Zorg & gebruik

Anticonceptiepil

De pil slikken is een zeer betrouwbare methode om zwangerschap te voorkomen. De anticonceptiepil is dan ook het meest gebruikte voorbehoedmiddel in Nederland. Vragen over werking, bijwerkingen en inname? Hier vindt u het antwoord.

naar zorg & gebruik

Anticonceptiepil

Werking anticonceptiepil

De werkzame stoffen in de pil zijn hormonen. Ze lijken op de hormonen die in de eierstokken van een vrouw worden aangemaakt, oestrogeen en progestageen. Die regelen de maandelijkse cyclus. Ze zorgen dat er elke maand een eicel vrijkomt (de eisprong of ovulatie). En dat het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd en later weer wordt afgestoten als de eicel niet bevrucht is (de menstruatie).

De hormonen in de pil zorgen dat er juist géén eicel vrijkomt. Ze beïnvloeden ook de baarmoederwand, zodat een bevrucht eitje zich daar niet kan nestelen. Bovendien wordt het slijm in de baarmoederhals dikker, waardoor zaadcellen minder goed in de baarmoeder kunnen doordringen. Deze drie effecten zorgen er samen voor dat de pil zeer betrouwbaar is in het voorkomen van een zwangerschap.

Soorten anticonceptiepil en betrouwbaarheid

Er zijn verschillende soorten pillen. Het verschil zit in de hoeveelheid hormonen die erin zit en de onderlinge verhouding tussen de hormonen. Meestal zitten er 21 pillen in een strip. Daarna volgt de pauzeweek. Ook zijn er strips met 28 pillen. De pil met een verlengd doseringsschema bevat 91 tabletten per strip. 

Als u de pil zorgvuldig volgens de gebruiksaanwijzing slikt, is hij zeer betrouwbaar, ook in de pauzeweek.

  • De éénfasepil bevat een vaste dosis oestrogeen en progestageen. Alle pillen in een strip zijn hetzelfde. De éénfasepil is bijna honderd procent betrouwbaar.
  • De driefasenpil, meerfasenpil en pil met een verlengd doseringsschema bevatten ook oestrogeen en progestageen, maar de verhouding verschilt per fase. In een strip zitten verschillend gekleurde pillen die in de juiste volgorde gebruikt moeten worden. De pil met een verlengd doseringsschema moet continu worden ingenomen gedurende 13 weken. Deze pillen zijn ook bijna honderd procent betrouwbaar, maar alleen als ze in de goede volgorde worden ingenomen.
  • De minipil bevat alleen een kleine dosis progestageen. De minipil is iets minder betrouwbaar dan de andere soorten.

Beginnen met de pil

Wilt u de pil gaan gebruiken? Neem dan contact op met uw huisarts. Hij of zij zal u een aantal vragen stellen en bepalen welke soort pil voor u het meest geschikt is. Met het recept van de huisarts kunt u de pil bij de apotheek halen.

U kunt na een paar maanden met uw huisarts bespreken of de pil u bevalt en of u last hebt van bijwerkingen. Inwendig onderzoek is niet nodig.

Zo gebruikt u de pil:

  • Zitten er 21 pillen in een strip? Dan wacht u 7 dagen als de strip leeg is. In die week (de pauzeweek) krijgt u een bloeding die lijkt op de menstruatie. Na 7 dagen begint u aan de volgende strip. U neemt de eerste pil van een strip dus altijd op dezelfde dag van de week.
  • Zitten er 28 pillen in een strip? Dan begint u als de strip leeg is meteen met de volgende. De laatste vier pillen bevatten namelijk geen hormonen. Sommige mensen vinden het makkelijker om iedere dag een pil te slikken en geen pauzeweek te hebben. Ook bij deze pillen krijgt u een bloeding tussen de 24ste en de 28ste dag.
  • Zitten er 91 pillen in een strip? Dan begint u als de strip leeg is meteen met de volgende. De laatste zeven pillen bevatten alleen oestrogeen. Tijdens het gebruik van deze pillen krijgt u een bloeding.

Houd bij een meerfasenpil altijd de volgorde aan die op de pilstrip is aangegeven.

Vanaf wanneer werkt de pil?

Begint u de pil te slikken op de eerste dag van de menstruatie, dan bent u meteen tegen zwangerschap beschermd. Als u op een andere dag begint, werkt de pil nog niet meteen. U moet  dan nog 7 dagen een extra voorbehoedmiddel gebruiken, zoals een condoom.

Na een abortus of een miskraam kunt u dezelfde dag of de volgende dag beginnen met de pil. U bent dan meteen beschermd tegen zwangerschap.

Weer beginnen met pil na de bevalling

Wanneer u weer moet beginnen met de pil na de bevalling, hangt af van het soort voeding dat u uw baby geeft.

  • Geeft u flesvoeding? Begin dan 3 weken na de bevalling met de pil of een ander voorbehoedmiddel. Gebruikt u de minipil? Begin dan al 2 weken na de bevalling.
  • Geeft u volledige borstvoeding en heeft u geen vaginaal bloedverlies? Dan is de kans dat u zwanger wordt in de eerste vier maanden na de bevalling heel klein. Wilt u niet zwanger raken, gebruik dan voor de zekerheid condooms. 
    Eventueel kunt u vanaf 6 weken na de geboorte van uw kind met de pil beginnen. Mogelijk loopt de borstvoeding hierdoor terug. De minipil heeft geen invloed op de borstvoeding. Maar die is wel iets minder veilig.
  • Gebruik in ieder geval een voorbehoedmiddel als u bijvoeding gaat geven of als u weer ongesteld wordt.

Overleg met uw huisarts als u twijfelt wanneer u het beste de pil kunt gaan slikken.

Pil vergeten

Wat als u de pil bent vergeten? Hiervan is sprake als u meer dan 12 uur (bij Yaz en Zoely meer dan 24 uur) te laat bent met innemen. Als u 1 pil vergeet, kunt u de vergeten pil toch nog gewoon innemen en is de pil nog steeds betrouwbaar. Let op: dit geldt niet in de eerste maand dat u de pil gebruikt. 

Als u meer dan 1 pil vergeet, kan de betrouwbaarheid afnemen. In hoeverre dit het geval is, hangt af van de periode waarin u de pillen vergeten bent en het soort anticonceptiepil dat u slikt. 

Zoek voor het advies uw pil op deze site

Tip: neem de pil altijd op een vast tijdstip in, en combineer het innemen met andere vaste routines. Dan vergeet u hem minder snel. Neem hem bijvoorbeeld na het tandenpoetsen in.

Menstruatie uitstellen met de pil

U kunt de menstruatie uitstellen door de éénfasepil door te slikken zonder stopweek. U kunt de pil gedurende 1 jaar veilig doorslikken. U heeft dan wel meer risico op doorbraakbloedingen.

Gebruikt u een driefasenpil of meerfasenpil? Overleg met uw arts hoe u de menstruatie kunt uitstellen. Meer informatie hierover kunt u ook vinden bij de tekst over uw anticonceptiepil op deze site. U ziet het staan bij het kopje 'Hoe gebruik ik dit medicijn?'.

Betrouwbaarheid pil bij braken of diarree

Moet u binnen 3 uur na het innemen van de pil overgeven? Of krijgt u binnen 4  uur waterdunne diarree? Dan is het niet zeker of de pil werkt. Het kan zijn dat de pil nog niet (helemaal) in het lichaam is opgenomen en u de rest kwijt bent geraakt via braken of diarree. Neem enkele uren later een nieuwe pil in uit een reservestrip. Wacht daar liefst mee tot de misselijkheid wat is afgenomen. 

Heeft u een meerfasenpil met verschillend gekleurde pillen in een strip? Neem dan dezelfde kleur uit een reservestrip. Als u de pil al langere tijd (langer dan 1 maand) gebruikt, is het ook mogelijk één pil over te slaan en de volgende dag verder te gaan met de pilstrip.

Als u 36 uur na de vorige pil nog moet braken of nog dunne diarree hebt, of als het de eerste maand is dat u de pil gebruikt, kijk dan voor meer informatie bij de tekst over uw eigen anticonceptiepil op deze site. Daar staat bij elk anticonceptiemiddel het advies wat u moet doen bij het kopje ‘Hoe’ en het kopje ‘Dosis vergeten’.

Bijwerkingen van de pil

Bijwerkingen van de pil komen vooral voor als u met de pil begint. Voorbeelden zijn gevoelige of gespannen borsten; hoofdpijn; stemmingsveranderingen; misselijkheid; gewichtstoename of doorbraakbloedingen. Ze gaan doorgaans binnen enkele dagen tot maanden over. Houdt u er last van, overleg dan met uw huisarts.

Kans op kanker

In het algemeen heeft de pil weinig of geen invloed op het ontstaan van kanker. Zeker niet nu de meeste pillen slechts een geringe dosis oestrogeen bevatten.

Kans op trombose

Pilgebruik vergroot de kans op veneuze trombose. De kans op trombose is het grootst in het eerste jaar van het pilgebruik.

Trombose is een bloedstolsel in een ader, meestal in het been. Het is te herkennen aan een pijnlijke plek op het been die ook dik, hard en rood is. In zeldzame gevallen treedt kortademigheid op, soms met pijn of het ophoesten van bloed. Neem in dat geval meteen contact op met uw huisarts.

De kans op trombose is klein, maar voor sommige vrouwen groter. Zoals voor vrouwen:

  • die eerder een trombose hebben gehad;
  • met trombose in de familie;
  • met een erfelijke stollingsafwijking;
  • ouder dan 35 jaar die roken, een hoge bloeddruk, te veel cholesterol in hun bloed of overgewicht hebben;
  • die een operatie ondergaan of een periode minder mobiel zijn. Bijvoorbeeld omdat de vrouw enige tijd bedrust houdt of niet loopt. Het risico is dan tijdelijk groter.  

Sommige soorten pillen geven meer risico op trombose dan andere: het risico is het hoogst bij pillen die desogestrel en gestodeen bevatten, maar is dan nog steeds laag. Vrouwen die voor het eerst de pil gaan gebruiken wordt aanbevolen een pil zonder desogestrel of gestodeen te kiezen.

Medicijnen die minder goed samengaan met de pil 

Sommige medicijnen maken de pil minder betrouwbaar. De voornaamste zijn:

  • middelen tegen epilepsie;
  • sommige middelen tegen tuberculose;
  • middelen tegen schimmelinfecties (antimycotica).

Informatie daarover staat altijd in de bijsluiter van die medicijnen. En kunt u ook vinden bij de tekst over uw eigen anticonceptiepil op deze site. Bovendien houdt de apotheek bij welke medicijnen u gebruikt en wordt u gewaarschuwd als een middel niet goed samengaat met de pil.

Andere voorbehoedsmiddelen dan de pil

Bent u op zoek naar een alternatief voor de pil? Andere voorbehoedsmiddelen zijn bijvoorbeeld:

Zie ook Thuisarts.nl voor informatie over de  alternatieven, met voor- en nadelen

Laatst bijgewerkt: 19-05-2017

Disclaimer

Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op verschillende (wetenschappelijke) bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

Vind een apotheek

Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.

Vraag het de webapotheker

Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

Vraag het de webapotheker

Apotheek.nl gebruikt cookies om het surfgedrag op de website te analyseren.