MedicijnenDKTP-vaccin bij kinderen

DKTP-vaccin bij kinderen

MedicijnenDKTP-vaccin bij kinderen

DKTP-vaccin bij kinderen

Waar is dit medicijn voor?Ervaring bij kinderenHoe werkt dit medicijn en welk effect heeft het?Hoe lang duurt het voordat dit medicijn werkt?Hoe moet uw kind dit medicijn gebruiken?BijwerkingenHoe is dit medicijn verkrijgbaar?Meer informatie
  • Het DKTP-vaccin bevat onschadelijk gemaakte gifstoffen van de difterie-, de tetanusbactie- en dode kinkhoestbacteriën en onschadelijk gemaakt poliovirus.

    Het beschermt tegen infectie met difterie-, kinkhoest- en tetanusbacterie en met het polio-virus. Het is een van de vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma.

    Download de samenvatting

    • Rijksvaccinatieprogramma
      Alle kinderen worden via het Rijksvaccinatieprogramma ingeënt tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (via de DKTP-prik). Het consultatiebureau voert de inenting meestal uit.

      Deze inenting vindt plaats op de leeftijd van:

      • soms bij 2 maanden;
      • 3, 5 en 11 maanden;
      • 4 jaar.
      • Difterie, kinkhoest en tetanus worden veroorzaakt door bacteriën.

        Uw kind kan tegen difterie, kinkhoest en tetanus worden gevaccineerd met een injectie. Kinderen krijgen deze injfectie via het Rijksvaccinatieprogramma.

        Difterie
        Difterie of ‘kroep’ is een ernstige ziekte waarbij het lichaam reageert op de gifstoffen van de difterie-bacterie. Deze bacterie wordt via hoesten van mens op mens overgebracht.

        De ziekte begint meestal met ernstige keelpijn, een ziek gevoel en soms koorts. De slijmvliezen van de keel kunnen opzwellen. Daardoor wordt het ademen moeilijk en kunnen kinderen zelfs stikken.

        De difteriebacterie kan ook de hartspier en het zenuwstelsel beschadigen. De ziekte verloopt vaak zeer ernstig, waardoor behandeling soms te laat komt. Onbehandeld verloopt de ziekte vaak dodelijk. Daarom is vaccinatie nodig. In Nederland komt difterie nauwelijks meer voor, omdat de meeste mensen als kind gevaccineerd zijn tegen deze ziekte.

        Tetanus
        Tetanus is een ernstige spierziekte veroorzaakt door de gifstoffen van de tetanus-bacterie. Je kunt tetanus krijgen door besmetting met deze bacterie. Deze komt voor in aarde, straatvuil en mest van dieren. De bacterie kan via een verwonding in het lichaam komen en zich daar gaan vermenigvuldigen. Dat gebeurt vooral in kleine, diepe wonden en bij dierenbeten.

        Tetanus begint meestal met hoofdpijn en spierkrampen in de kaken. Een andere naam voor tetanus is daarom kaakklem. Binnen een paar dagen nemen de spierkrampen toe. Ze verplaatsen zich dan over het hele lichaam. Ook de ademhalingsspieren kunnen verkrampen, waardoor ademen moeilijker gaat. Zonder behandeling is tetanus dodelijk, daarom is vaccinatie nodig.

        • Kinkhoest wordt veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis. Deze bacterie wordt via hoesten van mens tot mens overgebracht en is zeer besmettelijk. Kinkhoest begint meestal met verkoudheid, een ziek gevoel en soms koorts. Daarbij ontstaan er enorme hoestbuien met een gierende inademing. Deze hoestbuien kunnen voor kinderen zeer uitputtend zijn. Door het langdurig en geforceerd hoesten kunnen de longen blijvende schade oplopen en krijgen de hersenen niet genoeg zuurstof. Dit is vooral gevaarlijk voor kleine kinderen.

          • Polio (kinderverlamming) is de afkorting van poliomyelitis. Polio wordt veroorzaakt door het poliomyelitis-virus.

            Kinderen worden tegen deze ziekte gevaccineerd met een injectie via het Rijksvaccinatieprogramma.

            Polio kan helemaal zonder ernstige verschijnselen verlopen en alleen maar diarree als klacht hebben. Maar bij ongeveer 1 procent van de besmette personen treden blijvende spierverlammingen op. Er bestaat geen behandeling tegen polio. Daarom is vaccinatie nodig.

            Uw kind kan de ziekte krijgen als het dit virus binnenkrijgt via sporen van menselijke ontlasting. Dit kan door gebruik van besmet water of voedsel.

             

          • Het DKTP-vaccin is officieel geregistreerd bij kinderen vanaf 2 maanden. Registratie betekent dat de fabrikant het DKTP-vaccin bij kinderen van deze leeftijd uitgebreid heeft onderzocht. Uit het onderzoek van de fabrikant blijkt dat het bij kinderen werkt en veilig is. De overheid heeft goedgekeurd dat het medicijn te krijgen is. En dat kinderen het mogen gebruiken.

            Kinderen krijgen het DKTP-vaccin als zij 4 jaar zijn. Inenting tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio vindt ook plaats op jongere leeftijd. Hiervoor wordt een ander vaccin gebruikt. Dit vaccin beschermt niet alleen tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio, maar ook tegen Haemofilus influenzae B en Hepatitis B.

              • Difterie en tetanus: na injectie maakt het lichaam afweerstoffen tegen de gifstoffen van deze bacteriën en tegen de bacteriën zelf. Als uw kind dan in aanraking komt met die gifstoffen kan zijn lichaam deze beter onschadelijk maken.
              • Kinkhoest: na injectie maakt het lichaam afweerstoffen tegen de gifstoffen van deze bacteriën en tegen de bacteriën zelf. Als uw kind dan in aanraking komt met die gifstoffen kan zijn lichaam deze beter onschadelijk maken. Het kinkhoestvaccin beschermt niet helemaal, maar wel voor een groot deel. Sommige gevaccineerde kinderen krijgen toch kinkhoest. Dit komt doordat de bacterie verandert en het vaccin niet tegen alle bacterietypes beschermt.
              • Polio: na injectie maakt het lichaam afweerstoffen tegen het poliovirus. Als uw kind dan in aanraking komt met dit virus kan zijn lichaam dit beter onschadelijk maken.
                • Difterie en tetanus: na de laatste vaccinatie op het negende jaar houdt de bescherming tegen deze ziektes 10 jaar aan. Na die tijd is een nieuwe vaccinatie nodig, als het kind extra kans loopt op een van deze ziekten.
                • Kinkhoest: na de laatste vaccinatie op het negende jaar duurt de bescherming tegen deze ziekte ongeveer 10 jaar. Als daarna toch een kinkhoestinfectie ontstaat, verloopt die wel minder ernstig dan bij mensen die nooit gevaccineerd zijn. Daarom krijgen mensen meestal niet een nieuwe vaccinatie.
                • Polio: na de laatste vaccinatie op het negende jaar duurt de bescherming tegen deze ziekte 15 jaar. Na die tijd is een nieuwe vaccinatie nodig, als het kind extra kans loopt op een van deze ziekten.
                • Hoe?

                  De arts of verpleegkundige geeft de injectie in de spier van de bovenarm of dijbeen.

                  Wanneer?

                  • Het Rijksvaccinatieprogramma start bij kinderen in het eerste levensjaar met DKTP-Hib-HepB-prikken. Dit vaccin is behalve tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio ook nog tegen Haemofilus influenzae B en Hepatitis B. Na 3 of 4 DKTP-Hib-HepB-prikken in het eerste jaar, krijgen kinderen in het vierde jaar nog een DKTP-prik. En in het negende jaar nog een DTP-prik. De andere vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma zijn terug te vinden in het volledige inentingsschema.
                  • De bescherming tegen tetanus duurt minstens 10 jaar. Als na die tijd een verwonding met bijvoorbeeld straatvuil optreedt, moet opnieuw worden gevaccineerd met tetanusvaccin.

                  Heeft uw kind hoge koorts op het moment van injectie, bijvoorbeeld door een infectie? Stel de vaccinatie dan als het mogelijk is uit tot het kind weer beter is. De koorts kan namelijk erger worden.

                  • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Deze ontstaan vooral doordat het afweersysteem van uw kind denkt dat er een echte infectie is. De bijwerkingen zijn dus een signaal dat het vaccin werkt.

                    Bijwerkingen waarvan bekend is dat ze bij kinderen kunnen voorkomen, zijn:
                     

                    • Pijn op de plaats van de injectie. Soms met roodheid, zwelling of harde plek onder de huid.

                      Deze bijwerking komt soms voor.

                    • Vermoeidheid en slaperigheid

                      Deze bijwerkingen komen soms voor.

                    • Koorts

                      Deze bijwerking komt soms voor.

                    • Verminderde eetlust

                      Deze bijwerking komt soms voor.

                    • Prikkelbaarheid

                      Deze bijwerking komt soms voor.

                    • Huiduitslag

                      Deze bijwerking komt soms voor. Meestal is dit onschuldig. Maar neem bij ernstige jeukende huiduitslag contact op met de arts. Uw kind kan overgevoelig zijn voor het vaccin.

                    • Infecties zoals zoals luchtweginfecties, ooginfecties en huidinfecties.

                      Deze bijwerkingen komen soms voor.

                    • misselijkheid

                      Bij baby's: soms misselijkheid, zeer zelden met braken.

                    • Huilerigheid en abnormaal huilen

                      Deze bijwerking komt zelden voor. Dit gaat vanzelf over.

                    • Griepachtige verschijnselen zoals hoofdpijn, koorts, spierpijn, verminderde eetlust, misselijkheid of buikpijn.

                      Deze bijwerkingen komen zelden voor. De verschijnselenduren meestal niet langer dan 1-2 dagen. Een enkele keer duren ze tot 2 weken.

                    • Stokkende ademhaling. Daardoor het kind blauw kan aanlopen en flauwvallen.

                      Dit kan er heel beangstigend utizien. Maar het is niet ernstig omdat het kind vanzelf weer gaat ademen op het moment dat het flauwvalt. Deze bijwerking komt zeer zelden voor.

                    • Stuipen. Soms met koorts.

                      Deze bijwerking komt zeer zelden voor. Waarschuw dan de arts.

                    • Maagdarmklachten zoals buikpijn, diarree en verstopping.

                      Deze bijwerkingen komen zeer zelden voor.

                    • Overgevoeligheid. U kunt dat merken aan huiduitslag, galbulten of jeuk. In zeldzame gevallen ontstaat er koorts, benauwdheid, opgezwollen lippen, tong of gezicht of flauwvallen.

                      Waarschuw dan meteen uw arts. In beide gevallen mag uw kind dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat uw kind overgevoelig is voor dit vaccin. Het apotheekteam kan er dan op letten dat uw kind dit vaccin niet opnieuw krijgt.


                    Raadpleeg de arts als uw kind veel last heeft van bovengenoemde bijwerkingen of als uw kind andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

                    Sommige ouders zijn bang dat vaccinaties kans geven op ernstige ziekte, autisme, of zelfs overlijden. Hier is onderzoek naar gedaan en het blijkt dat deze ziektes niet vaker voorkomen bij gevaccineerde kinderen dan bij kinderen die niet gevaccineerd zijn. Wel heeft een kind dat niet is gevaccineerd een veel grotere kans op blijvende schade of overlijden als het de ziekte krijgt waartegen het vaccin beschermt.

                    Wilt u meer weten over welke bijwerkingen wel en welke bijwerkingen niet voorkomen na vaccineren? Hier kunt u meer informatie vinden per bijwerking.

                    Heeft uw kind last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum Lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden.

                    • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
                      Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
                      Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
                      Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
                      • Het DKTP-vaccin is voor kinderen te krijgen in injecties.

                        Het DKTP-vaccin wordt bij kinderen ook gebruikt in combinatie met het Hib-vaccin en hepatitis-B-vaccin.

                        • Meer informatie over dit medicijn vindt u bij DKTP-vaccin bij kinderen bij volwassenen. In deze tekst vindt u onder andere informatie over:

                          • wat u moet doen als een dosis is vergeten;
                          • of het mogelijk is om zomaar met dit medicijn te stoppen;
                          • of het medicijn samen mag met andere medicijnen.

                          Voor deze onderwerpen is de informatie voor kinderen en volwassenen hetzelfde, of is er geen specifieke informatie voor kinderen bekend.

                          Laatst bijgewerkt op 07-12-2021

                          Disclaimer

                          Deze tekst is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Voor het opstellen van deze teksten is gebruik gemaakt van het Kinderformularium van het NKFK en andere wetenschappelijke bronnen. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

                          Vond u deze informatie nuttig?

                          Vind een apotheek

                          Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                          Vind een apotheek blob

                          Vraag het de webapotheker

                          Vraag het de webapotheker

                          Vraag het de webapotheker

                          Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.
                          Informatie wordt bijgewerkt: