Thema: Kinderen en medicijnen
Kinderen en medicijnen

Ziek zijn is niet leuk, en medicijnen nemen ook niet. Maar per jaar krijgt 60 procent van alle mensen in de groei – dus kinderen tussen 0 en 16 jaar - te maken met medicijngebruik. De dosering steekt nauw. Uw apotheker geeft informatie, ook bij kinderziekten en kleine kwaaltjes.

Kleine medicijngebruiker

Om verschillende redenen moeten kinderen soms medicijnen gebruiken. Bij kleine, onschuldige kwaaltjes zijn medicijnen meestal niet nodig. Bij de typische kinderziekten gaat het vaak om uitzieken. Maar kinderen kunnen ook chronische aandoeningen krijgen. De meestgebruikte medicijnen door kinderen zijn medicijnen tegen astma, diabetes en reuma. En antibiotica tegen ontstekingen die door een bacterie zijn veroorzaakt.

Dosering

De meeste medicijnen zijn gemaakt voor volwassenen. Voor een kind is het juiste medicijn, in een aangepaste dosering, erg belangrijk. Want een kind is immers kwetsbaarder dan een volwassene.

  • Een kind is kleiner dan een volwassene. Bovendien heeft een kinderlichaam andere verhoudingen in vetweefsel, spierweefsel en water.
  • De lever en de nieren zorgen voor de afbraak en uitscheiding van medicijnen. Bij een kind zijn de lever en de nieren nog in ontwikkeling. Daardoor worden bij een kind sommige medicijnen langzamer afgebroken, andere middelen juist sneller.
  • Een kind kan op sommige middelen gevoeliger of minder gevoelig reageren dan een volwassene. Daarom heeft een kind vaak minder medicijn, maar soms ook meer medicijn nodig.
  • De hoeveelheid medicijn die een kind nodig heeft, is ondermeer afhankelijk van het gewicht. De arts of de apotheker rekent dat uit.

Zelf doen

Een medicijn kan alleen effect hebben als het trouw wordt gebruikt. Vaak zal het resultaat beter zijn als het kind iets zélf mag doen of er zelf bij betrokken is. Dat lukt meestal wel, ook bij kleine kinderen, eventueel met hulp van een groter broertje of zusje. Voorbeelden:

  • Stijn (4) mag zelf het recept van de arts aannemen, weer afgeven in de apotheek en zijn medicijn aanpakken.
  • De moeder van Isa (6) heeft een kalender gemaakt met een vakje voor elke keer dat Isa haar medicijn inneemt. En Isa plakt daarna een sticker in het juiste vakje.
  • Luc (2½) moet astmamedicijnen inhaleren. Niet direct een pretje. Maar papa heeft de voorzetkamer van het inhalatie-apparaat versierd als olifantensnuit en zo wordt het inhaleren ‘spelen met de olifant`.
  • Sofie (11) vergeet haar astmamedicijnen wel eens. Vooral als ze weinig klachten heeft. Mama legt uit waarom het belangrijk is dat Sofie toch volhoudt en samen zoeken ze oplossingen: de medicijnen liggen altijd op een vaste plek en Sofie gebruikt ze op een vast moment, namelijk voor het tandenpoetsen.
  • Tim (11) moet een paar keer per dag inhaleren, ook op school. Hij schaamde zich een beetje, maar nu hij een spreekbeurt heeft gehouden over astma, snappen de andere kinderen beter wat hij aan het doen is.

Weerzin

Een kind kan het vervelend, moeilijk of vies vinden om medicijnen te slikken. Wat te doen?

  • Een tablet of een capsule doorslikken: dat geeft bij kinderen vaak problemen. Het gaat het beste als het kind de tablet of capsule op de tong legt en meteen daarna een slok water neemt. Als het kind het hoofd bij het slikken een beetje naar voren buigt, glijdt de tablet soepel naar binnen en blijft hij niet achter in de keel plakken.
  • Heeft uw kind problemen met het slikken van het medicijn? Vraag dan in de apotheek of u het mag mengen met yoghurt, melk, vla, warm eten of appelmoes.
  • Als dat mag, meng dan het medicijn met een klein deel van het eten. Dit beetje laat u eerst opeten vóór uw kind de rest van het eten krijgt. Zo zorgt uw dat het kind al het medicijn binnenkrijgt.
  • Sommige medicijnen mogen niet worden fijngemaakt of opengemaakt. Vraag ernaar in de apotheek. Mag het niet, en heeft uw kind bijvoorbeeld last van braken, vraag dan in de apotheek of van het medicijn een drank of zetpil gemaakt kan worden.

Tips van uw apotheker

De apotheker is dé medicijnspecialist en geeft graag advies als het gaat om kinderen en medicijnen.

  • Heeft u vragen over medicijnen? Bijvoorbeeld: Hoeveel medicijn moet ik mijn kind geven? Hoe zit het met bijwerkingen? Wat moet ik doen als mijn kind het medicijn niet wil innemen? Vraag dan advies in de apotheek. U kunt de apotheek ook bellen. Het telefoonnummer staat op het etiket van het medicijn.
  • Heel belangrijk bij een receptmedicijn voor een kind is de informatie op het etiket. Dáár staat wat de bedoeling is bij het gebruik door het kind. Is het niet duidelijk? Vraag dan de apotheker om uitleg.
  • Uw apotheker geeft ook advies bij veelvoorkomende kwaaltjes, van allergie tot voetschimmel.
  • Let op bij antibiotica. Een antibioticumkuur moet altijd afgemaakt worden, ook als de klachten al eerder over zijn. Als de kuur niet afgemaakt wordt, is er kans dat de infectie terugkomt of dat het medicijn op den duur niet meer goed werkt.
  • Goed om te weten: een antibioticum is bedoeld voor een infectie door een bacterie. Maar bij een infectie door een virus is een antibioticum zinloos, het helpt niet.
  • Let op bij borstvoeding en zwangerschap. Medicijnen die een vrouw gebruikt, kunnen in het lichaam van de baby of het kindje in de baarmoeder terechtkomen. Namelijk via de voeding of het bloed. Geeft u borstvoeding? Bent u zwanger of probeert u zwanger te worden? En gebruikt u medicijnen? Lees dan de bijsluiter extra goed en breng uw arts en apotheker op de hoogte.
  • Geef receptmedicijnen van het ene kind niet aan een ander kind.
  • Kinderen jonger dan 2 jaar kunnen ademhalingsmoeilijkheden krijgen door menthol. Gebruik daarom voor kinderen jonger dan 2 jaar nooit stoomdruppels, stoomcapsules of inhalatiezalf met menthol.
  • Kies voor kinderen liever paracetamol als zetpil, dan paracetamol-tabletjes. Kinderen denken soms dat de tabletjes snoepjes zijn. Ze smaken lekker en kunnen daardoor gevaar opleveren.
Vaccinatie

Vroeger gebeurde het veel dat kinderen aan een ernstige besmettelijke ziekte overleden. Of dat ze wel herstelden, maar er een ernstige handicap aan overhielden – denk aan kinderverlamming (polio). Sinds 1975 bestaat er in Nederland het RVP: het Rijksvaccinatieprogramma. De inentingen zijn gratis en ze worden uitgevoerd op het consultatiebureau of bij de GGD.

RVP

Volgens het RVP kunt u uw kind laten inenten tegen de volgende ziekten:

  • Difterie
  • Kinkhoest
  • Tetanus
  • Polio
  • Hib-ziekten (infecties veroorzaakt door de bacterie Haemophylus Influenza type B)
  • Bof
  • Mazelen
  • Rodehond
  • Hersenvliesontsteking veroorzaakt door meningokok type C
  • Hepatitis B
  • Pneumokokken (mg) (infecties met deze bacteriesoort kan hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging en longontsteking veroorzaken)
  • En vanaf 2009 ook tegen infecties veroorzaakt door het papillomavirus (het virus dat bijvoorbeeld baarmoederhalskanker kan veroorzaken)

Meer weten over vaccinatie: zie ‘Links'. Of voor informatie over een specifiek vaccin zoek op deze site onder 'Medicijnen' en vervolgens de naam van een vaccin.

ABC kinderziekten

Kinderen kunnen ziek worden of allerlei (kleinere) kwaaltjes krijgen. Wat te doen?

Allergie (overgevoeligheid)
Als uw kind last heeft van hevige niesbuien, tranende ogen, benauwdheid, huiduitslag, vochtblaasjes, of jeuk, dan kan dat het gevolg zijn van een allergie. Boosdoeners kunnen zijn stuifmeel, huisstofmijt, huisdieren of bepaalde stoffen in de voeding.

  • als uw kind ergens allergisch voor is, kunt u proberen contact met deze stof zo veel mogelijk te vermijden. Dit is niet altijd mogelijk. Eventueel kan de huisarts of specialist bepalen of en waarvoor uw kind allergisch is. En kan hij eventueel een medicijn voorschrijven.
  • Zie ook op deze website 'Klacht en ziekte': Hooikoorts en Allergie.

Astma
Astma is een chronische ontsteking van de luchtwegen. De klachten zijn kortademig, piepen, benauwdheid en hoesten waarbij veel slijm loskomt. Deze klachten ontstaan doordat bij kinderen met astma de luchtwegen erg prikkelbaar zijn. Ze worden 'geprikkeld' door het inademen van bijvoorbeeld uitwerpselen van de huisstofmijt, stuifmeel, rook, geuren en mist.

  • Als het kind piepend ademhaalt, vaak en lang hoest of `s nachts wel eens kortademig is, is dat reden om met het kind naar de huisarts te gaan.
  • Het is belangrijk het kind de inhalatiemedicijnen goed te laten gebruiken. Gebeurt dit niet goed, dan komt er te weinig medicijn in de longen en werkt het middel niet. In uw apotheek kunnen ze laten zien hoe het moet en kunnen u en het kind oefenen.
  • Medicijnen verhelpen niet alleen de klachten, maar voorkomen ook dat de klachten terugkomen. De medicijnen moeten dus elke dag gebruikt worden, ook als de klachten al over zijn.
  • Om klachten te voorkomen moet u proberen te vermijden dat het kind in aanraking komt met de prikkels waar het overgevoelig voor is. Daarnaast is het belangrijk dat uw kind voldoende beweegt om zo de longen in goede conditie te houden.
  • Zie ook op deze website 'Klacht en ziekte': Astma
  • Zie ook op deze website 'Thema': Astma en COPD

Brandwonden
Brandwonden ontstaan vaak doordat kinderen een hete vloeistof (thee, koffie) over zich heen krijgen. Denk ook aan te warm leidingwater, spetterende bakboter en gloeiende voorwerpen (radiator, oven, kookplaat).

  • Bij verbrandingen moet je direct beginnen met koelen onder koud of lauw stromend water. Eerst water, de rest komt later!
  • Als er geen stromend water is, kun je natgemaakte doeken gebruiken. Koel desnoods met slootwater. Laat het water uit de kraan of douche zacht stromen. Meng warm water bij als het water zo koud is dat het pijn doet. Koel ongeveer 10 minuten. Kleding die vastkleeft aan de brandwond, moet je gewoon laten zitten. Let ook op onderkoeling: koel alleen de wond en niet het hele lichaam.
  • Verwijder luiers bij verbrandingen door hete vloeistof. Deze zullen anders de hete vloeistof opnemen en ernstige wonden veroorzaken.
  • Neem contact op met uw huisarts:
    • als een baby of peuter een brandwond heeft
    • als er een geelwitte, droge plek ontstaat die geen pijn doet
    • bij een brandwond in het gezicht of hals, op de handen of op de geslachtsdelen
    • als de brandwond groter is dan de handpalm van degene die zich heeft gebrand
    • als er na enkele dagen geelgroen vocht uit de brandwond komt
    • als je grote blaren ziet of als de brandwond vochtig is.
  • Neem direct contact op met uw huisarts:
    • bij een mogelijk inwendige verbranding door het inademen van stoom of hete lucht
    • bij brandwonden veroorzaakt door een chemisch product of door elektriciteit.
  • Geef het kind bij ernstige verbrandingen niets te eten of te drinken. Reden hiervoor is dat uw kind in het ziekenhuis misschien onder narcose moet worden gebracht.
  • Verbind de brandwond met steriel verband. Heeft u dit niet bij de hand dan is een schoongewassen theedoek ook goed.
  • Smeer nooit iets op de brandwond, ook geen brandzalf. Brandwonden kunnen namelijk gemakkelijk gaan ontsteken, zeker als er niet-steriele brandzalf op wordt gesmeerd. Bovendien kan een arts een brandwond die bedekt is met zalf moeilijk beoordelen.
  • Bij kleine, rode, droge brandwonden is het voldoende de wond te koelen en te laten drogen aan de lucht. Kleine, rode, vochtige brandwonden, ook die met blaren, kunt u het beste afdekken met een verband of schone theedoek.

Buikpijn
Als kleine kinderen klagen over pijn in hun buik, is het vaak moeilijk uit te maken wat de oorzaak is. De buikpijn kan een lichamelijke oorzaak hebben, zoals verstopping of beginnende buikgriep.

Maar ook bij een middenoorontsteking kunnen kinderen klagen over buikpijn. Kinderen kunnen ook last hebben van buikpijn als ze te veel gegeten of gedronken hebben.

De oorzaak kan echter ook psychisch zijn, bijvoorbeeld omdat het kind ergens tegenop ziet en zich daar zorgen over maakt.

  • Pijnstillers hebben in het algemeen weinig effect bij buikpijn.
  • Wel kun je iets warms, bijvoorbeeld een lauwwarme kruik, op de buik van het kind leggen. Zacht over de buik wrijven kan ook helpen.
  • Als de buikpijn in korte tijd ontstaat en hevig is, kunt u het beste de temperatuur opnemen en de huisarts raadplegen.
  • Als een kind vaak last heeft van buikpijn is het verstandig een keer bij de huisarts langs te gaan.

Darmkrampen
Darmkrampen komen voornamelijk voor bij jonge baby's. De baby huilt hard en hardnekkig, heeft een gespannen buik en trekt na de voeding zijn knieën op naar zijn buik. Het kan komen door te veel lucht in de darm, bijvoorbeeld door te gulzig drinken, of door de soort voeding.

  • Meestal is afleiding een goede oplossing. Neem je baby op de arm of in een draagzak en loop rustig met hem door de kamer. Probeer het kind een beetje te troosten. Zachtjes over de buik wrijven kan ook helpen.
  • Soms is een baby overgevoelig voor bestanddelen in de melk en dan ontstaan hierdoor darmkrampen. De baby kan overgevoelig zijn voor flesvoeding maar ook voor bestanddelen in borstvoeding, bijvoorbeeld als de moeder zelf melk heeft gedronken. Vraag in zo'n geval advies op het consultatiebureau of aan de huisarts. Hij kan beoordelen of de voeding veranderd moet worden. Overgevoeligheid voor koemelk verdwijnt meestal rond het 2e jaar.

Diarree
Diarree is een waterige, dunne ontlasting die vaker komt dan normaal. Dit wordt meestal veroorzaakt door een infectie, en dit gaat meestal binnen 2 tot 5 dagen vanzelf weer over.

  • Bij diarree verliest het kind veel vocht. Om uitdroging te voorkomen, is veel drinken noodzakelijk. Water, thee, vruchtensap (geen grote hoeveelheden appelsap), heldere soep, rijstewater of een ijslolly. Kinderen moeten in het algemeen ten minste 1 liter vocht per dag binnenkrijgen.
  • Behalve (extra) drinken kun je de gewone voeding geven. Voor de baby dus gewoon borstvoeding of fles en eventueel ook bijvoeding. Om extra drinken te geven, kun je extra vocht aan de fles of bijvoeding toevoegen. Kinderen die vaste voeding krijgen, mogen eten en drinken wat ze kunnen verdragen.
  • Bij ernstige diarree en bij diarree die gepaard gaat met overgeven, verliezen baby's en kleine kinderen snel veel vocht en zouten. Ze kunnen daardoor uitgedroogd raken. Het kind plast dan niet meer en wordt suf.
  • Bij ernstige diarree kun je het beste orale rehydratievloeistof (ORS) gebruiken. Dit is een drank voor het aanvullen van vocht en zouten. Je maakt het van een poeder of tablet die je in de apotheek kunt kopen. Lees de aanwijzingen in de bijsluiter om poeder of tablet op te lossen in kraanwater of in mineraalwater zonder koolzuur. Om de smaak van de vloeistof te verbeteren kun je er een heel klein scheutje limonadesiroop of vruchtensiroop bij doen. Er zijn ook producten met een smaakje in de handel.
  • Heeft een kind jonger dan twee jaar vaak waterdunne diarree, neem dan binnen één dag contact op met de huisarts. Doe dit bij een kind ouder dan 2 jaar na 3 dagen. Neem meteen contact op met je huisarts als de diarree samengaat met ernstig braken, als er bloed in de ontlasting zit, als het kind suf wordt of als het 12 uur niet heeft geplast.
  • Voor diarree bij kinderen ouder dan 8 jaar kun je loperamide gebruiken. Het stopt de diarree binnen enkele uren, maar neemt de oorzaak van de diarree niet weg. Het mag niet worden gebruikt bij koorts of als er bloed in de ontlasting zit en niet langer dan 2 dagen achtereen.
  • Zie ook op deze website bij 'Klacht en ziekte': Diarree

Eczeem
Bij eczeem is de huid rood, droog en schilferend. Meestal jeukt het erg. Soms ontstaan er blaasjes met vocht. De kapotte blaasjes vormen vaak korstjes. Eczeem komt vooral voor in het gezicht, op de wangen en de huidplooien van armen, benen en nek.

  • Bij lichte vormen van eczeem is het voldoende om de huid regelmatig in te smeren met een vette crème, zoals vaseline-cetomacrogolcrème.
  • Eczeemplekken kun je behandelen met vaseline-cetomacrogolcrème of- zalf (bij droog eczeem) of met zinkolie (bij nattend eczeem).
  • Water heeft een uitdrogend effect op de huid. Douchen of wassen is beter dan baden. Douche kort (3-5 minuten) zonder zeep of met een oliebevattende douchecrème. Kies voor het babybadje olie zonder geurstof. Dep de huid droog, wrijf niet. Smeer direct daarna de huid in met een vette crème.
  • Kleed het kind in luchtige katoenen kleren, omdat wol en kunststof de huid meer irriteren.
  • Zie ook op deze website 'Klacht en ziekte': Eczeem
  • Zie ook op deze website 'Thema': Eczeem.

Griep
Griep wordt door een virus veroorzaakt. Omdat virussen niet gevoelig zijn voor antibiotica is aan de griep zelf weinig te doen. Het beste kunt u uw kind goed laten uitzieken. Griep gaat vaak gepaard met koorts, spierpijn en verkoudheid. Bij kinderen kan griep leiden tot een oorontsteking (zie 'Oorpijn' hieronder).

  • Soms kan een chronische bronchitis of longontsteking ontstaan. Waarschuw de huisarts als uw kind meer dan 3 dagen koorts heeft, als de koorts terugkomt nadat het kind koortsvrij is geweest of als u de situatie niet vertrouwt.
  • Zie ook op deze website 'Klacht en ziekte': Griep
  • Zie ook op deze website 'Thema': Griep en verkoudheid

Hersenvliesontsteking (meningitis)
Hersenvliesontsteking die veroorzaakt is door een bacterie, kan ernstige gevolgen hebben. Gelukkig komt dit tegenwoordig minder vaak voor dan vroeger, dankzij vaccinatie.

  • Hersenvliesontsteking door een bacterie is te herkennen aan: hoge koorts, koude rillingen en hoofdpijn, pijn in de rug, buik en armen en benen. De patiënt is misselijk en braakt en kan last hebben van nekstijfheid en stijfheid van de rug. In ernstige gevallen kan verwardheid ontstaan en de patiënt kan snel in een coma geraken. Zenuwtrekkingen of duidelijke epileptische aanvallen komen voor.
  • Als uw kind last heeft van de verschijnselen van een hersenvliesontsteking, neem dan zo snel mogelijk contact op met uw huisarts.
  • Bij een hersenvliesontsteking door een bepaald type bacterie - meningokokken - kan ook een bloedvergiftiging ontstaan. Dit is te herkennen aan huidbloedinkjes, soms zo klein als een speldenknop, en huiduitslag. De bloedinkjes ontstaan overal op de huid en de slijmvliezen.
  • Kinderen worden via het Rijksvaccinatieprogramma ingeënt tegen de bacteriën Haemophilus influenzae type b, meningokokken C en pneumokokken, die hersenvliesontsteking veroorzaken. Er is nog geen vaccin tegen andere veroorzakers: meningokokken B, andere bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Zij kunnen dus nog meningitis veroorzaken.
  • Bij hersenvliesontsteking door een virus duurt de infectie meestal 4 tot 10 dagen en heeft deze geen ernstige gevolgen.
  • Zie ook op deze website 'Klacht en ziekte': Hersenvliesontsteking

Hoest
Hoest ontstaat doordat de luchtwegen worden geprikkeld. Bijvoorbeeld door een verkoudheidsvirus, door te droge lucht in huis of doordat de luchtwegen allergisch zijn voor bepaalde stoffen.

  • Een onschuldige hoest gaat meestal vanzelf over. Een pijnlijke keel door het hoesten kun je verzachten met een dropje, tijmstroop of tijm/heemstwortelstroop.
  • Er is suikervrije hoeststroop en stroop met suiker in de handel. Suiker in stroop is slecht voor het gebit. Zorg er dus voor dat het kind de tanden poetst na gebruik van stroop met suiker.
  • Als een kind, jonger dan 6 maanden, last heeft van hoest, raadpleeg dan de huisarts. Bij oudere kinderen is het pas nodig contact op te nemen met de huisarts als de hoest langer dan twee weken aanhoudt, als de hoest steeds terugkomt of als het kind ook nog andere klachten heeft.
  • Zie ook op deze website bij ‘Klacht en ziekte': Hoest.

Jeuk
Voor jeuk kunnen er veel oorzaken zijn: muggenbeten, waterpokken, vlooienbeten, kwallenbeten, galbulten, eczeem, droge huid, enzovoort.

  • Muggenbeten kun je zo veel mogelijk voorkomen met een hor voor het raam of door vitrage of een klamboe over de kinderwagen, de wieg of het bedje.
  • Kijk uit met insectenwerende middelen bij (kleine) kinderen. Deze giftige stoffen kunnen makkelijk door de huid in het lichaam komen. Dus smeer deze middelen niet op het kinderlichaam en gebruik ook geen spuitbussen - vermijd dat het kind gif inademt. Doe eventueel wat insectenwerend middel op de kleren (maar pas op voor vlekken).
  • Doe bij erge jeuk lidocaïne-levomentholgel op de muggenbeet.
  • Ook bij vlooienbeten, kwallenbeten of galbulten kun je lidocaïne-levomentholgel gebruiken.
  • Gebruik producten met menthol niet op open wonden. Menthol zorgt ervoor dat wonden slechter genezen.
  • Probeer te voorkomen dat het kind krabt, dat kan een ontsteking veroorzaken. Raadpleeg bij een ontsteking de huisarts.

Koorts
Een lichaamstemperatuur hoger dan 38 °C noemen we koorts. Dit is een natuurlijke afweerreactie van het lichaam tegen een ziekteverwekker (zoals een bacterie of virus). Daarom is een koortsverlagend middel niet altijd nodig.

  • Kleed het kind niet te warm aan. Zorg dat de omgeving niet te warm is en leg je kind niet onder dikke dekens. Een lakentje is meestal genoeg. Als uw kind het koud heeft of rilt, kunt u het tijdelijk toedekken met een deken of dun dekbed.
  • Geef uw kind bij koorts extra te drinken, een ijslollie mag ook. Dwing het kind niet te eten als het geen trek heeft. Kinderen vanaf 3 maanden mogen paracetamol in de vorm van een zetpil of tablet hebben als ze erg ziek zijn of als ze pijn hebben.
  • Neem contact op met de huisarts als het kind met koorts
    • zieker wordt en gaat overgeven of diarree krijgt of slecht gaat drinken
    • kreunt of huilt en niet te troosten is
    • tijdens de koorts huiduitslag krijgt
    • steeds snel ademt of benauwd is
    • een bleke, grauwe kleur krijgt of blauw wordt
    • suf wordt en niet makkelijk wakker te krijgen is
    • bewusteloos raakt
    • minder dan de helft drinkt dan normaal
  • Waarschuw uw huisarts ook als een kind jonger dan 3 maanden een temperatuur van meer dan 38 °C heeft of als een kind ouder dan drie maanden langer dan 3 dagen koorts heeft. Neem ook contact met uw huisarts op wanneer de koorts terugkomt nadat het kind koortsvrij is geweest of als u de situatie niet vertrouwt.
  • In zeldzame gevallen kunnen kinderen tussen de 6 maanden en 5 jaar bij hoge koorts een koortsstuip krijgen. Het kind krijgt dan spierschokken en is niet meer aanspreekbaar. De ogen kunnen wegdraaien, de ademhaling is vaak schokkend en het kind kan soms blauw aanlopen. Laat uwkind dan niet alleen. De aanval duurt meestal niet langer dan een paar minuten. Waarschuw altijd uw huisarts als het kind een koortsstuip heeft (gehad).
  • Zie ook op deze website 'Klacht en ziekte': koorts

Luieruitslag

Luieruitslag ontstaat door inwerking van urine en ontlasting op de huid. Als kinderen tanden krijgen, hebben ze vaak meer last van luieruitslag.

  • Probeer luieruitslag zo veel mogelijk te voorkomen: laat uw kind niet lang met een vieze luier liggen/lopen. Bij warm weer kunt u eventueel de luier weglaten.
  • De meeste kinderen plassen vlak na de voeding. Tip: verschoon de baby een kwartier na de voeding.
  • Krijgt uw kind toch luieruitslag? Verschoon dan de luier vaker, maak de billetjes schoon met lauw water en smeer de schoongemaakte billen elke keer in met zinkolie of zinkzalf.
  • Smeer geen uierzalf of -crème of zalf met perubalsem op de billen. Want daar kan een kind overgevoelig op reageren en huiduitslag van krijgen! Naast de luieruitslag die het al heeft.
  • Neem contact op met uw huisarts als er rode puntjes aan de rand van de rode plekken zitten en de uitslag erger wordt, of als uw kind pijn heeft.
  • Zie ook op deze website 'Klacht en ziekte': Luiereczeem

Luizen

Hoofdluis komt veel voor bij schoolgaande kinderen. De luizen kunnen overlopen. Bijvoorbeeld als kinderhoofdjes dicht bij elkaar zijn, als jassen bij elkaar aan de kapstok hangen, als kinderen elkaars kam of borstel gebruiken. Zo kunnen klasgenoten, sportvriendjes, ouders, broertjes en zusjes besmet worden.

  • Hoofdluizen en neten (de eitjes van de hoofdluis) kunt u behandelen met een lotion tegen luizen.
  • Twee behandelingen met lotion zijn nodig. Op dag 1 en dag 8. Daarnaast moet elke dag worden gekamd met een luizenkam gedurende 2 weken, vanaf dag 1 tot en met dag 14.
  • Hoofdluizen kunnen buiten het lichaam nog 2 dagen overleven. Dus zorg dat beddengoed, kleren, knuffels enzovoort vrij van luizen zijn: wassen op 60°C, laten stomen of een week in een dichtgeknoopte plastic zak bewaren om hernieuwde besmetting te voorkomen. Behandel ook haarborstels en kammen voorzover mogelijk met de lotion of bewaar ze een week in een dichtgeknoopte plastic zak.
  • Zie ook op deze website bij ‘Klacht en ziekte': Hoofdluis.

Ooginfectie
Een infectie van het oog is zelden gevaarlijk, maar kan wel pijnlijk zijn. Een ooginfectie veroorzaakt een branderig of jeukend gevoel in het oog, tranen, een rood oog en het gevoel dat er ‘iets` in het oog zit. Er kan slijm of pus in het oog zitten, waardoor de oogleden aan elkaar vastplakken en moeilijk open gaan. Het kan veroorzaakt worden door een bacterie, virus of door een allergie bijvoorbeeld hooikoorts. Kinderen hebben regelmatig last van een ooginfectie. Het geneest meestal binnen een week vanzelf.

  • Vastgeplakte oogleden kunt u losweken met een watje of gaasje met gewoon kraanwater. Veeg van buiten richting neus.
  • Neem contact op met de huisarts:
    - als u merkt dat het kind slecht ziet en knipperen niet helpt;
    - als het kind erg veel pijn heeft aan het oog of overgevoelig is voor licht
    - als het kind het gevoel heeft dat er iets in het oog zit en wat u er niet uit krijgt;
    - als de oogontsteking na drie dagen nog niet minder is geworden;
    - als u vermoedt dat overgevoeligheid of allergie een rol speelt;
    - als het hele oogwit van het kind rood ziet.

Oorpijn
Oorpijn wordt meestal veroorzaakt door een middenoorontsteking – een ontsteking achter het trommelvlies. Hierdoor ontstaat vocht waardoor het trommelvlies onder spanning komt te staan. Dit doet pijn. Het komt het meest voor bij kinderen tussen 6 maanden en 4 jaar.

Een ziek klein kind dat gaat huilen als het gaat liggen? Dat kan een middenoorontsteking zijn. Kleine kinderen klagen soms over buikpijn, terwijl ze een middenoorontsteking hebben. De ergste klachten zijn meestal binnen 3 dagen over.

  • Kinderen vanaf 6 maanden kunt u paracetamol geven tegen de pijn. Een tablet werkt sneller dan een zetpil, maar een zetpil werkt langer.
  • Als het kind last heeft van een verstopte neus kunt u neusdruppels of neusspray met xylometazoline (vanaf 2 jaar) of fysiologisch zout geven.
  • Raadpleeg de huisarts
    • bij een kind jonger dan 6 maanden met oorpijn
    • bij een kind ouder dan 6 maanden bij wie de oorpijn na 3 dagen niet over is
    • als een kind voor de derde maal in een jaar oorpijn heeft
    • als er langer dan een week vocht uit een oor loopt
    • als een kind met oorpijn aldoor blijft huilen.

Een andere oorzaak van oorpijn is een ontsteking van de uitwendige gehoorgang. Dit is vaak nog pijnlijker dan middenoorontsteking. De huid van de gehoorgang zwelt op. Soms is te zien dat de gehoorgang rood is, soms komt er stinkend vocht uit, net zoals bij een doorgebroken trommelvlies. Oorzaken: zwemmen in warm water of te grondig schoonmaken van de gehoorgang met wattenstaafjes. Schoonmaken met de punt van een handdoek is voldoende.

  • Raadpleeg de huisarts als uw kind een ontsteking van de uitwendige gehoorgang heeft. Ga niet zelf dokteren met oordruppels.

Overgeven
Oorzaken van overgeven kunnen zijn: buikgriep, iets verkeerds gegeten of misschien een hersenschudding. Overgeven kan ook een psychische oorzaak hebben, bijvoorbeeld als uw kind zich te druk maakt. Baby`s kunnen bij bijna elke ziekte ook overgeven. Baby`s geven vaak een mondje melk terug. Dit is normaal en gaat vanzelf over. Als een jonge baby plotseling met kracht spuugt en dit herhaalt zich, raadpleeg dan de huisarts.

  • Vaak gaat het overgeven vanzelf over als de maag even rust krijgt. Als het overgeven is gestopt, kan weer begonnen worden met eten en drinken.
  • Als het kind blijft overgeven, kun je het beste orale rehydratievloeistof (ORS) geven. Want kinderen kunnen als ze veel overgeven in korte tijd veel vocht verliezen en daardoor uitgedroogd raken. Probeer uw kind daarom vaak kleine beetjes te laten drinken, eventueel slappe thee of water.
  • Raadpleeg uw huisarts als het kind tegelijk overgeeft en diarree heeft of als het een zieke indruk maakt en koorts heeft. Raadpleeg uw huisarts direct:
    • als uw kind suf is
    • als het 12 uur niet meer heeft geplast
    • als het niet wil drinken
    • als het aanhoudend buikpijn heeft
    • als het braakt na een val
    • als er bloed bij het braaksel zit.

Pseudokroep
Pseudokroep ontstaat meestal geleidelijk aan het eind van de avond. Het komt voor bij kinderen vanaf een paar maanden tot ongeveer 5 jaar. Bij pseudokroep is het slijmvlies onder de stembanden wat gezwollen. Het is benauwd en kan moeilijk inademen, kind heeft een blaffende hoest (zoals die van een zeehond) met een piepend en gierend ademhalingsgeluid bij het inademen, en wat temperatuurverhoging.

  • Ga met het kind naar de badkamer, sluit de deur en draai de heetwaterkraan van de douche open, zodat de badkamer met stoom wordt gevuld. Ga met het kind op de schoot in de badkamer naast de douche zitten. Vertel een verhaaltje of speel wat met het kind om hem te kalmeren. Na 10 tot 15 minuten wordt het hoesten minder en gaat de ademhaling makkelijker.
  • Probeer in elk geval zelf kalm te blijven. Dit zal een rustgevend effect hebben op het kind. Daardoor zal de aanval eerder overgaan. Laat het kind regelmatig een beetje water drinken.
  • Geef uw kind iets te drinken dat de keel verzacht, bijvoorbeeld warme thee met honing (bij kinderen vanaf een jaar) of suiker.
  • Raadpleeg de huisarts als het stomen in de badkamer niet helpt of als je het niet vertrouwt.
  • Raadpleeg direct de huisarts als het kind kwijlt, pijn in de keel heeft en niet wil slikken, koorts heeft en angstig blijft zitten.

Reisziekte
Elke manier van reizen kan reisziekte veroorzaken: misselijkheid en soms braken, bleek zien en zweten. Het komt het meest voor bij kinderen tussen 2 en 10 jaar. Met het ouder worden nemen de klachten meestal af. Reisziekte is als volgt tegen te gaan:

  • Voor vertrek een lichte maaltijd eten, tijdens een autorit uit het raam kijken, niet achteruit rijden in trein, tram of bus en niet lezen of puzzelen tijdens het rijden.
  • Ga bij een bootreis liefst in de frisse buitenlucht zitten, midden op het achterdek en kies in een vliegtuig bij voorkeur een plaats in de buurt van de vleugels.
  • Afhankelijk van de leeftijd van uw kind, kunt uvóór vertrek een middel tegen reisziekte geven. Kijk hiervoor bij de dosering op de verpakking van het middel of vraag advies bij uw apotheek. De middelen tegen reisziekte verschillen onderling in werkingsduur. Bent u binnen 4 uur op de plaats van bestemming, dan is een middel met cyclizine een goede keus. Duurt de reis langer dan 4 uur, dan kunt u het beste een middel met meclozine of cinnarizine kiezen.
  • Zie ook op deze website bij ‘Klacht en ziekte': Reisziekte.

Roodvonk
Roodvonk wordt veroorzaakt door een bacterie. De ziekte begint met keelpijn en meestal hoge koorts. Na 1 tot 2 dagen ontstaat een felrode uitslag over het hele lichaam. De tong is eerst wit en na 3 dagen felrood en opgezet. Na 2 weken kan de huid van de handen vervellen.

  • Raadpleeg de huisarts. Want deze ziekte kan complicaties hebben.

Tanden en kiezen krijgen
Als er bij je kind een tand of kies doorkomt, kan het hangerig zijn. Soms is de temperatuur iets verhoogd (38 °C), kwijlt het kind of heeft het dunne ontlasting en luieruitslag.

  • Als het kind ergens op wil kluiven, kunt u het bijvoorbeeld een broodkorst geven of een met vloeistof gevulde bijtring die in de koelkast koud gemaakt kan worden.
  • Ook kunt u het gevoelige tandvlees tijdelijk verdoven met lidocaïne-aanstipvloeistof.

Vergiftiging

Als een kind 'snoept' van medicijnen, schoonmaakmiddelen of andere giftige dingen, kan het ernstig ziek worden. Voorbeelden: al van 2 tabletten paracetamol voor volwassenen kan een kind flink ziek worden. En slaap- en kalmeringstabletten kunnen sufheid of zelfs een coma veroorzaken.

  • Waarschuw direct de huisarts en vertel wat het kind ingeslikt heeft, hoeveel u denkt dat het heeft ingeslikt en hoe lang geleden het gebeurd is.
  • De naam van het medicijn staat op het etiket. Vertel precies wat er is gebeurd en zorg ervoor dat u het potje, doosje of flesje waarin het medicijn zat bij de hand heeft.
  • Is de huisarts of de dienstdoende huisarts onbereikbaar, bel dan naar de afdeling Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis
  • Als een kind bijtende stoffen (zoals schoonmaakmiddelen, toiletreinigers of bleekmiddelen) of vluchtige stoffen (zoals petroleum, terpentine, wasbenzine) heeft ingeslikt, bel ook dan zo snel mogelijk de huisarts. Houd ook in dit geval de verpakking bij de hand.
  • Laat het kind nooit braken als het bijtende of vluchtige stoffen heeft ingeslikt. De slokdarm kan zo nog meer worden beschadigd en als het kind zich verslikt, kunnen deze stoffen in de longen terechtkomen en grote schade aanrichten.
  • In de apotheek is een `Gifwijzer` verkrijgbaar. Hierop kunt u vinden wat u bij een vergiftiging kunt doen. Het is zinvol deze kaart in huis te hebben.

Hoe voorkom je medicijnvergiftigingen zo veel mogelijk?

  • Neem het kind mee, of zet het even in de box bijvoorbeeld, als u wordt afgeleid.
  • Berg medicijnen weg op een veilige, afgesloten plaats. Pak ze kort voor gebruik en zet ze direct terug: hoog in een (slaapkamer)kast met een goed slot.
  • Vertrouw er niet op dat een ‘kindveilige` sluiting 100% veilig is.
  • Bewaar medicijnen in de oorspronkelijke verpakking mét de bijsluiter en sluit flesjes en potjes direct na gebruik. Leg medicijnen niet in iets wat ook voor eten of drinken gebruikt wordt zoals een kopje, schaaltje of trommeltje.
  • Neem als pijnstiller voor kinderen kinderparacetamol-zetpillen, die zijn minder aantrekkelijk om op te eten dan de kinder-paracetamol- tabletjes, die lekker smaken.
  • Zorg dat een kind in een onbewaakt ogenblik niet in een tas kan rommelen en zo kan snoepen van medicijnen, cosmetica of sigaretten.
  • Geef een kind nooit medicijnen die voor een ander zijn bestemd.
  • Kijk ook op deze website bij ‘Thema`s`: Kinderen en medicijnvergiftigingen.


Verkoudheid
Kleine kinderen zijn vaak verkouden, vooral als ze op plaatsen komen waar veel andere kinderen zijn, zoals het kinderdagverblijf en de peuterspeelzaal. Ze moeten nog weerstand tegen verkoudheid opbouwen. Vanaf ongeveer 6 jaar zijn de meeste kinderen minder vaak verkouden.

  • Bij een verstopte neus kunt u de neus spoelen met fysiologische zoutoplossing in de vorm van neusdruppels of neusspray.
  • Als dit onvoldoende helpt, kunt u bij kinderen ouder dan 2 jaar xylometazoline-neusdruppels of neusspray voor kinderen gebruiken.
  • Gebruik xylometazoline-neusdruppels of neusspray niet langer dan een week achter elkaar.
  • Gebruik geen menthol bij een kind jonger dan 2 jaar. Het kind kan ademhalingsmoeilijkheden krijgen door menthol in stoomdruppels, stoomcapsules of inhalatiezalf.
  • Zie ook op deze website bij ‘Klacht en ziekte': Verkoudheid.

Verstopping
Normaal komt de ontlasting bij iedereen in een vast ritme. Dit verschilt van 3 maal per dag tot 4 maal per week. Voor kinderen vanaf 1 jaar zijn vezelrijke voeding, voldoende drinken en voldoende beweging belangrijk voor een goede ontlasting.

  • Heeft u het idee dat je kind last heeft van verstopping doordat het minder vaak dan normaal `moet`, met of zonder buikpijn, raadpleeg dan uw huisarts. Geef het kind nooit op eigen houtje een laxeermiddel.
  • Zie ook op deze website bij ‘Klacht en ziekte': Verstopping.

Vijfde ziekte
De vijfde ziekte ontstaat door een virus. Er ontstaat een uitslag die begint met rode wangen met grillige roze-rode vlekjes. De uitslag ontstaat pas twee weken na de besmetting. Al voordat de uitslag ontstaat kunnen kinderen elkaar besmetten. Deze uitslag verspreidt zich naar romp, armen en benen en kan wat jeuken. Soms wordt de hele huid roze-rood en krijgt het kind koorts. Na 10 dagen is de uitslag meestal weer weg. De vlekjes komen soms terug in de zon of na een heet bad, maar verdwijnen dan weer snel.

Waterpokken
Waterpokken is een besmettelijke virusinfectie. Deze begint met verkoudheid. Vrij snel na het begin van de verkoudheid ontstaan rode vlekjes met blaasjes. Meestal vooral op de romp, maar soms over het hele lichaam. De blaasjes gaan snel kapot en er ontstaan korstjes. Het kind kan veel jeuk hebben en de huid kapot krabben. ook kan een kind koorts hebben

  • U kunt krabben proberen te voorkomen door de jeuk te verzachten met lidocaïne-levomentholgel.
  • Gebruik producten met menthol niet op open wonden. Menthol zorgt ervoor dat wonden slechter genezen.
  • Als het kind blijft krabben, raadpleeg dan de huisarts.

Wondjes

  • Kleine, oppervlakkige verwondingen kun u schoonmaken met lauw stromend water.
  • Dep de wond voorzichtig droog met keukenpapier of een schoongewassen theedoek.
  • U kunt de wond ontsmetten met povidonjoodoplossing of povidonjoodzalf.
  • Raadpleeg de huisarts bij grote of diepe wonden of bij wijkende wondjes in het gezicht.

Wormen
Het meest komen aarsmaden voor, bij kinderen (en volwassenen). Het zijn dunne, bleekgeel tot witte, bewegende wormpjes. Ze zijn ½ tot 1 cm lang. Aarsmaden geven jeuk rond de anus en in de bilspleet, vooral ‘s nachts. Het kind gaat krabben, de eitjes kleven aan de vingers en daarna ook aan kleding, beddengoed, meubels, deurknoppen, wc-bril, speelgoed, aan het eten of aan andere mensen. En zo kunnen ook anderen besmet raken.

  • Als uw kind last van wormen heeft, kunt u het een tablet mebendazol laten innemen en na 2 weken nog eens een tablet.
  • In zandbakken, tuinen en plantsoenen zitten de honden- en kattenspoelworm. Als een kind hiermee besmet is, zie je geen wormen in de ontlasting. Deze wormen kunnen echter wel problemen geven. Laat het kind daarom de handen altijd goed wassen - met zeep - na het spelen. Dek de zandbak af als er niet in gespeeld wordt.
  • Meer weten over het voorkomen en bestrijden van worminfecties? Kijk op deze website bij ‘Klacht en ziekte': Worminfecties.

Zesde ziekte
De zesde ziekte is een virusinfectie die hoge koorts veroorzaakt. De ziekte komt meestal voor bij kinderen onder de 3 jaar. Soms zetten de klieren in de hals en achter de oren op. Na 3 tot 5 dagen daalt de temperatuur. Dan ontstaan er kleine lichtrode vlekjes in het gezicht en later ook op de romp. De uitslag jeukt niet en trekt binnen 1 tot 2 dagen weg.

  • Is de koorts na 3 dagen niet gezakt, neem dan contact op met de huisarts.
Links

www.gifwijzer.nl
Informatie over vergiftigingen geeft een lijst met gevaarlijke stoffen en de bijbehorende eerste-hulpmaatregelen en foto`s van 38 giftige planten.
 
www.astmafonds.nl
Astma komt veel voor bij kinderen. De site van het Astmafonds biedt heel veel informatie over astma, ook voor kinderen: klik op ‘astmakids`. Hier is ook informatie voor een spreekbeurt te vinden.
 
www.ehbo.nl
De samenwerkende EHBO-organisaties Nederland geven op deze site informatie onder andere over EHBO-cursussen.
 
www.rivm.nl/rvp
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geeft informatie over het RVP (Rijksvaccinatieprogramma), waarom de overheid inenten nodig vindt, vragen en antwoorden over vaccinatie en de mogelijkheid om folders te downloaden over de ziekten waartegen ingeënt wordt. 

www.brandwonden.nl
Informatie over eerste hulp bij brandwonden. Tevens biedt deze site tips voor het voorkomen van brand en hoe te handelen als brand uitbreekt.

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

  • Gerelateerde thema's
  • Vragen over kinderen en medicijnen
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten