Klachten & ZiektesBeroerte

Beroerte

Klachten & ZiektesBeroerte

Beroerte

Wat is Beroerte?Hoe herken ik Beroerte?Wat kan de apotheker voor mij doen?Welke medicijnen worden gebruikt bij Beroerte?
  • Bij een beroerte is een bloedvat in de hersenen dicht of kapot. Hierdoor werkt een deel van je hersencellen opeens niet meer.

    Je krijgt hierdoor opeens klachten. Artsen noemen deze klachten van uitvalsverschijnselen.

    Bij een beroerte gebeurt 1 van deze dingen:

    • een bloedvat in de hersenen is tijdelijk dicht: je hebt dan een TIA
    • een bloedvat in de hersenen blijft dicht: je hebt dan een herseninfarct
    • een bloedvat in de hersenen is kapot waardoor het bloed eruit stroomt: je hebt dan een hersenbloeding

    Zo lang niet duidelijk is welke van de 3 jij hebt, noemen artsen het een beroerte.

    Artsen noemen andere bloedingen in het hoofd soms ook een beroerte. Bijvoorbeeld een bloeding doordat een zwakke plek in een bloedvat in het hoofd scheurt.

    Een beroerte ontstaat meestal door 1 van deze oorzaken:

    • slagader-verkalking
    • een bloedpropje uit het hart door een onregelmatige hartslag (boezem-fibrilleren)
    Slagader-verkalking

    Tijdens je leven wordt je lichaam ouder. De bloedvaten kunnen daardoor veranderen:

    • De bloedvaten worden binnenin smaller, er is minder ruimte.
    • Bloedpropjes blijven plakken aan de binnenkant van de bloedvaten.
    • De wand van bloedvaten krijgt schade.

    Dit wordt slagader-verkalking genoemd. Hierdoor heb je een grotere kans op een beroerte.
    Door een hoge bloeddruk, hoog cholesterol en roken gaat slagader-verkalking sneller.

    Boezem-fibrilleren

    Soms ontstaan bloedproppen in het hart door een onregelmatige hartslag. Dit heet boezem-fibrilleren. Hierbij kan een klein bloedpropje loslaten en naar de hersenen gaan. Daar kan het in een bloedvat vast blijven zitten. Dan krijg je een TIA of herseninfarct.

     

    Kijk voor meer informatie over Beroerte op www.thuisarts.nl
    • Bij een beroerte krijg je opeens 1 of meer klachten. De klachten hangen af van het deel van de hersenen waar de beroerte is ontstaan. Elk deel van de hersenen heeft zijn eigen taken.

      Als een deel van de hersenen te weinig bloed krijgt, kun je binnen een minuut 1 of meer klachten krijgen.

      Meestal zijn er een paar klachten tegelijk. Bijvoorbeeld:

      • een scheve mond
      • onduidelijk praten of rare dingen zeggen
      • een verlamde arm of een verlamd been

      Je kunt ook deze klachten hebben:

      • minder gevoel in je lichaam, aan 1 kant of beide kanten
      • moeite met lopen
      • duizelig zijn, je ziet alles draaien of bewegen
      • problemen met slikken
      • niet goed zien
      • hoofdpijn
      • misselijk zijn en overgeven
      • in de war zijn
        Soms merk je dat zelf niet, maar mensen om je heen wel.

      Soms veroorzaakt een beroerte een coma of een complete verlamming van armen en benen.

      Kijk voor meer informatie over Beroerte op www.thuisarts.nl
      • Speciaal bij beroerte

        • Bloeddruk meten

        Een hoge bloeddruk zorgt voor een hoger risico op andere hart- en vaatziekten. Na een beroerte is dit risico ook verhoogd. Het is daarom belangrijk dat uw bloeddruk in de gaten wordt gehouden. In sommige apotheken kan de apotheker uw bloeddruk meten. Ook kunt u zelf thuis uw bloeddruk meten, door gebruik te maken van een bloeddrukmeter. Uw apotheker kan u begeleiden in het zelf meten van uw bloeddruk.

        • Stoppen met roken

        Roken zorgt voor een hoger risico op andere hart- en vaatziekten. Na een beroerte is dit risico ook verhoogd. Daarom is het belangrijk te stoppen met roken. In de apotheek kunt u nicotinevervangende middelen kopen die u kunnen helpen bij het stoppen met roken. Uw apotheker kan u advies geven over het gebruik van deze middelen.

        Roken kan ook de afbraak van bepaalde medicijnen versnellen. Als u stopt met roken, kan de hoeveelheid van die medicijnen in het bloed toenemen. Hierdoor kunnen ze sterker werken of bijwerkingen geven. U heeft dan een lagere dosering nodig. Geef het dus aan uw apotheker door als u stopt met roken. De apotheker kan dan controleren of de dosering van uw medicijn omlaag moet en dit doorgeven aan uw arts.

          • Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

            • Receptcontrole

            De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

            • Overzicht van uw medicijnen

            Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

            • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

            Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

            • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

            Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

            • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

            De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

            • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

            Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

            • Medicatiebeoordeling

            Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

            • Zelfzorg

            Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

            • Bezorgservice

            Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

          • Na een herseninfarct kunt u onderstaande geneesmiddelen krijgen ter voorkoming van een tweede herseninfarct:

            Antistollingsmiddelen
            Antistollingsmiddelen remmen de vorming van bloedpropjes af en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van een herseninfarct verkleind. Voorbeelden zijn acenocoumarol en fenprocoumon.

            Salicylaten
            Salicylaten hebben remmende werking op het samenklonteren van de bloedplaatjes en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van een herseninfarct verkleind. Voorbeelden zijn acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium.

            Clopidogrel
            Clopidogrel heeft een remmende werking op het samenklonteren van de bloedplaatjes en vermindert zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van een herseninfarct verkleind.

            Dipyridamol
            Dipyridamol remt de samenklontering van de bloedplaatjes en vermindert zo het ontstaan van bloedpropjes in de bloedvaten. Hierdoor wordt de kans op een herseninfarct verkleind. Meestal wordt dipyridamol samen met één van bovengenoemde medicijnen, die ook de bloedstolling remmen, gebruikt.

            Na een hersenbloeding kunt u bloeddrukverlagende middelen gebruiken om de kans op een nieuwe hersenbloeding te verkleinen. Een voorbeeld hiervan is:

            Nimodipine
            Nimodipine verwijdt de bloedvaten en verlaagt de bloeddruk. Het werkt speciaal op de bloedvaten van de hersenen. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van een hersenbloeding verkleind.

            Als u bloedsuikerverlagende middelen gebruikt voor diabetes, moet u deze medicijnen blijven gebruiken om de kans op een nieuwe beroerte te verkleinen.

            Laatst bijgewerkt KNMP: 25-10-2022

            Laatst bijgewerkt NHG: 08-05-2023

            Disclaimer

            Deze tekst is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

            Vond u deze informatie nuttig?

            Thuisarts.nl

            De informatie over bovenstaande aandoening is geschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Wilt u meer lezen over deze of andere aandoeningen? Ga dan naar www.thuisarts.nl

            Thuisarts.nl

            Vraag het de webapotheker

            Vraag het de webapotheker

            Vraag het de webapotheker

            Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.
            Informatie wordt bijgewerkt: