ethinylestradiol en gestodeen in een pleister

naar medicijnen

ethinylestradiol en gestodeen in een pleister

Belangrijk om te weten over ethinylestradiol en gestodeen in een pleister

  • Pleister met het oestrogeen-hormoon ethinylestradiol en het progestageen-hormoon gestodeen.
  • Om zwangerschap te voorkomen (anticonceptiemiddel). U plakt 3 keer achter elkaar elke week een nieuwe pleister. Daarna volgt de pauzeweek met een menstruatie. Hierna begint u opnieuw met elke week een pleister te plakken.
  • Gebruikt u de pleister voor het eerst? Begin dan op de eerste dag van uw menstruatie. Dan is de pleister meteen betrouwbaar.
  • Gebruikte u eerst een andere anticonceptiemethode? Lees dan de instructie op deze site of vraag uw apotheek om uitleg.
  • Zorg dat de huid waarop u de pleister plakt, schoon en droog is. Plak de pleister op uw buik, billen of buitenkant van uw bovenarm.
  • De huid onder de pleister kan gaan irriteren of jeuken. Plak een nieuwe pleister daarom steeds op een andere plek.
  • Veel voorkomende bijwerkingen in het begin zijn: hoofdpijn, buikkramp, misselijkheid, diarree of pijnlijke borsten. Meestal gaan deze bijwerkingen binnen 3 maanden vanzelf weg. Blijft u last houden? Raadpleeg dan uw arts.
  • De anticonceptiepleister heeft veel wisselwerkingen met andere middelen. Laat uw apotheker daarom controleren of u deze veilig kunt gebruiken met uw andere medicijnen, ook medicijnen die u zonder recept heeft gekocht.

Wat doet ethinylestradiol en gestodeen in een pleister en waarbij gebruik ik het?

Dit medicijn is een anticonceptiemethode in de vorm van een pleister. Deze pleister werkt een week lang, waarna u hem vervangt. Het bevat de vrouwelijke geslachtshormonen ethinylestradiol en gestodeen.

Ethinylestradiol is een oestrogeenhormoon en gestodeen een progestageenhormoon. Oestrogeen- en progestageenhormonen spelen een belangrijke rol bij de vruchtbaarheidscyclus.

De pleister geeft dagelijks een kleine hoeveelheid hormoon af aan het bloed. Deze hoeveelheid is vergelijkbaar met een zogenaamde sub-30-pil. Dit betekent dat deze pleister dagelijks minder dan 30 microgram oestrogeenhormoon aan het bloed afgeeft.

De pleister kan worden gebruikt om zwangerschap te voorkomen.

Voorkomen van zwangerschap

Werking
De combinatie van oestrogeen- en progestageenhormonen in de pleister remt de eisprong en voorkomt dat een eicel vrijkomt tijdens de cyclus. Bovendien maken de hormonen de slijmprop in de baarmoederhals moeilijk doordringbaar voor zaadcellen. Ook de binnenkant van de baarmoeder wordt minder geschikt voor het innestelen van een eventueel bevruchte eicel.

Gestodeen is een progestageen van de derde generatie. Hiermee bedoelt men een groep progestagenen met ongeveer dezelfde bijwerkingen op de bloedstolling. Artsen schrijven meestal eerst een anticonceptiepil met een ander progestageenhormoon voor, zoals levonorgestrel, lynestrenol of norethisteron. Bij gebruik van deze progestagenen van de tweede generatie heeft u minder kans op de ernstige bijwerking trombose, terwijl de werking hetzelfde is. Wanneer u bijwerkingen heeft bij gebruik van een tweede–generatie-pil of wanneer u het lastig vindt om elke dag een pil te slikken, kan uw arts de pleister voorschrijven.

Effect
De betrouwbaarheid van de pleister is vergelijkbaar met de gewone anticonceptiepil. Voor vrouwen die vaak de gewone pil vergeten in te nemen kan het gebruik van de pleister van voordeel zijn. Men hoeft er immers maar één keer per week aan te denken.

De pleister moet wel precies volgens de gebruiksaanwijzing worden gebruikt. Zie hieronder bij ‘Hoe moet ik dit middel gebruiken?’. In de praktijk blijkt slordigheid bij het gebruik de oorzaak van enkele zwangerschappen te zijn geweest. Daarnaast kan de pleistermethode minder effectief zijn bij vrouwen die zwaarder zijn dan 90 kilo.

Lees meer over voorkomen van zwangerschap

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Bij sommige vrouwen veroorzaakt dit medicijn bijwerkingen. Als deze bijwerkingen na 3 maanden blijven bestaan, is het zinvol met uw arts te overleggen of een andere anticonceptiemethode geschikter voor u is.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Irritatie op de plaats waar de pleister is geplakt. Als u dit onaangenaam vindt kunt u een nieuwe pleister op een andere plaats plakken, die dan tot de gebruikelijke vervangdag blijft zitten. De oude pleister kunt u niet opnieuw gebruiken en moet u weggooien.
  • Hoofdpijn of migraine. Als u hier na 3 maanden last van houdt, is mogelijk een anticonceptiepil met een andere hormoonsamenstelling meer geschikt voor u. Als u vooral migraine in de stopweek heeft, kunt u eventueel het aantal stopweken verminderen door twee of drie keer geen stopweek in te lassen. Overleg hierover met uw arts.
  • Buikkramp, misselijkheid, diarree, pijnlijke of gespannen borsten. Deze klachten horen na enige tijd vanzelf over te gaan. Als u na 3 maanden nog last heeft, raadpleeg dan uw arts.
  • Vaginaal bloedverlies buiten de stopweek ('spotting') of meer of minder vaginale afscheiding dan normaal. De pleister blijft betrouwbaar, als u hem volgens de gebruiksaanwijzing hebt gebruikt. Deze tussentijdse bloedingen gaan meestal binnen 3 tot 6 maanden over. Als u last blijft houden, raadpleeg dan uw arts.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Wegblijven van de menstruatie. Als u een keertje geen menstruatie krijgt, is dat niet erg, mits u de pleister volgens de gebruiksaanwijzing heeft gebruikt. U kunt gewoon op de normale begindag starten met een nieuwe pleister. Blijft bij u de menstruatie twee keer na elkaar uit? Controleer dan meteen of u zwanger bent. Neem contact op met uw arts voor advies.
  • Droge vagina, waardoor irritatie en jeuk kunnen ontstaan, soms met afscheiding. Als u dit merkt neem dan contact op met uw arts.
  • Stemmingsveranderingen, zoals sneller geïrriteerd zijn, nervositeit of depressiviteit. Als u dit merkt neem dan contact op met uw arts.
  • Vasthouden van vocht (dikke enkels en voeten). U merkt dit ook aan een toename van uw lichaamsgewicht. Hierdoor kan ook uw bloeddruk iets stijgen. Dit is zelden zo ernstig dat u met de pleister moet stoppen. Vrouwen met hoge bloeddruk: laat uw bloeddruk regelmatig controleren. Als u na drie maanden last van dikke enkels houdt, raadpleeg dan uw arts.
  • Huidafwijkingen, zoals acne, bruine vlekken op de huid of huidirritatie onder invloed van zonlicht. Als u hier last van heeft, raadpleeg dan uw arts.
  • Meer of minder zin in vrijen. De hormonen in de pleister kunnen invloed hebben op uw zin in seks. Als u hier problemen mee heeft, overleg dan met uw arts.
  • Wazig zien of dubbelzien, verminderde traanproductie. Hierdoor kan oogirritatie ontstaan bij het dragen van contactlenzen. Wanneer u hier veel last van heeft, raadpleeg dan uw arts.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Trombose, waarbij een bloedstolseltje een bloedvat kan afsluiten. Dit gebeurt meestal in een been, soms komt het bloedstolsel in de longen terecht. U kunt trombose herkennen aan een dikke, harde, rode en pijnlijke plek op het been, soms aan pijn in de kuit en een zwaar gevoel in het been, zelden aan plotseling optredende kortademigheid, soms met pijn of het ophoesten van bloed. Waarschuw in deze gevallen onmiddellijk een arts, of ga meteen naar de Eerste-Hulpdienst.
    Vrouwen ouder dan 35 jaar, die roken, een hoge bloeddruk, te veel cholesterol in hun bloed of overgewicht hebben, lopen meer risico. Ook bestaat er een erfelijk bepaalde aanleg voor trombose (factor 'V Leiden'). Als u eerder trombose heeft gehad, kunt u deze pleister niet gebruiken. Als in uw familie trombose voorkomt, overleg dan met uw arts.
    Overleg ook met uw arts als u een operatie moet ondergaan, enige tijd bedrust moet houden of niet mag lopen. De kans op trombose kan dan tijdelijk verhoogd zijn.
  • Hart- en vaataandoeningen, zoals meer kans op een hartaanval of een beroerte. De kans hierop is groter bij mensen die al meer risico lopen op hart- of vaataandoeningen. Zoals bij mensen die al eerder een hartaanval of beroerte hebben gehad. En mensen met perifeer arteriaal vaatlijden, zoals etalagebenen of een vernauwing of afsluiting van de beenslagader. Overleg met uw arts voor u dit medicijn gaat gebruiken. Mogelijk kan uw arts u een andere medicijn voorschrijven.
  • Borstkanker. Het risico op borstkanker is iets hoger, dan bij vrouwen die geen hormonen gebruiken. Bij vrouwen boven de vijftig neemt het risico op borstkanker toe. Vandaar dat het gebruik van de pil wordt afgeraden boven de vijftig. Bij vrouwen die borstkanker hebben of hebben gehad, kan de tumor groeien of terugkomen door het gebruik van dit middel. U kunt dit middel daarom beter niet gebruiken. Overleg met uw arts over een mogelijk alternatief (niet-hormonale anticonceptie). Indien dit er niet is, kunt u bij sommige vormen van borstkanker, wanneer is aangetoond dat de tumor ongevoelig is voor hormonen, dit middel wel gebruiken.
  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag en galbulten. In zeldzame gevallen kunt u zwellingen krijgen in het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als dit ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. U mag dit soort middelen in de toekomst dan niet meer gebruiken. Geef aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor dit medicijn. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of een ander oestrogeenhormoon niet opnieuw krijgt.
  • Leveraandoeningen en galstenen. De galstenen zelf zijn vaak pijnloos, een enkele keer ontstaat er een galblaaskoliek. U merkt dit aan hevige pijnaanvallen in de bovenbuik. Waarschuw dan een arts. Een leveraandoening merkt u aan een gevoelige, opgezwollen buik of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw dan een arts.
  • Als u acute porfyrie heeft, een stofwisselingsziekte waarbij men aanvallen krijgt van buikpijn, braken, koorts en hartkloppingen: dit medicijn kan een aanval uitlokken. Geef aan de apotheker door dat u acute porfyrie heeft. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of andere uitlokkende medicijnen niet krijgt.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van een van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Lees de bijsluiter voor het juiste gebruik van de pleister.

Hoe?

  • Haal de pleister uit het beschermende zakje en gebruik de pleister dan meteen. Bewaar het zakje om later de uitgewerkte pleister in terug te doen, zodat u het veilig kunt weggooien.
  • Breng de pleister aan op een droog, onbehaard, niet beschadigd huidgedeelte van buik, billen of buitenkant van de bovenarm. Zorg ervoor dat op de plaats geen nauwsluitende kleding eroverheen kan wrijven, zoals een strakke tailleband. Druk de pleister stevig vast, zodat de gehele pleister goed vastzit aan de huid.
  • Controleer elke dag of de pleister nog goed vastzit. Gebruik op het gekozen huidgedeelte geen lotion, crème, make-up, poeder of andere middelen. Hierdoor kan de pleister eerder loslaten.
  • Als u de pleister goed heeft geplakt, kunt u zonder problemen douchen, baden, zwemmen, sporten of een sauna gebruiken. U hoeft de pleister niet te beschermen tegen zonlicht.
  • Na 1 week is de pleister uitgewerkt en moet u een nieuwe pleister plakken. Gebruik hiervoor een ander huidgedeelte om irritatie door de pleister te voorkomen.
  • Spoel de gebruikte pleister NIET door de WC, maar plak de pleister dubbel met de kleeflaag naar binnen. Stop hem weer in het afsluitbare zakje. Lever deze in bij de apotheek of doe de pleister bij het klein chemisch afval. Zorg er voor dat kleine kinderen er niet bij kunnen komen.

Laat een pleister geheel of gedeeltelijk los?
Als de periode dat de pleister los zat minder dan 24 uur is: druk de pleister opnieuw goed aan op dezelfde plaats. Als de pleister niet langer kleeft: plak een nieuwe pleister. Breng nooit tape of verband aan over de pleister om hem beter te laten plakken. Vervang de pleister op de gebruikelijke vervangdag. De methode blijft dan betrouwbaar.

Als de periode dat de pleister los zat meer is dan 24 uur of als u niet weet hoe lang de pleister los zat: het advies hangt af van de week waarin de pleister heeft losgelaten:

  • Laat de pleister los in de eerste week: plak direct een nieuwe pleister. Gebruik daarbij een week lang condooms. Als u gemeenschap heeft gehad in de 5 dagen voor de dag dat anticonceptiepleister losliet of in de 7 dagen daarna, ga dan naar de apotheek voor de morning-afterpil.
  • Gebeurt dit in de tweede week: plak direct een nieuwe pleister. Gebruik daarbij een week lang condooms.
  • Wanneer dit in de derde week gebeurt: u kunt twee dingen doen:
    • plak direct een nieuwe anticonceptiepleister en laat deze 7 dagen zitten. De pleister blijft zo veilig.
    • las direct een pauzeweek in, door de anticonceptiepleister helemaal te verwijderen. Begin na 7 dagen weer met een nieuwe pleister. De pleister blijft zo veilig.

Wanneer?

Noteer de dag waarop u begint, bijvoorbeeld woensdag. Noem dit dag één. Op de achtste en vijftiende dag (woensdagen) vervangt u de pleister door een nieuwe. Op dag 22 (woensdag) haalt u de laatste pleister eraf en begint de stopweek. Na precies 1 week (ook op woensdag) begint u weer met een nieuwe cyclus van 3 pleisters. Tijdens de stopweek zal een bloeding optreden die lijkt op een menstruatie.

Om zeker te zijn van een betrouwbare anticonceptie, moet u de eerste keer de pleister aanbrengen op het volgende moment:

  • als u voorafgaand GEEN andere anticonceptie met hormonen heeft gebruikt: op de eerste dag van de menstruatie de eerste pleister aanbrengen. Kies hiervoor de eerste dag dat de menstruatie goed doorzet. Sommige vrouwen hebben namelijk daarvoor een aantal dagen last van licht bloedverlies ('spotting'). De pleister is dan meteen betrouwbaar. Als u later begint dan na de eerste dag van de menstruatie: gebruik de eerste 7 dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom.
  • als u voorafgaand een gewone anticonceptiepil heeft gebruikt: op de dag nadat u de laatste pil heeft geslikt de eerste pleister aanbrengen. U kunt ook starten na de pauzeweek op de dag dat u anders met een nieuwe pilstrip zou beginnen. In beide gevallen is de methode betrouwbaar.
  • als u voorafgaand de vaginale ring met hormonen of een andere anticonceptiepleister heeft gebruikt: op de dag dat u de laatste vaginale ring of pleister hebt verwijderd de eerste pleister aanbrengen. U kunt ook starten na de pauzeweek op de dag dat u anders een nieuwe vaginale ring of pleister zou plaatsen. In beide gevallen is de methode betrouwbaar.
  • als u voorafgaand de minipil heeft gebruikt: u kunt op elk gewenst moment overschakelen op de pleister. Gebruik de eerste zeven dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom.
  • als u voorafgaand de prikpil, het implantatiestaafje of hormoonspiraaltje (IUD) heeft gebruikt: u kunt de pleister aanbrengen op de dag dat u anders de prikpil zou krijgen of op de dag dat het implantatiestaafje of IUD is verwijderd. Gebruik de eerste zeven dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom.
  • na een bevalling: meestal zal de arts u adviseren eerst een gewone menstruatie af te wachten, voordat u met de pleister kunt beginnen. In sommige gevallen kunt u ook eerder beginnen. Vraag advies aan uw arts.
  • na een miskraam of abortus: vraag advies aan uw arts.

Hoelang?

  • U mag één pleister maximaal 1 week achtereen dragen. Daarna moet u de pleister vervangen of begint de pleistervrije week.
  • Als u rookt is het verstandig om rond uw 35ste levensjaar een andere methode van anticonceptie te kiezen. U heeft dan een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
  • Als u niet rookt, kunt u de anticonceptiepleister ook na uw 35ste levensjaar doorgebruiken. Er is geen reden te stoppen als u de anticonceptiepleister al jaren achtereen gebruikt, behalve als u zwanger wilt worden.
  • Bent u ouder dan 50, dan heeft u kans dat u in de overgang bent. Wilt u weten of dit het geval is? Stop dan met het gebruik van de anticonceptiepleister en kijk of u nog menstrueert. Als de menstruatie niet meer komt, weet u dat u in de overgang bent.
    Misschien merkt u dit ook aan opvliegers, zweetaanvallen en een droge pijnlijke vagina. Deze klachten worden door het gebruik van de anticonceptiepleister onderdrukt, dus u zou deze pleister daarvoor kunnen gebruiken. Beter is het om speciale hormonen tegen overgangsklachten gebruiken. Deze bevatten namelijk minder sterke vrouwelijke geslachtshormonen. Vraag uw arts hiernaar.

Wat moet ik doen als ik een dosis ben vergeten?

Bent u vergeten de pleister te wisselen of te verwijderen? Er zijn verschillende situaties mogelijk:

  • Week 1: bent u vergeten na de 7 dagen pauze op tijd een nieuwe pleister aan te brengen? Breng een nieuwe pleister aan zodra u eraan denkt. De vervangdag wordt in dit geval anders. Gebruik de eerste 7 dagen een extra voorbehoedmiddel, bijvoorbeeld een condoom. Heeft u geslachtsgemeenschap gehad voordat u de pleister aanbracht? Er bestaat een kans op zwangerschap; overleg met uw arts.
  • Week 2 en 3: bent u niet meer dan 2 dagen (48 uur) te laat met het vervangen van de pleister? Breng direct een nieuwe pleister aan en vervang deze op de gebruikelijke vervangdag. Als u de 7 dagen voorafgaand aan de overgeslagen dag de pleister juist hebt gebruikt, blijft de methode betrouwbaar.
  • Week 2: heeft u de eerste pleister meer dan twee dagen te laat vervangen door de tweede pleister? Plak direct een nieuwe pleister. Gebruik daarbij een week lang condooms.
  • Week 3: heeft u de tweede pleister meer dan twee dagen te laat vervangen door de derde pleister? Plak direct een nieuwe pleister en noteer deze dag als de nieuwe dag 1. U start dus met een nieuwe cyclus en een andere vervangdag. Gebruik de eerste zeven dagen een extra voorbehoedsmiddel, bijvoorbeeld condooms.
  • Bent u vergeten de laatste pleister van de cyclus op tijd (dag 22) te verwijderen? Verwijder de pleister zodra u er aan denkt en begin met de eerste pleister van de nieuwe cyclus op de gebruikelijke vervangdag. De methode blijft betrouwbaar.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden, alcohol drinken en alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

Mag ik ethinylestradiol en gestodeen in een pleister gebruiken met andere medicijnen?

Dit middel heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Tamoxifen (een anti-oestrogeen) en anastrozol, exemestaan en letrozol (aromatase-remmers) die gebruikt worden bij bepaalde vormen van borstkanker. Deze middelen en de ethinylestradiol met gestodeenpleister kunnen elkaars werking tegengaan. Overleg met uw arts.
  • Lamotrigine, een medicijn tegen epilepsie. Anticonceptiemethoden met hormonen kunnen de werking van lamotrigine verminderen. U kunt beter een andere vorm van anticonceptie kiezen. Overleg met uw arts.

De volgende medicijnen verminderen de betrouwbaarheid van de pleister. Hierdoor stijgt de kans op een zwangerschap.

  • Sommige medicijnen tegen hiv en hepatitis C. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.

De volgende medicijnen verminderen ook de betrouwbaarheid van de pleister. Mogelijk vervangt uw arts het medicijn. Of misschien krijgt u een ander anticonceptiemiddel, zoals een spiraaltje of de prikpil. Als dit niet mogelijk is, kunt u condooms gebruiken. Als u stopt met het medicijn is het effect op de hormonen van de pleister nog 4 weken aanwezig. Gebruik daarom condooms tijdens en tot en met 4 weken na het stoppen van een van onderstaande medicijnen.

  • Medicijnen tegen epilepsie, zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, oxcarbazepine, perampanel, primidon, rufinamide en topiramaat. Sommige van deze medicijnen worden soms gebruikt bij zenuwpijn, migraine, hartritmestoornissen of manische depressiviteit.
  • Modafinil, een medicijn dat gebruikt wordt bij narcolepsie (plotselinge slaapaanvallen).
  • Medicijnen tegen tuberculose rifampicine en rifabutine.
  • Sint-janskruid (hypericum), een kruidenmiddel gebruikt bij depressie.
  • Medicijnen tegen misselijkheid en braken aprepitant en fosaprepitant.
  • Bosentan, een medicijn dat wordt gebruikt bij ernstige hoge bloeddruk in de longen. Omdat bosentan schadelijk kan zijn voor de ongeboren baby is het extra belangrijk om zwangerschap te voorkomen.
  • Griseofulvine, een antischimmelmiddel.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Als tijdens het gebruik van de pleister voor de tweede keer achtereen de menstruatie wegblijft, is dat reden om meteen te controleren of u misschien zwanger bent. Ook als u eerder het gevoel heeft dat u zwanger zou kunnen zijn, bijvoorbeeld door ochtendmisselijkheid, moet u een zwangerschapstest uitvoeren. Misschien heeft de pleister losgelaten zonder dat u het heeft gemerkt. Hierdoor kan de pleister onvoldoende tegen zwangerschap hebben beschermd.

U kunt een zwangerschapstest uitvoeren als u nog maar een paar dagen overtijd bent. U kunt hier ook contact met uw arts over opnemen. Gebleken is dat het gebruik van de anticonceptiepil gedurende de eerste maanden van een eventuele zwangerschap geen kwaad doet aan de baby. Verwacht wordt dat dat bij de pleister hetzelfde is.

Het is niet nodig een paar maanden te wachten met zwanger worden nadat u met de pleister bent gestopt. De hormonen uit de pleister zijn namelijk binnen twee dagen uit het bloed verdwenen.

Sommige artsen adviseren één gewone menstruatie af te wachten voordat u zwanger wordt. Dit heeft te maken met het feit dat dan de datum van de bevruchting, en dus de 'uitgerekende' datum, beter is te bepalen.

Borstvoeding
Vanaf 6 weken na de bevalling kunt u deze pleister veilig gebruiken tijdens het geven van borstvoeding. De hormonen uit deze pleister komen in een zeer kleine hoeveelheid in de moedermelk. Dit is waarschijnlijk niet schadelijk voor de baby. Over het gebruik tot 6 weken na de bevalling is nog te weinig bekend. Gebruik tot 6 weken liever een ander voorbehoedmiddel, zoals condooms.

Door de hormonen uit deze pleister kan de borstvoeding iets teruglopen. Overleg hierover met uw arts. Mogelijk kunt u tijdelijk overstappen op een anticonceptiemiddel met alleen progestageenhormoon, zoals de minipil met desogestrel. Dit anticonceptiemiddel beïnvloedt de aanmaak van moedermelk niet. Na het stoppen van de borstvoeding kunt u weer overstappen naar de pleister. Overleg hierover met uw arts.

Gebruikt u medicijnen op recept of die u zonder recept koopt? Wilt u helpen om de kennis over medicijngebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding te vergroten? Meld dan uw ervaring bij pREGnant.

Mag ik zomaar met dit medicijn stoppen?

U kunt met dit medicijn stoppen wanneer u wilt. U hoeft niet per se een periode van 3 weken af te maken. Als u stopt, krijgt u na enkele dagen een bloeding.
U bent na het verwijderen van de pleister wel meteen vruchtbaar; u kunt dus direct zwanger worden. Als u stopt omdat u zwanger wilt worden, raden sommige artsen aan om eerst een gewone menstruatie af te wachten. Het tijdstip van bevruchting en de datum van bevalling zijn dan gemakkelijker uit te rekenen.

Bovendien is het verstandig om vanaf 4 weken voor tot en met 8 weken na de bevruchting foliumzuur te slikken. Deze vitamine vermindert het risico op een aangeboren neurologische aandoening bij de baby ('open ruggetje') en waarschijnlijk ook het aantal misvormingen van het gezicht ('hazenlip' en 'gespleten verhemelte'). Als u stopt met de pleister kunt u meteen foliumzuur (0,4 of 0,5 mg in tabletvorm) slikken. Vraag ernaar bij de apotheek.

Onder welke namen is ethinylestradiol en gestodeen in een pleister verkrijgbaar?

De werkzame stof ethinylestradiol en gestodeen in een pleister zit in de volgende producten:

Heb ik een recept nodig?

Ethinylestradiol met gestodeen in een pleister is sinds 2016 internationaal op de markt. Het is verkrijgbaar onder de merknaam Lisvy.

Wilt u meer weten over de prijs en vergoeding van uw medicijn? Lees dan verder in het thema: Medicijnprijzen en vergoedingen.

Laatst bijgewerkt: 19-10-2017

Disclaimer

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. De officieel geregistreerde gegevens van dit medicijn bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen vindt u op: www.cbg-meb.nl . Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

Vind een apotheek

Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.

Vraag het de webapotheker

Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

Vraag het de webapotheker

Meldingen over dit medicijn

Geen ervaringen gevonden.

Apotheek.nl gebruikt cookies om het surfgedrag op de website te analyseren.