MedicijnenLisinopril

Lisinopril | lisinopril

Werkzame stof: lisinopril


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof lisinopril.

MedicijnenLisinopril

Lisinopril

Werkzame stof: lisinopril


Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof lisinopril.

Belangrijkste zakenWaarbij gebruik ik het?Mogelijke bijwerkingenHoe gebruik ik dit?Een keer vergeten, wat nu?Mag ik autorijden, alcohol drinken, alles eten?Gebruik met andere medicijnenGebruik bij zwangerschap of borstvoedingGebruik bij slechte nieren of leverMag ik zomaar stoppen?Onder welke namen verkrijgbaar?Heb ik een recept nodig?
    • Lisinopril verlaagt uw bloeddruk en zorgt dat uw hart het bloed beter rondpompt.
    • Bij hoge bloeddruk, hartfalen, nierziekten en na een hartaanval (hartinfarct).
    • Uw bloeddruk daalt langzaam binnen 6 weken. Bij hartfalen merkt u dat u minder last heeft van benauwdheid en dikke enkels.
    • Door het medicijn elke dag te gebruiken heeft u minder kans op hart- en vaatziekten.
    • Krijgt u last van kriebelhoest? Overleg met uw arts als dit niet overgaat.
    • De eerste paar weken kunt u duizelig worden als u gaat staan. Neem het medicijn daarom de eerste dagen 's avonds in, als u op uw bed zit. Dan kunt u gaan liggen als u duizelig wordt.
    • Er zijn een paar belangrijke wisselwerkingen met andere middelen. Vraag uw apotheker of u lisinopril veilig kunt gebruiken met uw andere medicijnen, ook medicijnen die u zonder recept heeft gekocht.
    • Let op! Niet gebruiken tijdens het 2e en 3e trimester (laatste 6 maanden) van de zwangerschap. Dit medicijn is in deze periode slecht voor de baby in uw buik.
    • Geeft u borstvoeding? Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht voor de baby is. Vraag aan uw arts of apotheker of u dit medicijn mag gebruiken
    • Lisinopril behoort tot de ACE-remmers. Het verlaagt de bloeddruk en verbetert de pompkracht van het hart.

      Artsen schrijven het voor bij hoge bloeddruk, hartfalen, na een hartinfarct en bij nierziekten.

      • Verschijnselen
        Mensen met een hoge bloeddruk voelen hier in het algemeen niets van. Hoge bloeddruk is ook geen ziekte, maar geeft meer kans op hart- en vaatziekten.

        Als de bloeddruk is verhoogd, stroomt het bloed te krachtig door de vaten. Dit is schadelijk voor de bloedvaten.

        Beschadigde bloedvaten verhogen de kans op een beroerte (herseninfarct of hersenbloeding) en ernstige hartziekten, zoals hartkramp en hartfalen.

        Werking
        ACE is de afkorting van een enzym dat een rol speelt bij de spanning van de spiertjes rond de bloedvaten. Door het ACE te remmen vermindert de spanning in deze spiertjes. Hierdoor worden de bloedvaten ontspannen en wijder. Het bloed kan daardoor beter doorstromen en de bloeddruk gaat omlaag.

        Door ACE-remmers scheiden de nieren ook meer zout (natrium) uit met de urine. Dit helpt ook de bloeddruk omlaag te brengen. Door de lagere bloeddruk is er minder kans op een hart- en vaatziekte, zoals een beroerte.

        Behandeling
        Bij de behandeling van een hoge bloeddruk kunnen artsen verschillende medicijnen voorschrijven. Vaak beginnen ze met een plastablet en/of een bètablokker. Als deze onvoldoende helpen of als deze niet gebruikt kunnen worden, kan de arts een ACE-remmer voorschrijven. Soms schrijft de arts direct een ACE-remmer voor, bijvoorbeeld als ook hartfalen of een nierziekte bestaat.

        Effect
        Na drie tot zes weken is het volledige effect van dit middel bereikt. Zelf merkt u hier niet veel van. U weet pas of het werkt bij een meting van uw bloeddruk. Toch is het belangrijk om lisinopril elke dag in te nemen. Alleen dan kan dit medicijn u optimaal beschermen tegen hart- en vaatziekten.

        • Verschijnselen
          Bij hartfalen (hartzwakte) is de pompkracht van het hart verzwakt. Het bloed wordt niet meer goed rondgepompt. U bent daardoor sneller moe en u kunt last krijgen van vocht in de benen of achter de longen. U bent dan ook sneller benauwd.

          Oorzaak
          Hartfalen kan ontstaan door een langdurig bestaande hoge bloeddruk, slecht werkende hartkleppen, vernauwing in de bloedvaten die het hart van bloed voorzien (kransslagaders), stoornissen in het hartritme of een hartinfarct.

          Behandeling
          Behalve het wegnemen van de oorzaak, zoals het behandelen van de hoge bloeddruk of het vervangen van een slechte hartklep, spelen geneesmiddelen een belangrijke rol bij hartfalen. De belangrijkste medicijnen zijn plastabletten en ACE-remmers of angiotensine-II-blokkers. Vaak schrijft de arts een combinatie van deze medicijnen voor.

          Werking
          ACE-remmers verlagen de bloeddruk en verbeteren de conditie van de hartspier. Hierdoor verbetert de pompkracht van het hart en verminderen uw klachten. Mensen met hartfalen, die met dit medicijn de pompkracht van hun hart hebben verbeterd, hebben minder kans om aan een hartziekte te overlijden.

          Effect
          Na drie tot zes weken is het volledige effect van dit medicijn bereikt. U merkt dan dat u minder last heeft van dikke enkels, benauwdheid en moeheid.

          • Verschijnselen
            De eerste tekenen van een hartinfarct zijn een hevig drukkende of snoerende pijn op de borst. Soms straalt de pijn uit naar de linkerarm of kaken. Vaak bent u ook misselijkheid, zweterig en klam.

            Oorzaak
            Een hartinfarct ontstaat door een afsluiting van één of meer van de bloedvaten die het hart van bloed voorzien (de kransslagaders). Hierdoor krijgt een deel van de hartspier langdurig te weinig bloed en dus te weinig zuurstof, waardoor het afsterft.

            Omdat een stukje van de hartspier niet meer werkt, kan het hart minder krachtig pompen. U kunt dan verschijnselen van hartfalen krijgen, zoals moeheid, kortademigheid en het vasthouden van vocht.

            Werking
            Lisinopril verbetert de pompkracht van het hart. Mensen die dit medicijn na een hartinfarct zijn gaan gebruiken, hebben een kleinere kans om hartfalen te krijgen of te overlijden aan een hartziekte. Bovendien is de kans op een tweede hartinfarct kleiner.

            Mogelijk merkt u dat u minder vocht vasthoudt en minder snel moe bent. Het is belangrijk om dit medicijn elke dag in te nemen. Alleen dan kan het de hart en bloedvaten optimaal beschermen.

            • Dit medicijn wordt toegepast bij nierziekten, zoals die onder andere bij diabetes kunnen voorkomen (diabetische nefropathie).

              Oorzaak
              De nieren filtreren afvalstoffen uit het bloed, zodat deze via de urine het lichaam kunnen verlaten. De nieren bevatten daartoe een filtersysteem. Alleen de afvalstoffen en water kunnen het filter passeren.

              Als de nieren beschadigd zijn, zoals bij diabetes, werkt het filter in de nieren niet goed. Hierdoor kunnen ook waardevolle bouwstoffen, zoals eiwitten, de filters passeren en in de urine terecht komen. Deze eiwitten in de urine verstoren de werking van de filters nog meer.

              Verschijnselen
              Meestal merkt u een nierziekte, zoals diabetische nefropathie, niet op. Pas als uw urine wordt getest op eiwitten, kunt u zien of uw nieren nog voldoende werken. Hebt u al langere tijd veel eiwit via de urine verloren, dan is dat soms te merken aan oedeem.

              Oedeem is vochtophoping op plaatsen waar het normaal niet of nauwelijks aanwezig is, bijvoorbeeld in de enkels en voeten. Ook kan de urine er donkerder uitzien of schuimen. Uiteindelijk kunt u last krijgen van spierkrampen, ernstige vermoeidheid, jeuk en een droge huid.

              Werking
              Dit medicijn voorkomt dat het filtersysteem in de nieren verder beschadigt. Hierdoor vermindert het eiwitverlies via de urine. Ook voorkomt dit medicijn dat nierziekte ontstaat bij mensen met diabetes.

              Effect
              Het effect is meestal na twee weken te meten in de urine. Het kan enkele weken duren voordat u merkt dat uw klachten zoals moeheid, zijn afgenomen. Het is belangrijk om dit medicijn elke dag in te nemen. Alleen dan kan het uw nieren optimaal beschermen.

            • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

              De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende:

              Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

              • Kriebelhoest

                De hoest kan heel hardnekkig zijn en niet verminderen als u de gebruikelijke middelen tegen kriebelhoest gebruikt. Als bij u deze bijwerking niet overgaat, ga dan naar uw arts. Mogelijk kan uw arts een ander medicijn voorschrijven dat deze bijwerking niet heeft.

              • Duizeligheid

                Dit merkt u vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op de lagere bloeddruk, binnen enkele dagen tot weken. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Neem dit middel de eerste paar keer 's avonds in op de rand van uw bed, zodat u bij duizeligheid kunt gaan liggen. Raadpleeg uw arts als u na enkele weken nog steeds last heeft van duizeligheid.

              • Maagdarmklachten, zoals braken of diarree. Zelden misselijkheid, buikpijn en zure oprispingen. 

                Meestal helpt het als u dit medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met uw arts.

                Diarree, overgeven of koorts kan voor uitdroging zorgen. Dit leidt vooral bij ouderen boven de 70 jaar en bij mensen met hartfalen of minder goed werkende nieren tot erge bijwerkingen. Daarom kan de arts bij deze groep mensen de dosering tijdelijk aanpassen. Valt u onder deze groep? En heeft u meerdere keren per dag last van overgeven of diarree, of heeft u langer dan 2 dagen koorts? Neem dan contact op met uw arts.

              • Hoofdpijn

              • Een verminderde nierwerking na gebruik gedurende meerdere maanden. 

                Meestal merkt u dit niet zelf op, maar via bloedonderzoek kan dit worden opgemerkt. Uw arts zal de nierfunctie regelmatig controleren.

              Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

              • Vermoeidheid, zwak gevoel en stemmingswisselingen.

              • Huiduitslag, jeuk, galbulten en haaruitval.

                Als u de huidziekte psoriasis heeft: de klachten kunnen verergeren. Als u dit merkt, neem dan contact op met uw arts. Zeer zelden ontstaat een ernstige huidaandoening met blaren op de huid of een vurige rode huid. Waarschuw dan een arts.

              • Teveel aan kalium, een bepaalde stof in het bloed. 

                U merkt dit meestal zelf niet op. Een enkele keer kunt u hierdoor last krijgen van lusteloosheid en hartritmestoornissen. Een te hoog kaliumgehalte kan met name ontstaan als uw nieren minder goed werken of als u hartfalen heeft. Uw arts zal het kaliumgehalte regelmatig controleren.

              • Smaakveranderingen en een droge mond

                Door de droge mond kunnen zich eerder gaatjes in uw gebit ontwikkelen. Poets en flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker uw gebit controleren.

              • Slaperigheid of juist slapeloosheid, en verwardheid.

              • Impotentie

                Dit komt door de lagere bloeddruk. Als u last heeft van deze bijwerking, vraag dan advies aan uw arts. Mogelijk moet de dosering aangepast worden of is een ander medicijn geschikter voor u.

              • Griepachtige verschijnselen met loopneus, keelpijn, heesheid, kortademigheid, zweten en longontsteking. 

                Waarschuw bij ernstige benauwdheid een arts.

              • Ontsteking van de alvleesklier of van de lever en bloedafwijkingen.

                Bij plotselinge hevige pijn in bovenbuik, geelzucht, onverklaarbare blauwe plekken, extreme vermoeidheid of keelpijn met koorts en blaren in de keel, moet u direct een arts waarschuwen.

              • Overgevoeligheid voor dit medicijn. 

                U kunt een ernstige overgevoeligheid merken aan een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden of flauwvallen. Ga dan onmiddellijk naar een arts of naar de Eerste-hulpdienst. Als u overgevoelig bent mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef dat door aan de apotheker. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn (of een soortgelijk middel) niet opnieuw krijgt.

              • Als u diabetes mellitus heeft: u kunt eerder een te laag bloedglucosegehalte (hypo) krijgen door dit middel. 

                Controleer daarom vaker uw bloedglucosegehalte.

              • Hallucinaties


              Neem contact op met uw apotheker of arts als u te veel last heeft van deze of andere bijwerkingen waar u zich zorgen over maakt.


              Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

              • Regelmatig: bij meer dan 30 op de 100 mensen
                Soms: bij 10 tot 30 op de 100 mensen
                Zelden: bij 1 tot 10 op de 100 mensen
                Zeer zelden: bij minder dan 1 op de 100 mensen
                • Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

                  Wanneer? 
                  U mag dit medicijn innemen op elk moment van de dag. Kies wel een vast tijdstip, bij voorkeur 's ochtends bij het ontbijt, dan vergeet u minder snel een dosis. Als u in het begin veel last heeft van duizeligheid, kunt u het ook 's avonds voor het naar bed gaan innemen.

                  Hoe lang?

                  • Hoge bloeddruk. Een behandeling voor hoge bloeddruk is meestal langdurig. Als dit medicijn goed bij u werkt, moet u dit medicijn waarschijnlijk uw leven lang gebruiken.
                  • Hartfalen, hartinfarct en nierziekten. Waarschijnlijk moet u dit medicijn langdurig gebruiken. Overleg dit met uw arts.
                  • Het is belangrijk dit medicijn consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

                    U gebruikt lisinopril 1 keer per dag: duurt het nog meer dan 8 uur voor u de volgende tablet normaal inneemt? Neem de vergeten tablet dan alsnog in.
                    Duurt het nog minder dan 8 uur? Sla de vergeten tablet dan over.

                    • autorijden?
                      De eerste dagen dat u lisinopril gebruikt, kunt u duizelig zijn. Dit komt doordat uw lichaam zich nog moet instellen op de lagere bloeddruk. Na enkele dagen is dat meestal weer over en is autorijden geen probleem. Indien u duizelig blijft of last heeft van wazig zien: neem dan geen deel aan het verkeer.

                      alcohol drinken?
                      Alcohol verwijdt de bloedvaten, net als lisinopril. U kunt daardoor last krijgen van duizeligheid. Probeer het drinken van alcohol eerst met mate uit. U kunt dan zelf inschatten of u hier veel last van krijgt. In het algemeen is enkele keren per week een glas wijn geen probleem.

                      alles eten?
                      Bij dit middel zijn hiervoor geen beperkingen.

                      • Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

                        De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

                        • Plastabletten. Deze wisselwerking is alleen van belang als u al wel een plastablet gebruikt en daar nu een ACE-remmer bij krijgt. De eerste paar dagen dat u deze combinatie gebruikt kunt u last krijgen van erge duizeligheid, doordat de bloeddruk sterk daalt. Meestal raadt de arts daarom aan om de plastabletten enkele dagen niet in te nemen. Na twee of drie dagen begint u dan met de ACE-remmer. U heeft zo minder last van duizeligheid. Als u de ACE-remmer vervolgens twee of drie dagen gebruikt kunt u zonder problemen de plastablet weer innemen. Ook kan uw arts u aanraden om de plastablet wel te blijven gebruiken. De arts zal dan aangeven om de eerste dagen met een lage dosis lisinopril te beginnen en die na een paar dagen te verhogen.
                        • Andere bloeddrukverlagende medicijnen. De bloeddruk kan te laag worden als u lisinopril samen met andere bloeddrukverlagers gaat gebruiken. Uw arts houdt hier rekening mee en zal in het begin een lagere dosering voorschrijven. Al naar gelang het effect zal de arts de dosis geleidelijk verhogen.
                        • Kaliumzout en de kaliumsparende plasmiddelen spironolacton en triamtereen. Door combinatie van de ACE-remmer met deze middelen kan de hoeveelheid kalium in het bloed te hoog worden. U merkt dit aan lusteloosheid en hartritmestoornissen. U kunt de combinatie veilig gebruiken, als bij u regelmatig de hoeveelheid kalium in het bloed wordt gemeten. Kalium zit ook in 'zeezout' of 'dieetzout'. Het eten van veel van deze zouten kan ook de hoeveelheid kalium in het bloed verhogen.
                        • De antibiotica co-trimoxazol (trimethoprim/sulfamethoxazol) en trimethoprim. De combinatie kan de hoeveelheid kalium in het bloed te hoog maken. U merkt dit aan een onregelmatige hartslag, gevoelloosheid of vreemd gevoel in de armen of benen, lusteloosheid, verwardheid en zwakte. Raadpleeg bij een of meer van deze verschijnselen uw arts.U kunt de combinatie veilig gebruiken als bij u regelmatig de hoeveelheid kalium in het bloed wordt gemeten.
                        • Lithium, een middel tegen manische depressiviteit. Lisinopril kan de bijwerkingen van lithium versterken, zoals maagdarmklachten, trillen, spierzwakte, spiertrekkingen, duizeligheid, slaperigheid, sufheid, verwardheid, verminderde concentratie, moeite met lopen en spreken, en epileptische aanvallen. Waarschuw meteen uw arts als u last krijgt van één van deze bijwerkingen. Uw arts moet het lithiumgehalte in het bloed regelmatig laten meten en de dosering eventueel aanpassen.
                        • Pijnstillers van het NSAID-type, zoals ibuprofen, naproxen en diclofenac. Deze pijnstillers kunnen de werking van lisinopril bij hoge bloeddruk en hartfalen verminderen. Gebruik u een pijnstiller van het NSAID-type langer dan twee weken en gebruikt u lisinopril voor een hoge bloeddruk of hartfalen? Dan zal uw bloeddruk extra gecontroleerd moeten worden. Bij hartfalen: als u meer klachten krijgt van moeheid, benauwdheid of dikke enkels, neem dan ook contact op met uw arts.

                        Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

                        • Zwangerschap
                          Gebruik dit medicijn NIET tijdens de laatste 6 maanden van de zwangerschap (tweede en derde trimester). Dit medicijn is slecht voor de baby. Het kan aangeboren afwijkingen bij de baby veroorzaken. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap (eerste trimester) is nog te weinig bekend. Ook dan kunt u dit medicijn beter NIET gebruiken.

                          Bent u zwanger of wilt u zwanger worden? Overleg dan met uw arts of apotheker. Uw arts zal proberen u over te zetten op een ander medicijn. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

                          Borstvoeding
                          Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of het in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk is voor de baby. Misschien kunt u (tijdelijk) overstappen op een ander medicijn. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

                          Gebruikt u medicijnen op recept of die u zonder recept koopt? Wilt u helpen om de kennis over medicijngebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding te vergroten? Meld dan uw ervaring bij Moeders van Morgen.

                          • Nieren

                            Werken uw nieren minder goed? Overleg dan met uw apotheker. Het kan zijn dat de dosering van uw medicijn aangepast moet worden. Mogelijk moeten de werking van uw nieren en het kaliumgehalte in uw bloed vaker gecontroleerd worden.

                            Dialyseert u? Overleg dan met uw apotheker. Het kan zijn dat aanpassing van uw medicijngebruik nodig is. Bijvoorbeeld:

                            • een andere dosering;
                            • een andere dag of ander tijdstip waarop u uw medicijn moet innemen;
                            • een ander medicijn.

                            Lever

                            Heeft u ernstige levercirrose? Overleg met uw arts. U mag dit medicijn NIET gebruiken. Ernstige levercirrose verhoogt de hoeveelheid van dit medicijn in uw bloed. Hierdoor kan dit medicijn meer bijwerkingen veroorzaken. Mogelijk kunt u overstappen op een ander medicijn.

                            Heeft u een matige levercirrose? Gebruik dit medicijn alleen na overleg met uw arts. Matige levercirrose verhoogt de hoeveelheid van dit medicijn in uw bloed. Hierdoor kan dit medicijn meer bijwerkingen veroorzaken. Mogelijk kunt u overstappen op een ander medicijn. Of wordt uw dosering aangepast.

                            Heeft u lichte levercirrose? U mag dit medicijn gebruiken, zoals uw arts heeft voorgeschreven. Het kan zijn dat uw dosering aangepast moet worden. Over het gebruik van dit medicijn bij lichte levercirrose is nog weinig bekend. Bij de (weinige) mensen met lichte levercirrose die dit medicijn gebruikten, zijn tot nu toe nog geen veranderingen gezien in de werking van de lever, en in de werking en bijwerkingen van dit medicijn.

                            • Hoge bloeddruk
                              Stop niet zomaar zelf met dit medicijn. Overleg altijd eerst met uw apotheker en arts als u wilt stoppen.

                              U moet dit medicijn namelijk afbouwen, dat betekent dat u dit medicijn NIET in 1 keer mag stoppen. Als u in 1 keer stopt of als u te snel stopt, kan uw bloeddruk weer omhoog gaan.

                              Gebruikt u dit medicijn voor een hoge bloeddruk en denkt u erover na om te stoppen met dit medicijn?? Lees voor meer informatie het thema 'Kan ik stoppen met mijn medicijnen die de bloeddruk verlagen (bloeddrukverlagers)?'.

                              Hartfalen of na een hartaanval
                              Stop alleen in overleg met uw apotheker en arts. De pompfunctie van het hart kan slechter worden als u dit medicijn stopt. Ook kunt u (weer) last krijgen van benauwdheid of dikke enkels kunnen terugkeren.

                              Nierziekte
                              Stop alleen in overleg met uw apotheker en arts. De nierziekte kan erger worden als u dit medicijn stopt.

                              • De werkzame stof lisinopril zit in de volgende producten:
                                • Ja, u heeft een recept nodig.

                                  Lisinopril is sinds 1988 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in tabletten als het merkloze Lisinopril.

                                  Lisinopril wordt ook gebruikt in combinatie met een andere werkzame stof als het merkloze Lisinopril/Hydrochloorthiazide.

                                  Laatst bijgewerkt op 23-03-2023

                                  Disclaimer

                                  Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

                                  Vond u deze informatie nuttig?

                                  Vind een apotheek

                                  Wilt u meer weten, of heeft u een vraag over uw eigen situatie? Dan raden wij u aan naar uw eigen apotheek te gaan. Uw eigen apotheker is op de hoogte van uw persoonlijke omstandigheden en kan u uitgebreid begeleiden bij uw medicijngebruik. Bent u niet in de buurt van uw eigen apotheek, dan kunt u hier ook andere apotheken vinden.
                                  Vind een apotheek blob

                                  Vraag het de webapotheker

                                  Vraag het de webapotheker

                                  Vraag het de webapotheker

                                  Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

                                  Meldpunt medicijnen

                                  Werkt uw medicijn heel goed of juist niet? Wordt uw medicijn niet vergoed? Of heeft u last van een bijwerking? Meld uw ervaring

                                  Geen ervaringen gevonden

                                  Informatie wordt bijgewerkt: