MedicijnenNovonorm

Novonorm | repaglinide

Werkzame stof: repaglinide


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof repaglinide.

MedicijnenNovonorm

Novonorm

Werkzame stof: repaglinide


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof repaglinide.

Waarbij gebruik ik het?Mogelijke bijwerkingenHoe gebruik ik dit?Een keer vergeten, wat nu?Mag ik autorijden, alcohol drinken, alles eten?Gebruik met andere medicijnenGebruik bij zwangerschap of borstvoedingGebruik bij slechte nieren of leverMag ik zomaar stoppen?Onder welke namen verkrijgbaar?Heb ik een recept nodig?
  • Repaglinide is een verlager van de bloedglucose. Het vermindert de hoeveelheid glucose in het bloed.

    Artsen schrijven het voor bij diabetes mellitus (suikerziekte).

    • Repaglinide wordt gebruikt bij type-2-diabetes. Dit type diabetes werd vroeger ouderdomsdiabetes genoemd.

      Verschijnselen
      Bij diabetes bevindt zich te veel glucose in het bloed. Dit veroorzaakt dorst, een droge mond, veel plassen, wazig zien, moeheid, lusteloosheid en slecht genezende wonden. Verder is een te hoog bloedglucose schadelijk voor de ogen, het hart de nieren en de zenuwen.

      Oorzaak
      Hoe ontstaat dit teveel aan glucose? Na een maaltijd maakt het lichaam glucose uit koolhydraten, die bijvoorbeeld in suiker, brood en aardappels zitten. De glucose die zo in het bloed komt, kan worden gebruikt als brandstof, bijvoorbeeld door de hersenen. Ook slaan de lever en de spieren glucose op, als voorraad voor later. Hiervoor hebben ze insuline nodig. Insuline wordt in de alvleesklier gemaakt.

      Bij type-2-diabetes zijn de lever en spieren minder gevoelig voor insuline. Er is dan meer insuline van de alvleesklier nodig. Soms kan de alvleesklier niet zoveel insuline aanmaken. Het gevolg is dat niet alle glucose wordt opgeslagen en de hoeveelheid glucose in uw bloed stijgt.

      Behandeling
      Om de hoeveelheid glucose in uw bloed te verlagen, kunt u meer bewegen en minder calorierijk eten. Het lichaam wordt dan weer gevoeliger voor insuline. Hierdoor is er minder insuline nodig om de glucose uit uw bloed op te nemen.

      Als dit niet voldoende helpt, zal uw arts meestal een glucoseverlagend medicijn voorschrijven. Dit verkleint de kans op schade aan het lichaam (bijvoorbeeld de ogen en de zenuwen) op de lange termijn. In het algemeen schrijft uw arts eerst metformine voor, een andere glucoseverlager.

      Uw arts kan repaglinide voorschrijven als metformine alleen niet voldoende werkt. Ook schrijven artsen repaglinide voor bij mensen met een verminderde nierwerking , omdat dit medicijn daar veilig bij gebruikt kan worden.

      Werking
      Repaglinide stimuleert de alvleesklier om meer insuline af te geven. Ook remt het de aanmaak van glucose in de lever. Beide effecten zorgen ervoor dat het teveel aan glucose uit uw bloed verdwijnt en uw bloedglucose dus daalt.

      Repaglinide werkt binnen 30 minuten na inname kort voor de maaltijd, waarna de werking gedurende de maaltijd aanhoudt.

      Effect
      De verschijnselen van diabetes nemen geleidelijk af. Dorst, vaak plassen en een droge mond verdwijnen meestal binnen enkele dagen. Vermoeidheidsklachten verminderen meestal binnen enkele weken. Behalve als uw vermoeidheid door iets anders komt dan door de diabetes.

      Het is belangrijk dat u dit medicijn uw leven lang elke dag inneemt. Op de lange termijn zult u dan minder kans hebben op oogschade, nierproblemen, slecht genezende wonden en zenuwpijn.

    • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

      De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende:

      Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

      • Een te laag bloedglucose (hypo). Dit kan vooral ontstaan als u erg onregelmatig eet (bijvoorbeeld als u een maaltijd overslaat) of als u zich lichamelijk flink heeft ingespannen. Ook als u per ongeluk te veel van het medicijn heeft ingenomen kan een 'hypo' optreden. U kunt een 'hypo' herkennen aan de volgende verschijnselen: honger, een wisselend humeur, verwardheid, hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, bleek gezicht, wazig zien, beven, zweten en hartkloppingen.

        U kunt deze verschijnselen opheffen door iets te eten of te drinken, bijvoorbeeld druivensuiker, of eventueel suikerklontjes, een lepel honing, extra zoete limonade of een sportdrank. Houd daarom altijd een van deze voedingsmiddelen bij de hand. Kunstmatige zoetstoffen hebben overigens geen effect, dus neem bij een 'hypo' geen 'light' drankje. In ernstige gevallen kunt u door een 'hypo' buiten bewustzijn raken. Er moet dan direct een arts worden gewaarschuwd.

      • Maagdarmklachten, zoals buikpijn en diarree.

        Zeer zelden treedt braken, verstopping en misselijkheid op. Deze bijwerkingen gaan meestal na enkele dagen over gaan, als u aan het medicijn gewend bent. Blijft u hier last van houden, overleg dan met uw arts.

      • Wazig zien in het begin van de behandeling. Ook kan uw gezichtvermogen de eerste maanden veranderen.

        Dit komt doordat uw ogen aan de veranderingen in de bloedglucose moeten wennen. Wacht dus liefst nog een aantal weken met het aanmeten van een (nieuwe) leesbril.

      • Gewichtstoename

        Houd uw gewicht daarom goed in de gaten en bespreek met uw arts of diëtist wat u moet doen als u zwaarder wordt.

      Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

      • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit kan zich uiten in huiduitslag, jeuk, roodheid van de huid en galbulten.

        Raadpleeg uw arts. Een ernstige overgevoeligheid merkt u aan benauwdheid of een opgezwollen gezicht. Neem dan meteen contact op met een arts. U mag dit medicijn daarna niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor repaglinide. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.


      Neem contact op met uw apotheker of arts als u te veel last heeft van deze of andere bijwerkingen waar u zich zorgen over maakt.


      Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

      • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
        Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
        Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
        Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
        • Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

          Wanneer?
          Neem de tablet vlak voor elke maaltijd in. Dan heeft u het meeste profijt van het bloedglucoseverlagende effect. Deze maaltijd moet wat koolhydraten bevatten (zoals aardappelen, brood, rijst, pasta). Hierdoor vermindert u de kans op een 'hypo'.

          Vasten
          Als u diabetes heeft en u wilt vasten tijdens de ramadan: dit kan uw bloedglucose ontregelen. U kunt overdag eerder een 'hypo' krijgen en 's nachts kunt u te veel glucose in het bloed krijgen door de zware maaltijd (iftar). Overleg met uw arts of apotheker hoe u uw medicijnen moet aanpassen omdat u overdag niet eet. Meestal moet u tijdens het vasten het medicijn op andere tijden en in een andere dosering gebruiken. Ook is het soms nodig tijdelijk over te stappen op een ander medicijn.

          Hoe lang?
          Als dit medicijn uw bloedglucose voldoende naar beneden brengt, moet u het waarschijnlijk uw leven lang gebruiken. Het is mogelijk dat u na enige maanden of jaren merkt dat het niet meer zo goed werkt als voorheen. Neem dan contact op met uw arts. Mogelijk kunt u er een andere glucoseverlager or insuline bij gebruiken.

          • Het is belangrijk dit medicijn consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn, hoeft u deze niet in te halen. Neem de volgende dosis gewoon voor de volgende maaltijd. Neem nooit een dubbele dosis. Neem ook nooit een tablet vlak voor het slapengaan in.

            • autorijden?
              Omdat u kans heeft op een hypo kan het gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen. U mag daarom alleen autorijden als u doorgaans een hypo goed voelt aankomen. U kunt hier dan op een goede manier op reageren. Overleg hierover met uw arts.

              Let op: ook diabetes kan een reden zijn dat u niet mag autorijden. Hiervoor gelden bepaalde keuringseisen. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR. Op deze website kunt u ook de brochure 'Diabetes mellitus en het rijbewijs' vinden.

              Mag u wel autorijden?
              Houd dan rekening met de volgende adviezen:

              • Rijd alleen als u zich goed voelt.
              • Meet altijd voor u vertrekt uw bloedglucose.
              • Zorg dat u druivensuiker of suikerklontjes in de auto bij de hand heeft.
              • Heeft u tijdens het autorijden een (dreigende) hypo?
                - Zoek een veilige plek en breng de auto daar tot stilstand.
                - Eet wat druivensuiker of suikerklontjes.
                - Controleer uw bloedglucose en rijd pas verder als deze hoger is dan 6
                mmol/liter.

              alcohol drinken?
              Alcohol kan een 'hypo' veroorzaken en uw lichaam herstelt hier trager van. Probeer het drinken van alcohol eerst met mate. U kunt dan zelf inschatten of u er veel last van krijgt. Als algemene richtlijn geldt niet meer dan twee glazen alcohol per dag. Drink de alcohol wel op een gevulde maag, anders is het effect op de bloedglucose te sterk.

              alles eten?
              Houd bij wat en hoeveel u eet. Bij diabetes is een goed gewicht erg belangrijk. Als u overgewicht heeft is het daarom aan te raden om af te vallen. Raadpleeg eventueel een diëtist. Daarnaast is het belangrijk dat u de koolhydraten in uw eten zoveel mogelijk over de dag verspreidt. Koolhydraten zitten vooral in voedingsmiddelen als brood, rijst, aardappelen, fris, koek, snoep en chips.

              • Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen.

                In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

                De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

                • Andere glucoseverlagende medicijnen. Door de combinatie kunt u sneller last krijgen van een 'hypo'. Vaak is het de bedoeling verschillende glucoseverlagers samen te gebruiken, als een van deze medicijnen afzonderlijk niet meer voldoende werkt.
                • Bètablokkers. Dit zijn hart-vaatmedicijnen die worden gebruikt bij hoge bloeddruk, hartkramp, hartritmestoornissen, migraine en examenvrees. Bijvoorbeeld atenolol, metoprolol, propranolol en sotalol. Ook bevinden zich bètablokkers in sommige oogdruppels tegen verhoogde oogboldruk, bijvoorbeeld timolol.Wanneer u een bètablokker gebruikt, voelt u minder snel dat u een 'hypo' heeft. Dat komt omdat de bètablokker de waarschuwende signalen zoals trillen en hartkloppingen onderdrukt. Andere verschijnselen, zoals zweten, wazig zien en hongergevoel verdwijnen niet. Let daarom extra op deze laatste verschijnselen.
                • Gemfibrozil, een medicijn gebruikt bij een te hoog cholesterolgehalte. Gemfibrozil kan de werking van repaglinide versterken, waardoor u meer kans heeft op een 'hypo'. Dit geldt alleen als u al repaglinide gebruikt en u krijgt daar nu gemfibrozil bij. Overleg met uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.
                • Clopidogrel, een antistollingsmiddel. Clopidogrel kan de werking van repaglinide versterken, waardoor u meer kans heeft op een 'hypo'. Dit geldt alleen als u al repaglinide gebruikt en u krijgt daar nu clopidogrel bij. Overleg met uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.
                • Sommige medicijnen tegen hiv en hepatitis C. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.

                Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

                • Zwangerschap
                  Overleg met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Als u zwanger bent of binnenkort wilt worden, zult u meestal (tijdelijk) over moeten stappen op een insuline. Overleg hierover met uw arts.

                  U moet tijdens uw zwangerschap onder strikte controle blijven. Grote schommelingen in uw bloedglucose kunnen schadelijk zijn voor u en voor de groei en ontwikkeling van uw kind. Neem daarom contact op met uw arts zodra u zwanger bent, of dit binnenkort wilt worden.

                  Borstvoeding
                  Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk voor de baby is. Meestal zult u moeten overstappen op insuline of een ander medicijn waarvan bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

                  Gebruikt u medicijnen op recept of die u zonder recept koopt? Wilt u helpen om de kennis over medicijngebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding te vergroten? Meld dan uw ervaring bij Moeders van Morgen.

                  • Nieren

                    Werken uw nieren minder goed? Overleg dan met uw apotheker. Het kan zijn dat de dosering van uw medicijn aangepast moet worden. Of dat een ander medicijn geschikter is.

                    Dialyseert u? Overleg dan met uw apotheker. Het kan zijn dat aanpassing van uw medicijngebruik nodig is. Bijvoorbeeld:

                    • een andere dosering;
                    • een andere dag of ander tijdstip waarop u uw medicijn moet innemen;
                    • een ander medicijn.

                    Lever

                    Heeft u levercirrose? Gebruik dit medicijn alleen na overleg met uw arts. Levercirrose kan de hoeveelheid van dit medicijn in uw bloed verhogen. Hierdoor kan dit medicijn meer bijwerkingen veroorzaken. Het kan zijn dat uw dosering aangepast moet worden. Ook kan uw arts extra op bijwerkingen controleren.

                    • Als u stopt met dit medicijn zal uw bloedglucose waarschijnlijk weer stijgen. Stop daarom alleen als uw arts dat adviseert, bijvoorbeeld omdat u overstapt op een ander bloedglucoseverlagend medicijn.

                      Bij ernstige ziekte en als u geopereerd moet worden kan uw bloedglucose te sterk stijgen of te veel variëren. Dit medicijn voldoet dan niet. U zult dan tijdelijk moeten overstappen op insuline. Overleg met uw arts wat u in dit specifieke geval moet doen.

                      • De werkzame stof repaglinide zit in de volgende producten:
                        • Repaglinide is sinds 1998 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Novonorm en als het merkloze Repaglinide in tabletten.

                          Laatst bijgewerkt op 09-11-2017

                          Disclaimer

                          Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

                          Vond u deze informatie nuttig?

                          Stemt u ook op Apotheek.nl?

                          Stemt u ook op Apotheek.nl?

                          Dan zorgen we samen voor onze 4e award!

                          Vind een apotheek

                          Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                          Vind een apotheek blob

                          Vraag het de webapotheker

                          Vraag het de webapotheker

                          Vraag het de webapotheker

                          Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

                          Meldpunt medicijnen

                          Werkt uw medicijn heel goed of juist niet? Wordt uw medicijn niet vergoed? Of heeft u last van een bijwerking? Meld uw ervaring
                          Informatie wordt bijgewerkt: