen en bij mensen die te zwaar zijn. Doordat steeds meer kinderen te dik zijn, komt type 2-diabetes steeds vaker op jongere leeftijd voor. Bij dit type diabetes maakt het lichaam wel insuline aan, maar raken de lichaamscellen ongevoelig voor insuline. Ze nemen glucose daardoor minder goed op.
  • Type 1-diabetes. Bij deze vorm maakt het lichaam geen insuline. Het is niet bekend wat hiervan de oorzaak is. Maar erfelijke aanleg speelt een rol. Vaak ontstaat deze vorm van diabetes al op jonge leeftijd.

Welke behandelingen zijn er?

De behandeling van diabetes bestaat uit een dieet en soms medicijnen. Hiermee is de ziekte goed onder controle te houden. De behandeling heeft als doel dat de de hoeveelheid glucose in het bloed normaal blijft.

Dieet
Vooral voor mensen met type 2-diabetes die te zwaar zijn, is een dieet belangrijk. Afvallen zorgt ervoor dat de cellen weer wat gevoeliger voor insuline worden. Alle diabetespatiënten zullen een nieuw evenwicht moeten vinden tussen de hoeveelheid koolhydraten die zij eten en de hoeveelheid insuline in hun bloed.

Medicijnen die de bloedglucose verlagen
Dit zijn medicijnen die worden gebruikt bij type-2-diabetes. Meestal zijn dit tabletten die u in moet nemen. Deze medicijnen heten 'orale bloedglucoseverlagende medicijnen'. Deze medicijnen zorgen ervoor dat de alvleesklier meer insuline aanmaakt. Of ze maken lichaamscellen gevoeliger voor de werking van insuline. Hierdoor zal de hoeveelheid glucose in het bloed dalen.

De meest gebruikte medicijnen zijn de volgende.

  • Metformine. Dit medicijn verbetert de gevoeligheid van de lever en de spieren voor insuline. Hierdoor kunnen de cellen in de lever en spieren meer glucose opslaan. Het teveel aan glucose verdwijnt uit het bloed.
  • De sulfonylureumverbindingen, gliclazide, glimepiride, tolbutamide en glibenclamide. Deze medicijnen stimuleren de aanmaak van insuline. Daardoor verdwijnt het teveel aan glucose uit het bloed.
  • Pioglitazon. Dit medicijn maakt de lichaamscellen gevoeliger voor insuline. En verbetert de opname van glucose vanuit het bloed in de lichaamscellen. Hierdoor daalt de bloedglucosewaarde.

Er zijn ook andere bloedglucoseverlagende medicijnen. Artsen schrijven deze medicijnen minder vaak voor. Dit zijn de volgende. 

  • Acarbose. Dit medicijn vertraagt de afbraak van koolhydraten in de darm. Hierdoor komt glucose uit voedsel langzaam vrij. Het komt dan langzamer in het bloed terecht.
  • Repaglinide. Dit medicijn zorgt ervoor dat het lichaam meer insuline gaat aanmaken. Hierdoor daalt de hoeveelheid glucose in het bloed.
  • De DPP-4-remmers, linagliptine, saxagliptine, sitagliptine en vildagliptine. Deze medicijnen zorgen ervoor dat darmhormonen langer blijven werken. Hierdoor stimuleren deze medicijnen de alvleesklier langer om insuline af te geven. 
  • De incretine-achtige stoffen exenatide en liraglutide. Deze medicijnen prikkelen de alvleesklier om meer insuline af te geven. En ze zorgen ervoor dat de lever minder glucose aan het bloed afgeeft. Ook zorgen ze ervoor dat het lichaam minder glucose uit het voedsel opneemt. Het resultaat is dat de hoeveelheid glucose in het bloed daalt.

Soms werkt één medicijn niet goed genoeg. Dan kan de arts u een combinatie van medicijnen voorschrijven. Helpt dit ook niet? Dan zal de arts u adviseren insuline te gaan spuiten.

Insuline
Insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen glucose opnemen. Mensen met type 1-diabetes maken zelf geen insuline. Zij moeten daarom insuline spuiten. Bij type 2-diabetes schrijft de arts insuline pas voor als een dieet en tabletten niet voldoende helpen. Hoeveel en hoe vaak u insuline moet spuiten, verschilt per persoon. Er zijn verschillende typen insuline.

  • Kortwerkend. Dit type verlaagt de hoeveelheid bloedglucose al na 10 tot 30 minuten. Het blijft 2 tot 8 uur werken.
  • Middellangwerkend. Dit type werkt na 1 tot 2 uur. Het blijft 16-24 uur werken.
  • Langwerkend. Als u dit type insuline volgens het voorschrift gebruikt, heeft het een continue werking over de hele dag.

Ook de plaats van de injectie bepaalt hoe lang het duurt voor insuline gaat werken: 

  • Buik: snel. 
  • Bovenbeen of bil: langzaam.

De drie meest gebruikte schema's om insuline te spuiten, zijn de volgende.

  • Eenmaal per dag: middellangwerkende insuline vaak samen met een oraal bloedglucoseverlagend medicijn. De insuline spuit u 's avonds in.
  • Tweemaal per dag: een combinatie van een kortwerkende insuline en een (middel)langwerkende insuline. Vaak samen met een oraal bloedglucoseverlagend medicijn. De insuline spuit u in vóór het ontbijt en vóór het avondeten.
  • Viermaal per dag: driemaal per dag vóór het eten een kortwerkende insuline. Eenmaal vóór het slapengaan een (middel)langwerkende insuline.
Wat kan de apotheek voor u doen?

Heeft u diabetes? De apotheekmedewerkers kunnen u op verschillende manieren helpen.

Begeleiden medicijngebruik
Komt u voor het eerst medicijnen voor uw diabetes halen? Dan krijgt u uitleg over de werking van uw medicijnen. Ook krijgt u informatie over de bijwerkingen die u kunt verwachten. Natuurlijk kunt u vragen wat u nog wilt weten over uw nieuwe medicijn.

Komt u voor de tweede keer uw medicijnen halen? Dan zal de apotheekmedewerker aan u vragen hoe het gegaan is. En of u nog bijwerkingen heeft opgemerkt. Heeft u last van bijwerkingen? Dan krijgt u informatie hoe u die problemen zo veel mogelijk kunt verhelpen. Heeft u zelf nog vragen? Stel ze gerust.

Instructies
De apotheekmedewerker kan u uitleg geven over hoe u op de juiste manier insuline spuit. Ook kan zij uitleggen hoe u uw bloedglucose kunt meten. En over hoe u uw bloedglucosemeter moet gebruiken. U kunt ook het instructiefilmpje op deze site bekijken.

Hulpmiddelen
In de apotheek kunt u verschillende hulpmiddelen krijgen.

  • Insulinepen. Hiermee spuit u op een gemakkelijke manier insuline.
  • Insulinepompje. Een pompje dat u altijd bij u draagt. Dit pompje geeft voortdurend insuline af aan het lichaam. U krijgt dit pompje als insuline-injecties de bloedglucose niet goed kunnen regelen. Voor de maaltijd voegt u zelf extra insuline toe om de piek in de bloedglucose op te vangen. Vindt u het lastig om zelf het pompje te vullen? Dat kunnen ze in de apotheek voor u doen.
  • Bloedglucosemeter en teststrips. Deze heeft u nodig om uw bloedglucosewaarde te meten. In de apotheek kunt u ook laten controleren of de bloedglucosemeter nog goed werkt.
  • Bloedprikapparaatjes met lancetten. Hiermee prikt u een druppel bloed uit uw vinger om uw bloedglucosewaarde te meten. In de apotheek kunnen ze u uitleggen hoe u het apparaatje moet gebruiken.
  • Naaldencontainer. Hierin kunt u uw naalden en lancetten veilig weggooien.

Gebruikt u ook andere medicijnen?
Andere medicijnen kunnen invloed hebben op uw bloedglucose. Het apotheekteam controleert of de medicijnen geschikt zijn voor u. Bij problemen overleggen zij met uw arts om een oplossing te vinden. Of zij geven u advies over hoe u de medicijnen veilig kunt gebruiken.

  • Bètablokkers, zoals atenolol, metoprolol, propranolol, sotalol en timolol. Wanneer u een bètablokker gebruikt, voelt u minder snel dat u een verlaagde bloedglucosewaarde ('hypo') heeft. Dat komt omdat deze medicijnen de waarschuwende signalen van een 'hypo' onderdrukken. Voorbeelden van deze signalen zijn trillen en hartkloppingen. Andere verschijnselen verdwijnen niet, zoals zweten, wazig zien en een hongergevoel. Let daarom extra op deze laatste signalen.
  • In sommige dranken zit veel suiker, zoals bepaalde hoestdranken. Houd hier rekening mee. U kunt bijvoorbeeld uw dieet aanpassen of de dosering insuline. Of u kunt een suikervrije drank gebruiken. Vraag dit na aan het apotheekteam. 
  • Sommige medicijnen kunnen de bloedglucosewaarde verhogen ('hyper'). Voorbeelden hiervan zijn:
    - antipsychotica, zoals olanzapine en risperidon
    - corticosteroïden, zoals dexamethason en prednisolon
    - bepaalde plasmiddelen, zoals chloortalidon en hydrochloorthiazide Controleer bij deze medicijnen vaker uw bloedglucosewaarde. 
  • Sommige medicijnen kunnen de bloedglucosewaarde verlagen ('hypo'). Voorbeelden hiervan zijn:
    - ACE-remmers, zoals enalapril en lisinopril
    - disopyramide
    - somatropine
    - octreotide
    - lanreotide
    Controleer bij deze medicijnen vaker uw bloedglucosewaarde.

Meer informatie over deze medicijnen kunt u op deze website vinden bij 'Medicijnen'.

Waar kunt u meer informatie vinden?

www.apotheek.nl
Op deze website staat nog meer nuttige informatie over diabetes. Er is een instructiefilmpje over het meten van bloedglucose en spuiten van insuline. Bij 'Medicijnen' staat medicijninformatie over insuline. Ook vindt u op deze website informatie over andere aandoeningen, medicijnen en apotheken.

www.thuisarts.nl
Website met informatie over gezondheid en ziekte. Huisartsen hebben deze website samengesteld.

www.kijkopdiabetes.nl
Bent u 45 jaar of ouder? Dan heeft u misschien een verhoogd risico op diabetes. De Kijk op diabetes risicotest meet uw risico om diabetes te krijgen. U moet antwoord geven op een aantal korte vragen. De test meet de kans dat u al diabetes heeft of dit ontwikkelt binnen nu en 5 jaar. 

www.diep.info
De website van Diabetes Interactief Educatie Programma (DIEP) geeft informatie over type 2-diabetes. Ook vindt u informatie over de behandeling.

www.diabetesvereniging.nl
De website van Diabetesvereniging Nederland (DVN) geeft informatie over diabetes. Ook vindt u informatie over de DVN. 

www.diabetesweb.tv
Een WebTVprogramma van de Diabetesvereniging Nederland. Dit programma gaat over dingen waar mensen met diabetes in hun dagelijkse leven mee te maken hebben. De gasten zijn ervaringsdeskundigen en experts op specifieke aandachtsgebieden of onderwerpen. Er is elke maand een nieuwe uitzending. 

www.diabetesfonds.nl
Het Diabetes Fonds Nederland werft fondsen voor onderzoek naar diabetes en voorlichting over diabetes. U vindt op de site algemene informatie over diabetes. Ook vindt u wetenschappelijk onderzoek dat het Diabetes Fonds (mede) heeft gefinancierd. 

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

  • Gerelateerde thema's
  • Gerelateerde klachten & ziektes
  • Vragen over diabetes en de apotheek
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten