MedicijnenRisperidon

Risperidon | risperidon

Werkzame stof: risperidon


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof risperidon.

MedicijnenRisperidon

Risperidon

Werkzame stof: risperidon


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof risperidon.

Belangrijkste zakenWaarbij gebruik ik het?Mogelijke bijwerkingenHoe gebruik ik dit?Een keer vergeten, wat nu?Mag ik autorijden, alcohol drinken, alles eten?Gebruik met andere medicijnenGebruik bij zwangerschap of borstvoedingMag ik zomaar stoppen?Onder welke namen verkrijgbaar?Heb ik een recept nodig?
    • Risperidon remt wanen, hallucinaties en tics.
    • Bij psychoses, en schizofrenie, manie en dementie. Ook bij onrust, tics, dwangstoornissen en posttraumatische stressstoornis.
    • Het werkt binnen een paar uren en blijft ongeveer een halve tot 1 dag lang werken.
    • Gewone tabletten: innemen met een half glas water.
      Smelttabletten: eerst in de mond laten smelten.
    • Bij psychoses gebruikt u risperidon meestal een half jaar tot meerdere jaren.
    • Bijwerkingen die kunnen voorkomen: seksuele stoornissen (soals minder zin hebben in seks), hoofdpijn, depressivieve klachten en zwaarder worden. Overleg met uw arts als u hier last van heeft.
    • Ook kunt u last krijgen van problemen met bewegen, zoals spiertrekkingen, stijve spieren en niet stil kunnen zitten. Overleg dan met dan uw arts.
    • U kunt suf, slaperig of duizelig worden en wazig zien. Rijd geen auto als u start met dit medicijn, als uw dosering omhoog gaat en als u de injecties samen met de tabletten of drank krijgt. Lees de informatie over autorijden in de tekst hieronder.
    • Pas op met alcohol. Dit kan u nog suffer maken.
    • Gebruikt u risperidon al een paar weken? Stop dan niet in een keer. Bouw het langzaam af in overleg met uw arts of apotheker.
    • Bent u zwanger? Of wilt u zwanger worden? Vraag aan uw arts of u dit medicijn mag gebruiken.
    • Geeft u borstvoeding? Of wilt u borstvoeding geven? Dit medicijn komt in de moedermelk. Het is niet zeker of dit medicijn veilig is voor de baby. Vraag aan uw arts of u dit medicijn mag gebruiken.
    Apotheek.nl logo
    Openbaar apotheker
    • Risperidon hoort tot de atypische antipsychotica. Het zorgt dat stoffen die van nature in de hersenen voorkomen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.

      Artsen schrijven het voor bij psychose, manie, schizofrenie, onrust en dementie. Ook kunnen artsen het voorschrijven bij tics bij de ziekte Gilles de la Tourette. En bij dwangstoornissen en bij posttraumatische stressstoornis.

      • Verschijnselen
        Bij een psychose ziet iemand zichzelf en de wereld om zich heen anders dan hoe dit eigenlijk is. Dit worden wanen en hallucinaties genoemd. Psychotische mensen wantrouwen hun omgeving vaak en zijn in de war. Een psychose kan voor de patiënt en de omgeving erg beangstigend zijn.

        Oorzaken
        Psychosen kunnen in verschillende situaties optreden. Bijvoorbeeld bij schizofrenie, depressiviteit, tijdens een manie bij manische depressiviteit. Verder bij dementie, alcoholontwenning, extreme angst of bij vergiftigingen zoals van alcohol, drugs en sommige medicijnen. Het heet in de laatste gevallen ook vaak een delirium. Een delirium duurt veel minder lang dan een psychose.

        Werking
        Risperidon zorgt voor minder verschijnselen van een psychose. Het werkt binnen een paar uur. De werkingsduur van 1 dosis is 12-24 uur.

        • Verschijnselen
          Een manie is een periode van overdreven opgewektheid, met veel onrealistische plannen en acties. Mensen steken zich in deze periode vaak in de schulden. Ook doen ze dingen waar ze later spijt van hebben. Soms heeft men ook last van wanen en hallucinaties.

          Behandeling
          Bij een manie schrijven artsen meestal eerst lithium of valproïnezuur voor. Heeft iemand ook psychoses of gedraagt iemand zich erg extreem? Dan kiest de arts (ook) voor een antipsychoticum, zoals risperidon.
           

          Werking
          Binnen een paar dagen wordt u rustig. De werkingsduur van 1 dosis is 12-24 uur.

          • Verschijnselen
            Schizofrenie is een psychische aandoening. U kunt last hebben van dingen denken, zien, horen of voelen die er niet zijn. De belangrijkste verschijnselen bij schizofrenie zijn de psychoses en in de war zijn.

            Bij een psychose ziet iemand zichzelf en de wereld om zich heen anders dan hoe dit eigenlijk is. Dit worden wanen en hallucinaties genoemd.

            Mensen met schizofrenie voelen zich vaak ook depressief, angstig, schuldig of gespannen. Hierdoor kunnen zij zichzelf kunnen verwaarlozen, moeilijk sociale contacten leggen en zich afsluiten van de buitenwereld. Dit heten de 'negatieve verschijnselen' van schizofrenie.


            Werking
            Risperidon zorgt dat stoffen die van nature in de hersenen voorkomen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor onderdrukt het de verschijnselen van een psychose. Het lijkt te werken bij zeven op de tien mensen met schizofrenie. Mogelijk werkt het ook een beetje tegen de 'negatieve verschijnselen'.

            De psychose wordt binnen een paar weken minder en de verwardheid binnen een paar maanden. 1 dosis werkt ongeveer 24 uur.

            • Door psychiatrische aandoeningen en hersenbeschadigingen kunnen kinderen of volwassenen soms erg onrustig, agressief of angstig zijn.

              Behandeling
              Als dit niet op een andere manier goed onder controle is te krijgen,  schrijven artsen rustgevende medicijnen voor. Meestal is dat een antipsychoticum, zoals haloperidol of risperidon.

              Werking
              Risperidon zorgt voor minder onrust, angst en agressiviteit binnen een paar dagen. De werkingsduur van 1 dosis is 12-24 uur.

              • Mensen met dementie hebben niet alleen last van erge geheugenstoornissen. Vaak zijn ze ook erg onrustig, angstig, agressief en hebben wanen. Wanen zijn vreemde gedachten over de buitenwereld die niet kloppen met de werkelijkheid, zoals achtervolgingswaan.

                Behandeling
                Tegen onrust, agressiviteit en wanen schrijven artsen soms een antipsychoticum voor, zoals risperidon.

                • Verschijnselen
                  Bij het syndroom van Gilles de la Tourette heeft iemand last van tics. Dit zijn plotselinge bewegingen die niet zijn tegen te houden en steeds weer terugkomen. Bijvoorbeeld spiertrekkingen van het gezicht, schouders of armen. En het maken van geluiden, zoals snuiven, grommen of dwangmatig vloeken.

                  Behandeling
                  Risperidon maakt de tics soms minder. En ook angstgevoelens en de dwanghandelingen van het syndroom van Gilles de la Tourette.

                  1 dosis werkt 12-24 uur.

                  • Verschijnselen
                    Een dwangstoornis, zoals smetvrees, is een angststoornis. Hierbij voelen mensen de drang om de hele tijd bepaalde handelingen uit te voeren. Zoals overdreven vaak schoonmaken en wassen. Een dwangstoornis heet ook wel een 'obsessief-compulsieve stoornis'.

                    Behandeling
                    Gesprekken met een psychiater of psycholoog (gedragstherapie) vormen de basis van de behandeling. Deze behandeling werkt bij 3 op de 4 mensen. Wanneer u ook last heeft van depressieve klachten of angstgevoelens kan uw arts u een antidepressivum adviseren. Als dit onvoldoende werkt, helpt het vaak om ook nog een antipsychoticum zoals risperidon, te gebruiken.

                    Effect
                    Bij ongeveer de helft van de mensen wordt de dwangstoornis na een paar weken minder.

                    • Verschijnselen
                      Een posttraumatische stressstoornis kan ontstaan na een traumatische gebeurtenis. Bijvoorbeeld een bedreiging, een verkrachting, een ramp of een ongeluk.

                      Als het niet lukt dit te verwerken, kan iemand een posttraumatische stressstoornis krijgen. Dit kan direct na de traumatische gebeurtenis beginnen, of pas veel later.

                      Iemand krijgt dan verschijnselen van meer angst of spanning die er voor de traumatische gebeurtenis niet waren. Bijvoorbeeld slecht slapen, problemen met concentreren of erge schrikreacties. Ook beleeft iemand details van de gebeurtenis vaak opnieuw. Iemand heeft dan nachtmerries of kan herinneringen niet uit het hoofd zetten.

                      Behandeling
                      Praten met een psychiater of psycholoog (psychotherapie) kan helpen om de traumatische gebeurtenis te verwerken,

                      Vaak schrijft de arts ook een antidepressivum voor tegen de angstgevoelens.
                      Als deze onvoldoende werken, kan de arts proberen of risperidon werkt. Het kan ervoor zorgen dat u minder vaak de gebeurtenis opnieuw beleeft in de vorm van nachtmerries of herinneringen.

                    • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

                      De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende:

                      Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

                      • Seksuele stoornissen

                        Zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen.

                      • Hoofdpijn

                        Overleg met uw arts als u hier veel last van heeft.

                      Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

                      • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. 

                        Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam gewend is aan het medicijn. Dit is meestal binnen een paar dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen. En de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.

                      • Bewegingsstoornissen

                        De bijwerkingen kunnen lijken op de verschijnselen van de ziekte van Parkinson. Dit zijn stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloosheid en plotselinge spiertrekkingen. Waarschuw bij deze verschijnselen uw arts. Ouderen, mensen met de ziekte van Parkinson en mensen die al bewegingsstoornissen hebben zijn extra gevoelig voor deze bijwerking. Overleg met uw arts. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
                        Als u dit medicijn lang (een paar maanden) gebruikt, kunt u een ander soort bewegingsstoornissen krijgen die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Waarschuw uw arts als u last krijgt van deze tics. Na stoppen nemen de bijwerkingen vaak na verloop van tijd af.

                      • Pijnlijke borsten of melkafscheiding uit de borsten. 

                        Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft. Als het optreedt, is dat meestal aan het begin van het gebruik. Of na een verhoging van de dosering.

                      • Sufheid, slaperigheid, wazig zien en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen

                        Voorkom ongelukken in het verkeer. En ook bij andere activiteiten thuis en op het werk. Bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, met apparaten werkt en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben. Daardoor kunt u sneller vallen.

                      • Slapeloosheid, opwinding en angstig gevoel.

                      • Gewichtstoename, door meer eetlust en een veranderde stofwisseling. 

                        Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.

                      Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

                      • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, overgeven, diarree, verstopping en buikpijn. 

                        Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na een paar dagen last van houden, neem dan contact op met uw arts.

                      • Droge mond, keelpijn, verstopte neus en slikklachten. 

                        Heeft u veel last heeft van een droge mond? Dan kunt u meer speeksel aanmaken met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.

                      • Droge ogen, doordat u minder traanvocht aanmaakt.

                        Vooral mensen met contactlenzen hebben hier snel last van. Heeft u het syndroom van Sjögren? Dit is een ziekte waarbij de slijmvliezen van bijvoorbeeld uw mond en ogen droger zijn dan normaal. Dan kunt u meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.

                      • Vermoeidheid, slapte en draaierigheid.

                      • Huiduitslag en jeuk

                        • In erg zeldzame gevallen ontstaat er een ernstige huidaandoening. Met blaren op de huid en slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen.
                        • Huiduitslag kan komen door overgevoeligheid voor risperidon, maar dat hoeft niet.

                      Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

                      • Te veel glucose (suiker) in het bloed. 

                        Overleg met uw arts als u ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen. Als u diabetes heeft, is het belangrijk vaker uw bloedglucose te controleren. Want dit medicijn kan de hoeveelheid glucose in het bloed verhogen.

                      • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, erg stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. 

                        Neem bij deze verschijnselen direct contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste twee weken van het gebruik. Of binnen twee weken na een verhoging van de dosering.

                      • Bloedarmoede, een verhoogde kans op infecties en een verhoogde kans op bloedingen, zoals bloedneuzen. 

                        Deze bijwerkingen kunnen ontstaan als het lichaam minder rode en witte bloedcellen en minder bloedplaatjes aanmaakt. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts.

                      • Moeilijk kunnen plassen

                        Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.

                      • Onregelmatige menstruatie of wegblijven van de menstruatie.

                        Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het medicijn komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, overleg dan met uw arts.

                      • Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding. 

                        Overleg met uw arts als u hier veel last van heeft.

                      • Epileptische aanvallen 

                      • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). 

                        Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn: pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.

                      • Hartkloppingen of onregelmatige hartslag

                        U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Zeer zelden kans op ernstige hartritmestoornissen.
                        Dit is vooral belangrijk voor mensen met de aangeboren hartritmestoornis 'verlengde QT-interval'. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.

                      • Slaapwandelen

                        Het is mogelijk dat u tijdens het slaapwandelen nachtelijke eetbuien krijgt.

                      • Toename van het cholesterol in het bloed. 

                        Dit is vooral belangrijk voor mensen met een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten of diabetes (suikerziekte). Zij moeten hier extra op worden gecontroleerd. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.

                      • Overgevoeligheid voor risperidon. U kunt dan huiduitslag, galbulten of jeuk krijgen. 

                        In erg zeldzame gevallen kunt u flauwvallen en bewusteloos raken. Ook is 'angio-oedeem' mogelijk. Dit is een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als het ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. Stop bij allergische reacties meteen het gebruik en overleg met uw arts. U mag dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor risperidon. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

                      • Het intraoperatief 'floppy iris syndrome' (IFIS). Dit is een erg zeldzame afwijking aan het oog die een staaroperatie kan verstoren. 

                        Moet u binnenkort een staaroperatie ondergaan? Overleg dan met uw arts of het nodig is dat u het gebruik van risperidon tijdelijk stopzet.


                      Neem contact op met uw apotheker of arts als u te veel last heeft van deze of andere bijwerkingen waar u zich zorgen over maakt.


                      Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

                      • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
                        Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
                        Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
                        Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
                        • Kijk voor de goede dosering op het etiket van de apotheek.

                          Hoe?

                          • Gewone tabletten: neem deze in met een half glas water.
                          • Drank: gebruik voor het afmeten van de goede hoeveelheid de doseerpipet of een maatbekertje of maatlepel. De drank niet innemen met thee.
                          • Smelttabletten ('orodisp'): laat deze eerst in de mond smelten en slik daarna door.
                          • Injecties: deze zal de arts of verpleegkundige in een bilspier geven. Meestal is dat 1 keer per 2 weken.

                          Hoe lang?

                          Schizofrenie
                          Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose (terugval) groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.

                          • Heeft u voor het eerst een psychose heeft gehad? Dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken, voor u kunt proberen te stoppen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
                          • Heeft u al eerder een psychose gehad? Dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.

                          Manie
                          Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van risperidon langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met risperidon, om een nieuwe manie te voorkomen.

                          Onrust
                          Risperidon wordt meestal meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, agressiviteit of angst. De dosering wordt meestal wel verlaagd als de verschijnselen minder worden.

                          Dementie
                          Het wordt bij dementie meestal niet langer dan 6 weken gebruikt.

                          Tics en dwangstoornissen
                          Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal meerdere jaren blijven gebruiken.

                          Posttraumatische stressstoornis
                          Werkt het medicijn na 3 maanden nog niet? Dan is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog minstens een jaar blijven gebruiken.

                          • Het is belangrijk dit medicijn consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

                            • Als u dit medicijn 1 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 8 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 8 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
                            • Als u dit medicijn 2 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 4 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 4 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
                            • Krijgt u dit medicijn 1 keer in de 2 weken ingespoten en bent u de afspraak vergeten? Maak meteen een nieuwe afspraak.
                            • autorijden?
                              Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen als u dit medicijn gebruikt. Dit komt door bijwerkingen, zoals wazig zien, suf, slaperig en duizelig zijn.

                              Gebruikt u de tabletten, smelttabletten of drank?
                              U mag de eerste 3 weken dat u dit medicijn gebruikt niet autorijden. Rijd ook geen auto zolang de dosering nog omhoog gaat. Pas nadat u 3 weken dezelfde dosering heeft gebruikt, mag u weer autorijden. De meeste mensen zijn dan genoeg gewend aan de effecten. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen.

                              Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

                              Krijgt u samen met de tabletten of drank ook injecties?
                              U mag NIET autorijden zolang u de injecties krijgt en ook de tabletten of drank gebruikt. Pas nadat u bent gestopt met de tabletten of drank en alleen de injecties gebruikt mag u weer autorijden. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen.

                              Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

                              Let op: ook psychoses, schizofrenie, manie of dementie kunnen een reden zijn dat u niet mag autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR. Hier vindt u ook de folder 'Dementie en het rijbewijs'.

                              Voor meer algemene informatie kunt u het thema 'Medicijnen in het verkeer' lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

                              alcohol drinken?
                              Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u gewend bent geraakt aan dit medicijn, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

                              alles eten?
                              Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

                              • Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

                                De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

                                • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u meer van dergelijke medicijnen gebruikt.
                                • Medicijnen tegen de ziekte van Parkinson en risperidon verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen. Of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
                                  Gaat u wel beide medicijnen gaat gebruiken? Overleg dan met uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties. Of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson erger worden.
                                • Bupropion, fluoxetine en paroxetine, medicijnen tegen depressie. De hoeveelheid risperidon in het bloed kan door ritonavir stijgen. Hierdoor zijn de bijwerkingen sterker. Raadpleeg uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.
                                • Kinidine, een medicijn tegen hartritmestoornissen. De hoeveelheid risperidon in het bloed kan stijgen. Overleg met uw arts, zodat hij eventueel de dosering kan verlagen.
                                • Sommige medicijnen tegen hiv. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.
                                • Sommige medicijnen tegen kanker. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat. De werking of bijwerkingen van deze medicijnen kunnen veranderen. Overleg hierover met uw arts.

                                Door de volgende medicijnen kan de werking van risperidon verminderen. Neem contact op met uw arts als u één van de volgende medicijnen gebruikt.

                                • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon.
                                • De medicijnen tegen tuberculose rifabutine en rifampicine.
                                • Sint-janskruid (hypericum), een kruidenmiddel tegen depressieve klachten. Overleg met uw arts.

                                Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

                                • Zwangerschap
                                  Meld het aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent, of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen. Maar het niet behandelen van uw ziekte kan ook schadelijk zijn voor u en voor de baby. Een psychose tijdens een zwangerschap geeft meer risico's voor u en voor de baby dan het gebruik van dit medicijn. Overleg daarom met uw arts over de voor- en nadelen.

                                  Borstvoeding
                                  Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. Het medicijn komt in de moedermelk. Het is niet bekend of dit schadelijk voor de baby is. Misschien kunt u overstappen op een ander medicijn. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

                                  Gebruikt u medicijnen op recept of die u zonder recept koopt? Wilt u helpen om de kennis over medicijngebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding te vergroten? Meld dan uw ervaring bij Moeders van Morgen.

                                    • Stop niet zomaar met dit medicijn: veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
                                    • Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van minimaal vier weken. Als u langzaam afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Ook voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen. Zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels.
                                    • De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas één tot vier dagen na plotseling stoppen op. Ze zijn na 2 weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwenningsverschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
                                    • Ook nadat u bent gestopt kunnen de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of erger worden. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht. En van buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen worden binnen een paar maanden minder. En zijn na een paar jaar meestal verdwenen.
                                    • De werkzame stof risperidon zit in de volgende producten:
                                      • Ja, u heeft een recept nodig.

                                        Risperidon is sinds 1993 internationaal op de markt. Het is op recept te krijgen in gewone tabletten, smelttabletten, drank en injecties onder de merknaam Risperdal en als het merkloze Risperidon.

                                        Laatst bijgewerkt op 25-10-2022

                                        Disclaimer

                                        Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

                                        Vond u deze informatie nuttig?

                                        Vind een apotheek

                                        Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                                        Vind een apotheek blob

                                        Vraag het de webapotheker

                                        Vraag het de webapotheker

                                        Vraag het de webapotheker

                                        Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

                                        Meldpunt medicijnen

                                        Werkt uw medicijn heel goed of juist niet? Wordt uw medicijn niet vergoed? Of heeft u last van een bijwerking? Meld uw ervaring

                                        Geen ervaringen gevonden

                                        Informatie wordt bijgewerkt: