Medicijnenpneumokokkenvaccin bij kinderen

pneumokokkenvaccin bij kinderen

Medicijnenpneumokokkenvaccin bij kinderen

pneumokokkenvaccin bij kinderen

Waar is dit medicijn voor?Ervaring bij kinderenHoe werkt dit medicijn en welk effect heeft het?Hoe lang duurt het voordat dit medicijn werkt?Hoe moet uw kind dit medicijn gebruiken?BijwerkingenHoe is dit medicijn verkrijgbaar?Meer informatie
  • In het pneumokokkenvaccin zitten onderdelen van pneumokokbacteriën. Het beschermt tegen een infectie met deze bacteriën. Hierdoor beschermt het ook tegen sommige vormen van hersenvliesontsteking, longontsteking en middenoorontsteking.

    Het wordt gegeven als vaccinatie aan kinderen, omdat bij hen zo een infectie heel ernstig kan verlopen.

    Het is een van de vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma.

    Download de samenvatting

    • De pneumokokbacteriën kunnen ziektes veroorzaken, zoals hersenvliesontsteking, longontsteking en middenoorontsteking. Deze ziektes kunnen heel ernstig worden.

      Uw kind kan tegen een pneumokokinfectie worden gevaccineerd met een injectie.

      • Dit vaccin wordt gebruikt om hersenvliesontsteking door pneumokokken te voorkomen. Hersenvliesontsteking wordt ook wel meningitis of nekkramp genoemd.

        Verschijnselen

        Verschijnselen van hersenvliesontsteking zijn koorts, spierpijn, koude rillingen, hoofdpijn, misselijkheid en in de war zijn. Ook overgevoeligheid voor licht en geluid, lusteloosheid en pijnlijke gewrichten. Vaak ontstaat nekstijfheid, het kind kan de kin dan niet meer op de borst doen.

        Kleine baby’s zien er vaak ziek en grauw uit en huilen veel, vooral bij het wisselen van de luier (luierpijn). Ook kunnen ze kreunen, willen ze niet drinken en zijn moeilijk wakker te krijgen. Ze hebben niet altijd koorts. In sommige gevallen kunnen kleine huidbloedinkjes ontstaan. Als u hierop duwt met een glas, blijven deze kleine paars-rode vlekjes zichtbaar - ze verbleken niet bij drukken. Dit ontstaat als de bacterie in het bloed terechtkomt en daar gaat groeien. Dit is een ernstige situatie, die snelle opname in het ziekenhuis nodig maakt.

        Oorzaak

        Hersenvliesontsteking is een ontsteking van de vliezen rond de hersenen door sommige virussen of bacteriën. Het wordt veroorzaakt door bacteriën. Bijvoorbeeld door Haemophilus influenzae B (Hib), meningokokken groep B en groep C en pneumokokken.

        Bij baby’s en kinderen tot 2 jaar wordt hersenvliesontsteking het meest veroorzaakt door pneumokokken. Deze leven in neus en keel. Ze kunnen zich verspreiden van mens tot mens door hoesten en niezen. Ook kunnen ze worden overgedragen door zoenen. Gelukkig wordt maar een klein deel van de besmette kinderen ziek.

        Bij sommige kinderen kan een hersenvliesontsteking heel erg verlopen. Daarom moeten die kinderen gevaccineerd worden tegen pneumokokken.

        Sinds 1993 worden kinderen ingeënt tegen Hib, sinds 2002 tegen meningokokken C en sinds 2006 ook tegen pneumokokken. Meningitis B komt het meest voor in Nederland, maar daar bestaat nog geen vaccin tegen.

        • Bij een longontstekig voelen kinderen zich flink ziek, hebben koorts en moeten vaak hoesten. Ook kan het kind slijm ophoesten. Het ademen kan pijnlijk zijn en het kind kan het benauwd hebben.

          Longontsteking wordt bijna altijd veroorzaakt door pneumokokken, maar ook andere bacteriën of virussen kunnen longontsteking veroorzaken.

          Bij sommige kinderen kan een longontsteking heel erg verlopen. Zij kunnen baat hebben bij een vaccinatie tegen pneumokokken, omdat longontsteking bijna altijd wordt veroorzaakt door deze bacterie.

          De vaccinatie beschermt niet helemaal. Daarom kan uw kind na vaccinatie nog steeds een longontsteking krijgen. Maar de kans op een longontsteking is wel veel kleiner.

          • Bij een middenoorontsteking is het oor ontstoken achter het trommelvlies (het middenoor). Het komt vooral voor bij kinderen jonger dan 5 jaar.

            Vaak begint de ontsteking met een gewone verkoudheid. Daarna breidt de ontsteking zich uit naar het oor. De meest voorkomende klachten zijn oorpijn, koorts en een ziek gevoel. Kinderen kunnen bij een middenoorontsteking ook buikpijn en diarree hebben en overgeven. Ook kan er vocht uit het oor lopen. Baby’s kunnen minder drinken of onrustig en prikkelbaar zijn.

            Bij een ontstoken middenoor is de doorgang tussen het oor en de keel, de buis van Eustachius, verstopt. Hierdoor kan het pus niet goed weglopen naar de keel. Middenoorontsteking wordt veroorzaakt door bacteriën of virussen. Bij 1 op de 3 kinderen zijn pneumokokken de oorzaak.

            Vaccinatie met dit vaccin maakt de kans op een middenoorinfectie door pneumokokken kleiner.

            • Tegen een infectie met pneumokokken kan een kind worden gevaccineerd. Het wordt gegeven aan kinderen die extra risico op een infectie met pneumokokken lopen, zoals:

              • kinderen onder de 5 jaar. Daarom worden kinderen op de leeftijd van 3, 5 en 11 maanden gevaccineerd. Het consultatiebureau voert de inenting meestal uit in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma;
              • kinderen die geen milt (meer) hebben, of met een slecht werkende milt;
              • kinderen met een ziekte aan de rode bloedlichamen (sikkelcelziekte);
              • kinderen die extra vatbaar zijn voor hersenvliesontsteking door een schedelbasisfractuur.

              Bij de volgende kinderen wordt soms een vaccinatie tegen pneumokokken geadviseerd.

              • Kinderen met een minder goede afweer;
              • Kinderen met chronische ziektes van nieren.
            • Het pneumokokkenvaccin is officieel geregistreerd bij kinderen. Registratie betekent dat de fabrikant het pneumokkenvaccin bij kinderen uitgebreid heeft onderzocht. Uit het onderzoek van de fabrikant blijkt dat het bij kinderen werkt en veilig is. De overheid heeft goedgekeurd dat het medicijn te krijgen is.

              Er zijn verschillende merken pneumokokkenvaccins.

              • Prevenar beschermt tegen 7 typen pneumokokken en is geschikt voor kinderen van 2 maanden tot 5 jaar.
              • Prevenar 13 beschermt tegen 13 typen pneumokokken en is geschikt voor kinderen van 6 weken tot en met 17 jaar. Bij kinderen die geen milt meer hebben of waarbij de milt slecht functioneert, wordt Prevenar 13 op alle leeftijden gebruikt.
              • Prevenar 20 beschermt tegen 20 typen pneumokokken en is geschikt voor kinderen vanaf 6 weken.
              • Pneumo 23 en Pneumovax 23 beschermt tegen 23 typen pneumokokken en is geschikt voor kinderen vanaf 2 jaar.
              • Synflorix beschermt tegen 10 typen pneumokokken en is geschikt voor kinderen van 6 weken tot 5 jaar.

              Synflorix zit in het Rijksvaccinatieprogramma.

              • Na injectie maakt het lichaam afweerstoffen tegen de bacterie. Als uw kind dan in aanraking komt met levende pneumokokbacteriën, kan zijn lichaam ze goed bestrijden.

                • Het vaccin beschermt niet helemaal, maar wel voor een groot deel. Kinderen uit de risicogroepen krijgen meestal elke 5 jaar een nieuwe injectie. Kinderen tot 2 jaar krijgen meerdere keren een injectie.

                  Als uw kind niet alle prikken van het consultatiebureau krijgt, zal het vaccin niet voldoende tegen pneumokokken beschermen. Vooral voor kinderen onder de 5 jaar is deze bescherming erg belangrijk.

                  • Hoe?

                    De arts of verpleegkundige geeft de injectie in de spier van de bovenarm of dijbeen.

                    Wanneer?

                    Het Rijksvaccinatieprogramma start bij kinderen in het eerste levensjaar met pneumokokkenprikken. In totaal worden er 3 prikken gegeven: meestal is dit met 3, 5 en 11 maanden.

                    De overige vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma, zijn terug te vinden in het volledige inentingsschema.

                    Kinderen uit de risicogroepen krijgen meestal elke 5 jaar een nieuwe injectie.

                    Heeft uw kind hoge koorts op het moment van injectie, bijvoorbeeld door een infectie? Stel de vaccinatie dan, als dit mogelijk is, uit tot uw kind weer beter is. De koorts kan namelijk erger worden.

                    • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Deze ontstaan vooral doordat het afweersysteem van uw kind denkt dat er een echte infectie is. De bijwerkingen zijn dus een signaal dat het vaccin werkt.

                      Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze bij kinderen kunnen voorkomen, zijn:

                      • Pijn op de plaats van de injectie, soms met roodheid, verharding of zwelling.

                        Deze bijwerking komt soms voor.

                      • Slaperigheid, vermoeidheid of prikkelbaarheid.

                        Deze bijwerking komt soms voor.

                      • Huilerigheid en abnormaal huilen.

                        Deze bijwerking komt soms voor. Dit gaat vanzelf over.

                      • Minder goede eetlust. 

                        Deze bijwerking komt soms voor.

                      • Griepachtige verschijnselen, zoals hoofdpijn, koorts, misselijkheid, overgeven en diaree.

                        Deze bijwerkingen komen soms voor. Ze houden meestal niet langer dan 1 tot 2 dagen aan. Soms duren ze tot 2 weken.

                      • Overgevoeligheid

                        Deze bijwerking komt zeer zelden tot zelden voor. U merkt dat aan huiduitslag, galbulten of jeuk.
                        In zeer zeldzame gevallen ontstaat er koorts, benauwdheid, opgezwollen lippen, tong of gezicht, flauwvallen of een ernstige huidafwijking. Waarschuw dan meteen de arts.
                        In beide gevallen mag uw kind dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat uw kind overgevoelig is voor dit vaccin. Het apotheekteam kan er dan op letten dat uw kind dit vaccin niet opnieuw krijgt.

                      • Stokkende ademhaling, waardoor het kind blauw kan aanlopen en flauwvallen.

                        Deze bijwerking komt zeer zelden voor bij te vroeg geboren kinderen. Dit kan er heel beangstigend uitzien. Maar het is niet ernstig omdat het kind vanzelf weer gaat ademen op het moment dat het flauwvalt.

                      • Stuipen, soms met koorts.

                        Deze bijwerking komt zeer zelden voor bij kinderen onder de 5 jaar. Waarschuw dan de arts.

                      • Blauw-rode verkleuring van de benen, een paar uren na de injectie. Deze bijwerking komt zeer zelden voor bij kinderen onder de 5 jaar. Dit gaat vanzelf over.


                      Raadpleeg de arts als uw kind veel last heeft van bovengenoemde bijwerkingen of als uw kind andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

                      Sommige ouders zijn bang dat vaccinaties kans geven op ernstige ziekte, autisme, of zelfs overlijden. Hier is onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat deze ziektes niet vaker voorkomen bij gevaccineerde kinderen dan bij kinderen die niet gevaccineerd zijn. Wel heeft een kind dat niet is gevaccineerd een veel grotere kans op blijvende schade of overlijden als het de ziekte krijgt waartegen het vaccin beschermt.

                      Wilt u meer weten over welke bijwerkingen wel en welke bijwerkingen niet voorkomen na vaccineren? Hier kunt u meer informatie vinden per bijwerking.

                      Heeft uw kind last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden.

                      • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
                        Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
                        Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
                        Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
                        • Pneumokokkenvaccin is voor kinderen te krijgen in injecties.

                          • Meer informatie over dit medicijn vindt u bij pneumokokkenvaccin bij kinderen bij volwassenen. In deze tekst vindt u onder andere informatie over:

                            • wat u moet doen als een dosis is vergeten;
                            • of het mogelijk is om zomaar met dit medicijn te stoppen;
                            • of het medicijn samen mag met andere medicijnen.

                            Voor deze onderwerpen is de informatie voor kinderen en volwassenen hetzelfde, of is er geen specifieke informatie voor kinderen bekend.

                            Laatst bijgewerkt op 26-03-2020

                            Disclaimer

                            Deze tekst is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Voor het opstellen van deze teksten is gebruik gemaakt van het Kinderformularium van het NKFK en andere wetenschappelijke bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

                            Vond u deze informatie nuttig?

                            Vind een apotheek

                            Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                            Vind een apotheek blob

                            Vraag het de webapotheker

                            Vraag het de webapotheker

                            Vraag het de webapotheker

                            Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.
                            Informatie wordt bijgewerkt: