MedicijnenImpromen

Impromen | broomperidol

Werkzame stof: broomperidol


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof broomperidol.

MedicijnenImpromen

Impromen

Werkzame stof: broomperidol


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof broomperidol.

Belangrijkste zakenWaarbij gebruik ik het?Mogelijke bijwerkingenHoe gebruik ik dit?Een keer vergeten, wat nu?Mag ik autorijden, alcohol drinken, alles eten?Gebruik met andere medicijnenGebruik bij zwangerschap of borstvoedingMag ik zomaar stoppen?Onder welke namen verkrijgbaar?Heb ik een recept nodig?
    • Broomperidol is een medicijn tegen psychose, manie en onrust.
    • Druppels: gebruik de druppelteller en druppel de juiste hoeveelheid druppels in een glas water.
    • Injecties: u krijgt deze van uw arts of verpleegkundige. Meestal is dat 1x per 4 weken.
    • U kunt slaperig of duizelig zijn. Daarom mag u niet autorijden als u begint met dit medicijn en als uw dosering omhoog gaat. Hoe lang u niet mag autorijden hangt af van hoe en hoelang u dit medicijn gebruikt. Lees de informatie over autorijden in de tekst hieronder.
    • Ook kunt u last krijgen van te veel aanmaak van het hormoon prolactine (hyperprolactemie), onrust, niet kunnen slapen, bewegingsstoornissen, te snelle hartslag, droge mond of te veel speeksel, niet kunnen poepen, wazig zien, zwak voelen en moe zijn.
    • Gebruikt u dit medicijn al een lange tijd en wilt u stoppen? Stop dan niet in één keer. U kunt last krijgen van ontwenningsverschijnselen. Ga naar uw arts of apotheker als u wilt stoppen met dit medicijn.
    • Let op met alcohol. Dit kan u nog suffer maken.
    • Bent u zwanger? Of wilt u zwanger worden? Vraag aan uw arts of apotheker of u dit medicijn mag gebruiken.
    • Geeft u borstvoeding? Of wilt u borstvoeding geven? Vraag aan uw arts of apotheker of u dit medicijn mag gebruiken. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht voor de baby is.
    • Broomperidol hoort tot de klassieke antipsychotica. Het zorgt dat de stof dopamine, die van nature in de hersenen voorkomt, minder werkt. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.

      Artsen schrijven het voor bij psychose, manie en onrust.

      • Klachten
        Een manie is een periode van overdreven opgewektheid, met veel onrealistische plannen en acties. Mensen steken zich in deze periode vaak in de schulden. Ook doen ze dingen waar ze later spijt van hebben. Soms heeft men ook last van wanen (u gelooft of denkt dingen die niet kloppen) en hallucinaties (u ziet, voelt of hoort dingen die er niet zijn).

        Meestal treedt een manie op bij iemand die lijdt aan manische depressiviteit. Bij deze ziekte wisselen ernstig depressieve periodes zich af met manische periodes.
        Soms komen ze min of meer tegelijk voor en heeft men tijdens de manische periode ook depressieve gevoelens.

        Behandeling
        Bij een manie schrijven artsen lithium of valproïnezuur voor, of een antipsychoticum, zoals broomperidol. Soms worden beide gecombineerd.

        Werking
        De druppels werken na 3-4 uur en werken ongeveer een dag lang.

        • Door psychiatrische aandoeningen en hersenbeschadigingen kunnen kinderen of volwassenen soms zeer onrustig, agressief of angstig zijn.

          Behandeling
          Als dit niet op een andere manier goed onder controle is te krijgen, schrijven artsen rustgevende medicijnen voor. Meestal is dat een antipsychoticum, zoals risperidon of broomperidol.

          Werking
          Broomperidol vermindert de verschijnselen. De druppels werken na 3-4 uur en werken ongeveer een dag lang.

          • Klachten
            Bij een psychose ziet iemand zichzelf en de wereld om zich heen anders dan hoe dit eigenlijk is. Dit worden wanen en hallucinaties genoemd. Psychotische mensen wantrouwen hun omgeving vaak en zijn in de war. Een psychose kan voor de patiënt en de omgeving erg beangstigend zijn.

            Oorzaken
            Psychosen kunnen in verschillende situaties optreden. Bijvoorbeeld bij schizofrenie, depressiviteit, tijdens een manie bij manische depressiviteit. Verder bij dementie, alcoholontwenning, extreme angst of bij vergiftigingen zoals van alcohol, drugs en sommige medicijnen. Het heet in de laatste gevallen ook vaak een delirium. Een delirium duurt veel minder lang dan een psychose.

            Werking
            Broomperidol zorgt dat stoffen die van nature in de hersenen voorkomen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.

            De druppels werken na 3-4 uur en werken ongeveer een dag lang. 
            De injecties werken binnen 6 dagen en werken ongeveer 4 weken lang.

          • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

            De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende:

            Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

            • Te veel aanmaak van het hormoon prolactine (hyperprolactemie)

            • Bij vrouwen kan de menstruatie stoppen.

              Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het middel komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, raadpleeg dan uw arts.

            • Suf zijn, slaperig zijn en minder goed kunnen reageren, concentreren en coördineren.

              Voorkom ongelukken in het verkeer. En ook bij andere activiteiten thuis en op het werk. Bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, met apparaten werkt en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben. Daardoor kunt u sneller vallen.

            • Slapeloosheid

            • Duizelig zijn, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel

              Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen een paar dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden van duizeligheid, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn `s avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.

            • Bewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid (akathisie), plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht (dystonie) en spierstijfheid (parkinsonisme). Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken. Door deze bijwerkingen kunt u ook spier- of gewrichtspijn krijgen. Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson of als u al een bewegingsstoornis heeft. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

              Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen.
              Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts de dosering verlagen of u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.
              Zelden ontstaan 'late bewegingsstoornissen' (tardieve dyskinesie) U merkt ze eerst aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Of aan buig- en strekbewegingen van vingers en tenen. Of aan dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
              Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na lange tijd van gebruik (meer maanden). Soms komen ze pas aan het licht als u met dit medicijn bent gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af. Maar bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over. 

            • Snellere hartslag, zelden juist een langzamere hartslag

              Raadpleeg uw arts als u hier last van heeft.

            • Droge mond

              Als u veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom. Of door te zuigen op ijsblokjes. Deze klachten gaan meestal over als u gewend bent geraakt aan dit medicijn.

            • Verstopping (obstipatie)

              Eet vezelrijke voeding en drink veel.

            • Te veel speeksel

            • Wazig zien

              Raadpleeg uw arts als u hier last van heeft.

            • Erg moe zijn en weinig energie hebben (asthenie).

            Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

            •  Depressie of verergering van een bestaande depressie.

            • Minder goed kunnen praten, lezen of schrijven dan normaal (afasie).

            • Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling

              Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.

            • Misselijk zijn en overgeven

            • Borstvorming (bij mannen) en Melkafscheiding 

              Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

            • De ogen blijven in een vaste stand staan (oculogyrische crisis)

              Dit duurt meestal van een paar minuten tot maximaal een paar uur.

            Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

            • Hoofdpijn

            • Te weinig bloedplaatjes of witte bloedcellen in het bloed (trombocytopenie of leukopenie)

            • Minder zin in eten

            • Somber of snel boos zijn. Soms bang of onrustig (dysforie). 

            • Dit medicijn kan epileptische aanvallen uitlokken. Ook andere antipsychotica hebben deze bijwerking.

              Artsen kiezen bij mensen met epilepsie vaak voor broomperidol. Want het geeft minder kans op een aanval dan de meeste andere antipsychotica.

            • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, erg stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten.

              Neem bij deze verschijnselen direct contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste 2 weken van het gebruik of binnen 2 weken na een verhoging van de dosering.

            • Ontsteking van de lever. Bij geelzucht moet u direct een arts waarschuwen.

            • Huiduitslag en jeuk

            • Schade aan uw spieren (rabdomyolyse).

            • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.

            • Seksuele stoornissen

              zoals moeilijker een erectie of een zaadlozing krijgen. Of de penis blijft heel lang stijf en dat doet pijn (priapisme).

            • Overmatig zweten

            • Koorts


            Neem contact op met uw apotheker of arts als u te veel last heeft van deze of andere bijwerkingen waar u zich zorgen over maakt.


            Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

            • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
              Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
              Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
              Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
              • Kijk voor de goede dosering op het etiket van de apotheek.

                Hoe?

                • Druppels: gebruik de druppelteller en druppel de juiste hoeveelheid druppels een glas water. Drink dit dan op.
                • Injectie: u krijgt dit medicijn van de arts of verpleegkundige in uw bilspier.

                Hoelang?

                • Psychose: is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op om een nieuwe psychose (terugval) te groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.
                  • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken, voor u kunt proberen te stoppen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
                  • Heeft u al eerder een psychose gehad? Dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.
                • Manie: Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van broomperidol langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met broomperidol, om een nieuwe manie te voorkomen.
                • Onrust: Broomperidol wordt meestal meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, agressiviteit of angst. De dosering wordt meestal wel verlaagd als de klachten minder worden.
                • Het is belangrijk dat u dit medicijn gebruikt zoals de arts heeft voorgeschreven. Bent u het medicijn vergeten in te nemen?

                  Druppels

                  U gebruikt dit medicijn 1 keer per dag

                  • Duurt het langer dan 8 uur voordat u de volgende dosis moet innemen? Neem de vergeten tablet dan alsnog in.
                  • Duurt het korter dan 8 uur voordat u de volgende tablet moet innemen? Sla dan de vergeten dosis over. U mag geen extra dosis innemen.

                  Injectie
                  Bent de afspraak vergeten? Maak dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

                  • autorijden?

                    Deelnemen aan het verkeer kan gevaarlijk zijn als u dit medicijn gebruikt. Wilt u weten of u met dit medicijn mag autorijden? Beantwoord dan de vragen in het schema hieronder. 

                    Let op: ook psychoses, schizofrenie of manie kunnen een reden zijn dat u niet mag autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR.


                    Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Dan kunt u hier meer last van krijgen. Let hier goed op. 

                    Voor meer algemene informatie kunt u het thema Medicijnen in het verkeer lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. U leest hier ook adviezen voor als u wel (weer) mag autorijden.

                    alcohol drinken?
                    Pas op met alcohol. Dit kan u nog suffer maken.

                    alles eten?
                    U mag alles eten.

                    • Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

                      De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

                      • Veel medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, en broomperidol verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen. Of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
                        Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: overleg met uw arts als u (weer) dingen gaat denken of geloven die niet kloppen (wanen) en gaat zien, horen of voelen die er niet zijn (hallucinaties). Of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.

                      Door de volgende medicijnen kan broomperidol sneller uit uw lichaam verdwijnen. Het werkt dan slechter. Neem contact op met uw arts als u één van de volgende medicijnen gebruikt:

                      • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon.
                      • De medicijnen tegen tuberculose rifabutine en rifampicine.
                      • Sint-janskruid (hypericum), een kruidenmiddel tegen depressie. Overleg met uw arts.
                      • Sommige medicijnen tegen hiv. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat.
                      • Sommige medicijnen tegen kanker. Vraag aan uw apotheker om welke medicijnen dit gaat. De werking of bijwerkingen van deze medicijnen kunnen veranderen. Overleg hierover met uw arts.

                      Heeft u vragen over wisselwerkingen met uw medicijn? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

                      • Zwangerschap
                        Overleg met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen. Mogelijk kunt u (tijdelijk) overstappen op een ander medicijn.

                        Borstvoeding
                        Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk voor de baby is. Mogelijk kan de arts u (tijdelijk) een ander medicijn voorschrijven, waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

                        Als uw arts vindt dat u dit medicijn toch kunt gebruiken: let dan goed op. Neem contact op met uw arts als het kind suf is en slecht drinkt.

                        Gebruikt u medicijnen op recept of die u zonder recept koopt? Wilt u helpen om de kennis over medicijngebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding te vergroten? Meld dan uw ervaring bij Moeders van Morgen.

                          • Stop niet zomaar met dit medicijn: veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
                          • Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van minimaal 4 weken. Als u langzaam afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Ook voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen. Zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels.
                          • De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas 1 tot 4 dagen na plotseling stoppen op en zijn na 2 weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwenningsverschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
                          • Ook nadat u bent gestopt kunnen soms de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht. En van buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen worden binnen een paar maanden minder. En zijn na een paar jaar meestal verdwenen.

                          Bent u 70 jaar of ouder en denkt u erover na om te stoppen met dit medicijn? Bekijk dan het thema “Ouderen: kan ik stoppen met mijn antipsychoticum?

                          • De werkzame stof broomperidol zit in de volgende producten:
                            • Ja, u heeft een recept nodig.

                              Broomperidol is sinds 1981 internationaal op de markt. Het is op recept te krijgen onder de merknaam Impromen in druppels en injecties.

                              Laatst bijgewerkt op 16-09-2026

                              Disclaimer

                              Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

                              Vind een apotheek

                              Heeft u vragen over uw medicijnen? Ga dan naar uw eigen apotheek. Uw apotheker kent uw persoonlijke situatie en kan u uitgebreid helpen bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek? Dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.

                              Vind een apotheek

                              Heeft u vragen over uw medicijnen? Ga dan naar uw eigen apotheek. Uw apotheker kent uw persoonlijke situatie en kan u uitgebreid helpen bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek? Dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                              Vind een apotheek blob

                              Meldpunt medicijnen

                              Werkt uw medicijn heel goed of juist niet? Wordt uw medicijn niet vergoed? Of heeft u last van een bijwerking? Meld uw ervaring

                              Geen ervaringen gevonden

                              Informatie wordt bijgewerkt: