Klachten & ZiektesWondjes

Wondjes

Klachten & ZiektesWondjes

Wondjes

Wat zijn Wondjes?Hoe herken ik Wondjes?Wat kan ik zelf doen?In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?Wat kan de apotheker voor mij doen?Welke medicijnen worden gebruikt bij Wondjes?
  • Met 'wondjes' bedoelen we snijwonden, schaafwonden, eerstegraads brandwonden, bijtwonden door mens of dier, insectenbeten of -steken, krabwonden, kloven en blaren.

    Hoe verloopt de genezing van een wond?

    • Door het bloeden worden vuil en ziekteverwekkers uit de wond gespoeld. Daarna vernauwen de bloedvaten zich en ontstaan er bloedstolsels.
    • Uit het gestolde bloed en het weefselvocht ontstaat een korst. Deze korst beschermt het weefsel eronder tegen uitdroging en vuil.
    • Onder de korst wordt nieuw weefsel gevormd. Eerst ontstaat bobbeltjesweefsel, glanzend en rood van kleur, dat makkelijk bloedt. Daar groeit huidweefsel overheen. Zo sluit de wond.
    • De korst valt er vanzelf af. Als er geen infectie is, is het het beste de korst er niet voortijdig af te halen.

    Genezing gaat minder snel als de wond ontstoken raakt
    Bij een ontsteking is de plek rood, pijnlijk en warm en er komt vocht of pus uit. U kan zelfs (lichte) koorts hebben. Een ontsteking ontstaat door vuil en bacteriën.

    • Wonden kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Er zijn acute wonden en complexe wonden.

      • Acute wonden ontstaan plotseling. Bijvoorbeeld door een snijwond, schaafwond of brandwond. Deze wonden genezen meestal binnen een paar weken. Een acute wond is vaak rood. Een schaafwond krijgt tijdens het genezen meestal een gele korst.
      • Complexe wonden genezen minder snel. Deze wonden kunnen geel zijn door wondvocht of door een laagje op de wond. Ook kunnen ze zwart zijn door huid die niet meer leeft. 
       
      Brandwonden worden ingedeeld in 3 soorten.
       
      • Eerstegraads brandwond. De huid is rood, droog en doet pijn. De huid kan een beetje dik zijn en warm aanvoelen. Een eerstegraads brandwond lijkt op een verbranding door de zon. Er zijn geen blaren of open wonden.
      • Tweedegraads brandwond. De huid is roze of rood en glanst. De wond kan nat zijn. Er ontstaan ook blaren. Een blaar kan strak staan of kapot gaan. Dan ligt de blaar als een los velletje op de wond. Bij een diepe tweedegraads brandwond ziet u vaak rode en witte plekken. Deze diepe wond kan soms minder pijn doen.
      • Derdegraads brandwond. De huid is wit, geel, bruin of zwart. De huid voelt stijf en als leer aan. Door schade aan de zenuwen doet de wond vaak geen pijn. Toch is dit een erge brandwond. Bij zeer diepe brandwonden kunnen zwarte, verbrande plekken ontstaan. Dit heet verkoling.
      • Verzorging van een brandwond

        • Koel een brandwond meteen. Houd de verbrande plek 10 tot 20 minuten onder zacht stromend, lauw water. 
        • Raak de brandwond niet aan.
        • Smeer niets op uw brandwond! Er is geen bewijs dat een crème of zalf ervoor zorgt dat de wond sneller geneest. Ook is niet bewezen dat deze middelen de kans op een infectie kleiner maken.
        • Bij een tweedegraads brandwond krijgt u een blaar. De huid rondom de blaar is vaak rood. Laat de blaar heel als dat mogelijk is. Heeft u er veel last van? Dan kunt u de blaar voorzichtig doorprikken met een schone naald.

        Verzorging van een andere wond

        • Bekijk de wond goed. Kijk of de wond open of dicht is. Kijk ook hoe groot en hoe diep de wond is en of er vuil in zit. Kunt u de wond niet goed zien door bloed of vuil? Maak de wond dan eerst schoon.
        • Schoonmaken van de wond: spoel de wond onder zacht stromend, lauw water. Haal vuil of splinters weg met een schone pincet.
        • Door het bloeden spoelt vuil vaak vanzelf uit de wond. Ontsmet de wond pas als het bloeden is gestopt.
        • Twijfelt u of de wond gehecht moet worden? Neem contact op met uw huisarts. Hechten kan tot 8 uur na het ongeluk.

        Ontsmetting van de wond

        U kunt een open wond ontsmetten met chloorhexidine-oplossing of povidonjodium-oplossing. Ook kunt u pijn- en jeukstillende medicijn gebruiken. Meer hierover leest u onder 'Welke medicijnen worden gebruikt bij wondjes?'

          • Bij een wond waar veel vuil of zand in zit. 
          • Bij een ontstoken wond. De wond is dan vaak rood, klopt of bonst, en er komt pus of vocht uit. Of als u koorts krijgt of u erg ziek voelt.
          • Bij brandwonden:
            • Als de wond groter is dan een halve hand van degene die zich heeft gebrand.
            • Bij vochtige, rode brandwonden of blaren in het gezicht, op handen of voeten, rond de gewrichten of op de geslachtsdelen.
            • Als er na enkele dagen geelgroen vocht uit de brandwond komt.
            • Als er na een verbranding een geelwitte, bruine of zwarte droge plek ontstaat die geen pijn doet.
            • Als een baby of kleuter een brandwond heeft.
          • Bij een bijtwond, bijvoorbeeld van een mens, hond, kat, paard, konijn of cavia.
          • Als het bloeden van de wond niet stopt
          • Als u diabetes heeft en blaren op uw voeten heeft die niet goed genezen.
          • Als u veel pijn heeft, bepaalde bewegingen niet meer kunt maken of de wond erger wordt.
          • Als u door de wond misschien besmet bent geraakt met HIV of hepatitis B of C.
          • Bij andere soorten wonden die hierboven niet worden genoemd. 

          Bij sommige wonden kan de arts medicijnen voorschrijven. Deze medicijnen voorkomen of behandelen een infectie. Bijvoorbeeld een antibioticum bij wondroos. Soms is ook een tetanusprik nodig, bijvoorbeeld als de wond in contact is geweest met straatvuil.

          • • De apotheker stelt u vragen over uw klachten. Bijvoorbeeld: hoelang heeft u het wondje en wordt het al minder?
            • De apotheker kijkt ook of uw klachten door een medicijn kunnen komen. Sommige medicijnen zorgen dat een wond minder snel geneest. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij bloedverdunners, corticosteroïden en medicijnen bij diabetes.
            • U krijgt advies over wat u zelf kunt doen bij een wondje. Bijvoorbeeld hoe u het wondje schoon en beschermd houdt. Verschillende soorten wondverband zijn bij de apotheek per stuk te koop.
            • De apotheker kan u doorverwijzen naar de huisarts. Bijvoorbeeld als het wondje erger wordt of niet geneest.

            Medicijnen die u tegen wondjes bij de apotheek kunt kopen zijn: paracetamol en medicijnen voor op de huid tegen pijn, jeuk of om te ontsmetten. Meer hierover leest u onder 'Welke medicijnen worden gebruikt bij wondjes?'

              • Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

                • Receptcontrole

                De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

                • Overzicht van uw medicijnen

                Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

                • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

                Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

                • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

                Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

                • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

                De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

                • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

                Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

                • Medicatiebeoordeling

                Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

                • Leefstijl en uw medicijnen
                Leefstijl en medicijnen hebben invloed op elkaar. Uw apotheekteam kan met u bespreken wat dit voor u betekent. Het gaat bijvoorbeeld om:
                Andersom kunnen medicijnen ook invloed hebben op hoe u zich voelt. Daardoor kan het makkelijker of juist moeilijker zijn om gezonde gewoontes vol te houden.
                 
                Heeft u vragen of wilt u meer weten over gezond leven? Ga dan naar uw apotheek of vraag om een persoonlijk gesprek. Meer informatie vindt u op “Uw apotheekteam ondersteunt bij gezonder leven”. Als u meer ondersteuning nodig heeft, kan het apotheekteam u adviseren over andere zorgverleners, zoals een diëtist, fysiotherapeut of leefstijlcoach. Ook weet het apotheekteam vaak wat er in uw buurt beschikbaar is, zoals een wandelgroep of buurtsportcoach.
                 
                • Zelfzorg

                Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

                • Bezorgservice

                Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

              • Ontsmettingsmedicijnen voor op de huid
                Deze medicijnen doden bacteriën. Zo helpen ze om te voorkomen dat een wond gaat ontsteken. Voorbeelden zijn cetrimide, chloorhexidine, chloorxylenol en povidonjodium.

                Pijn- en jeukstillende medicijnen voor op de huid
                Deze medicijnen maken de huid tijdelijk minder gevoelig. Hierdoor heeft u minder pijn en jeuk. Voorbeelden zijn lidocaïne, levomenthol, pramocaïne en zinkoxide. Levomenthol en zinkoxide geven een verkoelend gevoel en verzachten de huid. Lidocaïne en pramocaïne verdoven de huid tijdelijk, waardoor de huid minder gevoelig wordt. 

                Paracetamol
                Paracetamol werkt tegen de pijn.

                Laatst bijgewerkt KNMP: 03-09-2026

                Disclaimer

                Deze tekst is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

                Vind een apotheek

                Heeft u vragen over uw medicijnen? Ga dan naar uw eigen apotheek. Uw apotheker kent uw persoonlijke situatie en kan u uitgebreid helpen bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek? Dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.

                Vind een apotheek

                Heeft u vragen over uw medicijnen? Ga dan naar uw eigen apotheek. Uw apotheker kent uw persoonlijke situatie en kan u uitgebreid helpen bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek? Dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                Vind een apotheek blob
                Informatie wordt bijgewerkt: