Thema

Kinderen en medicijnen

naar thema's

Kinderen en medicijnen

Ziek zijn is niet leuk, en medicijnen nemen ook niet. Maar per jaar krijgt 60 procent van alle mensen in de groei – dus kinderen tussen 0 en 16 jaar - te maken met medicijngebruik. De dosering steekt nauw. Uw apotheker geeft informatie, ook bij kinderziekten en kleine kwaaltjes.
 

Kleine medicijngebruiker

Om verschillende redenen moeten kinderen soms medicijnen gebruiken. Bij kleine, onschuldige kwaaltjes zijn medicijnen meestal niet nodig. Bij de typische kinderziekten gaat het vaak om uitzieken. Maar kinderen kunnen ook chronische aandoeningen krijgen. De meestgebruikte medicijnen door kinderen zijn medicijnen tegen astma, diabetes en reuma. En antibiotica tegen ontstekingen die door een bacterie zijn veroorzaakt.

Dosering

De meeste medicijnen zijn gemaakt voor volwassenen. Voor een kind is het juiste medicijn, in een aangepaste dosering, erg belangrijk. Want een kind is immers kwetsbaarder dan een volwassene.

  • Een kind is kleiner dan een volwassene. Bovendien heeft een kinderlichaam andere verhoudingen in vetweefsel, spierweefsel en water.
  • De lever en de nieren zorgen voor de afbraak en uitscheiding van medicijnen. Bij een kind zijn de lever en de nieren nog in ontwikkeling. Daardoor worden bij een kind sommige medicijnen langzamer afgebroken, andere middelen juist sneller.
  • Een kind kan op sommige middelen gevoeliger of minder gevoelig reageren dan een volwassene. Daarom heeft een kind vaak minder medicijn, maar soms ook meer medicijn nodig.
  • De hoeveelheid medicijn die een kind nodig heeft, is ondermeer afhankelijk van het gewicht. De arts of de apotheker rekent dat uit.

Zelf doen

Een medicijn kan alleen effect hebben als het trouw wordt gebruikt. Vaak zal het resultaat beter zijn als het kind iets zélf mag doen of er zelf bij betrokken is. Dat lukt meestal wel, ook bij kleine kinderen, eventueel met hulp van een groter broertje of zusje. Voorbeelden:

  • Stijn (4) mag zelf het recept van de arts aannemen, weer afgeven in de apotheek en zijn medicijn aanpakken.
  • De moeder van Isa (6) heeft een kalender gemaakt met een vakje voor elke keer dat Isa haar medicijn inneemt. En Isa plakt daarna een sticker in het juiste vakje.
  • Luc (2½) moet astmamedicijnen inhaleren. Niet direct een pretje. Maar papa heeft de voorzetkamer van het inhalatie-apparaat versierd als olifantensnuit en zo wordt het inhaleren ‘spelen met de olifant`.
  • Sofie (11) vergeet haar astmamedicijnen wel eens. Vooral als ze weinig klachten heeft. Mama legt uit waarom het belangrijk is dat Sofie toch volhoudt en samen zoeken ze oplossingen: de medicijnen liggen altijd op een vaste plek en Sofie gebruikt ze op een vast moment, namelijk voor het tandenpoetsen.
  • Tim (11) moet een paar keer per dag inhaleren, ook op school. Hij schaamde zich een beetje, maar nu hij een spreekbeurt heeft gehouden over astma, snappen de andere kinderen beter wat hij aan het doen is.

Weerzin

Een kind kan het vervelend, moeilijk of vies vinden om medicijnen te slikken. Wat te doen?

  • Een tablet of een capsule doorslikken: dat geeft bij kinderen vaak problemen. Het gaat het beste als het kind de tablet of capsule op de tong legt en meteen daarna een slok water neemt. Als het kind het hoofd bij het slikken een beetje naar voren buigt, glijdt de tablet soepel naar binnen en blijft hij niet achter in de keel plakken.
  • Heeft uw kind problemen met het slikken van het medicijn? Vraag dan in de apotheek of u het mag mengen met yoghurt, melk, vla, warm eten of appelmoes.
  • Als dat mag, meng dan het medicijn met een klein deel van het eten. Dit beetje laat u eerst opeten vóór uw kind de rest van het eten krijgt. Zo zorgt uw dat het kind al het medicijn binnenkrijgt.
  • Sommige medicijnen mogen niet worden fijngemaakt of opengemaakt. Vraag ernaar in de apotheek. Mag het niet, en heeft uw kind bijvoorbeeld last van braken, vraag dan in de apotheek of van het medicijn een drank of zetpil gemaakt kan worden.

Tips van uw apotheker

De apotheker is dé medicijnspecialist en geeft graag advies als het gaat om kinderen en medicijnen.

  • Heeft u vragen over medicijnen? Bijvoorbeeld: Hoeveel medicijn moet ik mijn kind geven? Hoe zit het met bijwerkingen? Wat moet ik doen als mijn kind het medicijn niet wil innemen? Vraag dan advies in de apotheek. U kunt de apotheek ook bellen. Het telefoonnummer staat op het etiket van het medicijn.
  • Heel belangrijk bij een receptmedicijn voor een kind is de informatie op het etiket. Dáár staat wat de bedoeling is bij het gebruik door het kind. Is het niet duidelijk? Vraag dan de apotheker om uitleg.
  • Uw apotheker geeft ook advies bij veelvoorkomende kwaaltjes, van allergie tot voetschimmel.
  • Let op bij antibiotica. Een antibioticumkuur moet altijd afgemaakt worden, ook als de klachten al eerder over zijn. Als de kuur niet afgemaakt wordt, is er kans dat de infectie terugkomt of dat het medicijn op den duur niet meer goed werkt.
  • Goed om te weten: een antibioticum is bedoeld voor een infectie door een bacterie. Maar bij een infectie door een virus is een antibioticum zinloos, het helpt niet.
  • Let op bij borstvoeding en zwangerschap. Medicijnen die een vrouw gebruikt, kunnen in het lichaam van de baby of het kindje in de baarmoeder terechtkomen. Namelijk via de voeding of het bloed. Geeft u borstvoeding? Bent u zwanger of probeert u zwanger te worden? En gebruikt u medicijnen? Lees dan de bijsluiter extra goed en breng uw arts en apotheker op de hoogte.
  • Geef receptmedicijnen van het ene kind niet aan een ander kind.
  • Kinderen jonger dan 2 jaar kunnen ademhalingsmoeilijkheden krijgen door menthol. Gebruik daarom voor kinderen jonger dan 2 jaar nooit stoomdruppels, stoomcapsules of inhalatiezalf met menthol.
  • Kies voor kinderen liever paracetamol als zetpil, dan paracetamol-tabletjes. Kinderen denken soms dat de tabletjes snoepjes zijn. Ze smaken lekker en kunnen daardoor gevaar opleveren.

Vaccinatie

Vroeger gebeurde het veel dat kinderen aan een ernstige besmettelijke ziekte overleden. Of dat ze wel herstelden, maar er een ernstige handicap aan overhielden – denk aan kinderverlamming (polio). Sinds 1975 bestaat er in Nederland het RVP: het Rijksvaccinatieprogramma. De inentingen zijn gratis en ze worden uitgevoerd op het consultatiebureau of bij de GGD.

RVP

Volgens het RVP kunt u uw kind laten inenten tegen de volgende ziekten:

  • Difterie
  • Kinkhoest
  • Tetanus
  • Polio
  • Hib-ziekten (infecties veroorzaakt door de bacterie Haemophylus Influenza type B)
  • Bof
  • Mazelen
  • Rodehond
  • Hersenvliesontsteking veroorzaakt door meningokok type C
  • Hepatitis B
  • Pneumokokken (mg) (infecties met deze bacteriesoort kan hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging en longontsteking veroorzaken)
  • En vanaf 2009 ook tegen infecties veroorzaakt door het papillomavirus (het virus dat bijvoorbeeld baarmoederhalskanker kan veroorzaken)

Meer weten over vaccinatie: zie ‘Links'. Of voor informatie over een specifiek vaccin zoek op deze site onder 'Medicijnen' en vervolgens de naam van een vaccin.

Links

www.gifwijzer.nl
Informatie over vergiftigingen geeft een lijst met gevaarlijke stoffen en de bijbehorende eerste-hulpmaatregelen en foto`s van 38 giftige planten.
 
www.astmafonds.nl
Astma komt veel voor bij kinderen. De site van het Astmafonds biedt heel veel informatie over astma, ook voor kinderen: klik op ‘astmakids`. Hier is ook informatie voor een spreekbeurt te vinden.
 
www.ehbo.nl
De samenwerkende EHBO-organisaties Nederland geven op deze site informatie onder andere over EHBO-cursussen.
 
www.rivm.nl/rvp
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geeft informatie over het RVP (Rijksvaccinatieprogramma), waarom de overheid inenten nodig vindt, vragen en antwoorden over vaccinatie en de mogelijkheid om folders te downloaden over de ziekten waartegen ingeënt wordt. 

www.brandwonden.nl
Informatie over eerste hulp bij brandwonden. Tevens biedt deze site tips voor het voorkomen van brand en hoe te handelen als brand uitbreekt.

Disclaimer

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

Vind een apotheek

Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.

Vraag het de webapotheker

Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

Vraag het de webapotheker

Apotheek.nl gebruikt cookies om het surfgedrag op de website te analyseren.