
Bij een verblijf in het ziekenhuis komen uw medicijnen uit de ziekenhuisapotheek. De ziekenhuisapotheker heeft een belangrijke taak. Hij werkt samen met de medisch specialisten in het ziekenhuis en denkt mee over de beste toepassing van medicijnen.

Bij een verblijf in het ziekenhuis komen uw medicijnen uit de ziekenhuisapotheek. De ziekenhuisapotheker heeft een belangrijke taak. Hij werkt samen met de medisch specialisten in het ziekenhuis en denkt mee over de beste toepassing van medicijnen.
Ooit opgenomen geweest? Dan herkent u dit: op vaste tijden komt er een verpleegkundige aan het bed van de patiënt: "Alstublieft, hier is uw tablet", of "Meneer de Vries, ik kom even uw infuus aansluiten".
Maar hoe weet de verpleegkundige welke pil wanneer nodig is, voor wie? Medicijngebruik in het ziekenhuis is een heel proces, vanaf de opname tot het ontslag uit het ziekenhuis.
Medicatieoverzicht
Als u wordt opgenomen, is het handig als u uw medicijnen bij u heeft, want een verpleegkundige, een apothekersassistent of eventueel een apotheker heeft met u een gesprek over de volgende punten.
Uw arts bepaalt of u doorgaat met dezelfde medicijnen of niet, en of u daarbij nog andere medicijnen nodig heeft. In de ziekenhuisapotheek maakt een apothekersassistent een medicatieoverzicht van u aan en controleert het een en ander: is de gewenste combinatie van medicijnen mogelijk? Zijn er geen nare bijwerkingen te verwachten? Klopt de vastgestelde dosis?
Alle medicijnen die u gebruikt, worden genoteerd in uw medicatieoverzicht in de computer. Daarbij staat hoe laat u uw geneesmiddelen moet gebruiken en op welke manier: met wat water of fijngemalen (voor bijvoorbeeld mensen die niet goed kunnen slikken), of bijvoorbeeld door het infuus. De ziekenhuisapotheek geeft al die informatie door aan de verpleegafdeling.
Verpleegafdeling
De verpleegkundige die op de verpleegafdeling verantwoordelijk is voor de medicijnen, heeft een medicatiewagen met verschillende laatjes voor verschillende uitdeelrondes (om 08.00 uur, 12.00 uur enzovoort). Voor elke patiënt is er een laatje.
Elke dag levert de ziekenhuisapotheek de geneesmiddelen die nodig zijn aan de afdelingen. De medicijnen die veel en vaak nodig zijn, krijgen de afdelingen op voorraad in afgesloten apotheekkasten. Er zijn ook maatwerkmedicijnen: de apotheek maakt en levert deze op het moment dat de patiënt ze nodig heeft.
Veilig uitdelen
Veiligheid, geen fouten maken bij het uitdelen, dat is heel belangrijk. Voor de gang van zaken bij het uitdeelproces zijn de ziekenhuisapothekers verantwoordelijk, en zij proberen hier continu verbetering in te brengen. De computer is daarbij een heel goed hulpmiddel.
Tegenwoordig wordt elk pilletje apart verpakt en krijgt de verpakking een streepjescode. Zo zijn de pillen tot vlak voor het toedienen altijd herkenbaar en is er geen kans op verwisseling. Het uitdelen gaat niet in elk ziekenhuis op dezelfde manier. Voorbeelden van een moderne aanpak zijn de volgende.
Maatwerkmedicijnen
Veel patiënten krijgen geneesmiddelen die de ziekenhuisapotheek kan kopen bij de farmaceutische fabriek. Maar ook veel patiënten hebben medicijnen nodig op maat, voor hun speciale situatie. Geneesmiddelen die een aparte samenstelling hebben of die gewoonweg niet te koop zijn. Zoals:
Deze geneesmiddelen worden op maat gemaakt in de bereidingsafdeling van de ziekenhuisapotheek.
Met ontslag
Als u uit het ziekenhuis wordt ontslagen, moet u vaak thuis ook nog medicijnen gebruiken. Daarom heeft een verpleegkundige, een apothekersassistent of eventueel een apotheker hierover een gesprek met u. Over welke medicijnen u thuis moet gebruiken, over de manier van toedienen, mogelijke bijwerkingen enzovoort.
Daarna is het aan u te beslissen hoe het verder gaat. U kunt uw ontslagmedicatie halen bij uw eigen apotheek, en daar dan gelijk uw medicatieoverzicht laten bijwerken. Als er in uw ziekenhuis een poliklinische apotheek is, kunt u ook daar terecht voor uw ontslagmedicatie. U bent vrij in uw keuze.
Opgenomen? U merkt misschien niet dat - achter de schermen - de ziekenhuisapotheker meedenkt over uw behandeling – en feitelijk uw medebehandelaar is.
Apotheker denkt mee, doet mee
Apotheker adviseert
Over allerlei vraagstukken geeft de apotheker advies. Zoals: is middel A goed te combineren met middel B? Moet mevrouw Pieters vóór haar operatie stoppen met medicijn Z? Baby Kevin reageert niet goed op medicijn K, welke behandelmogelijkheden mogelijkheden hebben we nog meer?
De apotheker kan adviseren welk middel de arts het best kan inzetten in een bepaald geval. Wat de dosering van de medicatie moet zijn, bijvoorbeeld voor een baby, voor een ernstig verzwakte bejaarde of voor een nierpatiënt. Veel geneesmiddelen worden namelijk via de nieren uit het lichaam gefilterd. Dat lukt niet goed als de nieren niet goed werken, en dan moet de dosering van het geneesmiddel worden aangepast. De apotheker adviseert hierin.
Apotheker zoekt het uit
Artsen hebben regelmatig vragen waarbij de apotheek het antwoord moet uitzoeken. Zoals:
Bij mevrouw Arke gaat het om de vraag: klopt de dosering? Zij gebruikt een geneesmiddel dat goed werkt bij een lage dosering, en dat bij een hogere dosering nadelen kan hebben: veel bijwerkingen. Wat de goede dosering is, verschilt van persoon tot persoon. Zit er weinig van de werkzame stof uit het geneesmiddel in het bloed, dan spreekt men van een lage bloedspiegel. Bij een hoge bloedspiegel zit er veel van het geneesmiddel in het bloed. In dat geval kan de arts besluiten dat de patiënt bijvoorbeeld 2 keer daags 1½ tablet moet gaan nemen. Patiënten die bepaalde antibiotica gebruiken, krijgen te maken met bloedprikken voor dit doel en ook de gebruikers van middelen tegen epilepsie of tegen depressie.
Patiënt Tom werd heel ziek opgenomen en heeft blijkbaar te veel binnengekregen van het een of ander. Dat kan een medicijn zijn, maar ook een onbekende giftige stof. Zo`n patiënt kan een klein kind zijn dat heeft 'gesnoept' uit een interessante fles uit het aanrechtkastje, of bessen van een mooie plant of pillen uit de jaszak van opa (maar hoeveel?).
Dit zoeken de analisten van het laboratorium dan uit, vaak onder grote tijdsdruk, want de arts wacht op advies over een tegengif.
In het Klinisch Farmaceutisch laboratorium doen ze alléén onderzoek naar 'lichaamsvreemde stoffen' want daarin is de apotheker een expert. Deze stoffen, die van nature niet in het lichaam voorkomen, kunnen geneesmiddelen zijn, maar ook giftige planten, drugs of schoonmaakmiddelen.
Ieder zijn vakgebied
Apotheker en arts zijn bondgenoten. Samen zoeken ze naar een oplossing voor de medische problemen van hun patiënten.
Wat doet de apotheker met en voor uw arts? En dus voor u? Veel voorbeelden vindt u hieronder.
Voor de patiënten - op afdelingen, in poliklinieken, in operatiekamers - levert de ziekenhuisapotheek de medicijnen. Dat is veel werk.
Veel patiënten, veel geneesmiddelen
Bij elke patiënt moet de toepassing van de medicatie correct verlopen: het juiste middel, de juiste dosis, het juiste tijdstip enzovoort. Dat is de allerbelangrijkste zorg van de ziekenhuisapotheker. Veel werk dus, waarbij nauwkeurigheid uiterst belangrijk is.
Kijkje in een ziekenhuisapotheek
Niet direct in het zicht, meestal ergens op de begane grond of in het souterrain van het ziekenhuis, bevindt zich de ziekenhuisapotheek.
In een ziekenhuisapotheek werken veel mensen:
www.nvza.nl
Op de website van de Nederlandse Vereniging voor ziekenhuisapothekers vindt u informatie over de ziekenhuisapotheek. Lees hier ook over het werk van de ziekenhuisapotheker en wat zij doen aan medicatieveiligheid.
www.mstwente.nl/apotheek
Op de site van Medisch Spectrum Twente, Enschede staat veel informatie over de ziekenhuisapotheek, onder meer met een rondleiding en foto`s.
Tip: misschien heeft 'uw' ziekenhuis een website met informatie over de apotheek/medicijnen in het ziekenhuis.
www.stjansdal.nl
Op de website van Ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk vindt u informatie over het werk van de medewerkers: veel verantwoordelijkheid, veel afwisseling.