Medicijnenmetoclopramide bij kinderen

metoclopramide bij kinderen

Waar is dit medicijn voor?Ervaring bij kinderenHoe werkt dit medicijn en welk effect heeft het?Hoe lang duurt het voordat dit medicijn werkt?Hoe moet uw kind dit medicijn gebruiken?BijwerkingenHoe is dit medicijn verkrijgbaar?Meer informatie
  • Artsen schrijven metoclopramide voor bij kinderen met misselijkheid en braken.

    • Oorzaak
      Misselijkheid en braken ontstaan doordat het braakcentrum in de hersenen wordt geprikkeld. De prikkels kunnen uit de hersenen afkomstig zijn of van de maag en darmen.

      Behandeling
      Artsen schrijven metoclopramide voor:

      • tegen misselijkheid en braken als gevolg van chemotherapie bij kanker.
      • tegen misselijkheid en braken na operaties.

      Bij ernstig braken door een chemokuur helpt metoclopramide meestal niet voldoende. Artsen schrijven dan meestal sterker werkzame medicijnen voor, zoals ondansetron of granisetron.

      Kinderen zijn extra gevoelig voor de bijwerkingen. Kinderen tussen 1 en 18 jaar mogen metoclopramide alleen onder toezicht van een arts in bepaalde gevallen gebruiken. Bijvoorbeeld bij ernstige misselijkheid en braken na een operatie. Kinderen jonger dan 1 jaar mogen dit medicijn helemaal niet gebruiken.

    • Metoclopramide is officieel geregistreerd bij kinderen vanaf 1 jaar. Registratie betekent dat de fabrikant metoclopramide bij kinderen uitgebreid heeft onderzocht. Uit het onderzoek van de fabrikant blijkt dat het bij kinderen werkt. De overheid heeft vervolgens goedgekeurd dat het medicijn verkrijgbaar is.

      • Metoclopramide werkt tegen misselijkheid en braken. Verder zorgt metoclopramide ervoor dat voedsel minder lang in de maag van uw kind blijft. Daardoor voelt hij of zij zich ook minder misselijk.

          • Injectie: de werking begint na 1 tot 3 minuten.
          • Tabletten en drank: beginnen na een half uur tot een uur te werken.
          • Zetpillen: werken wat trager dan de tabletten en drank.

          Metoclopramide werkt 6 tot 8 uur.

          • Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

            Hoe?

            Hieronder vindt u per toedieningsvorm hoe uw kind het medicijn het beste kan gebruiken.

            • Injecties: deze worden toegediend door een arts of verpleegkundige.
            • Tabletten: laat uw kind de tablet innemen met een half glas water.
              • Heeft uw kind moeite met het heel doorslikken van een tablet? Bekijk dan het instructiefilmpje 'Slikken van medicijnen'. Hierin kunt u zien hoe een kind de tablet het beste kan innemen.
              • Blijft uw kind problemen houden om het medicijn in te nemen? Vraag dan aan de arts of apotheker of er een andere toedieningsvorm is die uw kind gemakkelijker kan innemen.
            • Drank: gebruik voor het afmeten van de juiste hoeveelheid het meegeleverde doseerspuitje. Meet de drank af. Spuit de vloeistof dan voorzichtig in de wangzak van uw kind.
            • Zetpillen: breng de zetpil in de anus van uw kind in. Het maakt daarbij niet uit of u de zetpil met de punt naar voren of met de stompe kant naar voren inbrengt. Als u de zetpil met een beetje water bevochtigt, kunt u hem wat makkelijker inbrengen.
              • Bij kleine kinderen: laat uw kind met opgetrokken knieën op bed liggen. Houd na het inbrengen de billetjes van uw kind even tegen elkaar. De natuurlijke reflex om de zetpil uit te poepen verdwijnt zodra de zetpil is gesmolten (na ongeveer 1 minuut). Zie ook het instructiefilmpje 'Toedienen van zetpil of klysma'.

            Wanneer?

            • Injecties: uw kind krijgt de injectie van de arts of verpleegkundige.
            • Tabletten en drank: het beste kunt u vaste tijdstippen kiezen, dan vergeet uw kind minder snel een dosis. Bijvoorbeeld bij het eten.
            • Zetpillen: breng de zetpil het liefst na de ontlasting in, om te voorkomen dat uw kind de zetpil te snel verliest. Zorg dat er tussen elke toediening minstens 6 uur zit en geef dit medicijn niet vaker per dag dan de arts heeft voorgeschreven.

            Hoelang?

            Meestal mag uw kind metoclopramide niet langer dan 5 dagen gebruiken. Bij gebruik langer dan 5 dagen heeft uw kind een groter risico op ernstige bijwerkingen, zoals bewegingsstoornissen.

            Neem contact op met de arts als u na 1 of 2 dagen gebruik nog geen verbetering ziet.

            • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. De meeste bijwerkingen die bekend zijn, zijn gemeld bij volwassenen. Over bijwerkingen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen . Zie voor deze bijwerkingen en hoe vaak deze voorkomen de informatie over metoclopramide bij volwassenen.

              Kinderen zijn extra gevoelig voor de bijwerkingen. Kinderen krijgen metoclopramide daarom alleen voorgeschreven door een specialist, zoals een kinderarts.

              Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze kunnen voorkomen, zijn:

              • Sufheid, slaperigheid, vermoeidheid en duizeligheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij oplettendheid nodig is, zoals tijdens het fietsen, spelen, leren of op school.
              • Bewegingsstoornissen. Uw kind kan last krijgen van stijve spieren, plotselinge spiertrekkingen, moeite hebben met lopen, praten of rusteloos zijn. Bij langdurig gebruik is de kans op deze bijwerkingen groter. Zeer zelden kan uw kind bewegingsstoornissen krijgen die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Als uw kind dit medicijn langdurig gebruikt, is de kans op deze bijwerkingen groter.
                Kinderen zijn extra gevoelig voor deze bijwerkingen. Daarom mag metoclopramide NIET jonger dan 1 jaar worden gebruikt. Bij kinderen tussen 1 en 18 jaar wordt metoclopramide gebruikt onder toezicht van een specialist (zoals een kinderarts). Waarschuw uw arts als u ziet dat uw kind krijgt van tics.
              • Verstopping (obstipatie). Laat uw kind vezelrijke voeding eten en veel drinken wanneer dit kan. Neem contact op met de arts als uw kind veel last blijft houden van verstopping.
              • Diarree. Neem contact op met de arts als uw kind meermalen per dag waterdunne ontlasting heeft waarbij hij of zij ook moet overgeven en koorts heeft.
              • Blauw-grijze verkleuring van de huid of slijmvliezen vooral bij baby's. Raadpleeg dan de arts. Dit kan wijzen op een bepaalde vorm van bloedarmoede, waarbij de rode bloedcellen te weinig zuurstof afgeven.

              Heeft uw kind last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

              • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
                Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
                Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
                Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
                • Metoclopramide is voor kinderen te verkrijgen in:

                  • injectie;
                  • tabletten;
                  • drank;
                  • zetpillen.
                  • Meer informatie over dit medicijn vindt u bij metoclopramide bij volwassenen. In deze tekst vindt u onder andere informatie over:

                    • wat u moet doen als een dosis is vergeten;
                    • of het mogelijk is om zomaar met dit medicijn te stoppen;
                    • of het medicijn samen mag met andere medicijnen.

                    Voor deze onderwerpen is de informatie voor kinderen en volwassenen hetzelfde, of is er geen specifieke informatie voor kinderen bekend.

                    Laatst bijgewerkt op 06-11-2018

                    Disclaimer

                    Deze tekst is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Voor het opstellen van deze teksten is gebruik gemaakt van het Kinderformularium van het NKFK en andere wetenschappelijke bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

                    Vond u deze informatie nuttig?

                    Vind een apotheek

                    Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                    Vind een apotheek blob

                    Vraag het de webapotheker

                    Vraag het de webapotheker

                    Vraag het de webapotheker

                    Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.
                    Informatie wordt bijgewerkt: