Wondjes

Wondjes

Trefwoord
naar klachten & ziektes

Wondjes

vergroot
terug naar boven

Wat zijn wondjes?

Met 'wondjes' bedoelen we snijwonden, schaafwonden, eerstegraads brandwonden, bijtwonden door mens of dier, insectenbeten of -steken, krabwonden, kloven en blaren.

Een wondje heeft een goede verzorging nodig. U kunt dat zelf doen: de wond goed bekijken, schoonmaken, ontsmetten en dan afdekken. Het is namelijk belangrijk een ontsteking (infectie) te voorkomen.

Hoe verloopt de genezing van een wond?

  • Door het bloeden worden vuil en ziekteverwekkers uit de wond gespoeld. Daarna vernauwen de bloedvaten zich en ontstaan er bloedstolsels.
  • Uit het gestolde bloed en het weefselvocht ontstaat een korst, die het weefsel eronder beschermt tegen uitdroging en vuil.
  • Onder de korst wordt nieuw weefsel gevormd. Eerst ontstaat bobbeltjesweefsel, glanzend en rood van kleur, dat makkelijk bloedt. Daar groeit huidweefsel overheen en zo wordt de wond gesloten.
  • De korst valt er vanzelf af. Als er geen infectie is, is het het beste de korst er niet voortijdig af te halen.

Genezing gaat minder snel als de wond ontstoken raakt
Bij een ontsteking is de plek rood, pijnlijk en warm en er komt vocht of pus uit. De verwonde persoon kan zelfs (lichte) koorts hebben. Een ontsteking ontstaat door vuil en bacteriën.

Kan ik er zelf iets tegen doen?

U kunt zorgen dat u de spullen in huis heeft om een wond te verzorgen: verbanddoos, ontsmettings- en verkoelingsmiddelen en wondbedekkers.

Met de spullen kunt u de wond zó verzorgen, dat deze niet geïnfecteerd raakt. Dus de wond zo nodig laten koelen onder stromend water (brandwonden). En dan schoonmaken, ontsmetten, eventueel verkoelen (bij jeuk) en bedekken.

Verbanddoos
In een verbanddoos moet zitten:

  • een ontsmettingsmiddel of ontsmettingsdoekjes;
  • een splinterpincet;
  • 70% alcohol om het pincet mee te ontsmetten;
  • een verbandschaar;
  • diverse soorten wondbedekkers (zie verderop);
  • eventueel een tang om teken te verwijderen.

Ontsmettingsmiddelen

  • Chloorhexidine is een heldere, ontsmettende vloeistof, crème of spray. Mogelijke bijwerking: huidirritatie, allergische reacties. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor chloorhexidine.
  • Povidonjodium, een bruine vloeistof die jodium bevat. Povidonjodium werkt zolang het bruin op de wond zichtbaar is. Maar door deze kleur is de wond moeilijker te bekijken. Mogelijke bijwerking: huidirritatie, allergische reacties. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor jodium, bij schildklierafwijkingen of als u zwanger bent. Gebruik het niet vaak of langdurig als u borstvoeding geeft.

Verkoelingsmiddel

  • Lidocaïne-levomentholgel FNA werkt tegen jeuk bij insectenbeten en om eerstegraads verbrandingen te verkoelen. Maar u kunt dit beter niet gebruiken als de huid beschadigd is (pijnlijk). Menthol werkt verkoelend en jeukstillend, lidocaïne werkt plaatselijk verdovend. 1 tot 2x per dag de gel dun aanbrengen, zo nodig vaker. Mogelijke bijwerking: huidirritatie. Niet gebruiken bij kinderen tot 2 jaar en niet op en rond de tepels bij borstvoeding.

Wondbedekkers
U kunt de volgende wondbedekkers opnemen in uw verbanddoos (houd rekening de activiteiten van de gebruikers).

  • Pleisters in strips of los, voor schaafwonden en andere wondjes, in verschillende formaten, elastisch of plastic.
  • Verbandgaas/kompres, niet-steriel of steriel, om een wond te bedekken en/of om vocht te absorberen. Of om gecombineerd met zalf op de wond te doen.
  • Verbandwindsel (zwachtel), om gaaskompressen vast te zetten met hechtpleister.
  • Eventueel 'zwaluwstaartjes`: stripjes waarmee u wijkende wondranden naar elkaar toe kunt trekken.
  • Eventueel snelverband; dat is een absorberende laag en gaas ineen.
  • Een rol hechtpleister om verbandmateriaal vast te zetten. Ook verkrijgbaar voor de gevoelige huid.
  • Verbandwatten, voor wonden met veel vocht – niet direct op de wond doen, er moet een gaasje tussen.
  • Gaasjes met paraffine (los te koop bij de apotheek), om kleven van het verband te voorkomen.
  • Eventueel hydrocolloïdale (gel)pleisters of -verbanden voor gebruik op niet-ontstoken en niet-bloedende wonden. Deze pleisters en verbanden hebben een kunststof gellaag. Dit voorkomt uitdroging van de wond. Daardoor verloopt de genezing sneller en beter en is de kans op littekens kleiner. Voor schaaf- en snijwonden, blaren en kloven. Lees de gebruiksaanwijzing.

Verzorging van een brandwond

  • Een brandwond moet onmiddellijk, en 10-20 minuten lang, worden gekoeld onder zacht stromend lauw water.
  • Daarna kunt u een eerstegraads verbranding (deze bestaat uit een rode plek) verzachten met een verkoelende crème, bodylotion of gel, bijvoorbeeld lidocaïne-mentholgel FNA.
  • Bij een tweedegraads brandwond zit er een blaar, met vaak daaromheen een rode plek. Als de blaar is geknapt, kunt u deze bedekken met een hydrocolloïdaal (gel)verband. Een niet geknapte (brand)blaar die hinderlijk is, kunt u inprikken met een gesteriliseerde naald, maar haal het blaardak niet weg.

Verzorging van een andere wond

  • Bekijk de wond. Is deze open of gesloten, hoe groot, hoe diep, zit er vuil in? Kunt u het niet goed zien door bloed of vuil, maak dan de wond eerst schoon.
  • Schoonmaken: spoel de wond onder zacht stromend lauw water of maak hem schoon met een fysiologische zoutoplossing. Deze kunt u zelf maken: los 1 afgestreken theelepel zout op in een glas (250 ml) water. Haal vuil of splinters weg met een pincet die is ontsmet met 70% alcohol.
  • Ook door het bloeden, spoelt het vuil uit de wond. Wacht met ontsmetten tot een eventuele bloeding is gestopt.
  • Twijfelt u of het nodig is om de wond te hechten? Neem contact op met de huisarts. Hechten kan tot 8 uur na het ongeval.

Ontsmetting van de wond
Ontsmet een open wond met chloorhexidine-oplossing of povidonjodium-oplossing. Laat even drogen.

Bedekking van de wond

  • Een gesloten wond, een kleine open wond of een kloof kunt u droog verbinden met wondpleister, wondverband of met een gaasje met hechtpleister.
  • Breng nooit watten of gazen droog op een open wond aan. Om te voorkomen dat het afdekmateriaal aan een open wond gaat kleven, kunt u eerst een speciaal gaasje dat is doordrenkt met paraffine, op de wond leggen.
  • Als de wondranden wijken, kunt u de wond wat dichttrekken met een 'zwaluwstaartje`.
  • Een open wond of kloof kan ook vochtig worden behandeld met een zogenaamd hydrocolloïdaal (gel)verband.

In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

  • Bij andere wondsoorten dan die hier worden genoemd.
  • Bij een wond met veel vuil of zand erin.
  • Bij een ontstoken wond die rood is, klopt, en/of waar pus uit komt.
  • Bij brandwonden, als de wond groter is dan een halve hand van degene die zich heeft gebrand.
  • Bij vochtige, rode brandwonden of blaren in het gezicht, op handen of voeten, rond de gewrichten of op de geslachtsdelen.
  • Als er na enkele dagen geelgroen vocht uit de brandwond komt.
  • Als er na een verbranding een geelwitte, bruine of zwarte droge plek ontstaat die geen pijn doet.
  • Als een baby of kleuter een brandwond heeft.
  • Bij een bijtwond (zoals van een mens, hond, kat, paard, konijn of cavia).
  • Bij een wond die verslechtert.

Bij sommige wondjes kan de arts medicijnen voorschrijven. Uit voorzorg of om infecties te bestrijden. Bijvoorbeeld een antibioticum bij wondroos. Een tetanusvaccin kan soms nodig zijn als de wond in contact is geweest met straatvuil.

Wat kan de apotheker voor mij doen?

Bij uw apotheek bent u aan het juiste adres voor:

  • informatie over ontsmettingsmiddelen en verbandsoorten;
  • advies over de inhoud van uw verbanddoos. Een kant-en- klare doos bevat de belangrijkste benodigdheden. Maar u kunt ook zelf een verbanddoos samenstellen, afgestemd op uw eigen omstandigheden en wensen.

Tips

  • Verschillende soorten wondverband zijn bij de apotheek ook per stuk te koop.
  • Schaf niet meer aan dan u nodig denkt te hebben - steriel verband heeft een houdbaarheidsdatum en pleisters kunnen na jaren hun plakkracht verliezen.
  • Vergeet niet uw verbanddoos regelmatig aan te vullen.

Algemeen

Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

  • Receptcontrole

De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

  • Overzicht van uw medicijnen

Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

  • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

  • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

  • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

  • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

  • Medicatiebeoordeling

Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

  • Zelfzorg

Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

  • Bezorgservice

Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

Welke medicijnen worden gebruikt bij wondjes?

Ontsmettingsmiddelen
Deze middelen voor op de huid werken antibacterieel en zorgen ervoor dat de wond niet ontstoken raakt. Voorbeelden zijn cetrimide, chloorhexidine, chloorxylenol en povidonjodium.

Pijn- en jeukstillende middelen voor op de huid
Deze middelen maken de huid gevoelloos waardoor u jeuk en pijn minder voelt. Voorbeelden zijn lidocaïne en pramocaïne.

Laatst bijgewerkt KNMP: 04-01-2019

Disclaimer

Deze tekst is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

Vind een apotheek

Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.

Vraag het de webapotheker

Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

Vraag Hypotheker Vraag het de webapotheker
Barcode Scanner Logo Gelukt. We hebben uw medicijn gevonden!