Anticonceptiepil
De pil slikken is een zeer betrouwbare methode om zwangerschap te voorkomen. U vindt hier meer informatie over de werking, bijwerkingen en inname van de pil.
De werkzame stoffen in de pil zijn hormonen. Ze lijken op de hormonen die in de eierstokken van een vrouw worden aangemaakt, oestrogeen en progestageen. Die regelen de maandelijkse cyclus. Ze zorgen dat er elke maand een eicel vrijkomt (de eisprong of ovulatie). En dat het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd en later weer wordt afgestoten als de eicel niet bevrucht is (de menstruatie).
De hormonen in de pil zorgen dat er juist géén eicel vrijkomt. Ze beïnvloeden ook de baarmoederwand, zodat een bevrucht eitje zich daar niet kan nestelen. Bovendien wordt het slijm in de baarmoederhals dikker, waardoor zaadcellen minder goed in de baarmoeder kunnen doordringen. Deze drie effecten zorgen er samen voor dat de pil zeer betrouwbaar is in het voorkomen van een zwangerschap.
Er zijn verschillende soorten pillen. Het verschil zit in de hoeveelheid hormonen die erin zit en de onderlinge verhouding tussen de hormonen. Meestal zitten er 21 pillen in een strip. Daarna volgt de pauzeweek. Ook zijn er strips met 28 pillen. De pil met een verlengd doseringsschema bevat 91 tabletten per strip.
Als u de pil zorgvuldig volgens de gebruiksaanwijzing slikt, is hij zeer betrouwbaar, ook in de pauzeweek.
Wilt u de pil gaan gebruiken? Neem dan contact op met uw huisarts. Hij of zij zal u een aantal vragen stellen en bepalen welke soort pil voor u het meest geschikt is. Met het recept van de huisarts kunt u de pil bij de apotheek halen.
U kunt na een paar maanden met uw huisarts bespreken of de pil u bevalt en of u last hebt van bijwerkingen. Inwendig onderzoek is niet nodig.
Zo gebruikt u de pil:
Houd bij een meerfasenpil altijd de volgorde aan die op de pilstrip is aangegeven.
Begint u de pil te slikken op de eerste dag van de menstruatie, dan bent u meteen tegen zwangerschap beschermd. Als u op een andere dag begint, werkt de pil nog niet meteen. U moet dan nog 7 dagen een extra voorbehoedmiddel gebruiken, zoals een condoom.
Na een abortus of een miskraam kunt u dezelfde dag of de volgende dag beginnen met de pil. U bent dan meteen beschermd tegen zwangerschap.
Wanneer u weer moet beginnen met de pil na de bevalling, hangt af van het soort voeding dat u uw baby geeft.
Overleg met uw huisarts als u twijfelt wanneer u het beste de pil kunt gaan slikken.
Wat als u de pil bent vergeten? Hiervan is sprake als u meer dan 12 uur (bij Yaz en Zoely meer dan 24 uur) te laat bent met innemen. Als u 1 pil vergeet, kunt u de vergeten pil toch nog gewoon innemen en is de pil nog steeds betrouwbaar. Let op: dit geldt niet in de eerste maand dat u de pil gebruikt.
Als u meer dan 1 pil vergeet, kan de betrouwbaarheid afnemen. In hoeverre dit het geval is, hangt af van de periode waarin u de pillen vergeten bent en het soort anticonceptiepil dat u slikt.
Zoek voor het advies uw pil op deze site
Tip: neem de pil altijd op een vast tijdstip in, en combineer het innemen met andere vaste routines. Dan vergeet u hem minder snel. Neem hem bijvoorbeeld na het tandenpoetsen in.
U kunt de menstruatie uitstellen door de éénfasepil door te slikken zonder stopweek. U kunt de pil gedurende 1 jaar veilig doorslikken. U heeft dan wel meer risico op doorbraakbloedingen.
Gebruikt u een driefasenpil of meerfasenpil? Overleg met uw arts hoe u de menstruatie kunt uitstellen. Meer informatie hierover kunt u ook vinden bij de tekst over uw anticonceptiepil op deze site. U ziet het staan bij het kopje 'Hoe gebruik ik dit medicijn?'.
Moet u binnen 3 uur na het innemen van de pil overgeven? Of krijgt u binnen 4 uur waterdunne diarree? Dan is het niet zeker of de pil werkt. Het kan zijn dat de pil nog niet (helemaal) in het lichaam is opgenomen en u de rest kwijt bent geraakt via braken of diarree. Neem enkele uren later een nieuwe pil in uit een reservestrip. Wacht daar liefst mee tot de misselijkheid wat is afgenomen.
Heeft u een meerfasenpil met verschillend gekleurde pillen in een strip? Neem dan dezelfde kleur uit een reservestrip. Als u de pil al langere tijd (langer dan 1 maand) gebruikt, is het ook mogelijk één pil over te slaan en de volgende dag verder te gaan met de pilstrip.
Als u 36 uur na de vorige pil nog moet braken of nog dunne diarree hebt, of als het de eerste maand is dat u de pil gebruikt, kijk dan voor meer informatie bij de tekst over uw eigen anticonceptiepil op deze site. Daar staat bij elk anticonceptiemiddel het advies wat u moet doen bij het kopje ‘Hoe’ en het kopje ‘Dosis vergeten’.
Bijwerkingen van de pil komen vooral voor als u met de pil begint. Voorbeelden zijn gevoelige of gespannen borsten; hoofdpijn; stemmingsveranderingen; misselijkheid; gewichtstoename of doorbraakbloedingen. Ze gaan doorgaans binnen enkele dagen tot maanden over. Houdt u er last van, overleg dan met uw huisarts.
In het algemeen heeft de pil weinig of geen invloed op het ontstaan van kanker. Zeker niet nu de meeste pillen slechts een geringe dosis oestrogeen bevatten.
Pilgebruik vergroot de kans op veneuze trombose. De kans op trombose is het grootst in het eerste jaar van het pilgebruik.
Trombose is een bloedstolsel in een ader, meestal in het been. Het is te herkennen aan een pijnlijke plek op het been die ook dik, hard en rood is. In zeldzame gevallen treedt kortademigheid op, soms met pijn of het ophoesten van bloed. Neem in dat geval meteen contact op met uw huisarts.
De kans op trombose is klein, maar voor sommige vrouwen groter. Zoals voor vrouwen:
Sommige soorten pillen geven meer risico op trombose dan andere: het risico is het hoogst bij pillen die desogestrel en gestodeen bevatten, maar is dan nog steeds laag. Vrouwen die voor het eerst de pil gaan gebruiken wordt aanbevolen een pil zonder desogestrel of gestodeen te kiezen.
Sommige medicijnen maken de pil minder betrouwbaar. De voornaamste zijn:
Informatie daarover staat altijd in de bijsluiter van die medicijnen. En kunt u ook vinden bij de tekst over uw eigen anticonceptiepil op deze site. Bovendien houdt de apotheek bij welke medicijnen u gebruikt en wordt u gewaarschuwd als een middel niet goed samengaat met de pil.
Vaak adviseert de arts om vanaf ongeveer 52 jaar te stoppen met de pil. Want op deze leeftijd zijn veel vrouwen in de overgang. Nadat u bent gestopt wordt afgewacht of de menstruatie terugkeert. Als die niet terugkeert, weet u dat u in de overgang bent. Er is een heel kleine kans dat u nog niet in de overgang bent. Daarom zal uw arts andere voorbehoedsmiddelen adviseren in de periode dat u wacht of de menstruatie terugkeert.
Daarnaast wordt geadviseerd op deze leeftijd te stoppen vanwege de risico's bij langdurig gebruik van de pil. Het risico op ernstige bijwerkingen neemt toe, zoals borstkanker en hart- en vaatziekten. Overleg hierover met uw arts.
Bent u op zoek naar een alternatief voor de pil? Andere voorbehoedsmiddelen zijn bijvoorbeeld:
Zie ook Thuisarts.nl voor informatie over de alternatieven, met voor- en nadelen
Laatst bijgewerkt op 19-05-2017