Klachten & ZiektesZiekte van Duchenne

Ziekte van Duchenne

Klachten & ZiektesZiekte van Duchenne

Ziekte van Duchenne

Wat is Ziekte van Duchenne?Hoe herken ik Ziekte van Duchenne?Wat kan ik zelf doen?In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?Wat kan de apotheker voor mij doen?Welke medicijnen worden gebruikt bij Ziekte van Duchenne?
  • Bij Duchenne worden je spieren steeds minder sterk. Je mist een stofje (het eiwit dystrofine) dat ervoor zorgt dat je spieren stevig blijven. Zonder dit stofje worden je spieren steeds minder sterk. 

    De spierziekte Duchenne komt bijna alleen voor bij jongens of mannen. Heel soms heeft een meisje of vrouw de spierziekte Duchenne, maar dit gebeurt niet vaak.

    De spierziekte Duchenne wordt ook wel Duchenne spierdystrofie genoemd.

    De oorzaak van de spierziekte Duchenne is een erfelijke aanleg. Je hebt een fout (mutatie) in een gen. Door deze fout wordt er geen dystrofine in je spieren gemaakt.

    Ongeveer 2 van de 3 mensen met Duchenne krijgen deze gen-fout van hun moeder. Het is verstandig om te onderzoeken of je moeder deze gen-fout heeft. Bij 1 van de 3 mensen ontstaat deze fout in het gen uit zichzelf.

    Vrouwen in je familie

    Vrouwen in jouw familie kunnen de fout in dit gen ook hebben. Bijvoorbeeld je moeder of je zus. Zij krijgen niet de spierziekte Duchenne, maar kunnen wel klachten hebben, zoals:

    • kramp in de spieren na inspanning
    • minder sterke spieren
    • problemen met de hartspier

    Het is daarom belangrijk dat zij elke 5 jaar hun hart laten controleren door een hartspecialist (cardioloog). Bij spierklachten kunnen ze het beste een afspraak maken met een neuroloog.

    Als je moeder deze fout in het gen heeft, moet zij altijd gecontroleerd worden.

    Kijk voor meer informatie over Ziekte van Duchenne op www.thuisarts.nl
    • Bij Duchenne worden je spieren steeds minder sterk. Dit kun je aan de volgende dingen merken: 

      • Je loopt op een bijzondere manier. Je loopt vaak waggelend, met een holle rug, je buik naar voren en op je tenen. 
      • Je hebt een andere manier van opstaan. Als kind zette je waarschijnlijk eerst je handen op de grond en daarna op je bovenbenen om overeind te komen.
      • Je valt vaker.
      • Rennen en springen lukt vaak niet.
      • Traplopen gaat moeilijk. Je trekt je vaak op aan de trapleuning.
      • Je bent vaker moe.

      Sommige mensen met Duchenne kunnen minder makkelijk leren. Ze kunnen ook gedragsproblemen hebben, zoals een vorm van autisme

      Gewrichten

      De spieren in je benen en heupen worden als eerste minder sterk. Later worden ook andere spieren minder sterk. De gewrichten in je benen, ellebogen en handen worden stijver. Ook kunnen gewrichten in een andere vorm groeien:

      • In je ruggengraat (wervelkolom) kan een bocht ontstaan (scoliose).
      • Je voeten kunnen naar beneden gaan staan (spitsvoeten).
      • Je voeten kunnen naar binnen en naar beneden gaan staan (spitsvarus).
      • Je vingers kunnen krom gaan staan.
      • Je polsen kunnen scheef gaan staan. 

      De meeste kinderen met Duchenne kunnen vanaf hun tiende, elfde of twaalfde jaar niet meer lopen. Je kunt wel medicijnen krijgen die ervoor zorgen dat je nog iets langer kunt blijven lopen. 

      Ademhaling

      Uiteindelijk worden je spieren voor de ademhaling minder sterk.

      • Je kunt dan minder goed slijm ophoesten. Hierdoor kun je sneller een longontsteking krijgen.
      • Je slaapt minder goed. In de ochtend ben je daardoor moe of heb je hoofdpijn.
      Hart

      Ook je hartspier wordt minder sterk. Hierdoor kun je extra moe zijn of minder goed eten. Soms ontstaan problemen met het ritme van je hart.

      Maag en darmen

      Je kunt ook last hebben van je maag en darmen, bijvoorbeeld brandend maagzuur en een opgeblazen gevoel. Als je niet meer kunt lopen, kun je soms minder makkelijk elke dag poepen. Je krijgt dan last van verstopping en buikpijn.

      Plassen

      Soms kun je moeilijk je plas ophouden, last hebben van nadruppelen of niet goed kunnen uitplassen.

      Botten

      Je botten kunnen langzaam minder sterk worden. Als je bijvoorbeeld valt, heb je een grotere kans om een bot te breken.

      Kijk voor meer informatie over Ziekte van Duchenne op www.thuisarts.nl
      • Als je Duchenne hebt, beweeg je vaak minder en gebruik je minder energie. Je kunt hierdoor te zwaar worden. Dit komt ook door de medicijnen die je gebruikt.

        Als je zwaar bent, komt er meer gewicht op je spieren. Misschien vind je het ook vervelend om zwaarder te worden. Overleg daarom op tijd en regelmatig met een diëtist over de voeding en vitamines die je nodig hebt. 

        Kauwen en slikken

        Als je nog goed kunt kauwen en slikken, probeer dan zo lang mogelijk door te gaan met gewoon eten. Als kauwen en slikken lastiger wordt, kun je het eten fijn snijden of pureren. Misschien gaat het eten dan makkelijker.

        De logopedist bekijkt hoe het met kauwen en slikken gaat. Samen met je logopedist en diëtist bespreek je hoe je het beste kunt eten.

        Als je niet goed meer kunt kauwen en slikken kan sondevoeding nodig zijn. Je krijgt dan vocht en voedingsstoffen via een slangetje. Dat slangetje gaat via een gaatje in je buik direct in je maag.

        Accepteren dat je de spierziekte Duchenne hebt is vaak moeilijk. Het kan helpen om te praten met andere mensen die deze ziekte hebben. Je kunt met hen in contact komen via de patiëntenorganisatie Duchenne Parent Project of Spierziekten Nederland. Je kunt ook altijd bij je huisarts terecht.

        Het is verstandig om elk jaar de griepprik te krijgen. Deze prik krijg je bij je huisarts. 

        Ben je verkouden of grieperig met koorts? Dan kun je dit bespreken met je huisarts. Als het nodig is kun je antibiotica of virusremmers krijgen.

        Heb je ergens vaak pijn? Overleg dan met je revalidatie-arts en huisarts wat de oorzaak van de pijn kan zijn. Probeer eerst de oorzaak op te lossen. Als dit niet lukt bespreek dan welke medicijnen je tegen de pijn kunt gebruiken.

        Heb je moeite met poepen? Bel dan je huisarts. Je krijgt dan medicijnen om makkelijker te poepen.

        SOS-kaart

        Soms heb je met spoed zorg nodig. Het is daarom verstandig dat je altijd de SOS-kaart bij je hebt. Op deze kaart staat dat je de spierziekte Duchenne hebt en waar de mensen die jou helpen op moeten letten.

        Kijk voor meer informatie over Ziekte van Duchenne op www.thuisarts.nl
        • Bel direct je huisarts als je 1 of meer van deze klachten hebt:

          • koorts
          • benauwd zijn, moeilijk ademhalen
          • pijn die niet weggaat
          • longontsteking met koorts die langer dan 5 dagen duurt
          • hoge hartslag die langer dan 1 uur duurt
          • gewicht verliezen zonder dat dit de bedoeling is
          Kijk voor meer informatie over Ziekte van Duchenne op www.thuisarts.nl
              • Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

                • Receptcontrole

                De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

                • Overzicht van uw medicijnen

                Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

                • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

                Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

                • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

                Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

                • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

                De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

                • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

                Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

                • Medicatiebeoordeling

                Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

                • Leefstijl en uw medicijnen
                Leefstijl en medicijnen hebben invloed op elkaar. Uw apotheekteam kan met u bespreken wat dit voor u betekent. Het gaat bijvoorbeeld om:
                Andersom kunnen medicijnen ook invloed hebben op hoe u zich voelt. Daardoor kan het makkelijker of juist moeilijker zijn om gezonde gewoontes vol te houden.
                 
                Heeft u vragen of wilt u meer weten over gezond leven? Ga dan naar uw apotheek of vraag om een persoonlijk gesprek. Meer informatie vindt u op “Uw apotheekteam ondersteunt bij gezonder leven”. Als u meer ondersteuning nodig heeft, kan het apotheekteam u adviseren over andere zorgverleners, zoals een diëtist, fysiotherapeut of leefstijlcoach. Ook weet het apotheekteam vaak wat er in uw buurt beschikbaar is, zoals een wandelgroep of buurtsportcoach.
                 
                • Zelfzorg

                Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

                • Bezorgservice

                Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

              • Prednison
                Het bijnierschorshormoom prednison wordt gebruikt bij de ziekte van Duchenne.

                Meer over deze medicijnen

                Laatst bijgewerkt KNMP: 31-08-2026

                Laatst bijgewerkt NHG: 08-10-2021

                Disclaimer

                Deze tekst is geschreven door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst.

                Thuisarts.nl

                De informatie over bovenstaande aandoening is geschreven door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Wilt u meer lezen over deze of andere aandoeningen? Ga dan naar www.thuisarts.nl

                Thuisarts.nl

                Informatie wordt bijgewerkt: