Slecht zien bij kinderen

Slecht zien bij kinderen

Trefwoord
naar klachten & ziektes

Slecht zien bij kinderen

vergroot
terug naar boven

Wat is slecht zien bij kinderen?

Een kind dat niet scherp ziet (door één of beide ogen) heeft vaak een refractieafwijking. Bij een refractieafwijking kan de lens in het oog niet genoeg scherpstellen.

Een refractieafwijking is altijd te verhelpen met een bril.

Het oog is een bol met aan de voorkant een kleine opening die eruit ziet als een zwarte stip: de pupil. Voor de pupil zit een doorzichtig glad vlies, het hoornvlies. Direct achter de pupil zit de ooglens.

Het licht komt via de pupil het oog binnen. Het schijnt door de lens op de binnenkant van de oogbol. Die achterkant van de oogbol, het netvlies, is een soort scherm waar alles waar u naar kijkt op wordt afgebeeld.

Hoe ontstaat een refractieafwijking?  

Een refractieafwijking ontstaat:

  • als de achterkant van de oogbol te dicht bij de ooglens staat (dan is uw kind verziend);
  • als de achterkant van de oogbol te ver van het ooglens afstaat (dan is uw kind bijziend).

Met de ooglens kan uw kind nog wel een beetje scherpstellen maar vaak niet scherp genoeg.

Kijk voor meer informatie over Slecht zien bij kinderen op www.thuisarts.nl

Hoe herken ik slecht zien bij kinderen?

    Kinderen jonger dan 6 jaar die niet scherp zien, zijn meestal verziend. Zij zien dus meestal prima in de verte, maar de dingen die dichtbij zijn zien ze niet scherp. Ze hebben problemen met lezen of zien afbeeldingen in een boekje niet goed. Ze houden een boek ver van zich af om het een beetje te kunnen lezen.

      Kinderen ouder dan 6 jaar die minder scherp gaan zien, zijn meestal bijziend: zij zien dingen die dichtbij zijn meestal goed. Een boek lezen is bijvoorbeeld geen probleem. Maar dingen in de verte zien ze niet.

      • U merkt bijvoorbeeld dat uw kind u niet goed herkent wanneer u ver weg staat. Het reageert niet als u zwaait op een afstand waarvan je zou verwachten dat uw kind u wel kan zien. 
      • Uw kind zal ook minder vlug opmerkingen maken over voorwerpen die ver weg zijn (“kijk een vogel” of “kijk een vliegtuig”).
      • Misschien knijpt uw kind met de ogen om iets dat in de verte is, scherper te kunnen zien, bijvoorbeeld als het naar de televisie kijkt.

      Heeft een kind al heel jong een refractieafwijking aan 1 oog, dan kan dat oog lui worden. Het kind leert dan met het goede oog te kijken en het slechte oog ‘uit te schakelen’.

      Een kind met een refractieafwijking kan ook scheelzien. Doordat het slecht ziet, kan het de ogen niet goed richten.

        Kijk voor meer informatie over Slecht zien bij kinderen op www.thuisarts.nl

        Kan ik er zelf iets tegen doen?

        De ogen van uw kind worden in de eerste levensjaren een aantal keer gecontroleerd. Dit gebeurt tijdens de bezoeken aan het consultatiebureau. Het is belangrijk dat u naar deze controles gaat.

        Meld het op het consultatiebureau:

        • als u iets aan de ogen van uw kind heeft opgemerkt;
        • als u denkt dat uw kind slecht ziet of scheel kijkt;
        • als een of meer mensen in uw familie een lui oog hebben;
        • als een of meer familieleden scheel kijken;
        • als een of meer familieleden een extra sterke bril dragen.

        Vermoeden ze op het consultatiebureau dat uw kind minder goed ziet, dan wordt het doorverwezen voor verder onderzoek. Zo komt u snel te weten of uw kind minder scherp ziet en een bril moet dragen.

        Kijk voor meer informatie over Slecht zien bij kinderen op www.thuisarts.nl

        Wat kan de apotheker voor mij doen?

        Algemeen

        Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

        • Receptcontrole

        De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

        • Overzicht van uw medicijnen

        Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

        • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

        Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

        • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

        Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

        • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

        De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

        • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

        Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

        • Medicatiebeoordeling

        Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

        • Zelfzorg

        Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

        • Bezorgservice

        Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

        Welke medicijnen worden gebruikt bij slecht zien bij kinderen?

        Atropine
        Atropine oogdruppels worden gebruikt bij kinderen die bijziend zijn. Atropine remt de lengtegroei van de ogen. Hierdoor neemt de bijziendheid minder snel toe.

        Laatst bijgewerkt KNMP: 21-11-2016
        Laatst bijgewerkt NHG: 29-09-2015

        Disclaimer

        De informatie over bovenstaande aandoening is geschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). De onderdelen over de medicijnen die bij de aandoening kunnen worden gebruikt en over wat de apotheker voor u kan doen, zijn geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, zijn het NHG en de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

        Medicijnen te gebruiken bij slecht zien bij kinderen

        Thuisarts.nl

        De informatie over bovenstaande aandoening is geschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Wilt u meer lezen over deze of andere aandoeningen? Ga dan naar www.thuisarts.nl

        Naar thuisarts.nl

        Vraag het de webapotheker

        Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

        Vraag het de webapotheker Vraag het de webapotheker
        Barcode Scanner Logo Gelukt. We hebben uw medicijn gevonden!