Trombose

Trombose

naar klachten & ziektes

Trombose

Wat is trombose?

Trombose betekent dat er in een bloedvat een bloedstolsel ontstaat. Het stolsel kan langzaam groter worden en het bloedvat afsluiten. Bij een trombosebeen ontstaat er een bloedstolsel in de diepe aderen van (meestal) uw onderbeen.

Aderen zijn bloedvaten die het bloed vanuit uw voeten, via uw kuit, knieholte en bekken naar uw hart terug laten stromen. Uw hart pompt dit bloed vervolgens naar uw longen.

Wanneer een stolsel zo'n ader in uw been afsluit, kan het bloed in uw been niet meer goed terugstromen. Het onderbeen kan dan dik en pijnlijk worden.

Het stollen van uw bloed is een ingewikkeld proces. Uw bloed moet kunnen stollen, zodat wondjes niet blijven bloeden. Er ontstaan in de aderen steeds kleine stolsels die ook weer worden opgeruimd.

Bij trombose is de stolling verstoord. Er ontstaat een stolsel zonder dat er een wondje is. Het stolsel wordt onvoldoende opgeruimd. Een trombosebeen ontstaat als zo'n stolsel een diepe ader afsluit. Dit kan gebeuren door:

  • minder beweging (van uw kuit),
  • een verandering in uw bloed (bijvoorbeeld door hormonen),
  • kleine beschadigingen in de aderen (bijvoorbeeld door ouderdom of een eerder trombosebeen).
Kijk voor meer informatie over Trombose op www.thuisarts.nl

Hoe herken ik trombose?

Trombose in uw been kan de volgende verschijnselen geven:

  • Uw kuit kan dik worden en gaan glanzen.
  • Uw been gaat pijn doen, en wordt vaak ook rood en warm.
  • Dit kan plotseling gebeuren of binnen een paar dagen

U kunt ook een trombosebeen hebben zonder dat u er iets van merkt. Een trombosebeen geeft niet altijd klachten.

Soms laat een stukje stolsel los en stroomt dan naar uw long. Daar sluit het stolsel een bloedvat af. Daardoor werkt een deel van de long minder goed. Dit heet een longembolie.

  • U ademt dan sneller dan normaal.
  • Het ademen kan pijn doen.
  • U kunt hartkloppingen krijgen.
  • Het kan zijn dat u slijm met een beetje bloed ophoest.
Kijk voor meer informatie over Trombose op www.thuisarts.nl

In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

Neem direct contact op met uw huisarts als u een of meer van deze klachten krijgt:

  • U wordt plotseling benauwd.
  • U ademt veel sneller dan normaal.
  • Ademen doet pijn.
  • U hoest slijm op met een beetje bloed erin.
  • Uw ontlasting is zwart

Het kan zijn dat uw bloed te dun wordt door medicijnen tegen trombose. Neem daarom contact op met de huisarts (en meld het aan de trombosedienst als u cumarines gebruikt) als u bijvoorbeeld:

  • een bloedneus heeft die u niet gestopt krijgt;
  • bloed in de urine heeft;
  • bloed bij de ontlasting heeft;
  • of hard op uw hoofd gevallen bent.

Meld het ook bij de huisartsenpraktijk:

  • als uw onderbeen weer dikker of pijnlijker wordt;
  • als de huid van uw been van kleur verandert;
  • of als u wondjes aan het been ontdekt.
Kijk voor meer informatie over Trombose op www.thuisarts.nl

Wat kan de apotheker voor mij doen?

Speciaal bij trombose

  • Bloeddruk meten

Een hoge bloeddruk zorgt voor een hoger risico op andere hart- en vaatziekten, net als trombose. Het is daarom belangrijk dat uw bloeddruk in de gaten wordt gehouden. In sommige apotheken kan de apotheker uw bloeddruk meten. Ook kunt u zelf thuis uw bloeddruk meten, door gebruik te maken van een bloeddrukmeter. Uw apotheker kan u begeleiden in het zelf meten van uw bloeddruk.

  • Stoppen met roken

Roken zorgt voor een hoger risico op andere hart- en vaatziekten, net als trombose. Daarom is het belangrijk te stoppen met roken. In de apotheek kunt u nicotinevervangende middelen kopen die u kunnen helpen bij het stoppen met roken. Uw apotheker kan u advies geven over het gebruik van deze middelen.

Roken kan ook de afbraak van bepaalde medicijnen versnellen. Als u stopt met roken, kan de hoeveelheid van die medicijnen in het bloed toenemen. Hierdoor kunnen ze sterker werken of bijwerkingen geven. U heeft dan een lagere dosering nodig. Geef het dus aan uw apotheker door als u stopt met roken. De apotheker kan dan controleren of de dosering van uw medicijn omlaag moet en dit doorgeven aan uw arts.

Algemeen

Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

  • Receptcontrole

De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

  • Overzicht van uw medicijnen

Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

  • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

  • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

  • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

  • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

  • Medicatiebeoordeling

Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

  • Zelfzorg

Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

  • Bezorgservice

Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

Welke medicijnen worden gebruikt bij trombose?

Antistollingsmiddelen
Antistollingsmiddelen remmen de vorming van bloedpropjes af en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van hart- en vaatproblemen verkleind. Voorbeelden zijn acenocoumarol, fenprocoumon, apixaban, dabigatran en rivaroxiban.

Salicylaten
Salicylaten hebben remmende werking op het samenklonteren van de bloedplaatjes en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van hart- en vaatproblemen verkleind. Voorbeelden zijn acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium.

Dipyridamol
Dipyridamol remt de samenklontering van de bloedplaatjes en vermindert zo het ontstaan van bloedpropjes in de bloedvaten. Hierdoor wordt de kans op hart- en vaatproblemen verkleind. Meestal wordt dipyridamol samen met één van bovengenoemde medicijnen, die ook de bloedstolling remmen, gebruikt.

Kankerremmende stoffen
Bepaalde kankerremmende stoffen worden gebruikt bij trombocytose en polycythemie vera.

Bij trombocytose heeft u te veel bloedplaatjes in het bloed. Bloedplaatjes zorgen voor de bloedstolling. Als er te veel van in het bloed zijn kunnen bloedpropjes ontstaan.

Bij polycythemia vera (ziekte van Vaquez-Osler) zijn er te veel rode bloedcellen in het bloed, doordat het beenmerg te veel rode bloedcellen en bloedplaatjes aanmaakt. Door de rode bloedcellen wordt het bloed te stroperig. Hierdoor kan het niet goed doorstromen. Bloedplaatjes zorgen voor de bloedstolling. Als er te veel van in het bloed zijn, kunnen bloedpropjes ontstaan.

Bepaalde kankerremmende stoffen verminderen de aanmaak van rode bloedcellen en bloedplaatjes. Voorbeelden zijn busulfan, hydroxycarbamide en melfalan.

Laatst bijgewerkt KNMP: 16-03-2015
Laatst bijgewerkt NHG: 06-01-2015

Disclaimer

De informatie over bovenstaande aandoening is geschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). De onderdelen over de medicijnen die bij de aandoening kunnen worden gebruikt en over wat de apotheker voor u kan doen, zijn geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, zijn het NHG en de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

Thuisarts.nl

De informatie over bovenstaande aandoening is geschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Wilt u meer lezen over deze of andere aandoeningen? Ga dan naar www.thuisarts.nl

Naar thuisarts.nl

Vraag het de webapotheker

Het beste advies krijgt u bij uw eigen apotheek. Daar ontvangt u de zorg en begeleiding die is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kunt u een vraag stellen aan de webapotheker. Een team van apothekers beantwoordt uw vraag in principe binnen enkele werkdagen.

Vraag het de webapotheker

Apotheek.nl gebruikt cookies om het surfgedrag op de website te analyseren.