Thema: Pijn en pijnstillers
Pijnstillers

Snerpend of stekend. Dof, kloppend, zeurend. Uitstralend of langdurend. Pijn heeft veel gezichten en is er in allerlei vormen, van hoofdpijn en pijn door een gebroken teen tot pijn bij een chronische ziekte als reuma of pijn bij kanker. Hoe kan pijn worden aangepakt, welke pijnstillers zijn er en wat is nuttig om te weten?

Pijn

Pijn is een alarmsignaal. Er is iets aan de hand: een verwonding, een ontsteking, een ziekte. Er kunnen veel verschillende oorzaken van pijn zijn: een splinter in de vinger, verstuikte enkel, ontsteking in het oor, hartinfarct, botontkalking, een tumor, enzovoort.

  • Op de plek waar iets mis is, ontstaan pijnprikkels: chemische of elektrische signalen die razendsnel langs de zenuwen via het ruggenmerg naar de hersenen gestuurd worden.
  • Pas als het signaal in de hersenen is aangekomen, word je je bewust van de pijn. Au! En dan ontstaat vanzelf de wens om er iets aan te doen.
  • Soms doen we al iets tegen de pijn voor we er erg in hebben. Bijvoorbeeld, je raakt per ongeluk met je hand de gloeiend hete zool van een strijkbout. De pijnprikkel vliegt naar het ruggenmerg. En het ruggenmerg stuurt onmiddellijk een opdracht naar de spieren: terugtrekken! Dat is een reflex, en die voorkomt erger. Pas iets later komt de pijnprikkel in de hersenen aan en besef je: au!

Nuttig signaal

Pijn is nuttig:

  • Weerzin tegen pijn maakt een mens voorzichtig (met een strijkbout of een scherp mes, op een steile trap, in het verkeer). Je doet veel om letsel te voorkomen en pijn te vermijden.
  • Pijn helpt erger voorkomen. Bijvoorbeeld met een pijnlijke verstuikte enkel loop je niet door, maar neem je rust.
  • Pijn is aanleiding om iets te doen om de oorzaak van de pijn (ontsteking, breuk, infarct, enzovoort) te verhelpen.
  • Iedereen heeft een andere pijndrempel. De hoeveelheid pijn die je voelt, kan hierdoor van persoon tot persoon verschillen.

Geen pijn kunnen voelen, is een nadeel. Wie door een zenuwbeschadiging geen pijn voelt, kan ongemerkt verwondingen krijgen. Dit komt voor als complicatie bij diabetes. En bij lepra.

Acuut

Pijn die plotseling ontstaat en niet lang aanhoudt, noemen we acute pijn. Denk aan een verstuikte enkel, hoofdpijn door een kater, spierpijn na het sporten, kiespijn, menstruatiepijn, pijn na een operatie of een ongeluk. Bij acute pijn is de signaalfuntie duidelijk. Acute pijn is vaak aanleiding voor rust, om herstel te bevorderen.
Chronisch

Pijn die maanden aanhoudt of telkens terugkomt, is chronische pijn. Denk aan reuma, migraine, aanhoudende rugpijn, osteoporose (botontkalking), fibromyalgie (een vorm van ‘weke-delenreuma`), posttraumatische dystrofie (ernstige pijn na verstoring door letsel zoals een wond of kneuzing) en pijn bij kanker. Bij chronische pijn heeft de pijn geen signaalfunctie meer – je weet al dat er iets mis is.

Chronische pijn is belemmerend. Vaak moet de patiënt ermee zien te leven - met terugkerende pijn en met pijnstillers. De pijn is een onplezierige emotionele ervaring en dit kan deprimerend werken. Hoe iemand de pijn beleeft - en ermee leert omgaan - is vaak onderdeel van behandeling.

Oorzaken

Artsen kijken niet alleen of de pijn acuut of chronisch is, maar kijken ook naar oorzaken in het lichaam waardoor de pijn ontstaat. Enkele voorbeelden:

  • Gordelroos is een virusinfectie waarbij een ontsteking van zenuwen veel zenuwpijn kan geven.
  • Een andere vorm van zenuwpijn is spookpijn of fantoompijn. Iemand heeft een been of een arm verloren, maar voelt pijn in dat verloren lichaamsdeel. Hierbij begrijpen de hersenen als het ware de zenuwprikkels verkeerd.
  • Lagerugpijn ontstaat door overbelasting of een verkeerde houding.
  • Pijn bij kanker ontstaat vaak doordat de tumor op organen, botten of zenuwen drukt.
  • Pijn kan ontstaan door slijtage: bijvoorbeeld bij artrose.
  • Soms kan pijn een psychische oorzaak hebben.
  • Pijn kan ontstaan door het gebruik van pijnstillers, zie Pijnstillergebruik.
Behandeling

Er zijn verschillende behandelmethoden. Het hangt ervan af wat voor soort pijn iemand heeft. Soms is zelfzorg voldoende. En soms is pijn zo ernstig dat het moeilijk is om de pijn te bestrijden. Bij pijnbestrijding zijn vaak meerdere artsen betrokken; de huisarts, verschillende specialisten, een anesthesioloog (pijnspecialist, zowel voor chronische pijn als voor narcose). Op verschillende plaatsen in het land zijn er pijnpoli`s, waar mensen met chronische pijn naartoe kunnen.

Pijnstillers

Pijnstillers worden verdeeld in groepen. Artsen gaan bij pijnbestrijding uit van 3 stappen, afhankelijk van de ernst van de pijn:

  1. Paracetamol of een NSAID
  2. Een zwakwerkend opioïde zoals codeïne of tramadol, meestal in combinatie met paracetamol of NSAID.
  3. Een opioïde zoals morfine of fentanyl, eventueel in combinatie met paracetamol of NSAID.

Naast de ‘gewone` pijnstillers zijn er ook andere medicijnen die ingezet kunnen worden bij pijn.

Paracetamol

Een pijnstiller die goed bruikbaar is als zelfzorgmiddel bij de meeste soorten van pijn bij ‘kleine` kwaaltjes.

  • Pijnstillend en koortsverlagend
  • Bijwerkingen: vrijwel geen, en paracetamol is vriendelijk voor de maag.
  • Zonder recept verkrijgbaar
  • De stofnaam is paracetamol, merknamen zijn o.a. Paracetamol, Panadol, Sinaspril.
  • Er is ook paracetamol met coffeïne: opwekkend. Coffeïne versterkt mogelijk de werking van paracetamol. Bijvoorbeeld Finimal.
  • De arts kan een combinatie voorschrijven: paracetamol plus codeïne. Omdat dit sterker werkt is het alleen op recept verkrijgbaar.

NSAID`s

NSAID`s (niet-steroïde ontstekingremmende middelen) zijn pijnstillers die ook ontstekingsverschijnselen afremmen.

  • Pijnstillend, koortsverlagend en ontstekingsremmend
  • Voorbeelden: carbasalaatcalcium, ibuprofen, acetylsalicylzuur, naproxen. Deze middelen zijn zonder recept verkrijgbaar.
  • Veel NSAID`s zijn alleen met recept verkrijgbaar. Namelijk de middelen met een sterkere werking of een hogere dosering.
  • NSAID`s zijn er in verschillende varianten. De ene soort voldoet bij hoofdpijn, de andere soort wordt door de arts voorgeschreven bij bijvoorbeeld reuma.
  • Hoe sterker de werking of hoe hoger de dosering, hoe meer kans op bijwerkingen.
  • Bijwerkingen: mogelijk beschadiging van het maag-darmslijmvlies, mogelijk vermindering van de nierwerking, beïnvloeding van de werking van sommige middelen tegen hoge bloeddruk. NSAID`s hebben invloed op de bloedstolling, ze kunnen beter niet gebruikt worden naast anti-stollingsmiddelen. Een NSAID is minder geschikt als pijnstiller na het trekken van een kies, omdat de wond dan misschien blijft bloeden.
  • De nieuwere NSAID`s zoals parecoxib en celecoxib zijn mogelijk veiliger voor de maag en worden wel voorgeschreven aan mensen die een groter risico lopen op maagproblemen.

Opioïden

Dit zijn morfine-achtige middelen, ze zijn afgeleid van opium. Er zijn zwakwerkende en sterkwerkende opioïden. Ze worden ook wel opiaten genoemd.

  • Deze middelen zijn er als tablet, als zetpil of in pleistervorm. In ernstige situaties worden morfine-achtige middelen toegediend via een injectie of een infuus, of als ruggeprik.
  • Bijwerkingen: sufheid en verstopping. Bijwerkingen bij de sterker werkende opiaten ook: misselijkheid, minder diep en minder vaak ademhalen, stemmingsveranderingen (vrolijkheid, depressie), hallucinaties.
  • Bij langdurig gebruik kan er gewenning optreden, maar echte verslaving komt niet voor als het middel wordt gebruikt tegen pijn.
  • Codeïne (Codeïne) is het zwakst werkende opiaat, alleen op recept te krijgen en de arts kan het voorschrijven in combinatie met paracetamol.
  • Tramadol (Tradonal, Tramadol, Tramagetic, Tramal) werkt iets sterker dan codeïne. Wordt soms gebruikt als NSAID`s niet gebruikt kunnen worden.
  • Sterker werkende opioïden zijn fentanyl, morfine, oxycodon en methadon.

Andere middelen

  • Zenuwpijn is meestal niet goed te behandelen met pijnstillers. Maar er is wél resultaat te boeken met andere soorten medicijnen. Namelijk met middelen tegen epilepsie of middelen tegen depressie. Want deze medicijnen werken op de zenuwen en op de informatieoverdracht in de hersenen. Het is dus niet zo dat de arts hierbij denkt dat het psychisch is.
  • Bij bepaalde aandoeningen kan de arts aanvullend andere medicijnen voorschrijven om de werking van de pijnstiller te verbeteren (bijvoorbeeld een middel tegen de misselijkheid bij migraine).

Medicinale cannabis

Wetenschappelijk bewezen is het nog niet, of medicinale cannabis echt werkt als pijnstiller. Maar sommige mensen met ernstige chronische pijn hebben er baat bij. Daarom heeft de overheid het gebruik van dit middel gelegaliseerd. Meer hierover op deze website bij het thema ‘Medicinale cannabis`.

Combinaties

Om een goed effect te bereiken met zo weinig mogelijk bijwerkingen, schrijven artsen soms combinaties voor. Een opiaat met daarnaast paracetamol, bijvoorbeeld. Het voordeel hiervan is dat de middelen elkaars werking versterken, zodat de dosering lager kan zijn.

Pijnstillergebruik

Pijnstillers worden veel gebruikt en er wordt veel reclame voor gemaakt.

Tips en wetenswaardigheden

  • Bij eenvoudige kwaaltjes met pijn (menstruatiepijn, maagpijn, aambeien, hoofdpijn) kunt u goed gebruikmaken van de zelfzorgadviezen van de apotheker. Er zijn folders en u kunt ook op deze website kijken onder ‘Klachten en ziektes`.
  • Bij chronische pijn kunt u niet alleen bij uw apotheker terecht met vragen, maar ook bij diverse patiëntenorganisaties. Zie bij ‘Links`
  • Er zijn veel pijnstillers op de markt. Die lijken te verschillen, maar vaak is dat niet zo. Dezelfde werkzame stof kan in een aantal merkmiddelen zitten die allemaal een andere merknaam hebben.Tip: let op de stofnaam. Deze staat op de verpakking, naast een eventuele merknaam. Handig bij het vergelijken van prijzen. Merkloos of ‘eigen merk` is meestal goedkoper.
  • Eerste keus bij de meeste soorten pijn zijn paracetamol en ibuprofen. Niet duur, zonder recept verkrijgbaar.
  • Eenvoudige pijnstillers worden niet vergoed. Sommige duurdere wel, maar daarvoor is een recept nodig. Het nadeel van deze pijnstillers is dat ze meer bijwerkingen kunnen hebben.
  • Zorg dat de kinderen er niet bij kunnen. Pijnstillers zitten vaak in jaszakken, tassen, kastjes en laatjes of liggen soms gewoon op tafel. Sommige pijnstillers voor kinderen lijken meer op snoepjes dan op medicijnen. Gevaarlijk aantrekkelijk.
  • Een bekende oorzaak van steeds terugkerende hoofdpijn is… pijnstillergebruik. Wie maandenlang elke week minstens drie dagen pijnstillers slikt, heeft kans op de zogenoemde medicatie-afhankelijke hoofpijn. Je blijft dan hoofdpijn houden door het slikken van die middelen. De enige manier om hier vanaf te komen is stoppen met de pijnstillers. Overleg met uw arts hoe u dit het beste kunt doen.
  • Maagklachten kunnen ontstaan door een pijnstiller uit de groep NSAID`s. Paracetamol heeft deze bijwerking niet.
  • Wie bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet extra opletten met pijnstillers. Een pijnstiller met acetylsalicylzuur, ibuprofen of naproxen (NSAID`s) versterkt de werking van bloedverdunners. Daardoor zou er een bloeding kunnen ontstaan – in het allerergste geval kan dat een hersenbloeding zijn.
Links

www.pijn-hoop.nl
Stichting Pijn-Hoop is een organisatie voor en door mensen met chronische pijn. Deze stichting organiseert onder meer cursussen en lotgenotenbijeenkomsten. 
 
www.reumabond.nl
De Reumapatiëntenbond biedt onder meer voorlichting, lotgenotencontact en cursussen. 
 
www.ncpf.nl
Voor patiëntenorganisaties klik op ‘Adressengids`. 
 
www.hoofdpijnpatienten.nl
Nederlandse Vereniging van Hoofdpijnpatiënten is de patiëntenorganisatie voor mensen met migraine, clusterhoofdpijn, aangezichtspijn en spierspanningshoofdpijn. De site biedt informatie over hoofdpijn, medicijnen en actuele zaken. 

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

  • Gerelateerde thema's
  • Vragen over pijn en pijnstillers
Doe de risicotest Diabetesfonds
Sluiten