Uitleg van moeilijke woorden

Klik op

naar kunt u dat even uitleggen?

Moeilijke woorden van A tot Z

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  1. AAderverkalking

    Aderverkalking verstopt de bloedvaten. Dit komt door het vet dat aan de binnenkant van de bloedvaten blijft plakken.
  2. Allergie

    Bij een allergie geeft het lichaam een afweerreactie op sommige stoffen. Zoals op katten of op stof. U gaat dan bijvoorbeeld niezen of u krijgt rode ogen.
  3. Angststoornis

    Iemand met een angststoornis is ergens bang voor. Hij heeft het gevoel dat er gevaar dreigt. Maar anderen zien geen gevaar.
  4. Angststoornissen

    Iemand met een angststoornis is ergens bang voor. Hij heeft het gevoel dat er gevaar dreigt. Maar anderen zien geen gevaar.
  5. Anti-bloedstollings-medicijnen

    Dit medicijn verdunt het bloed. Het helpt tegen trombose. Trombose komt door een bloedpropje in een bloedvat. Een bloedpropje komt soms in de hersenen of in de longen terecht. Dit is gevaarlijk. Om een bloedpropje te voorkomen, schrijft de arts een anti-bloedstollingsmedicijn voor.

  6. Anticonceptie

    Anticonceptie zorgt dat u niet zwanger wordt. Een condoom is bijvoorbeeld anticonceptie. Of de pil, die vrouwen elke dag kunnen slikken.
  7. Anticonceptiepil

    Anticonceptie zorgt dat u niet zwanger wordt. Een condoom is bijvoorbeeld anticonceptie. Of de pil, die vrouwen elke dag kunnen slikken.
  8. Artrose

    Artrose is een ziekte van de gewrichten. Het gaat vooral om de heupen, de knieën en de vingers. Bij artrose is het kraakbeen in de gewrichten veranderd. Daardoor is bewegen van het gewricht moeilijk en pijnlijk. Vooral na rust kunt u pijn hebben en stijf zijn. Bewegen helpt om de klachten te verminderen.

  9. Astma

    Bij astma kunt u een aanval krijgen van benauwdheid. Tijdens de aanval zijn de buisjes in de longen samengeknepen. U kunt dan last hebben van een piepende ademhaling. Of u kunt langer dan drie weken hoesten. Astma ontstaat vaak door: stof in huis, huisdieren, stuifmeel, rook, inspanning of stress. Bron: Thuisarts.nl

  10. BBenauwd

    Bij benauwdheid heeft u het gevoel dat u te weinig lucht binnenkrijgt. U heeft moeite met ademen. Mensen met astma of COPD hebben het vaak benauwd.

  11. Benauwdheid

    Bij benauwdheid heeft u het gevoel dat u te weinig lucht binnenkrijgt. U heeft moeite met ademen. Mensen met astma of COPD hebben het vaak benauwd.

  12. Beroerte

    Bij een beroerte werkt ineens een deel van uw hersenen niet meer. Dit komt bijvoorbeeld doordat er in dat deel van uw hersenen even geen bloed meer kon komen. Of door een bloeding in de hersenen.
  13. Betrouwbaar

    Betrouwbaar betekent dat de pil goed werkt. Als u de pil op de goede manier gebruikt, dan is de kans op een zwangerschap heel klein. Neem de pil dus elke dag volgens de pillenstrip in. De pil is dan betrouwbaar.
  14. Bijnierschorshormoon

    Dit medicijn werkt net zoals het hormoon cortisol. Cortisol wordt gemaakt in de bijnier. Het remt ontstekingen. Cortisol remt ook een te sterke afweerreactie, zoals een allergie of astma.

  15. Bijwerking

    De meeste medicijnen hebben bijwerkingen. Daar kunt u last van hebben. U krijgt bijvoorbeeld maagpijn. Of u wordt duizelig. De bijwerkingen gaan meestal vanzelf weer over. Heeft u last van bijwerkingen of duren ze lang? Vraag dan aan uw apotheker of arts wat u kunt doen.
  16. Bloeddruk

    Bloeddruk is de druk, of de kracht, waarmee het bloed door de bloedvaten stroomt. De bloeddruk kan te hoog te zijn. Dat is slecht voor uw bloedvaten.
  17. Bloedglucose

    Bloedglucose is de hoeveelheid suiker in uw bloed. Iemand met diabetes (ook wel: suikerziekte) heeft vaak te veel suiker in zijn bloed. Hij moet dan medicijnen nemen.
  18. Botontkalking

    Botontkalking betekent dat er minder kalk in de botten komt. Hierdoor breken botten sneller.
  19. Bronchitis

    De buisjes in de longen heten bronchiën. Soms zijn de bronchiën ontstoken. Dat heet bronchitis. Iemand met bronchitis heeft het benauwd en moet hoesten.

  20. CCOPD

    COPD is een ongeneeslijke longziekte. Roken is bijna altijd de oorzaak. De luchtwegen zijn bij COPD vernauwd. Ook werken de luchtwegen steeds minder goed. De longen raken door COPD steeds verder beschadigd. Klachten zijn: benauwdheid, hoesten, slijm ophoesten, snel buiten adem zijn en moe zijn. Medicijnen die u inademt kunnen helpen tegen de klachten. Bron: Thuisarts.nl

  21. Capsules

    Een capsule is een hulsje waar een poeder of drankje in zit. Een capsule moet u heel doorslikken.
  22. Chlamydia

    Chlamydia is een infectie aan de penis of vagina. U kunt besmet raken als u zonder condoom seks heeft met iemand die chlamydia heeft. U kunt chlamydia hebben zonder dat u het merkt. Klachten van chlamydia kunnen zijn: een branderig gevoel bij het plassen, en afscheiding uit de penis of vagina. Chlamydia kan onvruchtbaarheid veroorzaken. Het moet altijd behandeld worden.

  23. Clusterhoofdpijn

    Bij clusterhoofdpijn heeft u aanvallen van zeer ernstige hoofdpijn. De hoofdpijn zit aan één kant van het hoofd, rond het oog. De aanvallen komen voor in periodes van weken tot maanden. Die periodes heten ook wel: 'clusters'. Bron: Thuisarts.nl

  24. DDementie

    Bij dementie werken de hersenen beetje bij beetje minder goed. Iemand met dementie krijgt problemen met: het geheugen, praten, begrijpen, het herkennen van dingen, het herkennen van mensen, het herkennen van de omgeving en dingen doen. Het karakter van iemand met dementie kan veranderen. Bron: Thuisarts.nl

  25. Depressie

    U heeft een depressie als u langer dan twee weken: erg somber bent, nergens zin in heeft, slecht slaapt of juist heel veel slaapt, een slecht gevoel heeft over uzelf of regelmatig denkt aan de dood of graag dood wil zijn.

  26. Diabetes mellitus (suikerziekte)

    Bij diabetes mellitus heeft u te veel suiker (glucose) in uw bloed. Dit geeft allerlei klachten, zoals dorst, veel plassen, moeheid, jeuk of infecties. Diabetes kan later problemen geven aan uw hart, bloedvaten, ogen, nieren, voeten, of tenen. Bron: Thuisarts.nl

  27. Dosering

    Dosis of dosering betekent ‘hoeveelheid’. Dus bijvoorbeeld hoeveel tabletten u per dag moet nemen. Dat staat op het doosje.
  28. Dosis

    Dosis of dosering betekent ‘hoeveelheid’. Dus bijvoorbeeld hoeveel tabletten u per dag moet nemen. Dat staat op het doosje.
  29. Dwangstoornis

    Bij een dwangstoornis heeft iemand last van ongewenste gedachten of handelingen. Hij moet bijvoorbeeld steeds zijn handen wassen. Of steeds alles tellen.
  30. EEndometriose

    Endometriose is baarmoederslijmvlies dat buiten de baarmoeder zit. Bijvoorbeeld op de eileiders, blaas of darmen. Deze 'verdwaalde' stukjes slijmvlies bloeden mee als een vrouw ongesteld is. Dit kan pijn doen. Bron: Thuisarts.nl

  31. Epilepsie

    Epilepsie heet ook wel: vallende ziekte. Iemand met epilepsie krijgt af en toe een aanval en valt dan vaak flauw. En krijgt kramp in de spieren.

  32. GGeleidelijk

    Geleidelijk betekent met kleine stapjes. Als een medicijn geleidelijk gaat werken, dan kan het even duren voordat u merkt dat het medicijn werkt.
  33. Gereguleerde afgifte (mga/retard)

    Gereguleerde afgifte betekent dat een medicijn langzaam uit de tablet komt. Medicijnen met gereguleerde afgifte werken langer. U hoeft ze minder vaak in te nemen. U mag deze tabletten niet kauwen of fijnmaken.

  34. Gewrichtspijn

    Gewrichtspijn is pijn in de gewrichten, zoals de knieën, de polsen, de ellebogen en de vingers.
  35. HHallucinaties

    Bij hallucinaties kunt u een stem in uw hoofd horen. Of iets zien wat anderen niet zien. We noemen dit wanen of waanbeelden.

  36. Hart- en vaatziekten

    Hart- en vaatziekten zijn alle ziekten aan het hart en de bloedvaten.
  37. Hartfalen

    Bij hartfalen pompt het hart het bloed niet goed genoeg door het lichaam heen. Het bloed stroomt daardoor te langzaam. Mensen met hartfalen zijn snel moe en benauwd.
  38. Hartinfarct

    Een hartinfarct is een beschadiging van de hartspier. De beschadiging ontstaat als de hartspier een tijd te weinig zuurstof krijgt. Bron: Thuisarts.nl

  39. Hartkloppingen

    Bij hartkloppingen voelt u uw eigen hart hevig bonzen. Uw hart klopt dan sneller. Of uw hart klopt soms sneller en dan weer langzamer. Bijvoorbeeld als u gespannen bent.
  40. Hartritmestoornis

    Bij een hartritmestoornis klopt het hart niet op de normale manier. Het hart gaat te snel of te langzaam. Of het hart klopt soms te snel en dan weer te langzaam.
  41. IIn de vagina

    Dit medicijn doet u in de vagina. De vagina zit tussen de benen van een vrouw.

  42. Infectie

    Een infectie ontstaat door een bacterie, een virus of een schimmel. Bij een infectie van de huid wordt de plek rood, dik, warm en pijnlijk. Soms komt er pus uit. Bij een infectie in het lichaam voelt u pijn. Soms krijgt u koorts en voelt u zich ziek. Maar niet altijd.

  43. Inhaleren

    Sommige medicijnen moet u inhaleren. Dit betekent dat u ze goed moet inademen, met een apparaatje. Zo komt het medicijn diep in uw longen. In de apotheek of bij de huisarts leert u hoe u de medicijnen uit uw apparaat moet inademen.
  44. Injectie

    Een injectie is een spuit of prik. Hierin zit het medicijn.

  45. Inname

    Inname betekent: een medicijn inslikken. Eet of drink een halfuur na inname niets, betekent: na het slikken van het medicijn een half uur niks eten.
  46. Innemen

    Inname betekent: een medicijn inslikken. Eet of drink een halfuur na inname niets, betekent: na het slikken van het medicijn een half uur niks eten.
  47. Insuline

    Insuline is een medicijn tegen diabetes (dit is suikerziekte). Insuline moet je spuiten, meestal in het been of in de buik. Het zorgt dat er niet te veel suiker in het bloed komt.
  48. Inwendig

    Inwendig betekent: in het lichaam.

  49. Irritatie

    Irritatie is een prikkend of jeukend gevoel. Bijvoorbeeld in de ogen of op de huid.
  50. JJicht

    Jicht is een pijnlijke ontsteking in een gewricht. Jicht zit meestal in de grote teen of de voet. Het gewricht wordt dik, rood en warm. Dit noemen we een jichtaanval. Medicijnen kunnen de ontsteking en de pijn verminderen. Bron: Thuisarts.nl

  51. KKlysma

    Bij een klysma brengt u via het poepgaatje vloeistof in de darmen. Bekijk in het filmpje op deze website hoe u het klysma goed gebruikt.

  52. LLangdurig

    Wanneer u een medicijn langdurig gebruikt, moet u het blijven gebruiken totdat uw arts zegt dat het niet meer hoeft. Sommige medicijnen moet u zelfs uw hele leven gebruiken.
  53. Laxeermiddel

    Een laxeermiddel is een medicijn dat zorgt dat u makkelijker kunt poepen.

  54. Luchtwegen

    De luchtwegen zijn de luchtpijp en de longen. Lucht komt via de neus of mond in de luchtwegen en daarna in uw longen.
  55. Lusteloosheid

    Lusteloosheid betekent dat u geen zin heeft om iets te doen.
  56. MMaagbeschermer

    Een maagbeschermer zorgt dat de maag minder maagzuur maakt. Soms kan maagzuur slecht zijn voor de maagwand. Bijvoorbeeld als u ouder bent dan 70 jaar. En als u bepaalde pijnstillers gebruikt, zoals ibuprofen. Dan heeft u misschien een maagbeschermer nodig.
  57. Manie

    Bij een manie bent u veel opgewekter dan normaal. U bent dan ook actiever en u voelt zich zekerder. Vaak volgt er na een manie een depressie. U voelt zich dan somber. Dit heet ook wel manisch-depressief. Een ander woord voor manisch-depressief is: bipolaire stoornis.

  58. Menstruatie

    Menstruatie is ongesteldheid. Vrouwen die ongesteld zijn verliezen bloed uit de vagina.
  59. Migraine

    Migraine is een aanval van zware hoofdpijn. Het kan een halve dag duren, of 1 dag, of 2 of 3 dagen. Bij migraine ziet u soms flitsen of vlekken, heeft u hoofdpijn (vaak aan één kant van uw hoofd) en kunt u misselijk zijn. Bron: Thuisarts.nl

  60. NNa het eten innemen

    Dit medicijn moet u innemen nadat u iets heeft gegeten.

  61. Netelroos

    Netelroos is jeukende uitslag op uw huid. Er zitten dan lichtroze vlekken op de huid. De vlekken zijn een beetje gezwollen. De vlekken heten ook wel galbulten. Netelroos ontstaat plotseling. Het verdwijnt meestal na enkele uren tot dagen.

  62. OOedeem

    Bij oedeem hoopt vocht zich op. Dit kan overal in uw lichaam gebeuren. Bijvoorbeeld in uw enkels, benen, buik of longen. Bij oedeem in de benen kunt u een deukje in het been drukken. Door oedeem in de longen kunt u het benauwd krijgen. Bron: Thuisarts.nl

  63. Once-daily

    Once-daily is Engels voor: één keer per dag.

  64. Onschuldig

    Onschuldig betekent: niet gevaarlijk.
  65. Ontlasting

    Ontlasting is een ander woord voor poep.

  66. Ontwennings-verschijnselen

    Als u iedere dag alcohol drinkt en hier plotseling mee stopt, kunt u tijdelijk klachten krijgen. We noemen dit ontwenningsverschijnselen. Voorbeelden van ontwenningsverschijnselen zijn: een slecht humeur, een onrustig gevoel, een angstig gevoel, hoofdpijn, slecht slapen, trillen, zweten, of een duizeling gevoel. Ontwenningsverschijnselen zijn vervelend, maar ze kunnen geen kwaad. Meestal gaan ze binnen een paar weken over. Bron: Thuisarts.nl

  67. Oogdruppelen

    Oogdruppelen is een medicijn in het oog druppelen.
  68. Opgezwollen

    Opgezwollen, of zwelling, betekent: dikker geworden. Meestal door vocht. Als uw been opgezwollen is, houdt u vocht vast in uw been.
  69. Orgaantransplantaties

    Bij een orgaantransplantatie haalt een arts een ziek orgaan uit het lichaam. Er komt een gezond orgaan voor in de plaats. Het gezonde orgaan komt van een donor. Organen zijn bijvoorbeeld: de lever, het hart of de longen.

  70. Overgevoeligheids-reactie

    Bij een overgevoeligheidsreactie reageert u heftig op een medicijn of op een stof. Klachten bij een overgevoeligheidsreactie kunnen zijn: jeukende uitslag, benauwdheid, een opgezette keel of buikpijn.

  71. Overleg

    Dit betekent: neem contact op met uw apotheker of huisarts. Bel uw apotheek of uw dokter op. Of ga even langs.
  72. PPijnstiller

    Een pijnstiller maakt de pijn minder erg.
  73. Plasklachten

    Dit medicijn werkt tegen problemen bij het plassen. Voorbeelden van plasklachten bij vrouwen zijn: pijn bij het plassen, vaak moeten plassen, 's nachts moeten plassen of plas verliezen. Voorbeelden van plasklachten bij mannen zijn: vaak moeten plassen, een zwakkere straal of nadruppelen. Dit medicijn zorgt dat de blaas weer beter werkt. Of dat de plas beter door de plasbuis stroomt. Bron: Thuisarts.nl

  74. Pompkracht

    Pompkracht is de kracht van het hart. Als de pompkracht te laag is, pompt het hart niet genoeg bloed rond.
  75. Posttraumatische stressstoornis

    Bij een posttraumatische stressstoornis komen hele nare ervaringen steeds terug in uw gedachten of dromen. U blijft bijvoorbeeld terugdenken aan: een oorlog die u meemaakte, een overval, een ongeluk of seksueel geweld. Hierdoor kunt u zich gespannen of boos voelen. Of u slaapt niet meer goed. Soms gebruiken mensen de afkorting: PTSS. Bron: Thuisarts.nl

  76. Premenstrueel syndroom

    Vrouwen met het premenstrueel syndroom hebben klachten voordat ze ongesteld worden. Zo heftig, dat ze er last van hebben in hun dagelijks leven. Mogelijke klachten van het premenstrueel syndroom zijn: prikkelbaarheid, pijnlijke borsten, een opgeblazen buik, wisselende stemmingen, gespannen zijn of depressieve gevoelens. Soms gebruiken mensen de afkorting: PMS.

  77. Prostaat

    De prostaat is een klier, zo groot als een kastanje. De prostaat zit bij iedere man onder zijn blaas. De plasbuis loopt door de prostaat heen. De prostaat produceert het vocht waar de spermacellen in zwemmen. Bron: Thuisarts.nl

  78. Psoriasis

    Psoriasis is een aandoening van de huid. Mogelijke klachten van psoriasis zijn: rode plekken, witte of grijze schilfers en jeuk. U kunt bij psoriasis ook klachten krijgen aan uw nagels. Of aan uw gewrichten. Bron: Thuisarts.nl

  79. Psychose

    Iemand met een psychose ervaart de wereld anders dan andere mensen. Verschijnselen van een psychose zijn: stemmen horen die er niet zijn, geuren ruiken die er niet zijn of erg in de war zijn. Bron: Thuisarts.nl

  80. RRaadpleeg

    Dit betekent: neem contact op met uw apotheker of huisarts. Bel uw apotheek of uw dokter op. Of ga even langs.
  81. Remt ontstekingen

    Remt ontstekingen betekent: vermindert de ontsteking. Een ontsteking veroorzaakt soms koorts. Of een rode, warme plek. Dat wordt minder door een ontstekingsremmend medicijn.
  82. Reuma

    Reuma is een ontsteking van de gewrichten. Meestal gaat het om de handen, polsen, voeten of enkels. De gewrichten worden dik, warm en pijnlijk. Vooral in de ochtend zijn ze stijf.

  83. Reumatische aandoeningen

    Reuma is een ontsteking van de gewrichten. Meestal gaat het om de handen, polsen, voeten of enkels. De gewrichten worden dik, warm en pijnlijk. Vooral in de ochtend zijn ze stijf.

  84. Rustgevend

    Dit medicijn zorgt dat u minder bang en zenuwachtig bent. Dit middel gebruikt u meestal een korte tijd. Zodat u bijvoorbeeld door een moeilijke periode kunt komen. Het kan even duren voordat u verschil merkt. U kunt suf worden van dit medicijn. Vraag aan uw arts of apotheker of u mag autorijden. Gaan de klachten niet over? Bespreek dat met uw apotheker of huisarts.

  85. SSamenklontert

    Soms klontert het bloed samen in de bloedvaten. Dan ontstaat er een bloedpropje. Zo’n bloedpropje kan een bloedvat afsluiten. Dan kan het bloed er niet meer doorheen. Dat heet trombose.
  86. Schildklier

    De schildklier ligt in uw hals en maakt schildklierhormoon. Dit hormoon regelt uw stofwisseling. Als u te weinig schildklierhormoon heeft, heeft u het koud, bent u moe, kan uw haar uitvallen en kunt u moeilijk naar de wc. Als u te veel schildklierhormoon heeft, heeft u het warm, klopt uw hart snel en heeft u misschien diarree.
  87. Schildklierhormoon

    De schildklier ligt in uw hals en maakt schildklierhormoon. Dit hormoon regelt uw stofwisseling. Als u te weinig schildklierhormoon heeft, heeft u het koud, bent u moe, kan uw haar uitvallen en kunt u moeilijk naar de wc. Als u te veel schildklierhormoon heeft, heeft u het warm, klopt uw hart snel en heeft u misschien diarree.
  88. Schizofrenie

    Schizofrenie is een aandoening van de hersenen. Verschijnselen van schizofrenie kunnen zijn: niet goed weten wat waar is, en wat niet waar is, wanen, hallucinaties, denken dat iemand je achtervolgt, logisch spreken is moeilijk, logisch denken is moeilijk of vreemd gedrag.

  89. Sociale fobie

    Bij een sociale fobie bent u altijd erg bang voor de reactie van anderen. Of voor de kritiek van anderen. Daardoor kunt u een paniekaanval krijgen. Mogelijk klachten zijn: flauwvallen, hartkloppingen, zweten, misselijkheid en te snel ademen waardoor u benauwd wordt. Bron: Thuisarts.nl

  90. Stemming

    Stemming is hoe iemand zich voelt. Iemand kan zich goed voelen. Maar iemand kan zich ook somber en verdrietig voelen. Dan is hij niet in een goede stemming.

  91. Stoelgang

    Stoelgang is een ander woord voor ontlasting of poepen.
  92. TTIA

    Bij een TIA krijgt een deel van uw hersenen tijdelijk te weinig bloed. Hierdoor werkt een deel van uw lichaam even niet of niet zo goed. Dit noemen we uitvalsverschijnselen. Voorbeelden van uitvalsverschijnselen zijn: een verlamde arm, een scheve mond, of problemen met praten. Deze uitvalsverschijnselen kunnen enkele minuten, tot uren duren. Bron: Thuisarts.nl

  93. Trombose

    Trombose is een verstopping van de bloedvaten door een bloedpropje. Het bloed kan dan niet goed doorstromen.
  94. UUrine

    Urine is een ander woord voor plas.

  95. Urine-incontinentie

    Bij urine-incontinentie kunt u uw plas niet goed ophouden. U kunt ineens wat plas verliezen door bijvoorbeeld: hoesten, lachen, bukken, tillen of rennen. Het kan ook zijn dat u wel voelt dat u moet plassen, maar dat u het niet kunt ophouden tot u bij de wc bent. Bron: Thuisarts.nl

  96. VVast tijdstip

    Een vast tijdstip is iedere dag op hetzelfde moment. Bijvoorbeeld altijd tijdens het ontbijt.
  97. Veilig

    Veilig betekent dat u het medicijn zonder probleem kunt gebruiken. Bijvoorbeeld samen met andere medicijnen. Of als u zwanger bent.
  98. Veilig tijdens zwangerschap

    Dit medicijn kunt u veilig gebruiken als u zwanger bent. Het geeft geen problemen voor u en uw baby.

  99. Verlengde afgifte

    Verlengde of vertraagde afgifte betekent dat een medicijn langzaam uit de tablet komt. Medicijnen met verlengde/vertraagde afgifte werken langer. U hoeft ze minder vaak in te nemen. U mag deze tabletten niet kauwen of fijnmaken.
  100. Verminderde coördinatie

    Sommige medicijnen hebben een verminderde coördinatie als bijwerking. Dan is het moeilijk te bewegen zoals u wilt. Uw handen doen bijvoorbeeld niet wat u wilt. Dit gaat meestal vanzelf over. Heeft u last van deze bijwerking, of duurt het lang? Vraag dan aan uw apotheker of arts wat u kunt doen.

  101. Vermindert angsten

    Dit medicijn werkt tegen een angststoornis. Iemand met een angststoornis is ergens erg bang voor. Hij heeft het gevoel dat er gevaar dreigt. Maar anderen zien geen gevaar. Dit medicijn kan angsten verminderen.

  102. Verstopping

    Bij verstopping kunt u niet goed poepen.

  103. Vertraagde afgifte

    Verlengde of vertraagde afgifte betekent dat een medicijn langzaam uit de tablet komt. Medicijnen met verlengde/vertraagde afgifte werken langer. U hoeft ze minder vaak in te nemen. U mag deze tabletten niet kauwen of fijnmaken.
  104. Voor de longen

    Dit medicijn is voor de longen.

  105. Voor het eten innemen

    Dit medicijn moet u innemen voordat u iets gaat eten.

  106. Voor het slapen innemen

    Dit medicijn moet u innemen voordat u gaat slapen.

  107. Voortdurend

    Voortdurend betekent: de hele tijd.
  108. Vroegtijdige zaadlozing

    Een vroegtijdige zaadlozing betekent: snel klaarkomen tijdens de seks. Snel klaarkomen wil zeggen: bijna altijd binnen 1 minuut. Het is pas té snel als u er last van heeft. Het kan helpen om te oefenen het klaarkomen uit te stellen. Bij sommige mannen kunnen medicijnen het klaarkomen vertragen. Bron: Thuisarts.nl

  109. WWaarschuw

    Dit betekent: neem contact op met uw apotheker of huisarts. Bel uw apotheek of uw dokter op. Of ga even langs.
  110. Wisselwerkingen

    Sommige medicijnen kunt u beter niet samen gebruiken omdat ze een ‘wisselwerking’ hebben. Ze kunnen elkaar tegenwerken. Of elkaar versterken. Dat kan schadelijk zijn. Uw apotheker controleert daarom al uw medicijnen. Hij kijkt of u ze samen kunt gebruiken. Medicijnen van de drogist of de supermarkt kunnen ook een wisselwerking hebben met de medicijnen van uw apotheek. Gebruikt u medicijnen van de drogist of supermarkt? Vertel dit altijd aan uw apotheker.
  111. ZZenuwpijn

    Zenuwpijn is een tintelende, prikkelende en branderige pijn. Soms zit de pijn alleen aan 1 kant van uw lichaam. De pijn ontstaat meestal doordat de zenuw: ontstoken is, klem zit of kapot is. De pijn houdt vaak weken tot maanden aan en is soms erg heftig. Bron: Thuisarts.nl

  112. Zetpil

    Een zetpil is een pil die u in uw poepgaatje moet stoppen. De zetpil heeft een lange vorm. De onderkant is plat. De andere kant van de zetpil heeft een puntje.
  113. Ziekte van Lyme

    U kunt de ziekte van Lyme krijgen nadat u bent gebeten door een teek. Klachten bij de ziekte van Lyme ontstaan langzaam. Ze verschillen per persoon. Mogelijke klachten zijn: een rode of blauwrode vlek of ring rond de beet, een grieperig gevoel met koorts, hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid. Bron: Thuisarts.nl

  114. Zwelling

    Opgezwollen, of zwelling, betekent: dikker geworden. Meestal door vocht. Als uw been opgezwollen is, houdt u vocht vast in uw been.
  115. ’s Ochtends en ’s avonds innemen

    Dit medicijn moet u 's ochtends innemen. Bijvoorbeeld bij het ontbijt. U moet het medicijn ook 's avonds innemen. Bijvoorbeeld bij het avondeten.

  116. ’s Ochtends innemen

    Dit medicijn moet u 's ochtends innemen. Bijvoorbeeld bij het ontbijt.

  117. ’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds innemen

    Dit medicijn moet u 's ochtends innemen. Bijvoorbeeld bij het ontbijt. U moet het ook 's middags innemen. Bijvoorbeeld bij de lunch. En u moet het medicijn 's avonds innemen. Bijvoorbeeld bij het avondeten.

terug naar boven
Barcode Scanner Logo Gelukt. We hebben uw medicijn gevonden!
Scan uw medicijn

Plaats de streepjescode binnen het kader. De streepjescode staat op de verpakking van uw medicijn.

Plaats de streepjescode in het kader. De code kunt u vinden op de verpakking. De barcodescanner werkt alleen met medicatie van een apotheek.

Barcode Scanner Logo
Gelukt
We hebben meerdere medicijnteksten gevonden. Bekijk hieronder de gevonden resultaten.
Barcode Scanner Logo
Helaas
Het scannen van de barcode is niet gelukt.
Barcode Scanner Logo
Probeer het opnieuw
Of zoek handmatig naar uw medicijn
Medicijn, klacht, ziekte of trefwoord
Barcode Scanner Logo
Helaas
De barcode is niet bekend. Staan er meerdere streepjescodes op de verpakking van uw medicijn? Dan kan het zijn dat u de verkeerde streepjescode heeft gescand.
Barcode Scanner Logo
Probeer het opnieuw
Of zoek handmatig naar uw medicijn
Medicijn, klacht, ziekte of trefwoord