Thema: Ouderen en medicijngebruik
Medicijncapsules

Bij het ouder worden reageert het lichaam anders op medicijnen dan vroeger. Daardoor kan medicijngebruik op oudere leeftijd in verhouding meer problemen geven. Om die problemen te voorkomen of tijdig te herkennen, is het goed om extra alert te zijn bij medicijngebruik op oudere leeftijd.

Ouder worden

‘Ouder` en veroudering zijn rekbare begrippen. Bovendien is ieder mens verschillend. De veranderingen door het ouder worden beginnen al vroeg en doen zich niet bij iedereen voor op dezelfde leeftijd, of even sterk. Voorbeelden: Bij meneer A (34) begint ongemerkt de werking van de nieren geleidelijk achteruit te gaan, zoals bij de meeste mensen. Meneer B (45) heeft een leesbril nodig. Mevrouw C (80) heeft net een staaroperatie achter de rug, neemt medicijnen voor haar hart en loopt moeilijk door gewrichtsproblemen, terwijl mevrouw D (80) last heeft van doofheid en brandend maagzuur, maar wél dit jaar nog meedeed aan de fietsvierdaagse.

70+

Als we het hebben over ouderen, gaan we hier uit van personen van 70 jaar en (veel) ouder, dus van jongere ouderen tot (hoog) bejaarden.

  • Ouderen gebruiken in het algemeen driemaal zo veel geneesmiddelen als een gemiddelde Nederlander. Want bepaalde ziekten komen meer voor op hogere leeftijd. En ouderen hebben vaak verschillende ziekten naast elkaar. Bij medicijngebruik op oudere leeftijd kunnen dan ook verschillende problemen ontstaan.
  • Ouderen krijgen vaak verschillende medicijnen naast elkaar voorgeschreven voor één of meerdere aandoeningen. Soms moet het ene middel de bijwerkingen van het andere onderdrukken. Tussen de verschillende medicijnen kunnen ook wisselwerkingen ontstaan: ze versterken of verzwakken elkaars werking.
  • De gemiddelde 65+-er gebruikt dagelijks drie verschillende geneesmiddelen omdat hij of zij mét die geneesmiddelen beter functioneert dan zonder. Maar er zijn ook veel ouderen die wel tien verschillende medicijnen op een dag nodig hebben. Dan wordt het lastig om overzicht te houden wanneer welk medicijn genomen moet worden. En om te weten waarvoor al die medicijnen ook al weer zijn.
Problemen

Veranderingen in het lichaam door het ouder worden, kunnen invloed hebben op het effect van medicijnen. En samen met het gebruik van (veel) verschillende medicijnen naast elkaar, kan dit leiden tot problemen. Het is belangrijk dat arts, apotheker, gebruiker en omgeving hiermee rekening houden.

Verandering

Verandering Om welke veranderingen in het lichaam en effecten van medicijnen gaat het?

  • Minder snelle werking
    Geneesmiddelen die je inneemt, komen via maag en darmen in het bloed. Bij het ouder worden gaat dit trager en komt het medicijn minder snel in het bloed terecht. Daardoor kan het wat langer duren voordat het geneesmiddel gaat werken.
  • Sterkere, langere of zwakkere werking
    Het bloed brengt het medicijn naar alle delen van het lichaam. Bij het ouder worden neemt de hoeveelheid lichaamsvocht af en de hoeveelheid vetweefsel toe. De gevolgen: door de kleinere hoeveelheid lichaamsvocht gaan geneesmiddelen die goed oplossen sterker werken. Geneesmiddelen die goed oplossen in vet, gaan langer en zwakker werken. Want de grotere hoeveelheid vetweefsel houdt het geneesmiddel een tijdje vast.
  • Bijwerkingen
    Sommige geneesmiddelen komen terecht in de hersenen. Bij ouderen zijn de hersenen gevoeliger voor de werking van bepaalde medicijnen. Zij kunnen daardoor meer last krijgen van bijwerkingen als slaperigheid, duizeligheid, verwardheid, wazig zien of een licht gevoel in het hoofd.
  • Tragere uitscheiding
    Geneesmiddelen worden omgezet in de lever en verlaten het lichaam grotendeels via de nieren. Bij ouderen is de werking van de nieren vaak verminderd. Hierdoor zal het langer duren voor een geneesmiddel helemaal uit het lichaam verdwenen is. Hierdoor kan het middel ook sterker werken. Om bijwerkingen te voorkomen krijgt een oudere vaak een lagere dosis van een medicijn voorgeschreven.
  • Minder dorst
    Bij het ouder worden neemt het dorstgevoel af en daardoor vergeten mensen sneller dat ze genoeg moeten drinken. Voor de gezondheid en bij medicijngebruik is het belangrijke om voldoende te drinken - ten minste 1,5 liter vocht per dag. Een punt om rekening mee te houden.
  • Achteruitgang
    Ouder worden kan een achteruitgang met zich meebrengen die het medicijngebruik lastiger maakt: minder kracht in de handen (potjes open maken, tabletten uit doordrukstrips halen), moeite met doorslikken van grote tabletten of capsules, slechter gaan zien, het overzicht verliezen wat wanneer moet worden ingenomen.

Voorbeelden van problemen

Door de veranderingen in het lichaam bij het ouder worden, werken medicijnen vaak anders en dat kan problemen geven. Bijvoorbeeld:

  • Sufheid overdag
    Want bepaalde slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen kunnen bij een oudere veel langer doorwerken.
  • Vallen
    Slaapmiddelen en kalmerende middelen verslappen vaak de spieren. De gebruiker loopt daardoor meer kans om te vallen. Bijvoorbeeld bij nachtelijk toiletbezoek, maar ook overdag, als het middel lang doorwerkt.
  • Verwardheid
    Dit kan een bijwerking zijn van bepaalde middelen die bij de ziekte van Parkinson of bij depressies worden gebruikt. Dit lijkt op de verwardheid van iemand die dementeert, maar deze verwardheid verdwijnt als de medicatie wordt bijgesteld.
  • Verwardheid of depressieve klachten
    Dit kan een bijwerking zijn bij een te hoge dosering digoxine (tegen hartklachten) – doordat dit middel bij ouderen langer werkt.
  • Het verergeren van staar
    Dit kan een bijwerking zijn van sommige middelen tegen incontinentie.

Voorkomen

Wat kan gedaan worden om problemen te voorkomen?

  • Het is belangrijk dat de patiënt en eventueel de omgeving alert zijn op problemen en daarmee aankloppen bij de arts of apotheker. Dan kan bekeken worden of een dosering omlaag kan, of een medicijn vervangen kan worden, of dat eventueel het gebruik van een middel afgebouwd kan worden.
  • Bij het voorschrijven van een medicijn houdt de arts rekening met de leeftijd van de patiënt en met de mogelijkheid van wisselwerkingen tussen verschillende medicijnen. De arts probeert medicijnen zo goed mogelijk op elkaar en op de patiënt af te stemmen. Dat is soms een kwestie van uitproberen.
  • De apotheek houdt in het patiëntendossier in de computer bij welke medicijnen iemand gebruikt en overlegt zo nodig met de arts over de dosering en de combinatie van medicijnen.
  • Als de patiënt vermoedt dat het goed is om de dosering van medicijnen te veranderen, is het belangrijk dit niet zelfstandig te doen, maar allleen in overleg met de arts of apotheker. Want de afstemming van medicijnen op elkaar en op de gebruiker is heel belangrijk.
Tips

Doordacht medicijngebruik is op elke leeftijd belangrijk, maar voor ouderen geldt dit extra omdat zij kwetsbaarder zijn. Deze tips kunnen u hierbij helpen:

  • Informeer af en toe bij uw arts of apotheker of u alle voorgeschreven geneesmiddelen nog moet gebruiken. Maak eens een afspraak bij de apotheek, neem alle middelen die u gebruikt mee - ook de middelen die u zonder recept koopt - en neem het geheel eens door met de apotheker.
  • Lees de bijsluiter. Daarin staat welke bijwerkingen u misschien kunt krijgen. Als u tabletten niet mag breken of capsules niet mag openmaken, dan staat dit in de bijsluiter.
  • Vaak is de bijsluiter een klein papiertje met soms heel kleine letters. De apotheek kan u ook eigen, goed leesbare geneesmiddelinformatie geven. Aarzel niet om de apotheek te bellen als u vragen hebt. Het apotheekteam geeft graag uitleg.
  • Als het voor u onduidelijk is waarom u een bepaald medicijn voorgeschreven hebt gekregen, aarzel dan niet om dit na te vragen bij uw arts.
  •  Lees het etiket. Daarop staat hoe vaak u het middel moet innemen. Staat er ‘elke 8 uur`, probeer het geneesmiddel dan ook om de 8 uur in te nemen.
  •  Als het van belang is, staat ook op het etiket hoe u het middel moet innemen. Zoals innemen met melk, innemen voor of na de maaltijd of innemen bij de maaltijd.
  • Geeft het innemen van het medicijn veel problemen? Vraag uw apotheker om advies.
  • Medicijn vergeten in te nemen? Kijk in de bijsluiter of geneesmiddelinformatie of u die vergeten dosis nog moet innemen of dat u gewoon moet doorgaan met de volgende dosis. Kunt u het niet vinden? Bel dan even met uw apotheker of bekijk de informatie over uw medicijn op deze site onder ‘Geneesmiddelen`.
  • Hebt u hinder van bijwerkingen? Overleg met uw arts of apotheker.

Handigheden

Medicijnen nemen kan lastig zijn. Daarvoor zijn er handigheden en hulpmiddelen, en bij het apotheekteam kunt u altijd terecht voor advies.

  • Een tablet of capsule doorslikken… Veel mensen houden daarbij als vanzelf hun hoofd een beetje achterover en dan kan het juist lastig zijn. Tip: probeer bij het slikken het hoofd een beetje naar voren te buigen. Neem een slok water, leg de capsule of tablet op de tong en slik hem in met een flinke slok water. En drink er een glas water achteraan.
  • Neem een tablet of capsule nooit liggend in. Zorg ervoor dat u staat of zit. Een tablet of capsule kan in de slokdarm blijven ‘hangen` en dat is irritant. In sommige gevallen kan de inhoud van een tablet of capsule ook de slokdarm beschadigen.
  • In het algemeen kunt u capsules beter niet openmaken, en sommige tabletten mogen niet gebroken worden omdat ze dan minder goed werken (zie de bijsluiter).
  • Wilt u een tablet halveren of fijnmaken? Kijk in de bijsluiter of dit mag, of vraag het in de apotheek. Tabletten met een breukgleuf mogen gehalveerd worden en dat kan met een tablettensplijter. Met een tablettenvergruizer kunt u tabletten tot poeder vermalen. Dit poeder kunt u in een lepel eten of in een glas drinken doen. Zorg wel dat u op die manier de totale hoeveelheid medicijn binnenkrijgt en dat er niets in het glas achterblijft.
  • Er is een hulpmiddel dat u op uw oogdruppelflesje kunt draaien om het oog gemakkelijker te kunnen druppelen. Dit werkt het best als u daarbij plat op uw rug gaat liggen.
  • Medicijnen uit een doordrukstrip halen kan soms lastig zijn. Dit lukt beter met de zogenoemde `Tabletdoordrukker`. De apotheek kan zo nodig de tabletten of capsules uit de strip halen en in een potje afleveren, behalve bij medicijnen die tot gebruik in de strip moeten blijven.
  • Welk geneesmiddel moet wanneer ingenomen worden? En is het nu ingenomen of niet? Soms is dat lastig te overzien. Hiervoor is er een doseerbox of doseeretui te koop in de apotheek, ook voorzien van braille-aanduidingen. Te vullen met de geneesmiddelen voor een week. Per dag zijn er vier vakjes voor vier innametijden.
  • Een geneesmiddelenpaspoort is een overzicht van alle geneesmiddelen die iemand gebruikt. De apotheek maakt dit graag voor u. U kunt dan makkelijk laten zien wat u precies gebruikt als u naar een specialist moet, naar het ziekenhuis of naar een vervangende arts in het weekend.
  • Kunt u moeilijk zelf naar de apotheek gaan? Elke apotheek heeft een kosteloze bezorgservice.

Ongemak voorkomen

Probeer vervelende situaties in verband met medicijngebruik te voorkomen.

Tips:

  • Let op als er een gele sticker op de verpakking van het medicijn zit, met daarop: DIT GENEESMIDDEL KAN HET REACTIEVERMOGEN VERMINDEREN. Dit geldt niet alleen achter het stuur, maar bijvoorbeeld ook bij schoonmaakklusjes, het oversteken van de straat en op de trap. Men kan er suf van worden en dit vergroot de kans op vallen.
  • Kijk in de bijsluiter hoe u het geneesmiddel moet bewaren. Let vooral op bij oogdruppels en drankjes. Er staat altijd een uiterste gebruiksdatum op de verpakking. Gebruik geen medicijnen die over de datum zijn, maar breng deze terug naar de apotheek of lever ze in bij het chemisch afval.
  • Zorg dat u voldoende drinkt, ook als u plastabletten gebruikt. Drink 1,5 liter vocht per dag, in de vorm van water, koffie, thee, melk en vruchtensap. Bij verstopping en bij gebruik van laxeermiddelen is het beter om nog meer te drinken.
  • U kunt nadelige effecten van bijwerkingen wellicht voorkomen. Gebruikt u slaaptabletten, zorg dan dat de kans om te struikelen zo klein mogelijk is: ruim losse kleedjes op en zet lage tafeltjes uit de weg (dit is feitelijk altijd verstandig). Voor meer informatie zie het thema ‘Geneesmiddelen en valongelukken` op deze site. Gebruikt u middelen die verstopping als bijwerking kunnen hebben, dan kunt u hier vaak zelf wat aan doen. Vraag in uw apotheek om advies.
Het medicatieoverzicht

Een medicatieoverzicht geeft een overzicht van alle medicijnen die u gebruikt en is op te vragen bij uw apotheek.

Het is belangrijk dat uw apotheek, arts en andere zorgverleners op de hoogte zijn van uw persoonlijke situatie. Pas als dit bekend is, kunnen zij u goed en veilig behandelen. Vertel uw zorgverleners daarom regelmatig welke medicijnen u, met of zonder recept, gebruikt. Meld ook of u allergisch bent voor bepaalde medicijnen of voedingsmiddelen. Bespreek ook of u bijwerkingen van medicijnen of andere aandoeningen heeft, bijvoorbeeld een verminderde nierfunctie. Geef aan of u rookt of alcohol gebruikt. Uw situatie kan namelijk van invloed zijn op de werking van medicatie.


Links

www.anbo.nl/keuzewijzer
Deze website van de Ouderenbond geeft informatie over medicijndozen. Die kunnen u helpen uw medicijnen op tijd en in de juiste dosering in te nemen. 
 
www.seniorgezond.nl
Dit is een website onder verantwoordelijkheid van het Leids Universitair Medisch Centrum over gezondheid voor ouderen. 

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

  • Gerelateerde thema's
  • Vragen over ouderen en medicijngebruik
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten