MedicijnenEylea

Eylea | aflibercept

Werkzame stof: aflibercept


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof aflibercept.

MedicijnenEylea

Eylea

Werkzame stof: aflibercept


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof aflibercept.

Belangrijkste zakenWaarbij gebruik ik het?Mogelijke bijwerkingenHoe gebruik ik dit?Een keer vergeten, wat nu?Mag ik autorijden, alcohol drinken, alles eten?Gebruik met andere medicijnenGebruik bij zwangerschap of borstvoedingGebruik door man met kinderwensMag ik zomaar stoppen?Onder welke namen verkrijgbaar?Heb ik een recept nodig?
    • Aflibercept remt kanker en de groei van bloedvaten.
    • Bij darmkanker in een chemokuur. En in het oog bij aandoeningen waardoor u slechter gaat zien, zoals de oogziekte maculadegeneratie. Ook bij zeldzame oogziektes van het netvlies bij pasgeboren baby's.
    • U krijgt dit medicijn in het ziekenhuis als infuus in een bloedvat of injectie in het oog.
    • Bijwerkingen als chemokuur: infecties, maagdarmklachten, pijn en bloedingen.
    • Bijwerkingen in het oog: wazig zien, irritatie en pijn.
    • Bij kanker: niet gebruiken als u zwanger bent of als u zwanger wil worden. Tijdens en tot 6 maanden na de behandeling mag u niet zwanger worden. Mannen mogen geen kind verwekken in deze periode.
    • Bij oogaandoeningen: niet gebruiken als u zwanger bent of als u zwanger wil worden. Tijdens en tot 3 maanden na de behandeling mag u niet zwanger worden.
    • Geeft u borstvoeding? Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht voor de baby is. Vraag aan uw arts of apotheker of u dit medicijn mag gebruiken.
    • Aflibercept remt kanker en de groei van bloedvaten.

      Artsen schrijven het voor als chemokuur bij kanker van de dikke darm en het rectum (het laatste deel van de endeldarm).

      Artsen schrijven het ook voor als injectie in het oog bij de oogaandoeningen die kunnen leiden tot slecht zien of blindheid. Zoals maculadegeneratie en macula-oedeem. Verder bij te vroeg geboren baby's met een bepaalde ziekte van het netvlies.

      • Kanker is een term voor meer dan honderd verschillende ziektes, waarbij lichaamscellen zich ongeremd delen. Het gevolg zijn tumoren (gezwellen) of afwijkingen in bloed en lymfebanen. Het is een erge ziekte die dodelijk kan zijn als u er niets aan doet.

        Door nieuw onderzoek is goede behandeling voor veel soorten kanker mogelijk. Bij snelle behandeling voorkomt u dat een kankergezwel doorgroeit in het omringende weefsel of dat het uitzaait. Bij uitzaaiingen ontstaat kanker op andere plaatsen in het lichaam.

        Oorzaak
        In elke cel zit DNA. DNA bevat de erfelijke eigenschappen van ons lichaam, zoals de bloedgroep en de kleur van de ogen. Door het DNA weten cellen wat ze moeten doen, bijvoorbeeld ook hoe snel ze zich moeten delen. Bij een celdeling ontstaan uit 1 cel 2 dochtercellen, met precies hetzelfde DNA als de moedercel. Als het stukje DNA dat de celdeling bestuurt beschadigd raakt, kan de cel zich sneller gaan delen. De dochtercellen van elke cel hebben dezelfde schade in het DNA. Daardoor gaan ook deze cellen zich ongeremd delen, met kanker tot gevolg.

        Hoe de schade in het DNA ontstaat, is vaak onbekend. Het lijkt soms te komen door chemische stoffen als teer in tabaksrook. Of door asbest, alcohol, te veel of te vet voedsel, straling of door erfelijke aanleg.

        Verschijnselen
        Kanker is een verraderlijke ziekte. Elke kankersoort veroorzaakt weer andere klachten. In het begin zijn er vaak helemaal geen klachten. Pas als een kankergezwel tegen zenuwen aandrukt, is pijn te voelen. Sommige klachten komen bij bijna alle kankersoorten voor. Zoals erg moe zijn, gebrek aan eetlust en sterke vermagering (bijvoorbeeld meer dan 3 kilo per maand).

        Bij kanker van de darmen kan bloed bij de poep ook een teken zijn. Als de tumor in de buurt van de poepgat zit, merkt u soms dat er rood bloed door de poep zit. Als de tumor hoger in de darmen zit, verteert het bloed en ontstaat er een zwarte verkleuring van de poep. Ook kunt u erge buikklachten krijgen.

        Behandeling
        Artsen schrijven aflibercept altijd voor in combinatie met andere medicijnen tegen kanker, zoals fluorouracil, irinotecan en folinezuur.

        Werking
        Aflibercept zorgt dat de tumor geen nieuwe bloedvaten kan maken. Hierdoor komt er minder bloed met voedingsstoffen in de tumor. De tumor kan dan niet groeien.

        • Oorzaak
          Slechtziendheid kan veel oorzaken hebben. Een daarvan is een aandoening die op oudere leeftijd meer voorkomt en natte maculadegeneratie wordt genoemd.

          Bij natte maculadegeneratie is het netvlies van het oog aangetast. Het netvlies is het 'projectiescherm' waar het licht op valt. Het zorgt er zo voor dat u kunt zien. Bij maculadegeneratie is een plek van het netvlies aangetast, namelijk de gele vlek (macula). Dat is het deel van het netvlies waarmee u fijne details kunt zien, zoals bij lezen.

          Er zijn verschillende oorzaken waardoor dit deel van het netvlies kan beschadigen. Als reactie hierop ontstaan ontstekingen en gaan veel bloedvaatjes groeien.

          Verschijnselen
          Uw zicht neemt steeds verder af. U ziet steeds minder scherp en er blijft in het midden van uw beeld een vlek achter. Als maculadegeneratie niet wordt behandeld, zal uw zicht steeds slechter worden.

          Behandeling
          Meestal behandelen artsen natte maculadegeneratie met medicijnen die in het oog moeten worden ingespoten. Een van die medicijnen is aflibercept.

          Werking
          Aflibercept remt de groei van nieuwe bloedvaatjes en de ontsteking van het netvlies. In de meeste gevallen neemt hierdoor de gezichtsscherpte niet verder af. In veel gevallen verbetert de gezichtsscherpte zelfs weer een beetje.

          • Oorzaak
            Uw gezichtsscherpte kan achteruit gaan door macula-oedeem. Bij macula-oedeem is een plek van het netvlies aangetast, namelijk de gele vlek (macula). Dit is het deel van het netvlies waarmee u fijne details kunt zien, zoals bij het lezen. In de macula hoopt zich vocht op. Dit komtdoordat er vocht lekt uit kleine bloedvaten rondom de macula. Als macula-oedeem ontstaat door diabetische mellitus (suikerziekte) noemt men dit diabetische macula-oedeem.

            Verschijnselen
            U ziet meestal wazig en steeds minder scherp. U kunt ook last hebben van beeldvervorming. Een voorwerp ziet er dan groter of kleiner uit dan het daadwerkelijk is of lijkt vervormd. In sommige gevallen zijn er geen klachten.

            Behandeling
            Bij diabetische macula-oedeem kunt u een laserbehandeling krijgen. Als dit onvoldoende effect heeft, kan uw arts aflibercept voorschrijven. Aflibercept wordt in uw oog gespoten.

            Werking
            Aflibercept zorgt dat het lekken van vocht uit de bloedvaten minder wordt. In veel gevallen neemt hierdoor de gezichtsscherpte een beetje toe.

          • Dit medicijn heeft een krachtige werking op de celdeling. Niet alleen van kankercellen, maar ook van gezonde lichaamscellen. Hierdoor kunnen bijwerkingen ontstaan. Bijvoorbeeld op plaatsen waar de cellen zich van nature snel delen. Dit zijn de slijmvliezen van mond, maag en darmen, de huid, de haren en het bloed.

            Door de lijst van bijwerkingen kan het lijken dat het medicijn erger is dan de ziekte. Maar de bijwerkingen komen lang niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Ook gaan de bijwerkingen na stoppen met de behandeling over.

            De bijwerkingen bij injectie in een bloedvat zijn anders dan de bijwerkingen bij injectie in het oog.

            Bij gebruik bij kanker:

            Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

            • Meer kans op infecties.

              Dit komt door bijwerkingen in het bloed. Door de chemokuur maakt uw lichaam minder witte bloedcellen aan. Neem contact op met uw arts bij de volgende verschijnselen: onverklaarbare koorts of keelpijn, blaasjes in de mond of keel, verkoudheid, griep, steenpuisten of andere huidinfecties.

            • Minder bloedplaatjes en meer kans op bloedingen.

              Waarschuw uw arts bij onverklaarbare blauwe plekken of bloedneuzen.

            • Klachten van de maag en darmen, zoals minder eetlust, afvallen, diarree en buikpijn.

            • Ontstekingen in uw mond.

              U kunt last hebben van pijn, rode mond en een branderig gevoel in uw mond.

            • Hoofdpijn of een zwak gevoel.

            • Hoge bloeddruk

            • Kortademig zijn

            • Problemen met uw stem, zoals hees zijn.

            • Leverschade

              U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik, buikpijn of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Waarschuw dan meteen uw arts. Uw arts zal uw leverwaarden regelmatig controleren.

            • Minder goede werking van de nieren, ontsteking van de nieren.

              Waarschuw uw arts als u minder plast, pijn in uw zij heeft, misselijk bent en u zwak voelt.

            • Het hand-voet-syndroom. Uw handen en voeten zijn dan pijnlijk, rood en gezwollen en kunnen tintelen of doof aanvoelen.

              De huid kan afschilferen en er kunnen zweren of blaren op de huid ontstaan. Dit kan doorgaan als u stopt met dit medicijn. Waarschuw uw arts als u deze verschijnselen krijgt.

            Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

            • Infecties in de blaas en urinewegen.

              Deze infecties veroorzaken pijn bij het plassen, rugpijn en jeuk. Raadpleeg bij deze klachten uw arts.

            • Tandpijn

            • Aambeien, pijn, krampen of bloedingen rond de anus (poepgat).

            • Verkleuring van de huid

            • Sepsis (bloedvergiftiging)

              Dit is een sterke reactie van het lichaam op een infectie. U merkt dat aan koorts of juist een te lage temperatuur, een snelle ademhaling of een snelle hartslag. Waarschuw dan direct een arts.

            • Neusverkoudheid, loopneus, koorts, keelpijn.

            • Uitdroging

              Drink voldoende als u last heeft van diarree of overgeven. Zo voorkomt u uitdroging.

            • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose)

              De verschijnselen kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been, kortademig zijn, of pijn tijdens het ademen. Waarschuw in deze gevallen meteen een arts, of ga meteen naar de Eerstehulpdienst.
              In zeer zeldzame gevallen ontstaat een ernstige bloedstollingsstoornis. U merkt dit aan koorts, bloeduitstortingen onder de huid, die eruit zien als kleine rode puntjes, soms moe zijn, in de war zijn, gele kleur van uw oogwit en huid. Waarschuw dan direct een arts.

            • Overgevoeligheid voor dit medicijn. U merkt dit aan huiduitslag, galbulten, jeuk of blozen. Raadpleeg dan uw arts.

              Een ernstige overgevoeligheid is te merken aan flauwvallen of een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. In zeer zeldzame gevallen ontstaat er een ernstige huidaandoening met blaren op de huid. Waarschuw in al deze gevallen direct een arts of ga naar de Eerste-hulpdienst. Bent u overgevoelig voor dit medicijn? Dan mag u het niet meer gebruiken. Geef dit daarom aan de apotheker door. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

            Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

            • Hartfalen

              U merkt dat aan kortademig en, benauwd zijn of het vasthouden van vocht (dikke enkels en voeten). Raadpleeg uw arts als u hier last van krijgt.

            • Bloedingen of scheuren in de maag en darmen.

              Raadpleeg uw arts als u last krijgt van lange of erge buikpijn die erger wordt als u beweegt.
              U kunt ook last krijgen van misselijkheid, koorts, rillingen of over moeten geven. Raadpleeg dan uw arts.

            • Wondjes genezen minder goed.

            • Verwijding (aneurysma) of scheur in de wand (dissectie) van de grote lichaamsslagader (aorta).

              U merkt dit aan opeens erge pijn in buik, borst of rug. Waarschuw dan direct een arts. Vooral ouderen en mensen die al eerder een verwijding of scheur hebben gehad lopen meer risico. Overleg met uw arts of apotheker voor u dit medicijn gaat gebruiken.

            • Afsterven van het kaakbot.

               

              Raadpleeg uw arts als u last krijgt van kaakpijn, tandproblemen, mondklachten, wondjes in de mond of een vreemd gevoel in de kaak. Krijgt u een ingreep of onderzoek bij de tandarts? Probeer deze in te plannen voordat u met dit medicijn begint. Als u al bent begonnen met dit medicijn kunt u het onderzoek of de ingreep het best uitstellen. Bespreek dit met uw arts.

            • Verminderde werking van de nieren. Raadpleeg uw arts als u last krijgt van zwellingen of pijn in uw zij.

            • Een zeldzame hersenaandoening

              U kunt klachten krijgen zoals hoofdpijn, epileptische aanvallen, een zwak gevoel, verward zijn, moeilijk praten en dingen niet of anders zien. Raadpleeg meteen uw arts als u deze klachten heeft.


            Bij gebruik in het oog:

            Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

            • Pijnlijk oog. Zelden geïrriteerd oog, roodheid, jeuk, droge of tranende ogen. Gevoel dat er vuiltjes in de ogen zitten.

              Het is mogelijk dat een of meer van deze verschijnselen ontstaan door een ontsteking van het oog of van de ooglidranden. Waarschuw uw arts als u in de twee weken na de injectie last van uw oog krijgt.

            • Wazig zien of slecht zien.

              Het is mogelijk dat dit ontstaat door cataract (een troebele lens). Waarschuw daarom altijd uw arts als u in de weken na de injectie wazig of slecht gaat zien.

            • Oogbloeding van het oogwit of het netvlies. Dit hoeft niet ernstig te zijn. Raadpleeg uw arts als u ziet dat u een rood oog heeft of minder goed ziet.

            Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

            • Pijn of irritatie op de injectieplaats.

            • Opgezwollen oogleden

            • Ontsteking van het hoornvlies. Raadpleeg uw arts als u last krijgt van pijnlijke, tranende ogen of minder goed tegen licht kunt.

            • Verhoogde oogboldruk net na de injectie.

              Na de injectie zal uw arts daarom uw oogboldruk controleren.

            • Loslaten van glasvocht. Raadpleeg uw arts als u last krijgt van vlekjes zien of lichtflitsen ziet.

            Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

            • Troebel zien.

            • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit kunt u merken aan huiduitslag, jeuk, galbulten of een rode huid. Waarschuw meteen uw arts als u hier last van krijgt.


            Neem contact op met uw apotheker of arts als u te veel last heeft van deze of andere bijwerkingen waar u zich zorgen over maakt.


            Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

            • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
              Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
              Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
              Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
              • Dit medicijn wordt door een arts of verpleegkundige in een ziekenhuis toegediend.

                Hoe?
                Via een infuus in uw bloedvat.
                Het infuus duurt 1 uur. Na het infuus moet u enkele uren in het ziekenhuis blijven. Zo kan de arts of verpleegkundige er op letten of u goed op het infuus reageert.

                Als injectie in uw oog
                Voor de injectie krijgt u verdovende oogdruppels. Daarna zal de oogarts de injectie via het oogwit in de oogbol inspuiten. Via het vocht in de oogbol kan het medicijn het netvlies bereiken.
                Voor en na deze injectie moet u enkele dagen oogdruppels gebruiken met antibiotica. Hiermee voorkomt u dat het oog geïnfecteerd raakt.

                Wanneer?
                Kanker: u krijgt dit infuus meestal elke 2 weken.

                Bij gebruik in het oog: u krijgt in het begin 1 injectie per maand. Dit kan een paar maanden doorgaan. Daarna kunt u de injectie elke 2 maanden of langer krijgen. Dit ligt eraan hoe goed u ziet en hoe vaak een nieuwe injectie nodig is. Tussen 2 injecties zit minimaal 1 maand.

                Hoelang?
                U krijgt dit medicijn zolang het een gunstig effect heeft.

                • Bent u de afspraak vergeten? Neem dan contact op met het ziekenhuis om een nieuwe afspraak te maken.

                  • autorijden?
                    Gebruik als infuus in een bloedvat: dit medicijn heeft geen invloed op hoe goed u kunt autorijden.

                    Bij gebruik in het oog: bij maculadegeneratie wordt uw zicht slechter. Soms zo slecht dat u niet mag autorijden. Overleg daarom met uw arts of u kunt rijden.
                    Mag u wel autorijden? Na de injectie kunt u tijdelijk wazig zien. Rijd geen auto zolang u hier last van heeft.

                    alcohol drinken?
                    Gebruik als infuus in een bloedvat: alcohol irriteert de slijmvliezen van het maagdarmkanaal. Het vergroot daardoor de kans op bijwerkingen op de maag en darmen. Drink daarom liever geen alcohol tijdens de chemokuur en zolang u last heeft van uw maag en darmen.

                    Bij gebruik in het oog: alcohol heeft geen effect op hoe dit medicijn werkt.

                    alles eten?
                    Gebruik als infuus in een bloedvat: u kunt alles eten wat uw maag of darmen verdragen. Sommige soorten voedsel kunt u beter niet eten als u last heeft van uw maag en darmen
                    Op deze site kunt u onder 'Klachten & ziektes', 'Maagklachten' adviezen vinden voor mensen met maagklachten.

                    Bij gebruik in het oog: u mag eten zoals u normaal doet.

                    • Bij gebruik als infuus in een bloedvat: het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen u nog meer gebruikt. Neem daarom uw medicatieoverzicht mee als u naar het ziekenhuis gaat. Dit is een overzicht waarop staat welke medicijnen u gebruikt, maar ook of u bijvoorbeeld allergisch bent voor sommige medicijnen. U kunt dit overzicht bij uw eigen apotheek aanvragen. Krijgt u in het ziekenhuis nieuwe medicijnen, of verandert er iets aan uw medicijngebruik? Geef dit dan ook weer door aan uw eigen apotheek. Dan blijft uw medicatieoverzicht actueel.

                      De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

                      • Acenocoumarol en fenprocoumon, antistollingsmiddelen. Meld het aan de trombosedienst als u cabozantinib gaat gebruiken, als de dosering wijzigt of als u gaat stoppen met cabozantinib.

                      Bij gebruik in het oog: van dit medicijn zijn geen belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen bekend. Vertel uw arts altijd als u oogdruppels of oogzalven gebruikt.

                      • Zwangerschap
                        U mag dit medicijn NIET krijgen als u zwanger bent of binnenkort zwanger wilt worden. Het is onvoldoende bekend of dit medicijn schadelijk is voor het ongeboren kind.

                        Gebruikt u dit medicijn als chemokuur? Gebruik dan tijdens en tot en met 6 maanden na het laatste infuus anticonceptieve maatregelen. Zoals de pil of een condoom.

                        Gebruikt u dit medicijn voor uw ogen? Gebruik dan tijdens en tot en met 3 maanden na de laatste injectie anticonceptieve maatregelen. Zoals de pil of een condoom.

                        Borstvoeding
                        Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u borstvoeding geeft. Dit medicijn komt in zeer kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht. Het is niet bekend of het schadelijk voor de baby is. Mogelijk kan de arts u (tijdelijk) een ander medicijn voorschrijven, waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken. Of u kunt kunstvoeding geven.

                        Gebruikt u medicijnen op recept of die u zonder recept koopt? Wilt u helpen om de kennis over medicijngebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding te vergroten? Meld dan uw ervaring bij Moeders van Morgen.

                        • Gebruikt u dit medicijn tegen kanker? Dan mag u tijdens en tot en met 6 maanden na het laatste infuus geen kinderen verwekken. Het kan schadelijk zijn voor de ongeboren baby als u seks heeft met een vrouw die zwanger kan worden. Gebruik daarom in die periode condooms.

                          Kan uw partner zwanger worden? Dan moet zij ook goede anticonceptie gebruiken in deze periode.

                          • Kanker
                            Een behandeling met dit medicijn is zwaar en kan moeilijk vol te houden zijn. Ook al helpt het u de ziekte te onderdrukken. Wordt de behandeling u te zwaar? Bespreek dat dan met uw arts of verpleegkundige. Samen kunt u de bijwerkingen bespreken en kijken of er een ander medicijn geschikter is.

                            Oogziekte
                            Als u stopt met dit medicijn kan u weer slechter gaan zien. Wilt u stoppen met dit medicijn? Bespreek dat dan met uw arts.

                            • De werkzame stof aflibercept zit in de volgende producten:
                              • Aflibercept is sinds 2012 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar als infuus voor in een bloedvat onder de naam Zaltrap en als injectie voor in het oog onder de naam Eylea.

                                Laatst bijgewerkt op 17-10-2023

                                Disclaimer

                                Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

                                Vond u deze informatie nuttig?

                                Vind een apotheek

                                Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                                Vind een apotheek blob

                                Vraag het de webapotheker

                                Vraag het de webapotheker

                                Vraag het de webapotheker

                                Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

                                Meldpunt medicijnen

                                Werkt uw medicijn heel goed of juist niet? Wordt uw medicijn niet vergoed? Of heeft u last van een bijwerking? Meld uw ervaring

                                Geen ervaringen gevonden

                                Informatie wordt bijgewerkt: